Asset 14

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Met Ana Lupas — On This Side of the River Elbe en Magdalena Abakanowicz — Human Nature programmeren twee Nederlandse musea ambitieuze tentoonstellingen van avant-garde kunstenaars die zich vanaf de jaren zestig ontworstelden aan het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde.

‘De details van mijn persoonlijkheid waren ongeldig, ze stonden haaks op het geheel*,’ zo citeert curator en directeur Letizia Ragaglia de Roemeens-Duitse Nobelprijswinnaar Herta Müller in de catalogus van de tentoonstelling van het Stedelijk Museum en het Kunstmuseum Liechtenstein. Hetzelfde, stelt Ragaglia, geldt voor kunstenaar Ana Lupas. Het werk van kunstenaar Magdalena Abakanowicz spreekt ook met een stille intensiteit: beiden verwezen nooit expliciet naar de onderdrukking in hun landen, maar hun werk legt de nadruk op wat identiteit vormt — het detail, het resterende.

Lupas groeide op in een academisch gezin in het communistische Roemenië, waar de velden hun seizoensritme verloren onder het juk van collectivisatie van de landbouw. Plekken van samenzijn en oogst werden gereduceerd tot opbrengsten en quota. Voor Lupas was kunst een vorm van stil verzet. Ze studeerde aan het toenmalige Institutul de Arte Plastice Ion Andreescu, een school die doorgaans enkel wie zich binnen de cirkels van de macht bewoog toeliet. Een zeldzaam talent kon die drempel overstijgen — Lupas behoorde tot die weinigen. Van de vier mogelijke specialisaties koos ze textielkunst, naast een verdieping in muurschildering. Haar palet bestond uit doeken, linnen, oude jassen; materialen die nauwelijks met artistieke expressie werden geassocieerd, maar die haar de vrijheid gaven te experimenteren.

In een tijd waarin de politiek sociale cohesie probeerde te ontnemen, stond Lupas juist bekend om de menselijke dimensie van haar werk. In de jaren na haar opleiding begon haar praktijk zich te wortelen in de collectieve ervaring. Ze won het vertrouwen van de lokale landbouwgemeenschap van Transsylvanië, geteisterd door de onderdrukking, en creëerde samen met hen het werk Humid Installation (1966-70): gewassen linnengoed, breeduit en geometrisch gedrapeerd over een heuvel, fungeerde hierbij als een woordeloos protest, een ritueel van zuivering, een verzet tegen de onteigening van identiteit.

Het lichaam verschijnt hier niet als individu, maar als opslagplaats van zintuiglijke herinnering

Vanaf het midden van de jaren 80 richtte Lupas zich op zelfportretten, als verdere verkenning van een genre dat streng gedicteerd werd door opgelegde idealen. In 2000 werkte ze met beelden van zichzelf op tentoonstellingsposters, die ze overschilderde als lagen op een huid, elke penseelstreek een keuze. Eerder, in 1998, maakte ze de tijdelijke installatie Circul Foamei – Autoportret, waarvan het eerste deel vertaald kan worden als ‘Hongercirkel’ of ‘Hongercircus’. Met krijt tekende ze zintuigen en organen aan op roestige boilers, ooit gebruikt voor de distributie van schaars voedsel. De betonnen, koepelvormige structuren die de communistische dictator Ceaușescu hiervoor liet bouwen, staan bekend als Hongercircussen. Het lichaam verschijnt hier niet als individu, maar als opslagplaats van zintuiglijke herinnering, geabstraheerd tot functie.
Natuurlijk heeft Circul Foamei – Autoportret nog weinig met textielkunst te maken. Maar zoals bij velen die textiel tot kunst verhieven, liep ook bij Lupas de strijd om erkenning uit op een nieuwe vorm van reductie. Magdalena Abakanowicz vatte die tragiek helder samen: ‘Onafhankelijk van wat ik zou creëren — of het nu in hout, steen of brons was — het zou gezien worden als een wandtapijt.’

Ook Abakanowicz kwam uit een gegoede familie – een achtergrond die vanaf de late jaren dertig werd uitgewist. Haar leven en werk lijken zich te ontvouwen volgens tegenstellingen: haar aristocratische afkomst tegenover het verlies van (landbouw)eigendommen door confiscatie en collectivisatie; de deelname aan een door de staat gecontroleerd kunstsysteem tegenover de drang tot eigen expressie; het creëren van een autonome kunstvorm binnen het medium textiel dat traditioneel werd gezien als ambacht.

