Asset 14

De dementiesimulator

We vergeten allemaal wel eens iets, maar hoe is het als vergeten je leven overneemt? Emy beschrijft haar ervaring in de dementiesimulator in Alkmaar.

“De herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil”, schreef Cees Nooteboom in Rituelen, maar een hond is niet het eerste wat mij te binnen schiet als ik denk aan het geheugen. Het geheugen is vele malen oncontroleerbaarder dan de gemiddelde hond. Eerder dan een hond die af en toe op een verkeerde plek gaat liggen, lijkt het geheugen mij een kat, die je de ene keer met succes kunt aanhalen terwijl zij de volgende keer loopt te sissen.

De ongehoorzaamheid van het geheugen kan behoorlijk frustrerend zijn. Ik maak me er soms al lichte zorgen over. Telefoonnummers, achternamen en nieuwsberichten stromen uit het vergiet van mijn geheugen als te kleine korrels rijst, maar ook van grotere gebeurtenissen die ik zelf heb meegemaakt – vakanties bijvoorbeeld – blijft vaak schrikbarend weinig hangen. Troost is wel dat ik niet de enige ben. Verstrooidheid en vergetelheid zijn wijdverbreid in mijn vriendenkring. Het liefst geven we de Tweede Fase daar de schuld van, de sociale media, of algehele stress. Ondertussen overwegen we, om de vergeetachtigheid te bestrijden, sudoku’s te gaan doen, of visoliepillen te slikken. En soms grapt iemand, met een angstig lachje: “Vroegtijdige Alzheimer, hè.”

Wees niet bang als je wat vergeetachtig bent, bezweert Alzheimer Nederland, vergeetachtigheid is normaal. Onder de vijfenzestig is Alzheimer zeldzaam. Daarna moet je op gaan letten. Ouderen lopen een aanzienlijk risico op deze of een andere vorm van dementie (een verzamelterm voor zo’n vijftig niet-aangeboren hersenafwijkingen). Haal je de negentig, dan wordt de kans op dementie zo’n veertig procent. Wie dementeert verliest steeds meer zenuwcellen in de hersenen, en verbindingen tussen die cellen. Daardoor krijg je problemen met je geheugen, concentratie, en taal- en informatieverwerking. Ook je emoties, karakter en gedrag kunnen veranderen.

Dat klinkt verschrikkelijk, en is moeilijk voor te stellen voor wie alleen jeugdige verstrooidheid kent. Ik wilde een beeld krijgen van hoe het is als je geheugen je echt in de steek laat. Daarom ging ik in een dementiesimulator. (Die simulator is ontwikkeld door een hele reeks aan instanties, waaronder de Universiteit Tilburg, het VU Medisch Centrum, verschillende zorginstellingen en dementie-kenniscentrum Ideon.) Ik stelde me er een onplezierige, kleinschalige Efteling-attractie bij voor.

Een hoofd van glas

De dementiesimulator staat op het moment in Alkmaar, op het Horizon College. In de trein lees ik, bij wijze van voorbereiding, Bernlefs Hersenschimmen (de vierenveertigste druk). Poëtisch toeval: de hoofdpersoon, Maarten, en zijn vrouw Vera, komen beiden uit Alkmaar. Maarten vergeet op een ochtend dat het geen doordeweekse dag is maar een zondag. Hij vergeet ook om zijn koffie op te drinken, en dat hij hout moet halen voor zijn vrouw. Het is middag op het moment dat hij begint te vertellen en de ochtend is hem ontglipt. Hij verliest stukjes uit de tijd, staat ineens op een plek zonder dat hij zich kan herinneren wat eraan voorafging. Het verleden verdringt het heden, jeugdherinneringen zijn levendiger dan het nu, dat steeds vreemder wordt. “Mijn hoofd lijkt wel doorzichtig, van glas of ijs, heel helder en toch denk ik aan niks.” En: “Een soort zeeziekte in mijn denken lijkt het wel. Onder dit leven woelt een ander waar alle tijden, namen en plaatsen door elkaar heen spoelen en waarin ik als persoon al niet meer besta.” In de beschrijving van Bernlef lijkt beginnende dementie op de ervaring die sommige drugs geven, met het aanzienlijke verschil dat dit een bad trip is waar je niet meer uit komt – het wordt alleen maar erger.

Illustratie: Liesbeth de Feyter

Als ik in Alkmaar arriveer, ben ik danig verward. De sfeer van het boek blijft hangen en maakt dat het buitenproportioneel lang duurt voordat ik doorheb hoe ik aan de overkant van het station kom. Mijn hoofd voelt niet doorzichtig, maar wattig. Dat zie ik maar als een goed teken.

