Asset 14

CAPTCHA: Can Anyone Prove They’re Clearly Human Anyway?

CAPTCHA

De relatie tussen mens, dier en internet staat centraal in dit verhaal van Leonie Moreels. De hoofdpersoon balanceert een zieke teckel en een afstandelijke partner die diens identiteit via het internet probeert te achterhalen. Dit alles leidt tot een reflectie over wat echt is en wat niet, en vooral over wat ‘leven’ in verhouding tot het internet betekent.

Ik heb een teckel met de naam Patty. Er lopen vast nog Patty’s op de wereld rond, maar de mijne heeft een uitzonderlijk ernstige glutenallergie, een soort coeliakie voor viervoeters. Dat maakt haar bijzonder, en duur. Het verplicht me om steriele eetbakken en decadente brokken voor Patty te kopen. De brokken zijn zo duur dat ik me inbeeld dat Patty kristallen stukbijt terwijl de voeding tussen haar tanden kraakt. Haar mond vol gruis van diamantjes en schitterende kiezen.

De website voor glutenvrije dierenvoeding is een kluis met meerdere sloten. Ik moet door drie digitale muren heen vooraleer ik op de website terechtkom. Eerst stem ik in met cookies, vervolgens activeer ik de applicatie die advertenties voor vrouwen met cupmaat G en afgeprijsde sporttoestellen blokkeert. Uiteindelijk stoot ik op de Completely Automated Public Turing test to tell Computers and Humans Apart.

Ik klik achtereenvolgens alle plaatjes met verkeerslichten en alle plaatjes met vogels aan. Uit een raster van negen vakjes omrand ik er vier met mijn cursor. Dat doe ik om te bevestigen dat ik een mens ben. Robots herkennen, zo vertelt de privacyverklaring van de website me, op foto’s helemaal niets. Ze zien geen mussen die graan van een geglazuurd schaaltje pikken, geen gevederde V-formaties tegen een staalblauwe hemel, geen door snelheidsduivels platgereden merels. Robots denken enkel in pixels met tinten. Ze kennen de exacte kleurcode van curryketchup (#B23A27) of de hemel in september (#87AFC7) wel, maar ze hebben geen papillen om de saus mee te proeven of oren die de wind horen gieren. Daarom klikken ze in het wilde weg plaatjes aan.

De gegevens van mijn test worden verwerkt. Loading…please wait. Op het scherm draait een cirkeltje, een blauw wormpje dat telkens net niet in zijn eigen staart kan happen en daarom door blijft draaien. De CAPTCHA-beveiliging op de website voor huisdiervoer heeft na enkele seconden besloten dat ik wel degelijk een mens ben. Toch was het nogal nipt, ik had een ekster in de rechterbovenhoek gemist en verwarde een verkeerslicht linksonder met een dode loofboom.

In feite is het belachelijk, denk ik terwijl ik vier zakken glutenvrije hondenbrokken naar mijn winkelmandje verplaats, dat iets banaals als “klik op alle verkeersborden” of “duid alle afbeeldingen met een auto aan” mij als mens onderscheidt van algoritmen die in staat zijn triljoenen berekeningen per seconde uit te voeren. De gigantische machine achter mijn scherm kan alles, behalve pixels tot figuren verbinden. Alsof het een astronoom is, die de stand van de sterren tot op de kleinste graad kan uittekenen, maar zich geen sterrenbeelden kan inbeelden en dus geen betekenis aan de hemel kan ontleden. Het internet vindt geen patronen in haar eigen puin. De ruis van kleurcodes voor curryketchup, afbeeldingen met vogels en websites voor coeliakiepatiënten met vier pootjes en honger, blijft gewoon ruis.

Op het wereldwijde web is haar bloed niet meer dan de kleur van een glas wijn

Ik voer mijn adres in en betaal. Het tabblad biept. Transactie geslaagd. Patty jankt en krabt aan het schuifraam. Ik sta op, schuif het raam open en ga naar buiten. De terrastegels zijn koud en kleverig. Op mijn sokken met dinoprint kijk ik naar de teckel. Er loopt een spoortje van bloed uit haar aars. Ik neem een foto van het rood op de vloer. Wanneer ik de foto in mijn zoekbalk plaats, weet het internet dat de kleurcode van de vlekken #8A0303 is. Dit is bijvoorbeeld de kleur van kersen en Bordeauxwijn. Wil je dat ik nog meer voorbeelden van deze tint opzoek? Patty jankt. Ik klik het tabblad weg. Het internet weet niet eens of ze ziek is. Op het wereldwijde web is haar bloed niet meer dan de kleur van een glas wijn.

