Asset 14

Oom Frits

Familie Overdijk: Oom Frits 1

Afkomstig uit een klein gezin en opgegroeid zonder ooms of tantes, kreeg Ferry Wieringa er bij zijn trouwen een grote schoonfamilie bij. Het contact bleef met de jaren beperkt tot verjaardagen, huwelijken, ziekenbezoek en begrafenissen. Tot zijn vrouw besloot haar ooms en tantes te gaan tekenen. Zes weken lang verschijnt elke dinsdag een verhaal.

‘Hoe mijn vader het voor elkaar kreeg weet ik niet, maar we waren niet arm. We hadden een normaal huis en te eten. Speelde hij op een bruiloft en waren er broodjes over, dan vroeg hij of hij die mocht meenemen. Aten wij de volgende dag mooi kadetjes met rosbief. Ik ging ook vissen met pa. Hij kon goed vissen. Als ik niks ving, vond ik het ook prima: lekker bij het water, het uitzicht, de frisse wind.’

Frits en Carla wonen in een groen en rustig dorp, vijftien kilometer buiten de stad waar de rest van de familie woont. De busrit voert langs een rivier waaraan oude boerderijen en fabrieken staan. Hun rijtjeshuis staat in een straat waar twee auto’s geparkeerd staan. Frits doet open.

Carla – verzorgende in een verpleegtehuis – zit op de bank tv te kijken. Frits is met pensioen. Een paar keer zal hij herhalen dat hij ‘alle tijd van de wereld heeft’. In de woonkamer: foto’s van de kinderen en katten, op tafel een vissenkom met goudvissen. Er staat een modelbouwschip en er hangt een schilderij, beide van oom Wim. In de kamer tikken zes antieke klokken. Carla: ‘Willen jullie een bakkie thee? Frits, maak jij even thee? Ik wil wel koffie.’ Frits schuifelt moeizaam naar de keuken. Hij draagt orthopedische schoenen.

Carla: ‘Leuk hoor, dat project van jullie met verhalen over vroeger. Je vergeet anders een hoop.’

Op verjaardagen bij mijn schoonouders zijn ze er altijd, maar ze zitten wat terzijde. Carla laat zich echter wel horen: ‘Hé Fer, wat zien ik? Word jij kaa-hal? MONICA, HEB JE HET GEZIEN? DAT-IE KAAL WORDT.’ Frits – pantoffels aan, in zijn eeltige hand een shagje, zijn krullerige haar strak achterover gekamd – zit er stilletjes naast.

Ik: ‘Ik herinner me dat je altijd pantoffels droeg.’

‘Vanwege mijn voeten. Als kind zijn die gebroken geweest en nooit goed gezet. Was het net gedaan, ging die dokter met zijn vinger ertussen voelen. Dan trok ik ze terug – ik verdroeg het niet als ze aan mijn voeten zaten. Ik heb nu die schoenen, maar echt helpen doen ze niet.’

Ik: ‘Je mist ook een vinger.’

‘Op mijn tiende klom ik achter wat jongens aan een muurtje op. Ik dacht: dat kan ik ook. Maar toen ik erop zat, viel die muur om. Mijn hand hebben ze kunnen redden maar die vinger moest eraf. Op mijn achttiende ben ik ook nog door een dronken automobilist van mijn sokken gereden: elleboog gebroken.’

Carla luistert en eet ondertussen schoolkrijtjes uit de snoepschaal. ‘En je oren…’

‘Ik heb te nauwe gehoorgangen en daardoor raakten als kind mijn oren vaak verstopt.

'Ze dachten dat ik niet kon leren, maar ik was doof.'

Die werden uitgespoten maar dat water bleef achter en zorgde ervoor dat ik chronische oorontsteking had. Mijn gehoorbeentjes zijn toen beschadigd. Op mijn achtste werd ik daaraan geopereerd. Terug in de klas hoorde ik nog weinig. Ik vroeg een jongen: “Wat zegt de juf, wat zegt ze?” Dacht zij dat ik niet oplette en kreeg ik een klap precies op mijn oor. Zij is wel ontslagen maar die operatie kon weer opnieuw.’

Carla: ‘Je had eigenlijk naar een speciale school gemoeten.’

‘Ze dachten dat ik niet kon leren, maar ik was doof. Ik heb de lagere school niet afgemaakt maar kon toch naar de ambachtsschool.’ Daar bleek metaal bewerken Frits goed af te gaan. ‘Ben ik dat gaan doen.’

Op zijn veertiende werkte hij in een fabriek. ‘Daar heb ik bij een ongeluk mijn enkel gebroken. Is ook nooit goed naar gekeken.’

De klokken tikken, de vissen zwemmen hun rondjes.

Carla: ‘Ik heb trek.’ Even later zit ze met twee bruine boterhammen en een glas melk aan tafel. ‘Moet jij niks eten, Frits?’

‘Neuh, dadelijk.’

Als enige van alle broers moest Frits in dienst. ‘Ik werd gek genoeg goedgekeurd. Ik verdiende in de fabriek 900 gulden, maar in dienst slechts 200 per maand. Ik moest me wassen met koud water en kreeg alleen maar suiker op mijn brood.

'Aangenaam, majoor Speknek.'

De hoge piefen kregen wel kaas en worst. Na zoveel maanden wilde ik ook wel eens een plakje kaas. Ik naar de balie: “Is er ergens nog kaas te krijgen?” Was er niet, aldus de kok. Maar toen ik zat, kwam hij aanzetten met een schaal vol. “Hier zeikerd.” Maar ik hoefde maar één plakje…’

‘Ook was er eens een majoor die zei: “Zeg, rooie stier…”’

Carla: ‘Rooie stier? Grappig, die kende ik niet.’

‘Ik werd op school al gepest met mijn haar. Ik liep toen weg. Dat zei mijn vader ook: “Loop jij maar weg.” Maar die dag zei ik: “Aangenaam, majoor Speknek.” Iedereen in een deuk, maar ik kreeg straf. Terwijl hij míj uitschold… Was blij toen ik eruit kon. Kreeg ik ten minste weer kaas op mijn brood.’

Frits keerde terug bij de fabriek maar daar wilden ze hem niet meer. ‘Dat klopte niet. