Asset 14

Tsunami

Tsunami

Katja's opa is dood, en daardoor is de zomer in Frankrijk ineens heel anders dan normaal. De hitte maakt haar en haar zus en neefje dorstig, haar ouders fluisteren over dingen die ze niet mag horen. 'Dit jaar wordt er vroeg opgestaan en ontbeten onder een donkerblauwe parasol, en blijft de zee, onaangeroerd, in de verte liggen.' Een kort verhaal van Loren Snel over hitte, dood en rampspoed.

Als drenkelingen die een golf opdeinen, verschijnen de drie aan de heuveltop.

Met plakkende pony’s en monden happend naar lucht klauteren ze op de banken. Over de kruinen van de kurkbomen zien ze hoe hoog ze zijn gekomen in een half uur.

Alsof ze voor iets zijn gevlucht.

De heuvels, rookblauw van middaghitte en besprenkeld met zwembaden. De horizon, een schitterende Middellandse Zee.

Kijk, hijgt Alexander, ik had het toch gezegd. Hij wijst en zijn TAG Heuer weerkaatst een flits zonlicht. Je kan de eilanden zien vanaf hier. Zijn nicht Esther steekt over naar zijn bank en volgt zijn vinger.

Haar zusje Katja kan maar een randje uitzicht zien en blijft staan, armen over elkaar. Het water in de verte heeft de dorst doen aanzwellen. Nu brandt hij in haar keel als spijt. Had ze het commentaar van haar zus maar durven te negeren. Dan slurpte ze nu uit haar drinkpet.

Nee joh, dat is Toulon. Met dat paupervliegveld, weet je wel?

Ze zucht zo hard als ze ongehoord kan en kijkt dan naar de zeilen op zee, lijkwit en wuivend.

 

Opa is onlangs in zijn slaap overleden en nu moeten zij en Esther tijd met hun neef doden. Mama viel oma huilend om de hals toen ze aankwamen bij de villa, de villa van – nu alleen nog – oma. Oma klopte tweemaal op de schokkende schouderbladen.

Meisje toch.

Daarna werden de tranen weggespoeld met lauwe rosé, papieren uit lades opgedoken, Franse notarissen gefaxt.

Niemand heeft Katja gevraagd of zij verdriet heeft. Dat geeft niet, want dat heeft ze niet, en ze weet ook niet hoe ze eraan kan komen.

Maar daarna prikken de schaafwondjes zo prettig in het bruisende water – net San Pellegrino, hè Kat? – dat het leven licht en oneindig voelt.

Bij de villa zijn zomers doorgaans blij. Ze eten ijsjes, doen een dagje Nice. Papa maakt artisjokkendip en Esther gaat mee krabben zoeken. Samen trotseren ze dan de rotsen, scherp als ruw beton. Soms raken ze gewond, omgeduwd door een plotse golf. Maar daarna prikken de schaafwondjes zo prettig in het bruisende water – net San Pellegrino, hè Kat? – dat het leven licht en oneindig voelt.

Maar dit jaar is de zomer somber. Dit jaar wordt er vroeg opgestaan en ontbeten onder een donkerblauwe parasol, en blijft de zee, onaangeroerd, in de verte liggen.

 

Een jetski scheurt door Katja’s gemijmer. Ze hoort weer de krekels in de struiken hun morse tjirpen. Esther en Alexander praten inmiddels met handgebaren over aardplaten, op hun voorhoofden parelt zweet.

Katja stampt met haar voeten en wrijft haar zonneklep over haar haargrens. Terwijl ze zo haar flaporen doet wiebelen, gluurt ze naar de anderen.

Geen reactie.

Dan geeft ze haar bankleuning een trap. Lag de vloedlijn maar hier, in de boomtoppen. Dan kon ze zich achterover in de koelte laten vallen en terug naar huis zinken.

Kom, we gaan. Haar ongeduld is overgekomen. We hebben al te lang geen water of zout gehad. Alexander hupst van zijn bank met een plof in een berg stof. Een bruine wolk stijgt op en zijn loafers worden bedolven. Esther lacht.

Sukkel.

Kuchend komt Alexander weer tevoorschijn. Op zijn horloge na lijkt hij een bedelaar. Katja probeert niet te lachen.

Kom op, gromt hij en beent weg, Esther in zijn kielzog. Katja zegt de zee gedag en volgt de anderen terug het pad af.

Toen, in al dat donker, fluisterde Esther dat ze opa na de crematie aan de zee zullen meegeven.

 

Elke dag kijkt ze meer op tegen de crematie. Ze kende opa nauwelijks. Wat als ze niet op tijd verdrietig leert zijn? Tijdens de dienst iets geks doet? Dat haar oom speecht, ze giechelen moet en iedereen boos wordt. Oma zal sissen hoe haal je het in je hoofd.

Dat zei de juf ook tegen Florentina nadat zij had gegiecheld tijdens de stilte voor oorlogsmensen. Toen moest Florentina huilen. Misschien uit schaamte. Stiekem schaamde Katja zich toen ook. Ze had niet geweten voor wie ze stil had moeten zijn.

Wat zouden de volwassenen daar beneden verbergen, gegiechel of gehuil? Nu de crematie is geregeld, doen ze niks dan fluisteren in ligstoelen aan het zwembad. Opa is alleen nog een woord dat verstomt wanneer ze naderbij komt.

Wat is er lieverd?

Pas wanneer ze naar bed is gegaan, halen ze een fles uit de kelder, worden hun woorden losser en luider. Gisteravond hoorde ze opeens schaterlachen. Oma? Daarna werd het doodstil, gingen voor een alle lichten uit.

Toen, in al dat donker, fluisterde Esther dat ze opa na de crematie aan de zee zullen meegeven.

Katja stelde zich toen voor hoe hij door papa en haar oom vanaf het einde van de pier de zee in zou worden gejonast. Mama en oma die zwaaien, opa die afdrijft. Katja’s oogleden zakten dicht.

Zolang er niemand op de pier stilletjes staat te huilen om hen, blijven ze liggen. In herinnering.

Hij zal zinken, dacht ze. Met eb en vloed meereizen, een vissenstaart groeien, vrienden worden met de krabben van het diepe. Ze zeeg in slaap.

Op zijn sterfdag zal hij aanspoelen, naast andere doden gaan liggen. Hoopjes opdrogende herinnering. Zolang er niemand op de pier verschijnt, blijven ze. Zolang er niemand op de pier stilletjes staat te huilen om hen, blijven ze liggen. In herinnering.

 

Stel, je zou nu doodgaan, begint Alexander na de zevende bocht, zou je dan gelukkig sterven?

Katja hoort Esther zuchten.

Weet je wanneer ik gelukkig mijn graf in zou gaan, gaat hij door, één hand op zijn stoffige borst, wanneer ik door een ramp zou sterven. Dat er nu een vloedgolf zou aankomen. Zulk natuurgeweld. Prachtig. Zijn r’en komen van mijlenver aanrollen.

Weet je zeker dat je zo’n dood wil? Vraagt Esther. Ik kan me nou niks naarders bedenken dan verdrinken, en ze trekt haar schouders naar haar oren, alsof ze zich kopje onder en nooit meer boven aan het voorstellen is.

Ik zeg toch niet dat ik het wil, zegt Alexander, en hij begint zich af te kloppen, ik zeg alleen dat ik het wil als ik nu dood zou moeten.

De laatste keer dat Katja en Esther opa zagen deed hij een kruiswoordraadsel. Als een kurkentak zat hij over de salontafel gebogen. Schorretjes had hij gevraagd om een ander woord voor voorrecht, eerste letter p. Buiten vulde de tuinman het zwembad.

Esther heeft nagedacht.

Maar dat heb je niet te bepalen, besluit ze, dus wat heb je aan zo’n wens? Katja versnelt haar pas en komt, vol hoop, naast haar zus lopen. Alexander zucht, schudt zijn hoofd en stopt met afkloppen.
Hoe verder ze afdalen, hoe luider de krekels. Het doet denken aan applaus, en aan alle golven daarbeneden in de branding.

Een koude hand op haar wang wekt haar. Ze ruikt haar vaders zware aftershave en weet meteen welke dag het is.

Mijn juf zegt, begint Katja, dat een olifant voelt wanneer een vloedgolf komt, en dat ‘ie dan mensen gaat redden.

Esther kijkt haar aan. Ze glimlacht zo breed terug dat haar hoektanden haar lippen ontglippen. Blij toe dat ze haar drinkpet niet op heeft gedaan. Hopelijk vindt Ester haar nu schattig en niet hinderlijk.

O ja? Zegt Esther, kunnen olifanten praten dan? Alexander grinnikt. Katja wil hem de afgrond in duwen.

Katja’s juf had het over de Aziatische olifanten, zegt Alexander, die begonnen te toeteren en vluchtten de bergen in uren voordat de tsunami aankwam, Katja struikelt bijna van verbazing, maar dat is waarschijnlijk een broodje aap.

Hoop zinkt als een steen naar haar maag.

 

Na een stille terugtocht over blakend asfalt vinden ze hun ouders in de keuken. Ze drinken wijn in de koelkastkoelte en doen ernstig over het nieuws op oma’s televisie.

Ongelooflijk,

Alexander, Esther en Katja vullen glazen aan de kraan,

verschrikkelijk,

nemen slokken tot ze klotsen,

die arme mensen,

en gaan dan elk hun eigen weg,

je wou dat je wat kon doen.

Katja duikt het zwembad in en redt haar krabskeletten van de bodem tot ze wordt geroepen voor het avondeten.

Alleen zij weet dat de mensen iets over het hoofd zien. Er komt iets aan. Iets heel ergs.

Een koude hand op haar wang wekt haar. Ze ruikt haar vaders zware aftershave en weet meteen welke dag het is.

Haar jungleshirt mag Katja niet aan. Ongepast, vindt Esther. Na lang zeuren mag ze haar drinkpet op, met slurf maar zonder beker.

Aan het ontbijt hebben de volwassen het weer over het nieuws. Dit keer let Katja op.

Dat ze het dit keer niet zagen aankomen.

Pap, wat is er dan?

Ja, onvoorstelbaar.

Mama wat is er dan gebeurd?

Je zou willen dat die landen zichzelf konden redden.

Wie moeten zich redden?

Niemand reageert. Katja kauwt op haar kleffe madeleine en ziet hoe de volwassenen haar negeren terwijl ze hun ogen tot kuiltjes verwringen. Misschien dat ze met praten over verdrietige zaken hun echte tranen terug proberen te spoelen.

Hoe haal je het in je hoofd.

 

Een half uur later dalen ze in twee stationwagens de heuvel af. Op zeeniveau ziet Katja hoe badgasten, net als iedere dag, met rieten matjes en opblaasbeesten richting vloedlijn trekken. Jetskiverhuurders gooien de deuren van strandschuren open. Een eerste ijskar parkeert in de ochtendbranding.
Alleen zij weet dat de mensen iets over het hoofd zien. Er komt iets aan. Iets heel ergs.

Katja zet haar mond aan haar drinkslurf. Net zoals ze op de snelweg met haar teen moet wippen bij elk blauw verkeersbord, kan ze nu niet anders dan iedere badgast vanachter haar geblindeerde ruit een teken geven.

Dan begint een alarmerend getoeter.

 

Voor de slachtoffers en hun nabestaanden van de zeebevingen van 26 december 2004 en 17 juli 2006

 

Mail

Loren Snel Loren Snel (1992) studeerde Book and Digital Media Studies en woonde in Berlijn. Nu werkt ze bij het Verzetsmuseum in Amsterdam, is ze Hardhoofd-eindredacteur De Tip en schrijft en redigeert ze verhalen.

Mieke Stuiver

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kiki Bolwijn
    Kiki BolwijnAdjunct-hoofdredacteur, chef Literair
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
Lees meer
het laatste
Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (IV)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (IV)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

 1

Waarom ik geen danser kon worden

In het Hoofd//stuk doen schrijvers een poging om de weg naar het verhaal vast te leggen. Welke tips hadden zij willen krijgen toen ze begonnen? Welk advies zullen ze nooit en dan ook nooit meer opvolgen? Wat is hun advies? Lees het in het Hoofd//stuk. Annelies van Wijk trapt af met de vraag hoe je (g)een alwetende verteller wordt. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (III)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (III)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (II)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (II)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

Dit. Is. Goddelijk. Alternatief kerstverhaal Annemieke Dannenberg Dymphie Huijsen

Dit. Is. Goddelijk.

Joost is op vakantie in Spanje met zijn zwangere vriendin. Maar is de baby van hem, of van Marina’s open relatiescharrel HG? Begint Joost ongelovig te worden, of moet hij zijn liefdesbaby maar gewoon omarmen?
Een tragikomisch kerstverhaal door Annemieke Dannenberg. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (I)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (I)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

Roodborstjes

Roodborstjes

Een kort verhaal over sterren en waxinelichtjes, over dromenvangers en warhoofdvragen. En over menselijke roodborstjes. Lees meer

Prooidier

Prooidier

In haar afstudeerbundel Prooidier, waarmee ze de Nieuwe Types Afstudeerprijs won, onderzoekt Tessa van Rooijen het onderdeel zijn van de natuur en (niet) zijn als alle andere vrouwen. Lees meer

Ik eindig steeds een stukje kleiner

Ik eindig steeds een stukje kleiner

Eline van Wieren dicht over jezelf opeten, een mintgroene jumpsuit en het hebben van een moeilijke relatie met je lichaam. Lees meer

Of gewoon een boom

Of gewoon een boom

''We kunnen met schuim een nieuwe dampkring spuiten 
en van oceanen spiegels maken
alle fietshelmen, alle daken 
bedekken met restjes zilverpapier'' Lees meer

Pictionary voor beginners

Pictionary voor beginners

"Ik wil je zeggen dat dit het moment is
het moment om mijn mond als een schelp aan je oren te leggen
en de hele wereld die nu zee is daar te horen ruisen." Lees meer

Tabak en rooksignalen

Tabak en rooksignalen

De verteller van dit verhaal leeft al meer dan twee jaar teruggetrokken in een blokhut in het bos, tot op een dag zijn voorraad tabak op is. Er zit niks anders op dan terug te keren naar de bewoonde wereld. Lees meer

Zilt

Zilt

''wij zeggen dat het niet erg is van de barsten
die we met onze vingertoppen volgen
als autowegen naar het zuiden''
Ellis Meeusen is één van de 160 klimaatdichters die samen de bundel Zwemlessen voor later maakten. Zij hebben één gedeelde zorg: de toestand van de aarde. Geïllustreerd door Lisette van der Maten. Lees meer

Is dit nu wat ze bedoelen met tot stof wederkeren

Is dit nu wat ze bedoelen met tot stof wederkeren

''In de winter vermijd ik de hoofdstad. Er slapen meer mensen op straat dan ik aan het kind in mij kan uitleggen.'' Lies Jo Vandenhende is één van de 160 klimaatdichters die samen de bundel Zwemlessen voor later maakten. Zij hebben één gedeelde zorg: de toestand van de aarde. Geïllustreerd door Jamie Nee. Lees meer

Het Waait 5

Het Waait

'Een groot gedeelte van ouder zijn is voor mij niet begrijpen waarom iedereen hetzelfde klinkt.' Daniëlle Zawadi onderzoekt in deze poëtische monoloog de eenzaamheid van in het midden staan, het begrip Sonder en hoe je moet praten met een zielenknijper. Lees meer

Kind zonder uitknop

Kind zonder uitknop

Frederike Luijten schreef een experimentele reeks gedichten over ADHD, waarin mensen in bomen veranderen en lucky paper stars vouwen als oplossing voor hun angsten. Lees meer

Hemellichamen

Hemellichamen

In drie gedichten beschrijft theatermaker en schrijver Anne Chris van Doesburg de ruimte tussen twee lichamen. Hoe houd je elkaar vast als je niet weet hoe je je tot elkaar moet verhouden? Over het hebben van mythische waarde, plaatjes in een weckpot en elkaar uren vasthouden. Lees meer

Heimwee is de wreedste pijn

Heimwee is de wreedste pijn

Is heimwee vertaalbaar? Marthe van Bronkhorst reflecteert op de emotie in haar vertalingen van drie romantische dichters die zeer onder hun heimwee leden. Lees meer

Ter Reparatie

Ter Reparatie

Soms past toch niet alles op de manier waarop je het je had voorgesteld. Vrienden doen alles voor elkaar, toch? Een kort verhaal over elkaar net missen, drie vrienden en een paarse trui. Lees meer

Nog even, langzaam

Nog even, langzaam

Soms heb je heimwee naar dingen die er nog zijn. Nora van Arkel schreef een gedicht over heimwee naar een relatie die nog niet voorbij is: 'hier, fluister ik maar alles / wat ik voel is morgen'. Lees meer

Steun de makers van de toekomst. Sluit je aan bij Hard//hoofd.

Jouw steun maakt mogelijk dat wij onze makers een vrije ruimte kunnen blijven bieden en hen optimaal kunnen ondersteunen. Sluit je nu aan en ontvang kunst van talentvolle kunstenaars.

Sluit je aan