Asset 14

De eerste week

Een paar duizend nieuwe UvA en HvA-studenten doen deze week mee aan de Intreeweek. Als Wiard van der Kooij de eerstejaars studenten met hun gele tasjes door de stad ziet fietsen, moet hij altijd terugdenken aan zijn eerste week in de stad.

Ik bevind me in de volgepropte Melkweg, zoekend naar mijn vriend die in het voorstelrondje met welluidende professorenstem zei dat hij Jens heet en erg van Frank Zappa houdt. Bliepbliepboem nestelt zich in mijn oorschelp, lichten flikkeren in de rondte en een nieuwe lichting studenten hupst de contemporaine klompendans.

Als ik een van mijn groepsgenootjes tegen het lijf loop, blijkt dat Jens van een trapje sodemieterde en met een gekneusde enkel is afgevoerd. Typisch, al ken ik Jens amper vijf dagen. Ik wens de pechvogel in een sms beterschap en besluit op zoek te gaan naar mijn andere nieuwe vriend Bart. Onze vriendschap vloeit voort uit een gedeelde liefde voor free jazz. Bart is in geen velden of wegen te bekennen, laat staan in deze augiasstal.

Terwijl ik me een weg naar de bar baan, zie ik vanuit mijn ooghoek het lieve meisje dat me twee nachten geleden pardoes om de nek vloog. Ik had haar nog nooit gezien, maar mijn naam wist ze wel. Verrast vroeg ik haar of ze misschien ook uit Hoorn kwam. Op een toon die suggereerde dat ik heus wel wist waar haar roots lagen, antwoordde ze dat ze natuurlijk niet uit Hoorn afkomstig was. Ik had geen benul en zei dat het me erg speet dat ik niet wist wie ze was. Daarop droop ze beteuterd af. Ik kan haar nu beter met rust laten.

Dan maar buiten roken. In frisse door tabaksrook bezoedelde lucht overpeins ik dit dagenlange drankgelag waaraan ik beslist niet mee wilde doen. Mijn moeder wist me over te halen en reed me naar Amsterdam. We zoefden over de A7 en ik maakte me zorgen om wat ik achterliet. Mijn vader, kerkorganist en playboy par excellence, had net mijn moeder aan de kant gezet. Ook was ik bezorgd om een meisje, de liefde van mijn leven, zo dacht ik. Onze relatie liep nu al stroef. Ik was liever bij haar in Hoorn gebleven.

In wezen ben ik een wrak dat zich de afgelopen dagen enthousiast, flamboyant en bij vlagen achterlijk heeft gedragen. ‘Ha bitch, twee bier alsjeblieft!’ zei ik tegen een barman en reageerde verontwaardigd toen hij mij geen drankje schonk. ‘Als ik barman was zou een bitch die bitch tegen me zegt minstens vier bier krijgen!’ schreeuwde ik hem na.

bierfles

Illustratie: Wijtze Valkema

Nu was ik niet louter een rotzak: met veel moeite nam ik de contactschuwe Tim op sleeptouw, zo’n jongen die niets zegt en dan maar wordt genegeerd. Daarbij heb ik andere groepjes uitgedaagd voor breakdancebattles. Ik zoop, onderdrukte mijn zorgen en at iedere dag Turkse pizza met döner als ontbijt.

Nu, op de laatste avond, begrijp ik er geen reet meer van en is de droefenis onontkomelijk. Ik kan beter koers zetten naar mijn logeeradres in Oost, waar dat ook moge zijn. Vlug haal ik mijn jas. Bij wijze van afscheid adviseer ik de agressieve kale uitsmijter zich te beraden op het lidmaatschap van een club als Blood & Honour.

Ik moet plassen. Er is zo’n volkstoilet op het Leidseplein, maar voordat ik mijn blaas soelaas gun zoek ik nog even mijn fiets. Achter me klinkt mijn naam, ik keer me om en slaak een zucht: er verschijnt een beschonken bekende uit Hoorn die ik weinig mag. Hij biedt me een halve liter aan en lult de oren van mijn kop. Ogenschijnlijk gefascineerd neem ik muizenslokjes van het blik. Mijn murwheid legt me het zwijgen op; ik vertel niet dat ik geen zin heb in zijn belevenissen, dat ik in principe nogal nodig moet en dat ik verdriet heb. Ik krom mijn tenen in mijn schoenen en wieg met samengeknepen billen heen en weer.