***

Je besmeert een boterham met vakjes. Op de zuurdesemsnede teken je met je mes een raster van zeven op vier vakjes. Het brood is je schaakbord: een vakje kersenconfituur, een vakje pindakaas, een vakje kersenconfituur, enzovoorts. Je neemt een hap, de vakjes lopen in elkaar over. Patty slobbert water uit haar bak. Drie kaaskroketten sissen in de diepe pan met olijfolie op het vuur. Ik draai ze van hun goudbruine buik op hun bleke rug terwijl ze spartelen in het vet, als kleuters die voor het eerst in het kniediepe zwembad mogen en met hun mollige armen in het warme water molenwieken in de hoop vooruit te zwemmen.

Je vult al de hele voormiddag persoonlijkheidstests in en komt zo tot de vaststelling dat je een hoogsensitief, gematigd ochtendmens bent. Het is aangeraden om dan tussen vijf en half zeven in de ochtend op te staan. Op je voorhoofd staat een puist op uitbarsten. De pindakaas plakt aan je kiezen. Ik haal de kaaskroketten uit het vet, dep ze droog met wat dubbelgevouwen keukenpapier. Volgens je Enneagram ben je een succes nastrevende perfectionist. Je hebt geen ADHD en bezit een doorsnee IQ, bent niet bipolair, schizofreen, depressief, hypochondrisch, autistisch, paranoïde, robotisch, dyslectisch of anorectisch. Het internet heeft het je bevestigd.

Patty stopt haar kop in een molshoop in de tuin. Ik beeld me in dat ze ondergronds naar de mollen blaft. De trillende, blinde beestjes in hun holen.
Ik bijt een hoek van de kaaskroket. De gloeiend hete brij brandt op mijn tong. Heet, heet, heet. Ik ren naar de gootsteen en spuw de kaas uit. Ik hang met mijn tong onder de kraan en beeld me in dat mijn tong, die bonst van de hitte, door de kroket voorgoed vervormd is. Het voelt alsof het lapje vlees geschroeid in mijn mond ligt, grillig als een mossel, een roze loszittende lob die ik zomaar uit mijn mond kan bijten als ik even niet oplet.

‘Wat is er met Patty?’

‘Ik weet het niet,’ probeer ik uit te brengen.

Ik vul een glas met water en wals het vocht heen en weer in mijn mond. Jij stopt het laatste korstje van de schaakbordsnede in je mond en laat me je mindmap zien. Je hebt het schema met dikke viltstiftstrepen op A3-papier getekend: groot en angstaanjagend als een spin. Wie ben ik? staat in de kop van de spin, het centrum van je schema, geschreven. De persoonlijkheidstesten zijn deel van het artistieke onderzoek voor je masterscriptie. Je probeert het me al veertig minuten uit te leggen, radeloos en met vingers verkrampt tot klauwtjes van frustratie.

‘Ik snap het niet.’

Ik zie voor me hoe je in het wit van de zoekbalk gaat liggen, het wereldwijde web je eenpersoonsbed

Je legt je mes neer. ‘Wat snap je niet? Het onderzoek start vanuit twee belangrijke vaststellingen. Eén: ik weet niet wie ik ben. Twee: het internet weet alles. Ik wil die twee met elkaar verbinden. Kan ik te weten komen wie ik ben door mijn hele identiteit aan het internet over te leveren?’

Ik probeer het me in te beelden. Dat je onder het mom van onderzoek in het internet kruipt. Ik zie voor me hoe je in het wit van de zoekbalk gaat liggen, het wereldwijde web je eenpersoonsbed. Ik zie enkel het ijzingwekkende wit dat je omringt, en hoop dat al dat wit niet besmettelijk is. Dat jij niet ook wit en ijzingwekkend zal worden.

***

Al weken ga ik met Patty dierenartsen, dierentemmers, dierenkenners en dierenhypnotiseurs af. Niets helpt. Jij laat je sporadisch aan de keukentafel zien, en als je er wel bent, oog je uitgemergeld en moe. Voor je onderzoek heb je met eten geëxperimenteerd. Je hebt weken aan een stuk suiker gemeden, maar één maaltijd per dag gehad of juist gretig fast food gegeten. Het droeg niet bij aan je zelfonderzoek. Alle sporen liepen dood.

Nu eten we opnieuw kaaskroketten en zuurdesem met smeersels voor lunch. Je kauwt op een korst, kijkt naar Patty die in de tuin ijsbeert. Tussen ons in ligt een A4’tje met je voorlopige bevindingen. Ik ga tussen het puin van de maaltijd de rasters van het afgedrukte Excel-document af, zie alle diagnoses van alle dingen die je niet bent, en kan alleen maar denken: en wie of wat ben je dan wel?

‘Ziet er goed uit,’ zeg ik.

De harde broodkruimels prikken in mijn ellenbogen op tafel. Patty geeft over op de tegels van het terras. De vlek heeft de vorm van Zuid-Amerika.

‘Geeft niets,’ sus ik haar, maar vooral mezelf.

Je steekt een kaaskroket tot tegen je huig in je mond, zonder te blazen. Het gaat goed met je onderzoek, zeg je met je mond vol kaas en korst. Je weerlegt mijn twijfels. CAPTCHA heeft vastgesteld: je bent geen robot. Persoonlijkheidstesten bevestigden: je bent geen afwijkend geval. Je weet bijna wie je bent.

Ik moet denken aan de kermis die zich elk jaar in juli in de oksel van het dorp vestigde. Er hingen varkenshammen zo breed als een doorsnee bovenbeen in de nok van de feesttent te drogen. Tijdens het feestweekend werd het vlees van de haak losgesneden en vraten we het varken in barbecuesaus gedrenkt en tussen witte broodjes op.

Ik zie de ballonnen in je leeg lopen. Je begint steeds meer op een gedroogde abrikoos te lijken

Op die dorpskermis won ik na vijfentwintig euro en heel veel gevloek een plastic stemmingsring in het lunapark. Het ding lag zwaar in mijn handpalm. Op de doorzichtige ring zat een eivormige steen gelijmd. De steen werd blauw bij verdriet, rood bij boosheid en geel bij blijdschap. Ik was vijftien en bestond voor een groot deel uit acné, onzekerheid en energiedrank. Ik groeide hard en in allerlei richtingen. Het was verwarrend, maar het had ook iets troostends een sieraad te bezitten dat me vertelde wat ik voelde. Ik raakte de ring maanden later kwijt. Ik rukte alle kasten open, tastte in alle broekzakken en keerde al mijn rugzakken, pennenzakken en jaszakken binnenstebuiten. De ring was verdwenen. Ik voelde me rood en blauw. Dat verwarde me. Het was de eerste keer dat ik zélf op zoek moest naar gevoelens, dingen die als ballonnen in mijn lijf uitzetten, uitbarsten, verslappen of krimpen.

Ook jij hebt iets externs als het internet nodig om je te vertellen wat je wel en niet voelt en wie je wel en niet bent. Ik zie de ballonnen in je leeg lopen. Je begint steeds meer op een gedroogde abrikoos te lijken: klein, gerimpeld en oranje van de schmink die je op je wangen smeert. In het zoeken naar jezelf ben je jezelf kwijtgeraakt.

Ik kijk door het raam. Jij geeft de mindmap een extra pootje. Conclusie krabbel je, maar ik zie dat je aarzelt over wat je ernaast wil schrijven. Patty likt met haar ogen dicht de kots op. Volgens de dokters gaat het slecht met de teckel. Ik geloof niet dat je ooit weet wat de ander voelt, dus ik hou haar met dure brokken en veel geaai in leven. Het miezert. Het dier is doorweekt, maar ze huppelt weer. De lucht heeft de kleur van tandpasta: bleek en blauwig. Een beetje #0077FF, een beetje #FFFFFF.

Mail

Leonie Moreels (2003) studeert Vergelijkende Moderne Letterkunde in Gent en schrijft poëzie, proza, essays, recensies, masterscripties, liefdesbrieven en mails. Ze was campusdichter van de Universiteit Antwerpen (2024-2025). Haar werk verscheen in DW B, Rekto:Verso en E-tcetera en won verschillende prijzen, waaronder de Jotie T’Hooft Poëzieprijs (2022), Babylons Interuniversitaire Literaire Prijs (2023) en de Poëzieprijs van de stad Harelbeke (tweede plaats, 2025).

Eva Procee (zij/haar) is een illustrator en animator uit Utrecht. Ze studeerde in 2024 af aan de HKU. Het liefst tekent ze verhalende beelden, waarin ze kan experimenteren met verschillende materialen en technieken. Ze haalt veel inspiratie uit muziek, natuur en de wetenschap.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
Het sanatorium

Het sanatorium

Elin ligt roerloos op de ligstoel van een sanatorium, hoog in de bergen. Stil en uitgespreid op het terras wordt ze geconfronteerd met een doordringende geur, die ze niet kan identificeren. In dit surreële, filosofische verhaal zoekt Stefanie Gordin naar de betekenis en de verstikkende werking van rust. Lees meer

Dogs that cannot touch each other

Dogs that cannot touch each other

Een theatrale vertelling van Louky van Eijkelenburg over warmte, wrangheid en het controversiële kunstwerk 'Dogs That Cannot Touch Each Other'. Lees meer

Kwetsuur

KWETSUUR

Het prinsessenbed en de koffiepauze in een hospice vormen het decor van dit gedicht van Kim Liesa Wolgast. Koffie, lametta en aquarelpapier zijn de rekwisieten van het sterftheater, waar de tijd stilstaat en zich tegelijkertijd steeds herhaalt. Lees meer

Materiaal van een lichaam 1

Materiaal van een lichaam

In dit verhaal van Merel Nijhuis en beeld van Jasmijn Vermeeren exposeert een disabled kunstenaar haar werk tussen de zoemende TL-verlichting, kunstkijkers en hun opmerkingen. Ze probeert een balans te zoeken tussen genoeg informatie geven over haar werk en het ontwijken van de daaropvolgende validistische vragen. Lees meer

We willen het ook voor jou veilig houden

We willen het ook voor jou veilig houden

Claire heeft het voor elkaar: luxe kleding, een indrukwekkend cv en een leidinggevende functie. Tot ze op het matje wordt geroepen vanwege grensoverschrijdend gedrag. Claire snapt het niet. Wat is er gebeurd? Wanneer zijn de regels veranderd? Wie heeft de nieuwe normen bedacht? Emma Stomp duikt in dit verhaal in Claires hoofd en laat het... Lees meer

De onderste sport

De onderste sport

Walde groeit op onder de kassa in de supermarkt. Daar hoort hij de verhalen van alle klanten die bij zijn moeder afrekenen. In dit verhaal van Jelt Roos wordt onze drang ambitieuze levens te leiden bekeken door de lens van klassenongelijkheid. Is het beter om te streven of in je eigen vak te blijven? Lees meer

De ogen van Jeroen

De ogen van Jeroen

‘Ik stel me voor dat ik heel groot en heel sterk ben, dat ik zijn arm pak, die zo ver naar achteren draai dat hij breekt. Krak.’ In dit verhaal neemt Mayke Calis je mee in het gezinsleven van een ogenschijnlijk alledaagse familie, maar maakt het al snel plaats voor een naar gevoel in je buik. Lees meer

Auto Draft 13

Schoolzwemmen

Koen de Vries schreef een beklemmend verhaal over zwemles en monsters die zich schuilhouden achter de putjes. 'Vanaf de kant kun je hem echt niet zien, hoor. Hij komt pas tevoorschijn als je verdrinkt.'  Lees meer

Auto Draft 12

Laat dat, zei ik

Op de binnenplaats van een muf hostel verlangt een man naar erkenning bij zijn vrouwelijke kamergenoot. In Laat dat, zei ik legt Robin van Ommen onze verwachtingen over wederkerigheid in sociale interacties bloot. Met een surreële twist. Lees meer