Het Horizon College blijkt een enorme, strak georganiseerde MBO-school, met toegangspoortjes waar je een pasje voor nodig hebt. In het toilet zijn twee meisjes met steil blond haar en de geijkte oorringen make-up aan het aanbrengen. Ik schat ze een jaar of zestien. Ik voel me hier misplaatst. Ergens in alle informatie over de dementiesimulator las ik dat het je een vervreemdende ervaring wil bezorgen. Die is al begonnen.

Na enkele minuten dralen in de hal word ik gered door Peter Lobbes, ingenieur. Hij heeft een beginnend grijs baardje en een grappige bril (rond, klein en blauw, met gaatjes in het montuur). Hij brengt me naar de simulator. Onderweg vertelt hij dat de simulator op het Horizon College staat zodat de studenten van de opleiding verpleegkunde er een dag mee kunnen trainen. Zo reist de simulator het land door, van de ene zorgopleiding naar de andere. Ondertussen mogen ook mantelzorgers en andere belangstellenden een afspraak inplannen. “Er komt straks nog een collega van je, uit Brussel,” zegt Peter, “een radio-journaliste”. Hij is duidelijk vergenoegd over de media-aandacht. Het ding moet immers gaan verkopen.

Nelly Frijda, mijn innerlijke stem

De dementiesimulator staat op het parkeerterrein. Het is een cabine in een groene container, waarop in zwierige witte letters staat geschreven: “Brings compassion to life”. Peter opent een deur, we zijn nu in het voorportaal – een kleine ruimte met een kapstok, twee stoelen en een tafel. Op de tafel staat een computer, daarmee kan Peter de simulator aansturen. Hij stelt me gerust dat hij niet kan zien wat er in de ruimte gebeurt en geeft me een armband met een noodknop mee. Ook krijg ik een vestje om. In dat vestje zit Nelly Frijda, de innerlijke stem van het demente personage dat ik straks ben. Peter geeft instructies: ik ben oud, alleenstaand, en zit in de eerste fase van dementie. Ik ben net teruggekomen van het boodschappen doen en ga nu mijn huis binnen. Hij geeft me een boodschappentas mee, doet een deur aan de zijkant van het voorportaal open en nu sta ik alleen, bij de heg voor mijn voordeur. Ik en mijn innerlijke stem Nelly Frijda.

We geven het huis de schuld. Het huis is niet te vertrouwen.

Het huis is natuurlijk een vreemd huis. Het moet mijn huis zijn, maar ik weet niet waar de dingen staan en wie al die mensen op de foto’s zijn. Dat laatste weet Nelly Frijda nog wel, het is immers pas de eerste fase van dementie. Nelly Frijda is, naast een aantal gele post-its, mijn enige houvast. Maar zij is een nogal wankel houvast, zij weet ook niet meer waar we de boodschappen normaal gesproken altijd neerzetten. Ik voel me als de hoofdpersoon in de film Memento, wanhopig bezig controle en orde te houden door de post-its te volgen. Dat werkt slechts gedeeltelijk. Ik open zo vaak de verkeerde kastjes dat ik maar liever op een stoel blijf zitten en helemaal niets meer doe. Een levensechte videoprojectie van mijn dochter wijst me op allerlei dingen die ik vergeten zou zijn. Ik voel me klein en machteloos. Nelly Frijda voelt zich vooral opstandig. Zij en ik, wij denken dat we nog veel kunnen, maar alles in de cabine maakt ons duidelijk dat dat tegenvalt. We geven het huis de schuld. Het huis is niet te vertrouwen. Als ik even naar buiten moet, houd ik – terwijl ik zeker weet dat ik de huissleutels heb meegenomen – de voordeur met mijn voet tegen. Je weet maar nooit of de woonkamer straks ineens verdwenen is of dat dit mijn voordeur niet meer blijkt te zijn. Maarten in Hersenschimmen ervaart hetzelfde: “Dat bevestigt mijn gevoel dat er inderdaad soms iets niet in orde is met dit huis. Alsof er tussentijds verschuivingen worden aangebracht in de indeling.” De makers van de simulator lijken het boek als handleiding te hebben gebruikt.

Als ik na een klein half uur warrig de cabine uitstap, brengt Peter me naar een psycholoog. Het is de standaardprocedure bij de dementiesimulator: voorgesprek, simulatie, nagesprek met psycholoog. Voor zorgverleners hoort er ook een trainingsdag bij, waarop ze de ervaring nog eens nabespreken en tips en trucs krijgen hoe ze het best met de dementerende medemens kunnen omgaan.