Hij is weg. Ik vloek en sta op knappen. Tot mijn schrik is het zo erg dat ik nauwelijks kan lopen. Krampachtig nader ik stap voor stap het hooguit tien meter van mij verwijderde urinoir. Het kriebelt in mijn keel. Als ik nu hoest doe ik het in mijn broek. Ik slik en verkeer in opperste concentratie. Nog vier passen. Een kuch klinkt, de sluitspier om mijn blaas ontspant zich en ik plas een beetje in mijn broek. Voorvocht. Voorzichtig zet ik nog een stapje, maar het hek is nu toch echt van de dam en ik zeik een zondvloed in mijn onderbroek. De vloeistof sijpelt geniepig langs mijn been in het gaafste schoeisel van de hele Intreeweek: mijn zwart met paarse Clarks die volgens mij verder niemand heeft.

Ik maak rechtsomkeert, die wc heeft immers weinig zin meer, en waggel in zeiknatte spijkerbroek naar mijn fiets. Gelukkig is er niemand te zien. Nooit voelde ik me zo minuscuul als vannacht.

Als een kip zonder kop verplaats ik me door de stad waar de weg raadselachtig is. Ondanks mijn vaart is de urinelucht met geen mogelijkheid af te schudden. Na een poosje rijd ik langs het Museumplein en weet ik waar ik heen moet. Tien minuten later passeer ik de boel opnieuw. Er verstrijkt een kwartier en de muzen op het tympanon van het Concertgebouw slaan de onwelriekende boerenpummel uit West-Friesland voor de derde maal gade.

De paniekerige dwaaltocht komt na ruim een uur in de Indische Buurt tot een einde. Ik bel aan bij mijn vriend Danny, die ook de Intreeweek liep en vanavond vroeg naar huis ging. Er gebeurt geen fuck, zijn gsm neemt hij ook niet op. Moedeloos pis ik tegen het raam van mijn toekomstige benedenburen. Schofterig, maar ik ben als de dood dat ik het nogmaals in mijn inmiddels enigszins opgedroogde broek doe en neem geen risico.

Een half uur later zwaait de deur naar het wooncomplex eindelijk open. Danny is meteen weer gaan slapen, dat scheelt. Ik poets mijn schoenen, smijt mijn kleren met een flinke dosis Omo in de wasmachine en neem een douche. Mijn pik hangt er beschroomd bij en voelt zich lulliger dan Bob Dylans stembanden, maar mijn hart maakt een sprongetje als ik bedenk dat ik over drie dagen begin met mijn studie geschiedenis aan de prestigieuze Universiteit van Amsterdam.

Deze tekst werd oorspronkelijk gepubliceerd in augustus 2015. 

Mail

Wiard van der Kooij dankt je voor het lezen. // wiard@hardhoofd.com

Wijtze Valkema is een illustrator die voornamelijk werkt met een beperkt aantal heldere kleuren met technische beperkingen die zijn geïnspireerd op zeefdruk. Zijn roots liggen in grafisch ontwerp, wat je terug ziet in zijn werk door de nadruk op compositie.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kris van der Voorn
    Kris van der VoornAdjunct-hoofdredacteur
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
Lees meer
het laatste
Column

In een te specifieke vorm geslepen

Op ieder potje past een dekseltje, toch? Marthe van Bronkhorst vraagt zich af of ze daarvoor niet té veel eigenaardigheden heeft: "Als ik nog groter groei, dan moet een bosbrand mij snoeien. En wat voor allesverzengende liefde moet dat zijn waardoor het specifieke houtsnijwerkje dat je bent geworden af fikt, helemaal ombuigt, en opnieuw wortel schiet?" Lees meer

Column: Ik ben geen dreumes, ik ben Julie!

Ik ben geen dreumes, ik ben Julie!

Eva's nichtje van twee geeft tijdens een bezoek aan de speeltuin blijk van een opvallende afkeer van hokjesdenken. Lees meer

Breek het brutalisme

Breek het brutalisme

In een distrack over het brutalisme maakt Marthe van Bronkhorst duidelijk dat ze helemaal klaar is met de betonnen architectuurstijl: "Wat is de deal met al die bouw freaking putten, nog minder fundament voor kunst dan vier keer Rutte?" Lees meer

Column: Zullen we vrienden worden?

Zullen we vrienden worden?

