Asset 14

Schoolzwemmen

Auto Draft 13

Koen de Vries schreef een beklemmend verhaal over zwemles en monsters die zich schuilhouden achter de putjes. 'Vanaf de kant kun je hem echt niet zien, hoor. Hij komt pas tevoorschijn als je verdrinkt.' 

'Als je verdrinkt, ga je naar de begraafplaats aan de overkant,' fluistert Diederik in mijn oor. Hij zit naast me in de bus, klikt zijn gordel los en leunt op mijn schouder. Zijn puntige neus drukt zacht tegen de zijkant van mijn hoofd. 'Daarom ligt het er zo vol.'
Hij zakt achterover in zijn stoel en grinnikt. Ik kijk uit het raam. Het open veld tussen de bomen ligt bezaaid met grijze stenen. Sommige vierkant, sommige rond aan de bovenkant. Sommige een kruis.
'Zo houden ze het zwembad schoon, met een grote tunnel, die als een stofzuiger lichamen van de bodem opzuigt.'
Ik bijt op mijn lip en knik.
'Ik heb al heel lang niet meer gezwommen,' zeg ik.
'Jammer,' zegt Diederik. Hij laat zich weer in zijn stoel vallen. 'Ik wel. In de vakantie. Ik houd van zwemmen. Houd jij niet van zwemmen?'
'Weet ik niet,' zeg ik. Mijn been trilt snel op en neer. 'Ik weet niet eens meer wanneer de laatste keer was, eigenlijk.'
'Kan je überhaupt wel zwemmen?' lacht hij.
Een voor een mogen we de bus uit. De kinderen die al buiten staan kijken allemaal naar mij, hoe ik naar beneden kom, hoe ik tussen ze in ga staan. Ze smiespelen met elkaar en giechelen.

Ik sta aan de badrand en gluur naar de bodem. Witte tegels, zwarte tegels in strakke lijnen, hier en daar een putje, dezelfde als in de goot op de kant.
Soms zitten de roosters van de putjes los. Ik heb er ooit een opgetild en mijn hand in het gat gestopt. Het gat gorgelde, rukte fel aan mijn arm, zoog me plots op tot aan mijn schouder. Mijn hoofd klapte op de tegels. Als het putje nog verder open kon, was ik erin verdwenen.
In het diepe deel, misschien, waar je de bodem niet kunt zien. Als een dikke mist zit het water in de weg. Halverwege de schuine helling die het diepe deel met de rest verbindt, vervagen de zwarte lijnen en witte vlakken tot blauwgrijze schimmen. Daar zijn de regels anders, daar zullen de gaten verder open kunnen.
'Ga je nog springen?' vraagt de meester.
Ik schud mijn hoofd.
'Ga maar op het bankje zitten, dan.'

Hij komt pas tevoorschijn als je verdrinkt. Of als je bijna verdrinkt soms ook, maar alleen als je sowieso al niet meer te redden bent

'Vanaf de kant kun je hem echt niet zien, hoor. Hij komt pas tevoorschijn als je verdrinkt. Of als je bijna verdrinkt soms ook, maar alleen als je sowieso al niet meer te redden bent.' Voor de terugreis is Diederik opnieuw naast mij gaan zitten. Hij lacht en legt zijn armen over elkaar.
De twee kinderen voor ons kijken me door het gat tussen de stoelen aan. Ze giechelen.
‘Hmm hmmm,’ klinken ze in koor.
'Vorige maand is hij nog gespot,' zegt het kind op de linkerstoel. 'Toen verdronk er iemand.'
'Met z'n tweeën waren ze, zelfs,' weet de ander. 'Arme stakkers.' Ze trekt haar wenkbrauwen omhoog en knikt.
Ik kijk naar Diederik. Hij maakt grote ogen en verzucht dat het inderdaad heel heftig was.
'Echt?' vraag ik.
Hij knikt. 'Maar jij hoeft je geen zorgen te maken. Dat is vast nergens voor nodig.' Grijnzend stompt hij hard tegen mijn schouder.

'Ga je deze week wel het water in?' vraagt de meester. Hij heeft ons er expres bij het minder diepe deel in gestuurd. Hij kan ook niet garanderen dat er in het diepe deel niets onderwater leeft, verstopt tussen de tegels, dat de muur niet plots openschuift en er een grote slurf uit komt of dat de schuine rand ineens omhoog komt, als de enorme mond van een walvis, en ons allemaal naar binnen zuigt. Dus daar zwemmen we niet. Onze veiligheid is zijn verantwoordelijkheid, dat had hij me verzekerd.
Ik knik.
'Zie je wel,' zegt Diederik terwijl hij me inhaalt. 'Jij hoeft je nergens zorgen om te maken.' Zonder om te kijken snijdt hij me af, zijn hakken in mijn buik en zijn zwembroek waar mijn handen moeten zijn en ik grijp hem bijna vast, per ongeluk. Ik trek mijn armen in.
Diederik spettert met zijn voeten water in mijn gezicht. Ik proest, spuug de spetters uit, snak naar adem, wrijf het water uit mijn ogen. Meer kinderen halen me in, stuk voor stuk spetteren ze in mijn gezicht. Ik probeer me om te draaien, maar het lukt niet met al het water en mijn handen in mijn ogen en overal waar ik probeer te ademen zijn voeten. Iemand botst tegen mijn schouder. Drukt me onderwater. Net op tijd neem ik een hap lucht.
Onderwater is het kalm. Er zijn geen spetters, geen kinderen die tegen me aan stoten. Ik zak naar de bodem en blijf staan. Ik sta precies op de knik, mijn tenen over de schuine rand, alsof ik klaar sta om te duiken. Ik kijk omhoog. De andere kinderen zwemmen over me heen. Ze zwemmen dicht tegen elkaar.
Ik ga zitten en leg mijn benen op de helling. Het water bij mijn voeten is koud. Een rilling schiet door mijn enkels, door mijn rug, botst tegen mijn schedel. Mijn hoofd vibreert, mijn nek trilt. Ik slik het weg.
Voor de zekerheid leg ik mijn handen op mijn mond en borst om te voorkomen dat mijn lucht per ongeluk ontsnapt.
Ik buig me voorover en knijp mijn ogen samen. Als ik de opening van de tunnel kan vinden, kan ik er altijd met een ruime bocht omheen zwemmen. Er moeten toch op zijn minst ergens scharnieren zitten? Een luik of deur in de hoek van het zwembad, bijvoorbeeld, voor een tong die je bij je enkels grijpt. Het is beneden te donker om het goed te zien.

Zodra de schuifdeuren opengaan, spoelt een zware, dikke lucht over ons heen. Ik zucht en mijn jas glijdt van mijn schouders. Ik vang hem in mijn ellebogen op. Diederik doet hetzelfde.
'Zo warm,' klaagt hij terwijl we de donkere gang in lopen. Muren van bruinrode baksteen, een houten plafond zwartgelakt. Van de meester moeten we helemaal door tot aan het eind, voorbij de kleine hokken. Daar is een grote kleedruimte. 'Gelukkig ruikt het lekker.'
'Ja?' vraag ik.
'Vind je niet? Ik houd wel van die lucht.'
Het chloor plakt aan mijn huid, kruipt in mijn poriën. Het prikt ook, in mijn neus.
'Laat het overal maar zo ruiken. Heerlijk.' Hij heft zijn kin en zuigt de geur zo diep hij kan naar binnen. Zijn tas slingert in zijn handen, met elke stap trapt hij er met een doffe klap tegenaan. Dan kijkt hij mij aan, zwaait hij zijn armen naar achteren en slaat hij met de tas tegen mijn buik.
Mijn buik knijpt en een doffe kuch glipt door mijn lippen.
Hij lacht. 'Gaan we zo lekker omkleden!'
Ik blijf stil en staar voor me uit. Een paar kleine hokjes moeten we nog voorbij, dan komen we bij het grote hok.

Nee, het is boven te licht om het goed te zien. Ik kom van de bodem overeind, ga op mijn knieën zitten en buig voorover, steeds verder, tot ik plat op mijn buik lig. Bloed zakt naar mijn hoofd, mijn slapen kloppen. Ik heb wel eens ondersteboven op de bank gelegen, maar dit geklop is feller.
Ik schuif mezelf iets naar voren. Mijn ribben glijden van de rand, mijn navel, mijn knieën.
Mijn slapen bonzen, luider, dreunen, dieper naar binnen, verder naar buiten. Ik druk mijn lippen op elkaar en vergrendel ze met mijn tanden.
Ineens begint het bad te grommen. Een schokgolf schiet door het water. Het blaast mijn haar naar achter, drukt mijn ogen dicht.
Ik schrik op. Ik sla om me heen, draai me om, steek mijn armen uit, maar kan niet meer bij de rand. Ik zwem en zwem, mijn armen voor me uit, de rand steeds verder weg. Luchtbellen ontsnappen uit mijn mond. Water schiet mijn neus in. Ik slik het weg.
De bodem knarst, brokken tegel schrapen mijn huid, de zwarte lijn scheurt. Een gat, een kloof, hij groeit van de muur tot aan de helling. Steeds breder, gapend, de randen grillig, tanden in een mond.
Ik sla, trap, kronkel, maar mijn armen willen niet. Nagels in mijn schouders trekken aan me. Handen om mijn nek drukken me naar onder. Ze knijpen, ze persen.
Het gat zuigt het zwembad leeg. Ik open mijn mond en schreeuw. Het zwembad gromt, overstemt me. Beton sluit zich om mijn enkels. Trekt aan me. Er ontstaat een draaikolk van gruis, ik zit in het midden.
Rode sporen cirkelen naar boven. Ik probeer ze te pakken, me op te trekken, maar grijp telkens mis. Mijn enkels worden zwart, verdwijnen. Mijn knieën, mijn heupen. Iemand kijkt naar me en steekt een arm uit. Ik kan er niet bij.
Het beton schaaft langs mijn buik, mijn borst. Ik knijp mijn ogen samen. Om me heen is het zwart. Mijn vingers zijn weg, ik ben ze kwijt.
Ik kijk omhoog. De kinderen zijn verdwenen. Er is enkel nog een witte punt, die steeds kleiner wordt, tot ook die uiteindelijk verdwijnt.
Het grommen stopt. Een dikke, stroperige vloeistof sluit zich om mijn lichaam, kruipt over mijn huid. Het is koud, kouder dan het water. Ik voel hoe het tussen mijn vingers loopt, hoe het in mijn oren kruipt. Langzaam vult het al mijn kieren.

'Hoe weet het zwembad dan dat je verdrinkt?' vraag ik.
Diederik propt zijn onderbroek in zijn tas. Hij drukt hem zo diep mogelijk in de plooien van zijn handdoek. Telkens wanneer Diederik de rits bijna dicht heeft, valt hij weer uit de tas. 'De tas op vakantie was veel fijner,' bromt Diederik.
Ik sta naast hem met mijn zwembroek in mijn handen. Ik wil dat de andere jongens eerst de kleedkamer uit gaan voor ik mijn kleren uitdoe.
'Dat is geheim,' zegt hij, terwijl hij zich tot mij richt. 'Niemand weet het zeker. Sommige mensen zeggen dat het zwembad leeft, dat het zo nu en dan wakker wordt wanneer het honger heeft, maar daar geloof ik zelf niets van. Dan zouden er nog veel meer mensen opgezogen worden.' Hij buigt zich naar me toe en schraapt zijn keel.
'Ik denk dat er camera's verstopt zitten in de onderwaterlampen,' fluistert hij. 'En dat iemand de beelden in de gaten houdt, die precies op het juiste moment op een knopje drukt. Dan gaat de tunnel open.'
Hij recht zijn rug en kijkt met opgetrokken wenkbrauwen in mijn ogen.
'Hopelijk gaat het niet per ongeluk mis, dan.'
Diederik haalt zijn schouders op. 'Ben je niet benieuwd?'

Mail

Koen de Vries (2001) studeert wiskunde in Nijmegen en schrijft zowel proza als poëzie. Hij was finalist bij Het Rode Oor 2025 en zijn teksten zijn terug te vinden op onder andere Notulen van het Onzichtbare en de website van De Revisor. Daarnaast trad hij op onder andere het Wintertuinfestival en literair festival OPZICH op en zit hij in de organisatie en redactie van poëziefestival Onbederf'lijk Vers.

