'De manosphere zal niet worden ontmaskerd als we haar van een soort stiekeme homoseksualiteit betichten, maar wel door nauwkeurig te kijken hoe ze werkt en deze manieren van competitie en erkenning te ontmantelen.' Lars Meijer deelt zijn reactie op de column van Marthe Bronkhorst over de manosphere.
‘Zijn de manosphere-mannen niet stiekem een beetje gay?’ was de titel van je column. Natuurlijk trok die direct mijn aandacht. De vraag prikkelt, want er zijn ongetwijfeld genoeg mensen die zich weleens iets soortgelijks hebben afgevraagd. De legio reacties en likes onder jouw stuk op Instagram, bevestigen dit vermoeden. Ook ik heb me weleens schuldig gemaakt aan datgene waar je over schrijft; dat geef ik direct toe. Ik heb me in de sportschool weleens afgevraagd of de zwetende mannen niet meer met elkaar dan met het sporten bezig zijn. Ook ik heb me in het voorbijtrekken van die kneuzenparade van de manosphere, weleens afgevraagd of ze niet meer interesse hadden in elkaars of het eigen lichaam dan in dat van de vrouwen die ze willen versieren.
Ja, deze mannen zijn gemakkelijk belachelijk te maken in een spottend stuk. Ironie is het zout in de keuken van de Nederlandse opiniecultuur. Men krijgt er geen genoeg van. Toch denk ik dat, als we spreken over de mannen en hun gedragingen in kwestie, we ons niet moeten laten verleiden tot al te gemakzuchtige ideeën. Daarmee laten we ons in met een vergelijkbaar discours van simplisme. Dit willen we voorkomen, lijkt me. Natuurlijk lees ik je stuk niet als een oprechte bewering dat deze mannen ‘eigenlijk homo’ zijn. Daarvoor is de ironie te duidelijk aanwezig. Maar juist omdat veel lezers iets herkennen in die observatie, lijkt het me de moeite waard om preciezer te kijken naar wat er dan wél gebeurt. Als we zoeken naar alternatieven tegen verwerpelijke gedragingen en ideeën, dan zullen we ook met een bepaalde ernst naar onze onderwerpen moeten durven kijken. Dit begint bij taal, zodat we nauwkeurig kunnen signaleren wat we dagelijks waarnemen.
Eerst nog even een kleine disclaimer: net als jij vind ik het belangrijk om kritisch te zijn op de onverholen haat – in welke hoedanigheid dan ook – van deze mannen uit de manosphere. Ik wil het ook niet voor deze figuren opnemen. Er zijn gevaarlijke, haast fascistoïde tendensen, binnen deze groep zichtbaar, waarvan de gevolgen zich steeds duidelijker aftekenen. Ik voelde me genoodzaakt om te reageren omdat de ironie van het stuk volgens mij leunt op een aanname die weleens vaker opduikt: dat intense mannelijke verbroedering uiteindelijk moet wijzen op een vorm van verkapte homoseksualiteit. Als dat het geval was, dan waren de anti-migratierellen in Loosdrecht het meest besproken Pride-event van het jaar geweest.
Wat je observeert – mannen die zich voor elkaar uitsloven en wanhopig wachten op de goedkeuring van een ander – is geen homoseksueel gedrag, maar homosociaal gedrag. Kleine nuance, groot verschil.
Wat je observeert – mannen die zich voor elkaar uitsloven en wanhopig wachten op de goedkeuring van een ander – is geen homoseksueel gedrag, maar homosociaal gedrag. Kleine nuance, groot verschil. Deze term, gepopulariseerd door genderfilosoof Eve Kosofsky Sedgwick, verwijst naar de bewondering van mannen onderling. Zij bedoelt daarmee niet enkel vriendschap tussen mannen, maar ook een netwerk van rivaliteit, identificatie, erkenning en verlangen waarin ze hun positie tegenover andere mannen voortdurend bevestigen. Denk aan je ervaring in de sportschool. Vaak gaat dit gepaard met een vorm van homofobie: elke mogelijke associatie met een homoseksueel verlangen moet zorgvuldig worden afgezworen. Daarom valt ons ook de geciteerde tweet – ‘the gayest tweet of all time’ – op. Clavicular gaat de fout in door naar een vrouw te kijken, terwijl hij omgeven is door deze ‘belangrijke’ mannen. Dat móét een bewijs zijn dat deze mannen niet op vrouwen vallen! Echter, het gaat in deze situatie niet echt over een vrouw, maar over het feit dat Clavicular zijn verlangens niet kan controleren. Hij kan enkel deel blijven van de groep zolang hij zijn verlangens ondergeschikt maakt aan de logica van mannelijke erkenning. Zijn blik verstoort deze homosociale orde.
Maar wat zijn dat eigenlijk, die zogenoemde verlangens die onder controle gehouden moeten worden? In de longread What Can Men Want? in het online tijdschrift Parapraxis doet Nathan Rochelle Durford een poging om, net als jij, vat te krijgen op een mogelijk vergelijkbaar fenomeen: Is het mogelijk zó heteroseksueel te zijn, dat het naar het homoseksuele neigt? Het stuk neemt een terloopse uitspraak van Nick Fuentes, die hij tijdens een livestream uitspreekt, letterlijk: ‘In fact, it is men who have sex with women who are the real gay ones’. Durford maakt hiervoor gebruik van een psychoanalytische lens en merkt terecht op dat handelingen die in wezen verlangen duidelijk maken, zowel in gesproken taal als in gedrag, wijzen op een gebrek. Of, zoals hij schrijft: ‘We desire (...) because we lack or have lost something integral to ourselves’.
Dit gebrek – of gebrek an sich – is niet te verenigen met het beeld dat mannen zoals Tate & co. van zichzelf hebben. Een man kan niet een man zijn en alsnog onvolledig zijn door ergens naar te verlangen. In deze analyse kunnen enkel vrouwen verlangen, en moet deze leegte idealiter worden opgevuld door een zwijgzame man die nergens naar verlangt: ‘Desire is what you have when you’ve failed to be sufficiently independent and recognize you need something from someone who is not you, and who can refuse to provide it, leaving you without,’ aldus Durford (mijn cursivering). Verlangen (iedereen die verliefd is geweest kan dit beamen) maakt kwetsbaar en afhankelijk.
Met deze observatie in het achterhoofd heeft het dan ook weinig zin om mannen die ons niet aanstaan met verwijzingen naar homoseksualiteit sociaal te neutraliseren. De observaties lossen niets op, want de mannen in de voorbeelden zijn daarmee niet bezig. Ze zijn bezig met elkaar de maat te nemen of bewondering te oogsten, en zoals eerder beschreven, zijn dit geen seksuele maar sociale handelingen. Op een bepaalde manier doet de logica in je stuk me soms denken aan de middelbare school. De pestkop die homoseksuele jongens pest zal toch zelf wel homo zijn? Waarom zou hij zich anders zo gedragen? Deze manier van redeneren zouden we niet veel verder moeten laten gaan dan onze onderbuik. De manosphere zal niet worden ontmaskerd als we haar van een soort stiekeme homoseksualiteit betichten, maar wel door nauwkeurig te kijken hoe ze werkt en deze manieren van competitie en erkenning te ontmantelen.
Veel warms,
Lars
Dit was een reactie op de column van Marthe van Bronkhorst van 27 mei 2026.
Lars Meijer (1994) studeerde journalistiek en behaalde in 2020 zijn bachelor aan de opleiding Creative Writing ArtEZ met het werk 'Alleen mijn vrienden zijn bang', een onderzoek naar de taal rond seksualiteit, geweld en verlangen. Hij is redactiecoördinator van het literaire tijdschrift DIG. Eerder verscheen zijn werk op o.a. Hard//hoofd, De Optimist, See All This, Samplekanon en in De Groene Amsterdammer. Daarnaast maakt hij onderdeel uit van schrijverscollectief Wildgewelf.
Kristel Peijnenborg maakt beeld in verf, in collage tot digitaal werk. Kleur en metaforen vormen daarbij een belangrijke basis. De inspiratie haalt ze uit de natuur, zintuiglijke observaties en ongemerkte zaken, momenteel in Málaga. Naast illustraties maakt ze handgemaakte Zines en multisensorische projecten waarin beeld, poëzie en klank elkaar regelmatig kruisen.


















