Vincent van der Borg ziet hoe Tommy Wieringa Zomergastkijkers op fantastische wijze verleidt om samen met hem een doodlopende steeg in te lopen. Met een lach en een handig gebaar wijst hij de kijker op de fonkelende scherven onder ieders voeten. Tegelijkertijd voel je een sluimerende angst: waar brengt hij ons naar toe? Het blijkt een oneindige vlakte.
Janine Abbring leidt Wieringa in door treffend te citeren uit Wieringa’s Joe Speedboot: ‘Vooruitgang bestaat niet, alleen beweging.’ Tijdens de drie uur met Abbring veegt hij meermaals kruimels van de smetteloze tafel.
Wanneer je Wieringa zinnen hoort uitspreken als ‘Vliegtuigjes beschouw ik als hefbomen uit de hemel’ zou je kunnen denken: Wat een pretentieus gezwets. Maar je moet niet alleen naar Wieringa luisteren, je moet vooral ook naar hem kijken. Dan zie je de vrolijkheid en ongedwongenheid die onder de woorden ligt. Dan kun je quotes als ‘Hoop is het ontkennen van de toekomst’ ineens goed hebben.
We openen met een fragment uit The World According to Garp waarin een klein vliegtuigje een huis doorboort net op het moment dat Garp, zijn vrouw en een makelaar het huis bezichtigen. Er vallen geen gewonden en ‘We take the house’ klinkt – ‘morbide vitaliteit’ in de woorden van Wieringa. Saillant is dat het een boekverfilming betreft, maar in het boek van John Irving geen vliegtuig voorkomt. Volgens Wieringa heeft de scenarist het verhaal ‘onherstelbaar verbeterd’. Het boek is dus niet heilig. In de wereld van Wieringa maak je iets, doe je iets en kijk je niet om. Over zijn eigen werk: ‘Ik weet niet of ik een stijl heb.’
Zo moet de literatuur zijn – een onmetelijke ruimte van verbeelding
Wieringa legt uit dat hij zich heeft moeten bevrijden van een schrijversjuk. Je moet je niet schamen voor het grote gebaar, sentimentaliteit, clichés zelfs. In een boemelende trein door Djibouti keek hij naar de steenwoestijn en dacht high van de pruimtabak: zo moet de literatuur zijn – een onmetelijke ruimte van verbeelding. Hij was door een klein luikje ontsnapt.
Een andere ontsnapte is Simon Rodia. Rodia werkte 34 jaar lang aan zijn torens. In zijn eentje. Eerste wereldoorlog, drooglegging, crisis: hij bouwde stug door. Scherven werden versieringen. Rodia: ‘I'mma gonna do something. I'mma gonna do something.’ Op een dag vertrok hij om verder te leven als straatfilosoof. Toen een vrouw hem vond en Rodia bloemen aanbood zei hij: ‘Dat is heel vriendelijk mevrouw, maar ik ben een hond en honden hebben geen bloemen.’
Natuurlijk was het A.L. Snijders die Wieringa op Rodia wees. Wieringa geeft ons een fragment waarin de geweldige Snijders en avonturier Joost Conijn het hebben over een stuk gereedschap. Volgens Conijn bestaat de baco om een beetje mee te prullen, hooguit om een verwarmingsbuis mee aan te draaien. Snijders rolt op zijn rug en vindt het schitterend, voor hem is de baco juist ‘het allermooiste’ dat er bestaat. Snijders zegt ook: ‘Belangrijk is dat ik niet aan mijn lezers denk.’ Ruimte scheppen. Wat Wieringa betreft een ruimte waarin je alles mag denken.
Er is nog heel veel te redden
Iets na tienen gaan we naar Oekraïne. Eerst hoopvolle fragmenten van de Maidan-opstand, dan een grimmige nacht van oproerpolitie en branden als verdedigingslinie. In de documentaire Winter on Fire zegt een stem: ‘Mensen spraken niet meer.’ Meer dan honderd demonstranten stierven, waaronder een negentienjarige jongen. Zijn laatste bericht op Facebook: ‘Slaven worden niet toegelaten tot het paradijs.’ Wieringa laat zich inspireren door dat soort mensen.
Tegen het einde van het volgende fragment schrijft Wieringa nog snel in een boekje: ‘Machteloosheid.’ We hebben dan net gekeken naar beelden van het Oekraïense front. Loopgraven. Fara en Morty zijn dood. ‘We moeten hier weg.’ Een bom ontploft en de man met de camera op zijn helm raakt gewond. Zijn kameraad die hem moet achterlaten, maar zal terugkeren spreekt hem toe: ‘Waag het niet jezelf op te blazen.’ Een dorre vlakte.
Volgens Wieringa kun je iets doen en moet je iets doen. Ook vanavond is hij fundraiser. Tegen Abbring: ‘Je moet mee naar Oekraïne.’ En later: ‘Adel verplicht. […] Er is nog heel veel te redden.’ Wat Wieringa drijft – of anders gezegd, waarom hem het lukt in beweging te komen waar anderen niet in vooruitgang geloven – blijft onduidelijk.
Volgens Wieringa kun je iets doen en moet je iets doen
We luisteren naar de Roemeens-Franse denker Emil Cioran die Wieringa kenschetst als geestig in zijn misantropie. Cioran: ‘Ik denk niet dat er uitwegen zijn. [...] Als er een uitweg was, had ik die wel gevonden.’ Maar ook: ‘Door te leven tegen alle evidentie in, wordt elk moment een heldendaad.’ Wieringa: ‘Prachtige zin, toch?’
Onvermijdelijk eindigen we op een vlakte en mét een vliegtuig. Conijn heeft het oranje voertuig zelf gebouwd en weet het gevaarte na een aantal pogingen van de grond te krijgen. Hoe Conijn dit avontuur aanpakte is hoe Wieringa het leven aanvliegt: ‘Je zet een stoel neer en je bouwt er een vliegtuig omheen.’
Vincent van der Borg (hij/hem, 1999) is een ondernemende econoom en jurist. Hij schreef een nieuwsbrief over de economie van de toekomst, genaamd Lehman Sisters. Vincent werkt als advocaat. Bijdragen van Vincent zijn uitdrukkelijk op persoonlijke titel.
Jeltje de Koning (zij/haar) is een illustrator uit Utrecht. Ze geeft kleur en vorm aan ons gevoelsleven, hoe we liefhebben, lachen, huilen, vieren, rouwen, stilstaan, reflecteren en weer doorgaan. Gevoel, emotie en contact met elkaar, onszelf en alles wat je ooit geweest bent staat centraal. Wat zie je als je verder kan kijken dan dat er op het eerste ogenblik zichtbaar is?
















