Astrid Goossens ziet hoe artiest en theatermaker Merel Pauw, beter bekend als Elmer, zich in Zomergasten comfortabel voelt als buitenstaander, terwijl ze enthousiast vertelt over haar idolen, ingewikkelde mannen, haar eigen blinde vlekken, het (niet durven) loslaten van controle, nationalisme en de schoonheid van harige kostuums. Maar krijgen we ook de mens ‘Merel’ te zien, of genieten we vooral van een performance?
Sinds ik voor het eerst Ik neuk je vader zonder condoom hoorde, ben ik fan van Elmer. Ze is een artiest bij wie ik me blijf verbazen over haar complexiteit en toewijding. En hoe meer ik Elmer leerde kennen (Over Toeren is een echte aanrader) hoe meer ik als een kaleidoscoop een beeld kreeg van deze artiest. Gisteravond was Merel uitgenodigd bij Zomergasten. Zoals Janine Abbring in haar aankondiging zei, is Merel het liefst zoveel mogelijk versies van zichzelf. Dat past bij Elmers filosofie dat identiteit een performance is. Ik ben benieuwd welke versie van Merel/Elmer we te zien krijgen, het antwoord: zoveel mogelijk.
10-0 achter
De aflevering begint onverwacht: ‘Sloeg je net je hoofd op tafel toen ik een zin uit je nummer herhaalde?’
‘Ja, maar net die zin: “ik neuk je vader zonder condoom”.’ Het nummer had ze ooit voor de grap uitgebracht. ‘En nu zegt Janine Abbring die zin op Zomergasten!’
Gedurende de aflevering vertelt Merel vaak dat ze zich een alien voelt en daar juist kracht uit haalt: ze voelt zich comfortabel als ze 10-0 achterstaat. ‘Als ik naar de Edisons ga in clownpak, voel ik me heel vrij’. Dat contrast blijft de hele avond aanwezig: ze heeft prachtige, ronde antwoorden, en doet oprecht haar best. Maar welk deel is ‘Merel’, en hoeveel is vorm?
‘It needs combing, but… it’s pretty amazing’
Haar keuze voor een fragment uit de jaarlijkse modeshow in Ermelo formuleert daar een eerste antwoord op: het staat symbool voor haar zoektocht naar manieren om trots te zijn op haar Nederlandse identiteit. Daar ging ook haar debuutalbum Platland over, dat ze maakte na haar woede over de PVV-overwinning. Nationalisme is ook belangrijk vertelt ze: ‘Je moet ervan houden om het te willen vormgeven. Ik heb het nodig dat Nederland van mij is.’
Je mag kijken, maar Merel bepaalt waarnaar
Het verfrissende aan Merel is dat ze haar tegenstrijdigheden naast elkaar kan laten bestaan. Een van haar grootste angsten is om egocentrisch te zijn: ‘Het voelde lelijk om in mijn eentje alleen op podium aandacht te vragen.’ Een show van Peaches bracht daar verandering in. De artiest werkt onder andere met haarkostuums en gebruikt vaak de gedachte: ‘That’s disgusting, I love it’. ‘Als iemand zo raar en “lelijk” durft te zijn, dan gaat het niet alleen over Peaches maar ook over mij. Dan durf ik ook meer.’
Angst als drijfveer
Dat was ook de beweegreden voor haar opkomende album Man oh man. Merel is zichtbaar verlegen wanneer de track speelt, het is charmant, herkenbaar. Ze vertelt over het negatieve algoritme van mannenhaat waar ze inzat: ‘Er gaat iets mis, dacht ik, ik word bang.’ Ze wilde ‘de man’ heroveren vanuit haar eigen feministische missie: ‘Ik denk dat het ingewikkeld is om in deze tijd man te zijn. Je hoort vooral wat een man slecht maakt. Het is belangrijk dat vrouwen als ik een handreiking doen.’
Ook deze boodschap is verfrissend in sterk gepolariseerde tijden. Ze pleit voor empathie en maakt de kunst die ze nodig heeft: ‘Ik heb behoefte dat politici en kunstenaars verhalen vertellen waar grote groepen onderdeel van zijn.’
‘Mag ik hier eeuwig over twijfelen?’
De rijkdom van de avond is moeilijk te vatten in 800 woorden. Ze durft de doorn in haar rug te laten zien, net als de heks in haar gekozen fragment uit Kirikou en de heks. En ze durft ook te laten zien dat hij moet blijven zitten: ‘Je mag plekken ook beschermen, niet iedereen mag overal bij.’ Het voelt als een privilege dat ik dat als kijker heb mogen zien.
Deze Zomergasten-aflevering werd haast filosofisch, bijna nihilistisch, soms verwarrend, en dat was fijn. In de gekozen fragmenten ging het vaak om performativiteit, het vormgeven van de realiteit, over controle. Merel geeft toe dat ze het moeilijk vindt om de controle los te laten. Het kleine duiveltje op mijn schouder vraagt zich af of ze dat hier heeft gedaan.
Ze heeft zich namelijk erg goed aan de conventie ‘talkshow’ gehouden, en is de perfecte gast: ze zoekt de verbinding op, gebruikt prachtige beeldspraak, is bescheiden, ontroert. Ze benoemt haar eigen blinde vlekken (als ‘neo-Amsterdamse nepobaby’) en zo wordt het een perfect gecureerde drie uur. Maar als alles performatief is, is dit dat dan ook? Je mag kijken, maar Merel bepaalt waarnaar? Ik leg de duivel het zwijgen op, want wat maakt het uit: het is vooral belangrijk dat ze deelt.
Aan het einde heeft Abbing nog één vraag voor haar: ‘Do you think mankind is going to make a comeback?’
‘Mag ik hier eeuwig over twijfelen?’ grapt Merel, maar ze vervolgt: ‘Ik geloof dat we het kunnen. Als we een gezamenlijk verhaal hebben en de regels van het leven niet te serieus nemen, dan kunnen we alles aan.’
Astrid Goossens schrijft poezie en essays over de ingewikkelde en banale zaken van het leven en houdt van kleine honden.
Jeltje de Koning (zij/haar) is een illustrator uit Utrecht. Ze geeft kleur en vorm aan ons gevoelsleven, hoe we liefhebben, lachen, huilen, vieren, rouwen, stilstaan, reflecteren en weer doorgaan. Gevoel, emotie en contact met elkaar, onszelf en alles wat je ooit geweest bent staat centraal. Wat zie je als je verder kan kijken dan dat er op het eerste ogenblik zichtbaar is?
