Het weefsel van geheugen 1
Magdalena ABAKANOWICZ, Dos, (Altérations series), 1978 - 1980 © Collection of the Institute of Contemporary Art, Villeurbanne/Rhône-Alpes © The Estate of Magdalena Abakanowicz

Abakanowicz werkte met ruwe vezels en grove textiele structuren die de broosheid van het lichaam verstilden. Haar grote, driedimensionale, organische sculpturen werden ‘Abakans’ genoemd: haar achternaam werd een begrip, verwijzend naar een radicale, individuele expressie. ‘Ik zie vezels als het basiselement dat de organische wereld op onze planeet bouwt. [...] Wij zijn vezelachtige structuren,’ zei ze. Curator en schrijver Mary Jane Jacob omschreef haar vroege werk als een weergave van ‘de aftakeling van het menselijk lichaam: ingevallen buiken waarvan de plooien hun honger verloochenen [...].’

Zowel Abakanowicz als Lupas groeide op in de schaduw van de ijzeren greep van een autoritair regime, waarin de collectivisatie van de landbouw de wortels van gemeenschappen ontwrichtte — en waar tekorten, opgelegd door censuur en onderdrukking, een beeldtaal kregen in ruimtelijke installaties. Hoewel hun achtergrond gelijkenissen vertoont, beiden een revolutionaire rol speelden in de textielkunst, en ze een aantal keer op dezelfde kunstfestivals en exposities in de jaren 60 en 70 werden uitgenodigd, is niet bekend of ze elkaar daar ook daadwerkelijk ontmoet hebben.

Je kan objecten en voedsel niet bespotten als je in de rij moet staan om het te krijgen’

Begin jaren zeventig stopte Abakanowicz met weven — een poging om te ontsnappen aan wat ze het ‘craft ghetto’ noemde en aan de gefeminiseerde connotaties die textielkunst bleven omgeven waardoor deze vorm in de kunstkritische hiërarchieën gedegradeerd werd tot minderwaardig. In dezelfde jaren werden opeenvolgende Poolse regeringen sterk gestuurd vanuit de USSR. De opkomst van de verzetsbeweging Solidarność in 1980, die ook de tentoonstelling in Gdańsk organiseerde waar Abakanowicz haar bekende houtsculptuur The Cage (1986) toonde, betekende ook stakende havenarbeiders en lege winkelrekken. ‘Popart had niet kunnen ontstaan in Polen,’ zei ze in een interview met Odra in 1996. ‘Je kan objecten en voedsel niet bespotten als je in de rij moet staan om het te krijgen.’

Er is veel geschreven over Abakanowicz, ook door haarzelf in autobiografische essays en monologen. Interpretaties van haar werken zoals Backs (1976-80), een reeks karkasvormige, hoofdloze sculpturen van jute en bronzen lichamen die zich letterlijk afwenden van het publiek, blijven echter slechts suggestief. Toen bezoekers haar vroegen naar de betekenis van haar werken op onder meer de Biënnale van Venetië — antwoordde ze bevestigend op elke interpretatie, ‘omdat het spreekt tot de menselijke conditie in het algemeen’.

De vorm is monumentaal, de emotie ingetogen. Wat Lupas en Abakanowicz delen, is de overtuiging dat het lichaam niet slechts drager is van pijn, maar ook van herinnering. In hun werk verschijnt honger als een lichamelijk geheugen — niet abstract, maar gegrift in vezels, texturen, stoffen, structuren. Wat we zien zijn geen portretten, maar opslagplaatsen van collectieve tekorten.

* Herta Müller, Hunger und Seide, 1995.

Headerbeeld: Magdalena Abakanowicz, Bois le Duc, (1970-1971), Provinciehuis Noord-Brabant © The Marta Magdalena Abakanowicz Kosmowska and Jan Kosmowski Foundation, Warsaw. Foto: Rob Lipsius.

Mail

Sander Bortier schrijft over culturele dialogen, tussen kunstwerken onderling, tussen kunstenaar en de maatschappij. Sinds kort is hij kunstcurator bij Hard//Hoofd.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Na een paardentocht in Kirgizië wordt voor Jip van Steenis duidelijk dat haar connectie met gids Sultan een andere wending nam dan ze had verwacht. Wat gaat er allemaal verloren in de interculturele vertaling wanneer je als toerist een band opbouwt met iemand in het buitenland? En hoe begeef je je in deze heteronormatieve dynamiek als biseksueel, in een land waar je niet queer mag of durft te zijn? Lees meer