Asset 14

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap.

Een paar maanden geleden was ik er zeker van dat ik nooit kinderen zou krijgen. Maar nu voel ik ineens de urgentie om het toch te overwegen. Het is geen bewuste wens, noch een biologische drang, meer een knagend gevoel in mijn achterhoofd. Alsof het iets dringends is dat ik tot nu toe ben vergeten te doen, zoals een belastingformulier dat ik nog moet invullen of een e-mail die ik allang had moeten versturen.

Het is vreemd hoe alleen al het nadenken over kinderen als een verlossing voelt. Ik zal misschien nooit kinderen krijgen, maar ik ben in ieder geval bezig met het overwegen ervan, alsof het de gedachte zelf is die ik moet afvinken. Misschien komt het door alle keren dat ik ‘Weet je het zeker?’ te horen kreeg wanneer ik zei dat ik geen kinderen wil. Ik weet dat ik ze niet wil, en toch voelt dat niet-willen incompleet zonder er eerst over na te denken. Elke keer dat ik de gedachte toelaat, voel ik opluchting, alsof alleen al het erbij stilstaan me vrijwaart van daadwerkelijk iets te moeten doen.

Het doet me denken aan hoe auteur Sheila Heti in Moederschap worstelt met de vraag of ze wel of geen kinderen wil. In haar boek vraagt Heti zich af of ze een kind zou moeten krijgen voordat het te laat is en weegt ze de liefde die een kind kan brengen af tegen de vrijheid van een leven zonder kinderen. Ze vergelijkt auteurschap vaak met ouderschap: als ze besluit geen kind te krijgen, kan haar boek een manier zijn om toch moeder te worden van iets. Hoe dan ook, aan het eind van haar zoektocht zal ze iets hebben voortgebracht.
Ik ben bijna dertig, maar ik voel niets van een biologische klok. Wat ik wel herken, is het gevoel dat de tijd wegtikt. Laatst vertelde een vriendin me dat haar borsten pijn doen als ze een baby hoort huilen; ik denk dat ik een soortgelijke steek in mijn borststreek voel wanneer ik hoor over mensen van mijn leeftijd die dingen bereiken. Het is een vertrouwde pijn. Geen jaloezie, niet precies. Meer een indringend besef dat mijn tijd opraakt. Mijn verlangen om iets blijvends te creëren voelt als een holte in mijn borst, een gat dat met elke mislukte poging en ongrijpbaar idee steeds dieper wordt.

Ik denk veel na over het schrijven van iets groots. Maar in plaats van te schrijven vul ik mijn vrije tijd met zinloze klusjes, zoals het schrobben van de siliconen randjes van mijn koelkast met azijn en een oude tandenborstel of het bijknippen van losse draadjes aan het kleed in mijn kleine woonkamer met mijn favoriete nagelschaartje. Ironisch genoeg lijken mijn dagen vaak op die van een thuisblijfmoeder. En misschien ben ik dat op een vreemde manier ook geworden, alleen zorg ik niet voor een kind, maar voor een idee.

Meestal word ik wakker zonder wekker. Ik vertel mezelf dat ik wacht tot de inspiratie toeslaat, maar dat gebeurt bijna nooit. Schrijven doe ik dus alleen in flitsen, in de rij bij de supermarkt of bij een rood licht.

Hoe beter ik betaald word, hoe slechter ik me voel over mijn werk. Het is een vreemde ironie

Ik schrijf vooral voor geld. Toen ik begon met schrijven, dacht ik nooit aan geld, maar nu is het alles waar ik aan denk. Zo gaat dat, denk ik. Als geld schaars is, wordt het het enige dat telt, zelfs voor mensen die zeggen dat ze er niet om geven. Opeens zijn woorden geen woorden meer, maar cijfers. In de schrijverswereld is een woord een paar cent waard, soms een halve euro.

Hoe beter ik betaald word, hoe slechter ik me voel over mijn werk. Het is een vreemde ironie. Het moment dat je begint te tellen, is het te laat; dan ben je al verloren. Hoe meer ik tel, hoe meer mijn werk uit elkaar valt. Voor deze publicatie verdien ik tien cent per woord, wat dat voor dit stuk betekent, laat ik aan jou.

Ik heb van mijn werk een spelletje gemaakt: proberen zo min mogelijk te doen terwijl ik net genoeg verdien om rond te komen. Zes recensies dekken mijn huur. Van twee interviews doe ik mijn boodschappen. Als ik klaar ben, plof ik neer op de bank en scroll ik door mijn telefoon. Ik maak lijstjes van dingen die ik moet doen: de vloeren dweilen, de lakens wassen, de boekenplanken afstoffen. Soms, net voordat ik in slaap val, krijg ik een idee, maar ik sta nooit op om het op te schrijven. Ik blijf gewoon liggen en laat het gaan.

Er is een zin uit een Netflix-komedie die ik moest recenseren voor een filmsite: ‘Your twenties are about hope. Your thirties are about losing it.’ Ik ben nog geen dertig, maar ik voel het gewicht van die uitspraak, alsof de hoop mij wat eerder heeft verlaten.

Zodra ik kon schrijven, maakte ik boeken – handgeïllustreerde verhalen over dieren die in een bos leefden. Nog voordat ik wist hoe ik een pen moest vasthouden, schreef ik brieven aan de buren met een stempelset die ik voor Sinterklaas had gekregen. Iedereen om me heen sprak over mijn potentie. Op school zat ik in hoogbegaafdenklasjes, en mijn leraren verzekerden mijn ouders dat ik voorbestemd was voor grootsheid.

Wanneer ik nu mijn worstelingen met mijn ouders deel, stellen ze voor dat ik erover schrijf. Dat is hun standaardantwoord. ‘Waarom schrijf je geen boek?’ Ik weet dat ze het goed bedoelen, maar hun verwachtingen verstikken me. Soms betrap ik mezelf erop dat ik zou willen dat ze in plaats van een boek op een kleinkind hoopten.

Tijdens mijn studie filosofie had ik vaak het gevoel dat niets wat ik schreef echt iets toevoegde. Het leek alsof ik, door mijn werk te baseren op de gedachten van anderen, zelf uit mijn woorden verdween. Alsof mijn werk niet echt van mij was, maar nog steeds aan de oorspronkelijke denker toebehoorde. Hetzelfde gevoel overvalt me nu als ik schrijf over films van beroemde filmmakers. Het gevoel dat mijn bijdrage, als die er al is, alleen bestaat uit het begrijpelijk maken van iets dat al bestaat.

Is het niet de grootste angst van elke maker dat hun zelfvertrouwen een fictie is?

In tegenstelling tot Heti voel ik me niet belast door de keuze tussen moederschap en een carrière. In plaats daarvan worstel ik met de wetenschap dat er zonder een kind niets in de weg staat om iets briljants te creëren. Het is een vreemde soort druk, alsof er een stem is die erop aandringt dat, als ik geen moeder word, ik op z’n minst iets anders ter wereld moet brengen. De stem komt met een alomvattende droefheid die ik associeer met verlies. Het lijkt zoveel eenvoudiger om de mogelijkheid van kinderen te overdenken dan de uitdaging aan te gaan om leven te blazen in een idee. De spanning tussen het willen creëren van iets briljants en het niet aan die verwachtingen kunnen voldoen, doet me denken aan My First Film van Zia Anger. In deze film ontleedt Anger de totstandkoming van haar eerste film, die nooit werd uitgebracht. Als je haar ‘echte’ eerste film op IMDb zoekt, staat er 'abandoned’, ‘verlaten’ (dat woord zou je ook kunnen gebruiken om mijn eigen werk te beschrijven).

Recensies van My First Film omschrijven haar eerste werk steevast als ‘mislukt’ (dat is het woord waarmee ik me identificeer). En toch, in tegenstelling tot mij, maakte Anger iets van haar mislukking. Via een omweg werd haar eerste project een succesvolle film. Om dat te doen, moest Anger die mislukking onder ogen komen. Ik stel me voor dat ik een boek schrijf over mijn eigen mislukte ideeën. Als ik op mijn oude notities reflecteer, zou ik degene die ze schreef dan ook megalomaan vinden, zoals Anger haar jongere zelf als arrogant neerzet? Als ik schrijf, heb ik vaak het gevoel dat mijn oudere zelf naar me kijkt en beschaamd commentaar levert op mijn grootheidswaanzin, net zoals Anger in voice-over continu het werk van haar jongere zelf becommentarieert. Is dit niet de kern van de grootste angst van elke maker? Dat hun zelfvertrouwen een fictie is? En toch, is een bepaalde mate van illusie niet noodzakelijk om überhaupt iets te creëren?