Neil Armstrong (they/them) 1

Daar ben je, hier zijn we

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Ayden Carlo: 'Dit hier lijkt helemaal niet over jou te gaan en dat is precies waarom ik je schrijf.' Lees meer

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Soms vraagt een kunsttentoonstelling om een andere vorm dan een standaard recensie. Dit is ook het geval bij ‘Sculpting the senses’ van Iris van Herpen in Kunsthal Rotterdam. Merel Wolfkamp ging er heen en beschrijft haar ervaring op een gevoelige, poëtische manier. Lees meer

Neil Armstrong (they/them)

Neil Armstrong (they/them)

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Trijntje van de Wouw: ‘Ze zoeken zo hard naar buitenaardse wezens dat ze niet zien hoeveel er nog te ontdekken valt recht voor hun neus.’ Lees meer

Zand erover

Zand erover

In dit verhaal van Anouk Harkmans ligt een verteller op het strand, alleen, met een steen op haar navel, en ze overdenkt een relatie die voorbij is. 'Wat als dit geen einde is? Wat als het einde al heeft plaatsgevonden – zonder zichtbare erosie – en dit niet meer is dan de onverhoopte poging om te doen alsof dat niet zo is?' Lees meer

Het kerstmaal

Het kerstmaal

Het ouderlijk huis: een kern waar velen van ons naar terugkeren met de feestdagen. Dingen horen daar te zijn zoals je ze hebt achtergelaten. Maar wat als dat niet meer zo is? Wat als dat fundament niet meer zo stevig blijkt te zijn? Thomas D'heer schrijft zacht over toenadering, weemoed en familie. Lees meer

Auto Draft 11

20240903 Fiat Punto

Met de handrem omlaag en handen aan het stuur rijdt Wim Landuyt je in dit gedicht langs zijn bloedlijn, van de pastasaus in zijn aderen tot in dit land van regels: een compilatie van zijn migratie. 'net als een geïmporteerde fiat punto / brandt mijn motor onder mijn huid' Lees meer

 1

Mijn doofheid door de jaren heen

In haar gedichten gaat Bareez Majid in gesprek met de nacht en verschillende vormen van stilte; van de stilte die volgt uit zwijgen om bestwil tot simpelweg niet kunnen spreken doordat je de taal niet kent, en van stilte uit angst van een gevlucht kind tot niet willen of kunnen luisteren naar de ander. Lees meer

Een eerste keer

Een eerste keer

In dit erotische verhaal vraagt Jochum Veenstra zich af of het opwindend kan zijn om constant expliciete consent te vragen, en of er dan ook echte consent tot stand komt. Een eerste keer is ook gepubliceerd als audioverhaal bij deBuren. 'Als onze monden elkaar raken, lijkt de vriendschap die we bij daglicht hebben weer tot leven te komen.' Lees meer

Balletles

Balletles

In een rumoerig café herinnert een groep meisjes zich heel helder: 'Meisjes zoals wij leren vroeg de kunst van de onwaarneembare volharding.' In dit korte verhaal neemt Marieke Ornelis je mee in een wereld vol witte panty's, billen op een koude vloer en honingachtig vocht, terwijl de intimiteit wegsmelt onder de toneellampen. Lees meer

Pomme d’amour 1

Pomme d’amour

In dit gedicht van Elise Vos vinden de glazen muiltjes en kikkerprinsen uit de klassieke sprookjes hun weg tussen de HR-medewerkers en stadsduiven met verminkte pootjes. Een hoofdpersoon zoekt diens plek in de wereld, terwijl mannen dwars door de ontknoping van het verhaal heen slapen. Lees meer

Ademruimte

Ademruimte

‘Hij kon toen alleen Catalaanse woorden fluisteren en zijn wijsvinger buigen om aan te geven wanneer hij naar buiten wilde om te roken.’ In Ademruimte, van Elisa Ros Villarte, keert het hoofdpersonage terug naar haar ouderlijk huis dat gevuld is met onbekend speelgoed, bevroren maaltijden en beladen vragen. Lees meer

Lees Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Schrijf je nu in voor slechts €3 per maand en ontvang in september je eerste papieren tijdschrift. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer!