In november 2025 organiseerden fotofestivals BredaPhoto en Pride Photo samen met literair productiehuis Tilt de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’. Daarin onderstreepten en vierden we het belang om in alle vrijheid te kunnen zijn wie je wilt zijn. Tilt vroeg vier queer auteurs een brief te schrijven aan een van de geportretteerden, met vandaag: Ayden Carlo. ‘Dit hier lijkt helemaal niet over jou te gaan en dat is precies waarom ik je schrijf.’
Ey,
Mi lob’ en!
Dát is het eerste wat ik voel als ik ons zie.
Ons herken.
Je hangt hier op de voorgrond van de achtergrond,
maar ik zag je al voordat je zichtbaar was voor de rest.
Misschien is dat het voordeel van wat sommigen leven in de marge noemen.
Misschien is dat het nadeel van ons zijn, dat je één van ons moet zijn om ons te kunnen zien.
Dit hier lijkt helemaal niet over jou te gaan en dat is precies waarom ik je schrijf.
Om je voor de anderen net zo zichtbaar te maken als dat je voor mij bent.
Aan jou schrijven bevestigt dat wij hier zijn,
dat wij samen onderdeel uitmaken van deze tentoonstelling en jij hier niet meer alleen bent.
Alleen weten we te overleven, samen weten we te leven,
ook al zien wij van dat laatste vaak nogal weinig.
Waarom zijn er niet meer foto’s van jou?
Waarom heb jij hier geen levenslijn maar een momentopname?
Wel een focking goed vastgelegd moment als je het mij vraagt, maar toch.
De kracht die je pose uitstraalt terwijl je gezicht zo zacht blijft, is bijna magisch.
Als je een beetje weet over lichamen dan weet je hoe moeilijk deze combinatie is.
Als je een beetje weet over het leven dan voelt deze combinatie onmogelijk.
Maar hier in dit moment doe jij het en laat je iedereen zien dat het kan.
Dat je klaar kan zijn om een gevecht aan te gaan als het nodig is, om alles te verdedigen wat jouw liefde verdient, zonder je zachtheid te verliezen.
Kijk je daarom zo?
Omdat je weet dat je alles kan hebben wat er op je afkomt?
Ik vraag me af hoe je het doet,
hoe je dat geoefend hebt,
wat jij daar zelf over denkt.
Maar ik zal er nooit achter komen.
Denk ik.
Jou had ik wel graag zien groeien
Misschien is dat hoe het voelt om te leven en te overleven tegelijk.
Misschien is dat wat ik zie als ik naar je kijk.
Misschien is het waar wat ze zeggen, dat Na lobidyari feyanti n’e gro.
Jou had ik wel graag zien groeien.
Ouder zien worden.
Onze levens stonden bekend om hun korte, onstuimige levenslijnen.
Als je dat weet, snap je wat de ouder echt niet wilde voor het kind.
Wat wij niet voor onszelf willen.
Ik niet voor jou.
Ik heb ons nog nooit oud zien worden.
Ik heb ons oud gezien, ik zie ons veelvuldig jong zijn, maar daartussenin lijken we niet te bestaan.
We lijken er niet te komen, ook al zijn jij en ik daar nu.
Misschien is dit de periode waarin we ineens wel opgaan in de massa,
Misschien slaan we het over tot we eindelijk onszelf kunnen zijn,
Misschien is het omdat ouder worden hier bestreden wordt.
Maar niet door ons.
Jij en ik kennen een ouder worden dat gepaard gaat met zoveel liefde, kennis en een onnavolgbare hoeveelheid vrijpostigheid dat we niet anders kunnen dan ernaar uitkijken.
Uitkijken naar hoe de groeven die ons gezicht maken bij elke uitdrukking,
langzaam geen uitdrukking meer nodig hebben om zichtbaar te zijn. Groeven met namen die afstammen van poppen en dieren.
Wij kijken ernaar uit om te voelen hoe onze door ouderdom gevlekte huid dunner wordt,
zo elastisch dat ik het tussen mijn duim en wijsvinger vast kan houden.
Huid die zo ver hangt dat het onze littekens liefdevol lijkt toe te dekken. Om ze voor altijd te omhelzen.
Ik wil ons grijzer zien worden, kaler, langzamer, rustiger, losbandiger, beheerster, uitbundiger, nieuwe dingen zien doen en dat wat we altijd al gedaan hebben, gewoon omdat het kan.
Maar bovenal wil ik ons samen zien.
Pratend over vroeger, lachend, huilend, denkend aan een tijd die beter en slechter was.
Dansend, omdat dat nou eenmaal is hoe we alles verwerken.
Wat doe je anders met een gedwongen leven?
Ik wil naar ons kijken zo veelvuldig, met óns zijn en voelen dat we het gehaald hebben.
Dat we de reis samen hebben afgelegd en nog lang niet klaar zijn.
Dat leven in de marge niet hoeft te betekenen dat je alleen bent,
Wi owru, ma wi no kowru.
Gran Odi,
[Vertaling Sranan Tongo:
Mi lob’ en – Ik hou ervan
Betekenis Sranan Odo’s
Na lobidyari feyanti n’e gro - In de tuin der liefde groeit geen haat.
Wi owru, ma wi no kowru – We zijn oud, maar nog niet koud.]
Foto: Mit Euren Spuren, Francesco Giordano.
Dit is de laatste publicatie van deze reeks. Je kan hier de eerder gepubliceerde tekst van Ludwig Volbeda teruglezen. En hier lees je de brief van Trijntje van de Wouw.
