Als ik Anger voor een artikel via Zoom spreek, vraag ik hoe ze haar eerste film zelf zou omschrijven. Er valt een lange stilte. Ik denk tranen in haar ogen te zien, maar door het gepixelde scherm weet ik het niet zeker. Dan opent ze haar mond: ‘Een mooie klomp cellen die niet levensvatbaar is buiten het menselijk lichaam.’ Ik herken de woorden. Het is hetzelfde als wat de dokter haar aan het einde van haar tweede film vertelt, vlak voor haar tweede abortus.

Het voelt veelzeggend dat My First Film eindigt met een abortus. We praten graag over het creatieve proces alsof het een geboorte is, met een ‘conceptie’, ‘groei’ en ‘bevalling’. Als die metafoor klopt, dan is de première de geboorte van de film. Maar deze film heeft die nooit gehaald. In zekere zin werd hij echt geaborteerd. Maar wie nam die beslissing? Anger koos ervoor een abortus te ondergaan, maar het opgeven van haar werk was niet haar keuze. Ze besloot geen kind te krijgen; ze besloot niet dat, van de tientallen festivals waarnaar ze haar film stuurde, geen enkele haar film wilde vertonen.

Zwangerschap lijkt zo simpel – een biologisch proces dat zich vrijwel vanzelf voltrekt. Schrijven vereist een onophoudelijke reeks keuzes

Wanneer ik Anger naar de verbinding tussen abortus en ongezien werk vraag, antwoordt ze met een onverwachte dankbaarheid. ‘Als ik mijn eerste abortus niet had gehad,’ zegt ze, ‘zou ik nu een zestienjarige hebben.’ Als ik mijn eerste idee niet had opgegeven, hoe oud zou dat boek dan nu zijn?

Over haar eerste film spreekt Anger met hetzelfde gevoel van opluchting. ‘Ik was toen niet klaar om moeder te zijn, net zoals ik niet klaar was om regisseur te zijn.’ Ben ik klaar om schrijver te zijn? Ik denk aan alle projecten die ik ben begonnen maar nooit heb afgemaakt en huiver. Waarom kan ik ze niet tot wasdom laten komen? Zijn mijn ideeën niet levensvatbaar of ontbreekt het me simpelweg aan overtuiging? Maar om een idee toe te laten, moet ik mijn angst te falen onder ogen zien, en ik denk niet dat ik sterk genoeg ben om iets te voldragen.

Ik blijf denken aan die eerste film van Anger, de film die niemand zag. Ik betrap mezelf erop dat ik hem graag zou willen zien. Anger toont soms fragmenten, maar ze zijn vluchtig, incompleet. Is dit hoe rouw voelt voor mensen die voor een abortus kiezen? Een verlangen naar iets dat had kunnen zijn, maar er niet is? Mijn gedachten dwalen af naar de opgegeven fragmenten in mijn notitie-app. Je zou er een soortgelijke montage van kunnen maken.

Een gevoel van schuld bekruipt me terwijl ik door de flarden tekst op mijn telefoon scroll. Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt, of ben ik gewoon tijd aan het verdoen tot ze tot rijping zijn gekomen? Zoals ingevroren eicellen, wachtend om bevrucht te worden. Misschien laat ik de fragmenten om die reden in hun mapje zitten, in plaats van ze te verwijderen. In de hoop dat ze op een dag het licht zien, net zoals Anger toch iets van haar mislukte eerste film wist te maken.

Vaak vraag ik me af wat het betekent om iets te koesteren. Soms ben ik bang dat ik niet het geduld heb om dingen te zien groeien. Zwangerschap lijkt zo simpel – een biologisch proces dat zich vrijwel vanzelf voltrekt. Schrijven vereist een onophoudelijke reeks keuzes; een idee is altijd slechts een begin, iets dat je voortdurend moet ontwikkelen. Een kind opvoeden lijkt mij bijna gemakkelijk vergeleken met het vormgeven van een verhaal. Geen wonder dat auteurs hun kinderen als hun creaties zien.

Men zegt wel dat vrouwen met elk kind dat ze krijgen een boek minder schrijven. Maar, lees ik in een artikel van Karen Bourrier en John Brosz voor Slate Magazine, als je vrouwelijke auteurs met en zonder kinderen vergelijkt, blijkt er geen verband te bestaan tussen het aantal kinderen dat ze kregen en de hoeveelheid boeken die ze schreven. Het argument van Heti, dat moederschap een vrouw minder productief maakt, lijkt dus ongegrond. Waarom dan deze hardnekkige mythe?

Misschien is mijn romantisering van moederschap slechts een manier om te vermijden dat ik de waarheid onder ogen zie: dat ik niet klaar ben om voor iets te zorgen, of dat nu een kind is of een literair werk. Misschien is zwangerschap inderdaad de juiste metafoor voor creatie, en draait alles om het afmaken van wat je bent begonnen, om het elke dag weer te dragen tot het tot wasdom komt.

Ik denk opnieuw aan alle verlaten projecten in mijn notitie-app. Zachtjes zucht ik. Dan ga ik weer op de bank liggen.

Mail

Roosje van der Kamp (zij/haar) is essayist en criticus voor Het Parool, de Filmkrant en VPRO Cinema. Ze is geïnteresseerd in de interactie tussen werkelijkheid en fictie, met name in film. Als ze niet in een filmzaal zit, praat ze graag over Kierkegaard, design lampen en reality-tv.

Suze Hoek is illustrator en grafisch ontwerper. Ze laat zich voornamelijk inspireren door architectuur, toevalligheden op straat, systemen en de 'psyche'. Het liefst met 'n sausje humor. Over 5 jaar hoopt ze op meer gemeenschapszin, wereldwijd.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Na een paardentocht in Kirgizië wordt voor Jip van Steenis duidelijk dat haar connectie met gids Sultan een andere wending nam dan ze had verwacht. Wat gaat er allemaal verloren in de interculturele vertaling wanneer je als toerist een band opbouwt met iemand in het buitenland? En hoe begeef je je in deze heteronormatieve dynamiek als biseksueel, in een land waar je niet queer mag of durft te zijn? Lees meer

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Janine Abbring begint het gesprek met de woorden: “Je bent de afgelopen paar jaren veelvuldig bekeken door andermans ogen, maar vanavond kies jij de beelden.” Dat zet meteen de toon, maar roept ook de vraag op: zal doorgewinterde diplomaat Sigrid Kaag, met haar altijd politiek correcte antwoorden, het achterste van haar tong laten zien, of... Lees meer

:Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Tommy Wieringa verleidt je op fantastische wijze om samen met hem een doodlopende steeg in te lopen. Met een lach en een handig gebaar wijst hij de kijker op de fonkelende scherven onder ieders voeten. 'Er is nog heel veel te redden.' Lees meer

Auto Draft 22

Merel Pauw/Elmer zoekt naar vorm in Zomergasten: ‘Mag ik hier eeuwig over twijfelen?’

Astrid Goossens ziet hoe Zomergast Merel Pauw (/Elmer) zich comfortabel voelt als buitenstaander, terwijl ze praat over haar idolen, ingewikkelde mannen, blinde vlekken, het loslaten van controle, nationalisme en de schoonheid van harige kostuums. Maar krijgen we ook de mens ‘Merel’ te zien, of genieten we vooral van een performance? Lees meer

Auto Draft 21

Zomergast Nasrah Habiballah houdt koppig de handrem erop: 'Het gaat niet om mij'

Lies Defever ziet hoe Nasrah Habiballah in het laatste seizoen van Zomergasten drie uur lang strategisch de handrem aangetrokken houdt. Via fragmenten van anderen zien we haar liefde voor de wereld om haar heen, maar zelf blijft ze vooral ongrijpbaar. Koppig lijkt ze vast te houden aan dat wat goede journalistiek in principe zo belangrijk maakt: jezelf telkens opnieuw proberen aan de kant te zetten. Lees meer

:Archieven van West-Papua: Over narratieven, liederen en wat als kennis telt

Archieven van West-Papua: Over narratieven, liederen en wat als kennis telt

Wanneer haar opa na vijftig jaar terugkeert naar zijn geboorteland, realiseert Julia Jouwe zich pas hoezeer het ontbreken van West-Papua in het collectieve geheugen van Nederland invloed op haar heeft. Lees meer

