Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’
‘Als jij een hoofddoek gaat dragen en jezelf laat onderdrukken door mannen, I won’t stand for it,’ waren de woorden die mijn grote zus tegen me zei toen ik liet doorschemeren interesse te hebben in de islam. Deze woorden laten zien wat het gros van de westerse samenleving ook denkt: een hoofddoek is onderdrukking van je vrijheid en kracht als vrouw.
Ik ontken niet dat het voor sommige moslima’s wél als onderdrukking voelt. Er zijn genoeg voorbeelden die dat ondersteunen. Maar we kunnen niet ontkennen dat ook de westerse schoonheidsidealen onderdrukkend zijn voor vrouwen. Het uiterlijk van meisjes en vrouwen wordt altijd benoemd, al vanaf het moment dat ze op deze wereld zijn gebracht. Vroeger moesten we vooral zo dun mogelijk zijn, platte billen, platte buik, geen vetje te bekennen. En nu, sinds een jaar of tien, moeten we vooral grote billen, grote lippen, maar nog steeds die platte buik hebben. Hoe vaak hebben we als vrouw wel niet moeten aanhoren dat ‘elk pondje door het mondje komt’?
Het is dan ook niet vreemd dat vrouwen het kennelijke belang van hun uiterlijk internaliseren en er veel waarde aan hechten. We volgen trends die ons er ‘het beste’ uit laten zien en laten ons leven daar vaak te veel door leiden. Geen enkele vrouw ontkomt eraan.
Ook ik niet. Als tienermeisje werd ik al gegrepen door wat de maatschappij als schoonheid zag. Ik zag foto’s van dunne modellen in magazines en ik wilde ook zo zijn. Ik was al dun, maar toch voelde het niet genoeg. En zo begon mijn eerste dieet: geen ontbijt, geen lunch, alles wat ongezond was stiekem later weer uitspugen. Waren mensen niet bezorgd, zou je denken? Zeker wel, maar onder het mom van ‘het zit in de familie om wat ondergewicht te hebben’ wuifde ik de bezorgdheden weg. Gelukkig wist ik mezelf te helen en kon ik de façade die ik zo jong al ophield weer laten vallen.
Hoe meer ik op die fitness-goeroes zou lijken, hoe meer ik ertoe zou doen
Jaren later, in het begin van m’n twintiger jaren, kwam ik opnieuw in een crisis terecht. Ik voelde mij vastgezet door verwachtingen van de maatschappij over hoe ik zou moeten zijn als vrouw. Of eerlijker gezegd, vastgezet door hoe mannen vonden dat ik zou moeten zijn als vrouw. Ik begon mij af te zetten tegen de norm, tegen het keurslijf waarin ik voelde dat ik leefde.
Ik ging weer studeren, sportte veel en bouwde aan een lichaam waar ik trots op kon zijn. Ik begon steeds meer te lijken op de vrouwen die ik op Instagram voorbij zag komen. Daarom móést ik laten zien waar ik aan had gebouwd, dat ik een van hen was. Niet wetende dat ik mezelf steeds meer begon te vervreemden van mijn eigen lichaam.
Achteraf gezien had ik enorm veel behoefte aan goedkeuring en erkenning van anderen. Ik wilde dat anderen mij zagen, mijn lichaam waardeerden, mij mooi vonden. Zowel mannen als vrouwen. Wederom koppelde ik mijn waarde aan mijn uiterlijk: hoe meer ik op die
fitness-goeroes zou lijken, hoe meer ik ertoe zou doen.

Ik werd, zoals ik het nu noem, de typische westerse feminist die het liefst van alle daken schreeuwde dat vrouwen beter zijn dan mannen, dat we mannen niet nodig hebben op deze wereld en dat bh’s dé vorm van onderdrukking zijn. Ik ging het liefst zo schaars mogelijk gekleed naar de sportschool. Mijn lichaam móést gezien worden, want dát was de vrijheid als vrouw. En dus ging ik wéér gebukt onder wat ik dacht wat je moest doen om vrouw te zijn.
Maar tijden veranderden. Ik begon me steeds ongelukkiger te voelen met wie ik was en hoe ik me presenteerde. Het voelde alsof ik alleen werd beoordeeld op hoe ik eruitzag, niet op wie ik van binnen was, ook door mezelf. Vlak na mijn ietwat te extreme feministische fase, kwam ik in aanraking met een moslim die mij de schoonheid van de islam liet zien.
