Lies Defever ziet hoe Nasrah Habiballah in het laatste seizoen van Zomergasten drie uur lang strategisch de handrem aangetrokken houdt. Via fragmenten van anderen zien we haar liefde voor de wereld om haar heen, maar zelf blijft ze vooral ongrijpbaar. Koppig lijkt ze vast te houden aan dat wat goede journalistiek in principe zo belangrijk maakt: jezelf telkens opnieuw proberen aan de kant te zetten.
Abdel Halim Hafez in het groot op de achtergrond, daarvoor, twee vrouwen met hun rug naar de camera: televisiekijkend Nederland sluit de avond af met een ongezien beeld. Hafez komt via Nasrah Habiballahs vaders satelliettelevisie in de tweede aflevering van het laatste seizoen van Zomergasten terecht. De ruggen zijn ons toegekeerd nadat interviewer Janine Abbring haar gast Nasrah Habiballah uitnodigde om, buiten het zicht van de kijker, de handrem los te laten.
De handrem zat er namelijk flink op, zoals Abbring opmerkte – doorheen Habiballahs afgelopen jaren als NOS-correspondent in Palestina en Israël, maar ook tijdens de aflevering verslapte die niet. Na drie uur en twaalf fragmenten blijft Habiballah ongrijpbaar voor me. Details over haar eigen leven geeft ze maar met mondjesmaat, ondanks Abbrings pogingen wat straffe verhalen, meningen of analyses lost te krijgen. Ingetogen, noteerde ik eerst, maar na verloop van tijd leek die houding strategischer te zijn.
Ze lijkt namelijk ook in volle vaart de wereld in te willen rijden: vanuit haar fragmentenkeuze sprak een ongebreidelde nieuwsgierigheid en liefde voor alles wat zich onder deze zon afpeelt. Van all-in cruise life tot Chinese opera, kneuterige Hollywood remakes of de oer-Nederlandse droom van een verbrokkelend Frans chateau, tot avonden gedeelde liefde voor Hafez met haar vader. Habiballahs doel is om journalist te zijn – om verhalen en mensen zonder oordeel in beeld te brengen en zichzelf daarbij aan de kant te schuiven. ‘Het gaat niet om mij,’ herhaalt ze verschillende keren. Of ‘Je ziet dat hij het écht probeert te snappen,’ over componist Ed Spanjaard die zijn oren probeert te spitsen voor nieuw klanken.
Het gaat haar om zijn vermogen om kalm en bijna zonder emotie over de meest pijnlijke situaties te spreken zonder de ernst ervan onder tafel te vegen
Haar opleiding en aanpak zijn die van een echte Hilversumdame – en dat zorgt bij Abbring voor herkenning. Meerdere keren lijkt het alsof we kijken naar collega’s in de koffiepauze die kletsen over hun basisschool, hun oma’s en hun gedeelde lievelingsfilm. Maar verder dan dat komt het onderonsje niet – Habiballah heeft namelijk een ander doel dan Abbring – niet entertainment is haar business, maar een poging de complexiteit van de wereld aan het grote publiek te brengen, of ‘kaas te maken van de situatie zoals die voor ons ligt’ zoals ze het zelf verwoordt. Inspiratie haalt ze uit bijvoorbeeld Edward Said, die wil begrijpen hoe situaties tot stand komen en voort blijven duren, zelfs als dat veel van hem vereist. Abbring vraagt of de keuze voor dit fragment een mening is die breekt met haar veelgeprezen ‘neutraliteit’, maar dat wijst Habiballah van de hand: het gaat haar hier om zijn vermogen zich aan te passen aan zijn publiek, om kalm en bijna zonder emotie over de meest pijnlijke situaties te spreken zonder de ernst ervan onder tafel te vegen.
Drie jaar verslag doen van een genocide, van een oorlog aan meerdere fronten, onder het luchtalarm en met baby vanuit de safe room – Habiballah beschrijft het als een gevoel van verdrinken. ‘Maar heb je dan niet af en toe de behoefte om je hart uit te storten?’ vraagt Abbring. ‘Nee,’ antwoordt ze zonder twijfel. Of ten minste, niet publiekelijk. Maar in haar volgende fragment breekt collega-journalist Mariam Barghouti als haar naar een twee-staten-oplossing gevraagd wordt. Habiballah houdt zelf de handrem aan, en laat Barghouti slim voor haar spreken. Maar dat rijden met die handrem aan, dat gaat uiteindelijk op de banden werken. En dat is dan ook waarom Habiballah hier zit: ‘Het mag wel even saai zijn nu.’ Aan de oorlogsadrenaline is ze niet verslaafd – ze heeft het altijd vooral afschuwelijk gevonden.
Habiballah wil rijden, die hele wereld door, ons meenemen, uit het raampje kijken
Wat we Hilversum vaak verwijten is een afstand tot de wereld die oneindig veel moeilijker te vatten is dan wat we onszelf graag voorhouden. Kort gaat het in het eerste deel over de rol van AI en sociale media, maar de snelheid waarmee dat onderwerp weer van tafel verdwijnt, bevestigt hoe erg beide vrouwen voor eigen publiek spreken. Ook is een (geo)politieke analyse de grote afwezige. Maar Habiballah is tenslotte verslaggever, geen analist of schrijver. De ‘neutraliteit’ die haar zo vaak geprezen wordt lijkt niet te komen vanuit een onderschatting of oppervlakkig begrip van de wereld zoals die is, maar spreekt juist van een liefde voor wat er voor haar ligt. Koppig lijkt ze vast te houden aan dat wat goede journalistiek in principe zo belangrijk maakt: jezelf telkens opnieuw proberen aan de kant te zetten.
Vol gas zonder handrem is beslist gezonder voor de auto zelf, een uitgesproken politieke motivatie of drive houdt iemand misschien wel langer overeind. Maar toch kan ik uiteindelijk, ondanks dat er daar een Hilversumdame zit, niet anders dan bewondering hebben voor dat actief decentreren van zichzelf. Het gaat haar om nieuwsgierigheid, om de wereld, die zo oneindig en ondoorgrondelijk is, en, meestal, ook afschuwelijk. Habiballah wil rijden, die hele wereld door, ons meenemen, uit het raampje kijken. Maar eerst, naar Abdel Halim Hafez, zonder handrem.
Lies T. Defever onderzoekt wat architectuur en bouwprojecten kunnen vertellen over veranderende machtsverhoudingen, en schrijft over hoe we imperia kunnen begrijpen door hun materiële connecties. Daarnaast is ze zelfstandig redacteur en een groot liefhebber van essays en kortverhalen. Ze publiceerde bij Hard//hoofd, Karakters.eu, Simulacrum en Tijd&Taak.
Jeltje de Koning (zij/haar) is een illustrator uit Utrecht. Ze geeft kleur en vorm aan ons gevoelsleven, hoe we liefhebben, lachen, huilen, vieren, rouwen, stilstaan, reflecteren en weer doorgaan. Gevoel, emotie en contact met elkaar, onszelf en alles wat je ooit geweest bent staat centraal. Wat zie je als je verder kan kijken dan dat er op het eerste ogenblik zichtbaar is?
