Anna Boulogne is een illustrator, opgegroeid in Brussel en wonend in Rotterdam. Ze laat zich inspireren door de natuur, mensen, dieren en haar dagelijkse leven. Het liefst tekent ze met imperfecte lijnen en veel kleur.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
Het sanatorium

Het sanatorium

Elin ligt roerloos op de ligstoel van een sanatorium, hoog in de bergen. Stil en uitgespreid op het terras wordt ze geconfronteerd met een doordringende geur, die ze niet kan identificeren. In dit surreële, filosofische verhaal zoekt Stefanie Gordin naar de betekenis en de verstikkende werking van rust. Lees meer

Dogs that cannot touch each other

Dogs that cannot touch each other

Een theatrale vertelling van Louky van Eijkelenburg over warmte, wrangheid en het controversiële kunstwerk 'Dogs That Cannot Touch Each Other'. Lees meer

Kwetsuur

KWETSUUR

Het prinsessenbed en de koffiepauze in een hospice vormen het decor van dit gedicht van Kim Liesa Wolgast. Koffie, lametta en aquarelpapier zijn de rekwisieten van het sterftheater, waar de tijd stilstaat en zich tegelijkertijd steeds herhaalt. Lees meer

Materiaal van een lichaam 1

Materiaal van een lichaam

In dit verhaal van Merel Nijhuis en beeld van Jasmijn Vermeeren exposeert een disabled kunstenaar haar werk tussen de zoemende TL-verlichting, kunstkijkers en hun opmerkingen. Ze probeert een balans te zoeken tussen genoeg informatie geven over haar werk en het ontwijken van de daaropvolgende validistische vragen. Lees meer

We willen het ook voor jou veilig houden

We willen het ook voor jou veilig houden

Claire heeft het voor elkaar: luxe kleding, een indrukwekkend cv en een leidinggevende functie. Tot ze op het matje wordt geroepen vanwege grensoverschrijdend gedrag. Claire snapt het niet. Wat is er gebeurd? Wanneer zijn de regels veranderd? Wie heeft de nieuwe normen bedacht? Emma Stomp duikt in dit verhaal in Claires hoofd en laat het... Lees meer

De onderste sport

De onderste sport

Walde groeit op onder de kassa in de supermarkt. Daar hoort hij de verhalen van alle klanten die bij zijn moeder afrekenen. In dit verhaal van Jelt Roos wordt onze drang ambitieuze levens te leiden bekeken door de lens van klassenongelijkheid. Is het beter om te streven of in je eigen vak te blijven? Lees meer

De ogen van Jeroen

De ogen van Jeroen

‘Ik stel me voor dat ik heel groot en heel sterk ben, dat ik zijn arm pak, die zo ver naar achteren draai dat hij breekt. Krak.’ In dit verhaal neemt Mayke Calis je mee in het gezinsleven van een ogenschijnlijk alledaagse familie, maar maakt het al snel plaats voor een naar gevoel in je buik. Lees meer

Auto Draft 12

Laat dat, zei ik

Op de binnenplaats van een muf hostel verlangt een man naar erkenning bij zijn vrouwelijke kamergenoot. In Laat dat, zei ik legt Robin van Ommen onze verwachtingen over wederkerigheid in sociale interacties bloot. Met een surreële twist. Lees meer

Neil Armstrong (they/them) 1

Daar ben je, hier zijn we

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Ayden Carlo: 'Dit hier lijkt helemaal niet over jou te gaan en dat is precies waarom ik je schrijf.' Lees meer

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Dwalend door dromen en sluierende schaduwen

Soms vraagt een kunsttentoonstelling om een andere vorm dan een standaard recensie. Dit is ook het geval bij ‘Sculpting the senses’ van Iris van Herpen in Kunsthal Rotterdam. Merel Wolfkamp ging er heen en beschrijft haar ervaring op een gevoelige, poëtische manier. Lees meer

Neil Armstrong (they/them)

Neil Armstrong (they/them)

BredaPhoto, Pride Photo en Tilt organiseerden de tentoonstelling ‘Levenslijnen – queer verhalen in beeld’ en vroegen vier queer auteurs een brief te schrijven aan een geportretteerde. Vandaag lees je de brief van Trijntje van de Wouw: ‘Ze zoeken zo hard naar buitenaardse wezens dat ze niet zien hoeveel er nog te ontdekken valt recht voor hun neus.’ Lees meer

Zand erover

Zand erover

In dit verhaal van Anouk Harkmans ligt een verteller op het strand, alleen, met een steen op haar navel, en ze overdenkt een relatie die voorbij is. 'Wat als dit geen einde is? Wat als het einde al heeft plaatsgevonden – zonder zichtbare erosie – en dit niet meer is dan de onverhoopte poging om te doen alsof dat niet zo is?' Lees meer

Het kerstmaal

Het kerstmaal

Het ouderlijk huis: een kern waar velen van ons naar terugkeren met de feestdagen. Dingen horen daar te zijn zoals je ze hebt achtergelaten. Maar wat als dat niet meer zo is? Wat als dat fundament niet meer zo stevig blijkt te zijn? Thomas D'heer schrijft zacht over toenadering, weemoed en familie. Lees meer

Auto Draft 11

20240903 Fiat Punto

Met de handrem omlaag en handen aan het stuur rijdt Wim Landuyt je in dit gedicht langs zijn bloedlijn, van de pastasaus in zijn aderen tot in dit land van regels: een compilatie van zijn migratie. 'net als een geïmporteerde fiat punto / brandt mijn motor onder mijn huid' Lees meer

 1

Mijn doofheid door de jaren heen

In haar gedichten gaat Bareez Majid in gesprek met de nacht en verschillende vormen van stilte; van de stilte die volgt uit zwijgen om bestwil tot simpelweg niet kunnen spreken doordat je de taal niet kent, en van stilte uit angst van een gevlucht kind tot niet willen of kunnen luisteren naar de ander. Lees meer

Een eerste keer

Een eerste keer

In dit erotische verhaal vraagt Jochum Veenstra zich af of het opwindend kan zijn om constant expliciete consent te vragen, en of er dan ook echte consent tot stand komt. Een eerste keer is ook gepubliceerd als audioverhaal bij deBuren. 'Als onze monden elkaar raken, lijkt de vriendschap die we bij daglicht hebben weer tot leven te komen.' Lees meer

Balletles

Balletles

In een rumoerig café herinnert een groep meisjes zich heel helder: 'Meisjes zoals wij leren vroeg de kunst van de onwaarneembare volharding.' In dit korte verhaal neemt Marieke Ornelis je mee in een wereld vol witte panty's, billen op een koude vloer en honingachtig vocht, terwijl de intimiteit wegsmelt onder de toneellampen. Lees meer

Pomme d’amour 1

Pomme d’amour

In dit gedicht van Elise Vos vinden de glazen muiltjes en kikkerprinsen uit de klassieke sprookjes hun weg tussen de HR-medewerkers en stadsduiven met verminkte pootjes. Een hoofdpersoon zoekt diens plek in de wereld, terwijl mannen dwars door de ontknoping van het verhaal heen slapen. Lees meer

Ademruimte

Ademruimte

‘Hij kon toen alleen Catalaanse woorden fluisteren en zijn wijsvinger buigen om aan te geven wanneer hij naar buiten wilde om te roken.’ In Ademruimte, van Elisa Ros Villarte, keert het hoofdpersonage terug naar haar ouderlijk huis dat gevuld is met onbekend speelgoed, bevroren maaltijden en beladen vragen. Lees meer

Vrijheid

Vrijheid

Liggend onder de auto van de buren overdenkt een man de relatie tot zijn familie, de gevolgen van zijn gedrag en de reactie van omstanders. Eva Gabriela schreef een kwetsbaar verhaal waarin de dreiging en het ongemak constant voelbaar zijn, en waarin de pleger van huiselijk geweld de hoofdpersoon is. Lees meer

Lees Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Schrijf je nu in voor slechts €3 per maand en ontvang in september je eerste papieren tijdschrift. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer!