Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’
Het begon met een stilte. Een stilte die vaak viel wanneer ik over mijn verleden probeerde te praten. Niet de stilte van verlegenheid, maar die van een afgebakend terrein, als een ommuurde tuin waar woorden niet welkom zijn. Als jongvolwassene voelde ik die grenzen intuïtief. Geen verbod dat uitgesproken werd, geen hand die me tegenhield, maar een onzichtbare muur die zei: ‘Kijk vooruit.’ Alsof het verleden vanzelf zou oplossen als je er maar lang genoeg van wegbleef.
Onbewust hield ik afstand van het verdriet, de angst en het trauma. Toch waren het juist die verzwegen herinneringen die het diepst verankerd zaten – de chaos rond de vlucht, het verlaten van de familie en de twee keer dat we door de Vietnamese kustwacht werden achtervolgd en beroofd. Ik probeerde me vast te houden aan de fijne kant van het verleden, zoals de gezelligheid van familiebijeenkomsten tijdens het nieuwjaarsfeest of de vrolijke momenten met vrienden. Die fragmenten gaven me houvast. Ze hielpen me te overleven in een nieuw land waar alles vreemd was.
De verhalen waren soms bitter, soms hoopvol, maar altijd doordrenkt van veerkracht
Naarmate ik ouder werd, wilde ik ze leren verstaan. De onuitgesproken woorden. Ik begon te praten, te luisteren en langzaamaan brokkelden de muren af. Vooral dankzij mijn werk op het Koninklijk Instituut van Taal-, Land- en Volkenkunde in Leiden kwam ik op het idee om de verhalen van voormalige Vietnamese bootvluchtelingen in Nederland bijeen te brengen. In het instituut bevond zich een groot aantal interviews met mensen afkomstig uit de voormalige Nederlandse koloniën. Die werden veel beluisterd, door zowel familieleden van de geïnterviewden als andere belangstellenden, zoals journalisten en onderzoekers. Ik merkte hoe belangrijk het is, voor de jongere generaties in het bijzonder, om het verhaal van je eigen (groot)ouders te leren kennen. Zo ontstond mijn verlangen om de geschiedenis die door mij en andere Vietnamezen nooit hardop werd uitgesproken, alsnog te vertellen. Dit idee zou later uitgroeien tot het interviewproject Onvertelde Verhalen: Van Vietnam naar Nederland.

Het vertrekpunt van mijn zoektocht was persoonlijk, maar mijn verhaal raakt aan dat van velen. Duizenden Vietnamese bootvluchtelingen waagden in de jaren 70 en 80 hun levens op zee, op zoek naar veiligheid na de val van Saigon in 1975. Tijdens de interviews kwamen de eerder verzwegen ervaringen laag voor laag naar boven: het beklemmende bestaan onder het communisme, de gruwelen van de oorlog, de gevaarlijke overtocht, de eerste voorzichtige stappen in een vreemd land en uiteindelijk het moeizame hervinden van de identiteit te midden van verlies en verandering. De verhalen waren soms bitter, soms hoopvol, maar altijd doordrenkt van veerkracht. Een vergeten hoofdstuk in de geschiedenis werd heropend om zichtbaar te maken dat achter cijfers en politieke gebeurtenissen altijd mensen schuilgaan – met namen, gezichten en verhalen. En onze verhalen begonnen natuurlijk al ver voor de val van Saigon.
Een onafhankelijk maar verscheurd Vietnam
In 1954 besloten mijn ouders al om hun leven in Hanoi achter zich te laten, na de scheiding van Vietnam in een noordelijk en zuidelijk deel. Mijn vader – gedreven als hij was door het verlangen naar een democratisch en onafhankelijk Vietnam – had zich aanvankelijk verzet tegen de Franse koloniale overheersing. Toen het verzet steeds sterker onder invloed kwam te staan van communistische groeperingen, voelde hij zich ongemakkelijk. De communistische ideologie en werkwijze strookten niet met zijn visie op hoe Vietnam moest worden bevrijd en opgebouwd. Nadat in 1954 de Akkoorden van Genève waren gesloten en Vietnam werd opgesplitst in een communistisch Noord en een niet-communistisch Zuid, trokken hij en mijn moeder, net als bijna een miljoen andere Noord-Vietnamezen, zuidwaarts. Op zoek naar een nieuw begin.
Aan de horizon groeide een dreiging: Noord-Vietnam had de vurige wens om het land onder communistisch bestuur te herenigen nooit opgegeven
Deze stap bracht veel onzekerheden met zich mee, maar het verlangen naar vrijheid, naar een leven dat ze zelf konden vormgeven, was sterker. Eenmaal aangekomen in Saigon voelden mijn ouders de energie van de stad en de vriendelijkheid van de mensen. Ze waren optimistisch over de toekomst, zagen nieuwe kansen om het land op te bouwen. Maar aan de horizon groeide een dreiging: Noord-Vietnam had de vurige wens om het land onder communistisch bestuur te herenigen nooit opgegeven.