Zien is beminnen 1

Een pluchen harnas

Aan de hand van een berenjas, het COC, een appelgroene broek, non-binair zijn en een rode cabrio neemt Tom Kniesmeijer je mee in de kronieken van zijn eigen genderbeleving. Lees meer

Zien is beminnen 2

Zien is beminnen

Olave Nduwanje besteedt uren met haar lichaam, kijkt beminnend, en deelt haar ‘poreuze plooien, tastbare rondingen, vochtige openingen, en ademsnakkende lediging’ met anderen. Dit lukt haar nu, na dertig jaar, door haar realiteit te analyseren, in de spiegel te kijken en door porno te maken. Lees meer

Over hoe je echtheid kan dragen

Over hoe je echtheid kan dragen

Leren riempjes die uitdagend uitsteken, of juist veilig verstopt tussen sokken in een mandje. In dit essay reflecteert Imme van Zuilekom op de strapon: die zowel zachtheid, hardheid en samenzijn bevat. Lees meer

Auto Draft 16

Weer thuis voelen in een wegwerpwereld

Onderzoeksprogramma Reparatie Remise vroeg schrijvers, kunstenaars en denkers te reflecteren op reparatie als culturele, sociale en politieke praktijk. In dit essay onderzoekt Lieke Knijnenburg wat het betekent om zorg te dragen voor spullen in een wereld die draait op snelheid, vervanging en voortdurende vernieuwing. Lees meer

Verwachtingen

Verwachtingen

In dit openhartige en genuanceerde essay deelt Sharon van Oost haar twijfels bij het grootbrengen van een jongen in deze vrouwonvriendelijke wereld. Hoeveel ruimte zal ze hem geven? Heeft ze zijn gender niet al te veel bepaald? Hoe kan ze hem helpen om zelf uit te vinden wat mannelijkheid voor hem betekent? Lees meer

:Metamorfosen in het Rijksmuseum: verkrachtingscultuur tentoongesteld, maar niet gecontextualiseerd

Metamorfosen in het Rijksmuseum: verkrachtingscultuur tentoongesteld, maar niet gecontextualiseerd

Tussen marmeren goden en mythologische meesterwerken in de tentoonstelling 'Metamorfosen' ziet Nina Läuger vooral een pijnlijk gebrek aan context. Ze vraagt zich af waarom het Rijksmuseum geweld, misogynie en verkrachting in klassieke kunst toont zonder die beelden echt vanuit het heden te bevragen. Lees meer

:Athene: Ergens tussen Grindr, Griekse oudheid en cruisegebieden

Athene: Ergens tussen Grindr, Griekse oudheid en cruisegebieden

Datingapps: een vloek en een zegen. Enerzijds laten ze je toe zonder grenzen gelijkgestemden te ontmoeten, anderzijds monetariseren ze je seks- en relatiebehoeftes. Bestaat er een best of both worlds? Onder de Griekse zon overdenkt Sharvin Ramjan de liefde in al haar vormen. Lees meer

Reuzenalken

De laatste reuzenalk en wat hij ons leert over de klimaatcrisis

In een Brusselse opslagkast staat een vogel die we nooit meer levend zullen zien. We weten al eeuwen hoe soorten verdwijnen en toch lijken we opnieuw weer toe te kijken. Wanneer wordt weten eindelijk handelen? Lees meer

:Kraamtranen: hoe de postpartum depressie de roze wolk van het moederschap doorprikt

Kraamtranen: hoe de postpartum depressie de roze wolk van het moederschap doorprikt

In ons collectieve geheugen lijkt er weinig plaats voor moeders* die na de bevalling lijden aan depressieve gevoelens: deze verhalen ondermijnen het klassieke beeld van het moederschap als een roze wolk. Gelukkig brengen steeds meer vertellingen nuance aan, waarbij de vraag rijst in hoeverre we als maatschappij verantwoordelijkheid dragen voor de eenzaamheid die kersverse moeders kan overvallen. Een essay door Anne Louïse van den Dool. Lees meer

:Over taboedoorbrekende literatuur en langharige auteurs: I Hate Henry

Over taboedoorbrekende literatuur en langharige auteurs: I Hate Henry

Is literatuur links of rechts? Sarah Neutkens duikt in twee klassiekers en gaat na of ze wel zo links zijn als vaak wordt beweerd. Lees meer