Corona of geen corona, Eva blijft haar sociale cirkel onderhouden en zo nodig verversen met aanwas. Lees meer

Column: Tegen vrienden zeg ik nooit goed 'doei'

Tegen vrienden zeg ik nooit goed 'doei'

Over de dood van haar grootouders dacht Eva van den Boogaard vroeger wel na, maar over die van een goede vriend? Lees meer

Achtbaantester 1

Achtbaantester

Marthe van Bronkhorst hangt op de kop in een looping en weet één ding zeker: achtbanen worden alleen spannend als ze een goed verhaal hebben. Lees meer

Column: Weten of je ooit moeder wil worden

Weten of je ooit moeder wil worden

Eva wordt geconfronteerd met de beruchte wel-of-geen-kinderen-vraag en zet de voor- en nadelen tegenover elkaar. Lees meer

Vrees de cocon niet: ze is nog warm

Vrees de cocon niet

Nu de feestjes voorzichtig weer op gang komen, beseft Rijk Kistemaker hoeveel hij níet heeft gemist. Gestrand tussen veganistische sneakers en gesprekken over Jeff Bezos verzint hij voor zichzelf een stiller leven. Een tip over verlangen naar lauwe thee en warme cocons. Lees meer

Alles Vijf Sterren: Steek die maar in je zak!

Steek die maar in je zak!

Deze week worden onze redacteurs blij van enthousiaste opstekers (op gepast volume), kunst in je broekzak en een wisselaccount op Twitter. Lees meer

De maakbare mens

De maakbare mens

Zijn mensen net als machines? Het bezoek van een monteur laat Marthe van Bronkhorst nadenken over haar eigen bedrading. Lees meer

Column: Tot op het bot

Tot op het bot

Een oude brief van een vriendin voert Eva terug naar een periode waarin het wat minder lekker met haar ging. Lees meer

Framer geframed

Framer geframed

Marthe van Bronkhorst ziet haar angst onder ogen en besluit haar ervaring als psycholoog te verrijken door zelf de patiënt te worden. De belangrijkste les? Ook therapeuten weten niet alles. Lees meer

Dingen die niet kloppen, maar die ik wel geloof

Dingen die niet kloppen, maar die ik wel geloof

Hoe goedgelovig mag een mens eigenlijk zijn? Waar Eva van den Boogaard soms dwangmatig eerlijk is, blijkt haar neef F. regelmatig informatie aan haar te verstrekken die niet klopt. Lees meer

 Weet je nog, de nacht?

Weet je nog, de nacht?

Het ‘vergeten’ nachtleven krabbelt terug, en onze eigen lichamen blijken zich als gisteren te herinneren hoe ze van hun eigen bewegingen kunnen genieten. Lees meer

Het Juttersmuseum, de plek van alles wat je vergeten bent

Het Juttersmuseum, de plek van alles wat je vergeten bent

Marthe van Bronkhorst leidt haar lezer rond tussen de verloren schoenen en vergeten herinneringen in het Juttersmuseum. We stuiten op drie vergeten gedichten. Lees meer

Column: More is more

More is more

Eva reflecteert op haar ambivalente relatie met matigheid. Lees meer

Neem je ouders mee naar het museum

Neem je ouders mee naar het museum

De idealen van ouders en hun kinderen komen niet altijd overeen. Schrijver Michael ter Maat legt zich daar niet bij neer en neemt zijn vader mee naar het Krölller Müller. Een tip om het niet bij 'ok, boomer' te laten.  Lees meer

Column: Over geld

Over geld

Eva vergelijkt de manier waarop ze toen en nu tegen geld aankijkt en hoe het verschil in inkomen binnen haar vriendengroep de verhoudingen heeft veranderd. Lees meer

Stukje

Stukje

Marthe van Bronkhorst gelooft het niet: Al die schrijfadviezen van grote namen die beweren hun muze gevonden te hebben. Een oude Griekse visie op inspiratie was dat je zelf niet de inspiratie op moest zoeken, maar dat de muze jóú moest vinden. Ach, wat je maar vooruit brengt. En anders ga je gewoon net zolang boodschappen doen totdat je een ''stukje'' gevonden hebt? Lees meer

Tompouce 1

Tompouce

Eva vraagt zich af waarom de documentatie van haar jeugd ineens leuk moet zijn nu haar moeder alle oude videobanden heeft laten digitaliseren. Lees meer