In januari 1959 nam het Centraal Comité van de Vietnamese Arbeiderspartij in het noorden Resolutie 15 aan, die opriep tot een gewapende volksopstand in het zuiden om het ‘imperialistisch en feodaal bewind’ omver te werpen en de nationale eenheid te herstellen. Er volgde een golf van gewapende acties door communistische strijdgroepen, aangestuurd vanuit het noorden. Politieke netwerken werden nieuw leven ingeblazen en via de beruchte Ho Chi Minh-route trokken Noord-Vietnamese troepen zuidwaarts om de georkestreerde opstand te steunen. De situatie escaleerde snel en trok de aandacht van de Verenigde Staten.
De Amerikaanse inmenging zou het verloop van de oorlog ingrijpend veranderen, met verstrekkende gevolgen voor Vietnam. Voor ons, gewone burgers, betekende de militaire escalatie een ingrijpende verstoring van ons dagelijks leven. Een leven dat steeds meer werd overschaduwd door angst, onzekerheid en verlies.
Het einde van de oorlog
Na het vertrek van de Amerikaanse troepen in 1973 en de val van Saigon in 1975, werd Zuid-Vietnam in politiek, economisch en cultureel opzicht volledig gelijkgeschakeld met het noorden. Iedereen die met het voormalige Zuid-Vietnamese bewind werd geassocieerd, werd ten diepste gewantrouwd door de nieuwe communistische machthebbers. Veel ambtenaren, militairen en andere dienaren van het oude regime werden opgesloten in heropvoedingskampen, voor enkele maanden tot wel achttien jaar. Naar schatting werden zo’n anderhalf miljoen Vietnamezen in deze kampen onderworpen aan indoctrinatie, waarbij mishandeling en ondervoeding velen fataal werden. Hun families werden verbannen naar de zogenaamde Nieuwe Economische Zones in afgelegen berggebieden, waar ze onder zware omstandigheden moesten overleven.
Ik sprak met mensen die 's nachts nog altijd worden teruggeworpen naar die overtocht, naar de geur van diesel en de angst bij elke golfslag
De gebeurtenissen leidden tot een diepgeworteld gevoel van schuld en uitsluiting onder de Zuid-Vietnamese bevolking. Op scholen konden zelfs kinderen niet ontsnappen aan de beschuldigingen tegen hun ouders. Ook mijn familie had het onder het communisme heel moeilijk. Het pensioen van mijn vader was door de communisten stopgezet. Drie broers van mij werden naar heropvoedingskampen gestuurd, waar zij zes maanden tot zes jaar werden opgesloten. Ook mijn zwager heeft drie jaar in zo’n kamp moeten zitten. We moesten leven van ons spaargeld en van het verkopen van onze eigen spullen. Ik – een jongen van achttien – kon niet gaan studeren. De selectie van studenten geschiedde immers op basis van hoe ‘rood’ je was. Toen mijn broer na zes jaar gevangenschap werd vrijgelaten, ben ik samen met hem gevlucht.

In gammele boten sloegen we, zoals zovele andere Vietnamezen, voor het nieuwe regime op de vlucht. Maar niet iedereen had het geluk om een veilige kust te bereiken, of op open zee te worden opgepikt door internationale handels- of marineschepen. Naar schatting van de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR arriveerden er 929.600 vluchtelingen op een plaats waar ze asiel konden krijgen, terwijl er 250.000 op zee omkwamen. Vluchtelingen die over land ontsnapten, zoals de Hoa’s – Vietnamezen met een Chinese achtergrond – tijdens de toenemende spanningen met China die in 1979 tot oorlog leidden, zijn hierin niet meegeteld.
Vietnamezen in Nederland
Wie de tocht overleefde, stond meteen voor een volgende uitdaging: de zoektocht naar een thuis in een vreemd land. Via vluchtelingenkampen in Zuidoost-Azië kwamen uiteindelijk zo’n 16.000 Zuid-Vietnamese bootvluchtelingen in Nederland terecht – het totale aantal Vietnamese Nederlanders steeg volgens de CBS databank Statline per 1 juli 2024 tot 26.486. De gemeenschap heeft zich in de afgelopen decennia goed geïntegreerd, zonder haar eigen cultuur en identiteit te verliezen. Veel Vietnamese Nederlanders hebben zich sociaal, economisch en cultureel weten te positioneren. Vooral de jongere generatie vindt haar weg naar het hoger onderwijs en bouwt voort op het ideaal dat hun ouders meenamen: onderwijs als middel tot vooruitgang en een betere toekomst.
De vlucht over zee was niet alleen een fysieke reis geweest, maar betekende ook een existentiële breuk: met het verleden, met vertrouwen, met de taal. In de interviewgesprekken die ik voerde, kwam een pijn naar boven die vaak zorgvuldig was opgeborgen. Niet uit schaamte, maar uit bescherming, van henzelf en de generatie die volgde. Ik sprak met mensen die 's nachts nog altijd worden teruggeworpen naar die overtocht, naar de geur van diesel en de angst bij elke golfslag. Ze vertelden over de aankomst in Nederland, over de verwarring en dankbaarheid die ze voelden, over het moeten herdefiniëren wie je bent, in een taal die je niet kent.
