Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’
En wat zijn mentale problemen? Van Os: ‘Ik vermoed dat het allemaal hetzelfde onderliggende is. Ontregeling in de mentale ruimte.’ Van Os is een voorstander van ‘transdiagnostisch werken’: we hebben niet één DSM-stoornis, alles overlapt. Mentale klachten zijn spectra/gevoeligheden (angstgevoeligheid, depressiegevoeligheid, et cetera) waar iedereen in meer of mindere mate op scoort. Bijvoorbeeld: we duiden de hele dag allerlei cues aan sociale informatie. Een psychose, waarbij je achterdochtig wordt, is simpelweg een teveel aan duiding: ‘uit de hand gelopen betekenisgeving’.
We navigeren naar documentaire Oumuamua (2018): wetenschappers stuiten op een mysterieus sigaarvormig ruimte-object in hun modellen. Het vliegt te ver om direct waar te nemen, maar metingen liegen niet. Van Os lacht om de astrofysisci: ze vergeten dat het slechts hypotheses zijn. Dit moet wel het werk van aliens zijn, zeggen ze. Ze zijn net psychiaters, vindt Van Os. Ook het bewustzijn is niet direct waarneembaar. Psychiaters ‘hielden het harde werk van het niet-weten niet meer uit’ en hebben geconcludeerd: psychische ziekten moeten wel breinstaten zijn.
‘We hebben een boek vol aliens gemaakt: de DSM.’
Inderdaad, met geen enkele hersenscan van een breingebiedje of genenpakket kun je testen of iemand een psychische aandoening heeft. Toch doen we nog steeds alsof al die DSM-beschrijvingen voor een onderliggende breinziekte staan.
Valide kritiek. Maar het lijkt ook een persoonlijke kwestie – dat Van Os zo strijdt tegen het idee van psychische ziektes als iets biologisch (en dus ongeneeslijks). Hijzelf is één keer in de war geweest, vertelt hij. Maar zijn zoon heeft meerdere psychoses gehad. Het gezicht verstrakt merkbaar.
Ben je dan een psychiater of vader voor je zoon, vraagt presentator Abbring? ‘Nee, voor je eigen kind kun je geen psychiater zijn. En ook niet altijd een goede vader,’ vertelt Van Os. Hij was ‘afwezig.’ Net als zijn eigen vader (getoond op archiefbeeld): een gynaecoloog met PTSS die nog twee kinderen verwekte met zijn eigen zaad.
Van Os staat bekend om zijn uitspraken dat therapie niet alles is, dat je steun moet zoeken bij elkaar. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Plotseling begrijp je waar het vandaan komt. Van Os’ zoon kwam erbovenop door… een geliefde. Nu is hij huisvader van twee kinderen en een bonuszoon, over wie híj zich dan weer ontfermt. Van Os: ‘Ik ben ontzettend trots op hem.’
Zijn zoon stopte óók met alcohol, terwijl Van Os een vrolijk pleidooi houdt voor een glaasje of drie per dag (Deense filmklassieker: Druk).
En wat zijn mentale problemen? ‘Ontregeling in de mentale ruimte'
Kritiek krijgt Van Os ook – op zijn euthanasiepositie. Euthanasie bij psychisch lijden wordt bijvoorbeeld soms verleend aan met mensen met autisme, wiens problemen bovengemiddeld vaak sociaal-maatschappelijk bleken (eenzaamheid) en dus verhelpbaar. De euthanasie noemt hij dan ‘een quick fix’. Ouders van een kind dat zo’n euthanasie kreeg, vonden dat hij hen een schuldgevoel aanpraatte, en klaagden hem aan. Van Os verontschuldigde zich, meermaals. ‘Als ik hier iets van moet leren, dan gaat dat via het tuchtrecht. Maar mijn zorgen zijn ook echt.’
Abbring vraagt: ‘Wat is er over 50 jaar veranderd in de ggz?’
Van Os begint over een beter klimaat, betaalbare en toegankelijke zorg, genoeg woningen. Maar expliciet politiek wordt hij niet. Wel pleit hij voor andere vormen van zorg dan het één-op-ééngesprek met de psychiater: lotgenotencontact, de herstelacademie, geestelijke verzorgers. Het kan allemaal, de hoofdbehandelaar moet de patiënt alleen helpen met kiezen.
Hoe ziet die nieuwe ggz eruit?
Van Os toont The Work (2017): in deze gevangenisdocumentaire praten vrijwilligers met gedetineerden. Eén jongeman (tweemaal levenslang) is suïcidaal: hij mag zijn zoontje niet meer zien. De sociale steun uit de mannenpraatgroep is onbeholpen. Een gast in hawaïhemd zegt: ‘I’m sorry man. I wanna sit next to you.’ Ene Charles barst zelf in tranen uit. Een derde geeft de sombere een donderpreek, zelfmoord is ‘bullshit, the easy way out!’ Hardhandige hugs volgen. De onprofessionaliteit is juist een kracht, ‘die confrontatie, dat kan hier,’ beweert Van Os. Toch geeft het fragment ook ongemak: kan íédereen iedereen steunen, of is er niet ook een basis aan mentale ruimte en vaardigheden nodig?
Hoe kan psychosezorg anders? Van Os: ‘Je kunt in gesprek gaan met de waanzin.’
In documentaire Mijn Woord Tegen het Mijne (2025) zien we een gesprek tussen een psychiater en een psychotische stem. Het lijkt wel een hypnose-experiment. De psychotische patiënt, Tamira, wordt vanuit rollenspel gevraagd de stem toe te laten, in haar houding en mimiek en antwoorden. De therapeut richt zich direct tot de stem in Tamira’s hoofd: ‘Jij bent een man hè.’ ‘Ja.’ ‘Hoe lang ben jij al in het leven van Tamira?’ ‘Tien jaar.’ Het is oprecht, baanbrekend en eng tegelijk.
Drie uur op televisie, zo aan het denken gezet worden! Het is eeuwig zonde dat Zomergasten nu verdwijnt.
Marthe van Bronkhorst (zij/haar) is schrijver, theatermaker en psycholoog en studeerde aan de VU Amsterdam en Harvard Medical School. Ze schreef voor onder meer Theater Ins Blau, Sonnevanck, Over het IJ festival, Kluger Hans, Meander, De Revisor en werkt aan een roman over duikers bij uitgeverij De Geus.
Jeltje de Koning (zij/haar) is een illustrator uit Utrecht. Ze geeft kleur en vorm aan ons gevoelsleven, hoe we liefhebben, lachen, huilen, vieren, rouwen, stilstaan, reflecteren en weer doorgaan. Gevoel, emotie en contact met elkaar, onszelf en alles wat je ooit geweest bent staat centraal. Wat zie je als je verder kan kijken dan dat er op het eerste ogenblik zichtbaar is?
