Oma-onderbroeken

De psychologe die me opvangt heeft kort rood haar en draagt grote sieraden. Bertie, heet ze. Terwijl we naar haar kamer lopen, wijst ze op het contrast tussen de jeugdige omgeving en de dementiesimulator. Ik stel me voor dat de blonde meisjes die ik eerder op het toilet zag ouderen moeten gaan verzorgen. Als zestienjarige scholier heb ik ook een half jaar in een verzorgingstehuis gewerkt, op een afdeling ‘Somatiek’ – ouderen met ernstige lichamelijke gebreken. Veel verlammingen, veel rolstoelen. Eén vrouw huilde non-stop, een andere kon alleen maar "tu tu tu" uitbrengen. Ik had geen vooropleiding. We waren aan elkaar overgeleverd (ongeveer zoals in deze documentaire, al had ik gelukkig minder verantwoordelijkheden). Cynisch bekeken biedt een opleiding verpleegkunde met een specialisatie ouderenzorg tegenwoordig de beste kansen op de arbeidsmarkt.

Hoe minder ik onder controle had, hoe meer ik probeerde het weer onder controle te krijgen.

Eenmaal in haar kamer, vertelt Bertie dat haar specialisatie Asperger is. Asperger bij jongeren. Dementie bleek een kleinere stap dan gedacht: de aanpak van autisme en dementie zijn volgens Bertie vergelijkbaar. Praat eenvoudig, vermijd beeldspraak, en kijk de ander aan. Ik vind dit interessant, maar Bertie wil met me bespreken wat ik voelde tijdens de simulatie. Ik geef mijn controledrang toe:
“Hoe minder ik onder controle had, hoe meer ik probeerde het weer onder controle te krijgen.” Dat ik de voordeur met mijn voet tegenhield, zeg ik maar niet.
“Welke tekenen van dementie bemerkte je?” wil Bertie weten.
“Nou,” begin ik, “ik had duidelijk problemen met mijn kortetermijngeheugen, terwijl mijn langetermijngeheugen nog best in orde was.”
Bertie grijpt in, zij wil terug naar de gevoelens: “Voelde je ook schaamte?”
“Ik voelde me vooral klein worden bij bepaalde dingen die mijn dochter tegen me zei,” antwoord ik.
“Ja!,” roept Bertie – dit vindt ze belangrijk. “Andere mensen zeiden al schaamte te voelen voordat de dochter iets zei. Jij had dat dus niet? Bij de emoties die je voelt, moet je je afvragen wat dat over jou zegt. In zorgende banen ben je zelf je belangrijkste instrument.”
Ik probeer me af te vragen wat dit over mij zegt, maar Bertie gaat al verder: “Ze werd ook boosaardig, hè?”
Ik vond Nelly niet uitgesproken boosaardig. Achterdochtig, ja, dat wel. En koppig, ik vraag me af of ik als ik ooit ga dementeren ook zo vast wil blijven houden aan mijn eigen gelijk, of dat ik in alle onzekerheid de verpleegsters maar over alles laat beslissen. Een van mijn oma’s had dementie. Zij beschuldigde de verpleegsters ervan dat ze haar onderbroeken stalen. Als ik zo gek word, hoop ik dat er iemand is die me de humor van de situatie kan laten inzien. Iemand die de verpleegsters overhaalt mijn oma-onderbroeken over hun uniform aan te trekken. En dat ik dan niet zo ver heen ben dat ik de grap niet doorheb. Dat niet alles alleen maar tragisch is.
“Heb je er iets aan gehad?,” vraagt Bertie.
“Ja,” zeg ik, “ik krijg er vast nog mee te maken. Mijn vader is al officieel bejaard.” Daarmee bedoel ik dat hij vijfenzestig plus is, en beledig ik onbedoeld Bertie, die zelf ook gepensioneerd is.

Kampeerterrein

Ik verlaat het Horizon College – langs blonde meisjes, stoere jongens, vuilnisprikkende mannen met oranje vestjes – en zie dan, tegenover het station een bruin café-restaurant. ‘De Petershoek’. In het café zitten alleen maar grijze heren en dames. Ik wil er naar binnen, op zo’n plek voel ik me nu thuis. Ik kies een tafel in een hoekje. Een grijze heer knikt vriendelijk. Op de achtergrond klinkt zachtjes Blondie, aan de overkant van de straat wachten jonge mensen op de bus. Een jongen met een skateboard raast voorbij. Meisjes met schreeuwerige tassen giechelen geluidloos. Ik heb me nog niet eerder zo oud gevoeld.