Toch bleef er naast het trauma ook iets anders bestaan. Tussen al deze schaduwherinneringen groeide iets onverwachts: een vorm van waardigheid. We spraken vijftig jaar na de val van Saigon niet als slachtoffers, maar als getuigen van een historische gebeurtenis. De verhalen vormden uiteindelijk de kern van het boek Verdreven naar de zee, dat niet alleen wil getuigen, maar ook wil helen.
In tijden waarin empathie onder druk staat en politieke retoriek verhardt, zijn persoonlijke verhalen misschien wel onze krachtigste vorm van verzet
Terwijl ik luisterde naar de verhalen van de eerste generatie vluchtelingen, begon het langzaam tot me door te dringen hoe diep hun ervaringen doorwerkten in het leven van hun kinderen. Zelfs mensen die de oorlog nooit met eigen ogen zagen, dragen de echo ervan met zich mee: in hun opvoeding, hun zwijgzaamheid, hun dromen. De kinderen van de bootvluchtelingen bevinden zich in een tussenzone. Zij zijn geboren in vrede, maar gevormd door het onuitgesprokene. Zo heeft de oorlog generaties doorkruist. En juist daarom is het belangrijk dat deze verhalen verteld worden, worden opgeschreven, worden gedeeld.

Mijn boek Verdreven naar de zee is dan ook meer dan alleen een verzameling herinneringen. Het is een stap naar meer verbinding tussen generaties, en met anderen die deze verhalen nog niet kennen. Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren. En pas als we luisteren, kunnen we verder in het helingsproces.
De verhalen die ik opschreef, laten zien wat het betekent om je land te verliezen, om te vluchten, om opnieuw te moeten beginnen. Ze helpen ons onthouden dat achter elke vluchteling een mens schuilgaat met verlies én kracht. In tijden waarin empathie onder druk staat en politieke retoriek verhardt, zijn persoonlijke verhalen misschien wel onze krachtigste vorm van verzet.
Tussen hoop en heimwee – Saigon in mijn hart
En toch, achter al deze geschiedenis ligt mijn eigen heimwee naar Saigon. Ik was vierentwintig toen ik vluchtte uit Vietnam, uit mijn geboortestad. Het betekende een abrupt afscheid van het bekende, van alles wat ooit thuis was geweest. Maar in de jaren en decennia daarna kwamen herinneringen geregeld boven: de geur van jasmijnthee, het geluid van regendruppels op golfplaten daken. Nederland is geen Vietnam, maar desondanks een plek waar ik me thuis voel, waar ik het licht voel van Saigon dat door halfgesloten luiken valt.
Saigon was een stad op zoek naar zichzelf, als een adolescent die balanceert op de rand van volwassenheid: hoopvol, rebels, en kwetsbaar
Toen ik in 1957 in Saigon werd geboren, bloeide deze stad als een parel in het Verre Oosten. Het Franse koloniale verleden had veel sporen nagelaten in de architectuur, de taal, de cafés en de boekenwinkels, waar men nog veelal Franse literatuur las. Maar de levendige mix van optimisme, traditie en bruisende levenskracht was typisch Vietnamees.
Door de typische ochtendgeluiden van Saigon heen klonken Franse chansons uit een radio op een balkon. De geur van versgebakken baguettes mengde zich met de zoete damp van phở uit de straatkraampjes. Schoolmeisjes droegen witte áo dài naar school, en geloofden dat beschaving schoonheid inhield, beleefdheid, en boeken in linnen kaften. Saigon was geen Parijs, maar ze had haar eigen elegantie, een bruisende energie, Europese allure en een diepgewortelde Vietnamese ziel. Het was een stad op zoek naar zichzelf, als een adolescent die balanceert op de rand van volwassenheid: hoopvol, rebels, en kwetsbaar. De Franse stijl bracht een zekere elegantie, maar voor mij ook een gevoel van afstand. Tot op de dag van vandaag heb ik een dubbel gevoel: een heimwee naar het authentieke Vietnam, en tegelijk een waardering voor het open karakter dat Saigon ons bracht. Het heeft mijn identiteit gevormd, als iemand die toen al tussen werelden leefde, met een hart dat zowel oosters als westers klopt.
Nu, jaren later, voel ik nog steeds heimwee. Heimwee naar dat Saigon van voor de oorlog, toen de toekomst nog open lag. Een Saigon dat niet meer is, maar voor altijd voortleeft in mijn herinnering. Mijn hart keert telkens terug naar die oude stad. Naar de schemering aan de oever van de Saigon-rivier, naar de dromen van een jonge natie die vrij wilde zijn tussen de stormen van ideologieën.
Lam Ngo is bibliothecaris, tolk-vertaler en docent in Vietnamese taal en cultuur. Hij ontvluchtte zijn geboorteland in 1981. In Verdreven naar de zee bundelt hij de verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen in Nederland.
Mart de Jong maakt zijn werk op een hele vrije manier en hoopt altijd de kijker ook maar een klein beetje te laten ervaren van precies datgene dat hem zo fascineert aan een bepaald thema.

