Een van de eerste dingen die ik opzocht was: ‘Gaan de islam en feminisme samen?’
De islam was iets dat voor mijn gevoel ver van mijn normen en waarden afstond. Er wordt in de maatschappij immers geen fraai beeld van de islam geschetst. Maar ik was altijd al spiritueel; ik ben als christen opgevoed en geloofde altijd wel dat er íets is. Het christendom gaf me alleen nooit een compleet gevoel. Het geloof dat er meer is dan we met het blote oog kunnen zien, gepaard met de gesprekken die ik met deze moslim had, hebben mijn interesse in de islam aangewakkerd. Ik weet nog dat een van de eerste dingen die ik toen opzocht was: ‘Gaan de islam en feminisme samen?’ Kort gezegd was het antwoord daarop: ‘Ja, die gaan samen.’
Dus, vergis je niet, feminist ben ik nog steeds. Feminisme betekent voor mij nu simpelweg dat een vrouw de vrijheid heeft om het pad te bewandelen dat zij zélf wil, zonder druk van de maatschappij. En keuzevrijheid staat ook binnen mijn geloof enorm centraal.

Mijn geloof brengt mij bij mijn harnas. Een nieuw, schitterend, zelfgekozen harnas dat ik elke dag weer mag dragen. Een warme deken, die staat voor kracht, zelfliefde en geloof. Ik weet nog dat ik vlak voor mijn bekering tegen een vriendin zei dat ik nooit een hoofddoek zou gaan dragen. Dit zei ik zowel uit angst voor de reacties van mensen om mij heen, als de angst er niet meer toe te doen, mijn uiterlijk zou immers niet meer voldoen aan de westerse standaarden. Maar niet lang daarna droeg ik er tóch een. Diezelfde vriendin tegen wie ik deze woorden sprak, begon haar hoofddoek te dragen en dat inspireerde mij. Zij trok zich niets aan van wat anderen ervan vonden. Als zij het met volle overtuiging kan, dan ik ook.
En ja, veel moslima’s dragen hun hoofddoek vanwege hun geloof. Maar in tegenstelling tot wat mensen vaak denken, is dit niet uit dwang. We hebben namelijk de vrijheid gekregen om zelf te bepalen of we de hoofddoek wel of niet dragen.
Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne
Ik koos ervoor om het wel te doen. Uit eigen beweging, uit vrije wil, uit de keuzevrijheid die ik heb gekregen en die ik zo koester. Eerst als probeersel, als solidariteit met de vriendin die haar hoofddoek net droeg. En ook een beetje om te voelen wat het met me deed. Daarna werd het mijn nieuwe standaard. Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne. Ik kreeg een gevoel van autonomie over mijn lichaam, mijn seksualiteit, over mijzelf als vrouw.
De druk die ik voelde om elk deel van mijn lichaam te laten zien om erbij te horen, die is er niet meer. Mijn lichaam voelt niet meer alsof het van iedereen is. De buitenwereld bepaalt niet meer hoe ik eruit moet zien. De verwachtingen van schoonheid hebben mij niet meer in de hand.
Niet alleen ik zie dat, ook mijn eerder zó fel uitgesproken zus ziet dit. Zij is hierin – ondanks dat we anders denken over het leven – nu mijn grootste steun en toeverlaat. Doordat zij nieuwsgierig bleef en we er samen gesprekken over aangingen, kwam zij ook tot de realisatie: ik, haar kleine zusje, word niet onderdrukt.
Mijn lichaam is nu van míj. Ik ben nu – bedekt en al – juist vrij.
Tessy Ouwens probeert als student Sociale Wetenschappen te begrijpen wat mensen en groepen beweegt. Via haar woorden wil ze mensen aan het denken zetten en misverstanden doorbreken, in de hoop dat we weer de verbinding opzoeken.
Fien Rijks werkt als illustrator graag met analoge media zoals gouache en acryl, en probeert daarbij zo min mogelijk digitale aanpassingen te doen. Ze houdt van felle kleuren en vrolijke onderwerpen, maar werkt ook graag aan serieuze stukken. Naast haar werk als illustrator en boekontwerper, was ze beeldredacteur bij Hard//hoofd en werkt ze als boekverkoper in Utrecht.

