In mijn aantekeningen zie ik het woord “kampeerterrein”, ik heb opgeschreven dat de dementiesimulator zich op het “kampeerterrein” bevond. Even de angst voor de verstrooidheid. Dan lees ik verder in Hersenschimmen. Met Maarten gaat het van kwaad tot erger. “Lichtjes golvend… de hele binnenkant dreigt nu naar buiten te komen… eens had Einstein gelijk maar hij vergat deze plek… hier heeft het licht geen snelheid meer… niets om me in te vermeien.”

De barvrouw geeft me chocolaatjes bij de rekening en noemt me “kind”. Ik verruil het café met de grijze gasten voor de voorzichtige zon en de kinderen buiten. Oud zijn komt later.

Mail

Emy Koopman Emy Koopman is schrijver en was jarenlang Hard//hoofd-redactielid. Ze debuteerde in 2016 met de roman Orewoet.

Liesbeth de Feyter studeerde schilderkunst en beeldverhalen aan Sint Lucas in Brussel. Ze werkt als freelance illustrator en striptekenaar en maakt poëtische beelden met een luguber kantje.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Na een paardentocht in Kirgizië wordt voor Jip van Steenis duidelijk dat haar connectie met gids Sultan een andere wending nam dan ze had verwacht. Wat gaat er allemaal verloren in de interculturele vertaling wanneer je als toerist een band opbouwt met iemand in het buitenland? En hoe begeef je je in deze heteronormatieve dynamiek als biseksueel, in een land waar je niet queer mag of durft te zijn? Lees meer

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Janine Abbring begint het gesprek met de woorden: “Je bent de afgelopen paar jaren veelvuldig bekeken door andermans ogen, maar vanavond kies jij de beelden.” Dat zet meteen de toon, maar roept ook de vraag op: zal doorgewinterde diplomaat Sigrid Kaag, met haar altijd politiek correcte antwoorden, het achterste van haar tong laten zien, of... Lees meer

Dingen die ik nooit gedaan heb

Dingen die ik nooit gedaan heb

Op een warme avond in een koele loods loopt een jonge vrouw een bekende professor tegen het lijf. Met de geur van opgedroogd zweet en de aanblik van een duur kapsel neemt Faye Schumacher ons mee in een ontmoeting tussen Vanessa en Meneer de Professor. Lees meer

:Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Tommy Wieringa verleidt je op fantastische wijze om samen met hem een doodlopende steeg in te lopen. Met een lach en een handig gebaar wijst hij de kijker op de fonkelende scherven onder ieders voeten. 'Er is nog heel veel te redden.' Lees meer

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

'Een uitvaart is toch meer voor de nabestaanden.' Steef probeert zichzelf een houding te geven wanneer ze hoort dat haar vervreemde zus is overleden. Nadine Ronde neemt je mee in de eerste stadia van het rouwproces dat begint met een ongemakkelijk potje airhockey, een Super Mario PEZ-dispenser en gesprekken over de prijsstijging van komijnekaas. Lees meer

Auto Draft 22

Merel Pauw/Elmer zoekt naar vorm in Zomergasten: ‘Mag ik hier eeuwig over twijfelen?’

Astrid Goossens ziet hoe Zomergast Merel Pauw (/Elmer) zich comfortabel voelt als buitenstaander, terwijl ze praat over haar idolen, ingewikkelde mannen, blinde vlekken, het loslaten van controle, nationalisme en de schoonheid van harige kostuums. Maar krijgen we ook de mens ‘Merel’ te zien, of genieten we vooral van een performance? Lees meer

Meisjes

Meisjes

Op een dag krijgt een jonge vrouw de vraag om voor een standbeeld te zorgen. Samen met haar botte schaar vertrekt ze naar het bos. In dit verhaal onderzoekt Mei-yun Boswinkel de spanning tussen het strakke keurslijf van de middelbare school en het verlangen naar een ongedwongen ruimte. Lees meer

Auto Draft 21

Zomergast Nasrah Habiballah houdt koppig de handrem erop: 'Het gaat niet om mij'

Lies Defever ziet hoe Nasrah Habiballah in het laatste seizoen van Zomergasten drie uur lang strategisch de handrem aangetrokken houdt. Via fragmenten van anderen zien we haar liefde voor de wereld om haar heen, maar zelf blijft ze vooral ongrijpbaar. Koppig lijkt ze vast te houden aan dat wat goede journalistiek in principe zo belangrijk maakt: jezelf telkens opnieuw proberen aan de kant te zetten. Lees meer