Asset 14

Tante Ria

Familie Overdijk: Tante Ria 2

Afkomstig uit een klein gezin en opgegroeid zonder ooms of tantes, kreeg Ferry Wieringa er bij zijn trouwen een grote schoonfamilie bij. Het contact bleef met de jaren beperkt tot verjaardagen, huwelijken, ziekenbezoek en begrafenissen. Tot zijn vrouw besloot haar ooms en tantes te gaan tekenen. Vandaag verschijnt de (voorlopig) laatste aflevering.

Als (voorlopig) laatste in de rij ooms en tantes bezoeken Monica en ik tante Ria. Zij is een makkelijke prater:

‘Wij woonden vlakbij Lotte de Moed, die d’r kind door de ruit had gegooid. Een ander zat in het gevang.

Wat had ik toen graag géén meisje willen zijn.

Thuis was Piet wel intelligent maar hij werd gepest. Hij stotterde en kon zich moeilijk uiten. Wout kon ook niet goed meekomen. Moest hij het Weesgegroet opzeggen, dan stokte het. Hij kon het niet onthouden. Zo zielig. Dan werd pa boos op mij. Als ze “aso’s” riepen, dan gooide ik stenen. Ik heb een keer een juf aangevlogen. Ik sloeg d’r op.

Ik voelde heel sterk de behoefte te willen weten, dingen te snappen. Waarom de lucht blauw was bijvoorbeeld. Mijn zus Ali kon goed leren. Ze kon naar het gymnasium. Maar zij ging er niet tegenin toen mijn vader zei dat dat niet ging gebeuren. “Denk niet dat jullie ooit een kwartje worden.” Vrouwen moeten goed zijn in het huishouden en opvoeden. Dán vind je een goede man. Ik moest ook stoppen met school om thuis te helpen. Vrouwen werden anders behandeld, tweederangs. Wat had ik toen graag géén meisje willen zijn.

Maandag: wasdag, dinsdag: strijkdag, woensdag: gehaktballen draaien en daarna met mijn moeder op visite bij oma; donderdag werd ik voor een tientje ‘uitgeleend’ aan een vriendin van mijn moeder. Ik deed de badkamer, haalde het wasgoed door de wringer, hing – wel in een hoekje – het maandverband uit. Ik was veel met mijn moeder, maar ik kende haar niet. Ze zat onder de knoet en was zwijgzaam. Maar ze was ook niet heel snel van begrip. Als we over straat liepen, kon ik me daarvoor soms wel schamen. Dingen die ik meteen doorhad, snapte zij niet. Kreeg ik ook nog te horen: “Je bent in de huishouding net zo goed als je moeder.” Ik was veertien maar ik voelde me een oude, angstige vrouw.

Een jaar later ben ik, zonder het te zeggen, gaan solliciteren als telefoniste. Ik loog dat ik mijn school had afgemaakt, dat ik Frans en Engels sprak en werd aangenomen. De enige reden dat mijn vader het accepteerde was omdat het bij ‘het Rijk’ was. Ze hebben me beschaafd leren praten. “Het is ‘hij zegt dat’ en ‘een brood’ en niet: hij ‘zeje’ dat en ‘broje’. Op mijn negentiende trouwde ik met Jan, een Surinamer. Op onze trouwdag zei mijn vader: “Je kan nog terug.” Donkere mensen vond men eng. Dat hij anders was, trok mij juist aan. Mijn vader dacht dat mijn kinderen gepest zouden worden. “Je kan nog terug.” Ik vond dat heel erg dat hij dat zei.

Maar Jan keek wel erg graag naar andere vrouwen. Ook dacht hij net als mijn vader: een vrouw moet schoonmaken en opvoeden.

Waren mijn omstandigheden anders geweest dan was ik misschien arts geworden.

Na zeventien jaar ben ik gescheiden. Moest ik ineens als alleenstaande moeder geld gaan verdienen. Wat kon ik? Schoonmaken, ja. Ik heb toen mijn mavodiploma gehaald en ben een opleiding tot verpleegkundige gaan volgen. Mijn meiden doen het hartstikke goed. Het heeft me jaren gekost om te beseffen dat er geen regels zijn. Je maakt die zelf. Of niet. Maar als iemand met dure woorden gaat strooien – zet een bekakte stem op: ”Ja ik heb een broer die gynaecoloog is…” – maakt dat mij nog steeds onzeker.

Aan het eind van zijn leven ging ik eens per week bij mijn vader langs. We hadden gesprekken. Hij vertelde dat hij zo veel kinderen had omdat boven zijn bed een kruis hing. Als hij met moeder vree, zei een stem dat hij zijn zaad niet mocht verspillen. En schijnbaar was zij ook heel vruchtbaar. Hij was bang voor de pastoor, voor alle mensen met autoriteit. Er waren veel kinderen, te veel. Op zijn sterfbed zei hij tegen me: “Ik heb slechte dingen gedaan.” Had hij ook, maar ik vertelde dat er aan de andere kant voor iedereen een hand wacht. Als hij de ene zou loslaten, zou de andere hem pakken.

Ik heb me tegen hem afgezet. Ik was als de dood voor hem. Die blauwe ogen. Ik heb hem lang niet gekend. Hij kwam uit een gezin van negentien. Hij was de oudste. Hij deed vaak alsof hij alles wist maar als ik mijn meetkunde niet snapte, dan zei hij: “Wat een onzin. Dit heb je voor het huishouden niet nodig.” Hij zal hebben gedacht: als ik maar streng ben dan houd ik orde. Op verjaardagen hebben we het er als broers en zussen tegenwoordig vaker over. De anderen zeggen nu ook dat hij niet zo aardig kon zijn.’

Als Monica en ik ons klaar maken voor vertrek, komt Ria nog met een pop aanzetten. Ze heeft hem met opruimen gevonden. De pop is gehavend, toegetakeld, bekrast, haar ogen zijn eruit gelepeld. Met een blik vol genegenheid kijkt Ria naar de noodlottige. ‘Als driejarige heb ik deze gekregen. Zij was arts of psycholoog, hij professor. Ze had lang blond haar, ze woonden in de bossen. Zij knuffelde me veel. Ze hadden geen kinderen. Ik was bij hun om te herstellen van een operatie. Het was een mooi huis, groot, licht, met van dat visgraatparket. Toen ik na een jaar naar huis ging, werd ik gebracht door een chauffeur in livrei. Ik kon met mes en vork eten. Waren mijn omstandigheden anders geweest dan was ik misschien arts geworden.’

‘Familie Overdijk’ van Monica Overdijk (www.monicaoverdijk.nl) was tot 17 juni te zien in Amsterdam-West in de etalages van ‘Kunsttraject’ in de Dirk Hartoghstraat 41 en 45; Van Heemskerckstraat 42 en 46; Roggeveenstraat 109 en 165.

Mail

Ferry Wieringa (1975) schrijft over ogenschijnlijk onbeduidende levens en plekken. In zijn verhalen spelen figuranten de hoofdrol en schuift de achtergrond naar het voorplan.

Monica Overdijk is beeldend kunstenaar.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
Lees meer
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer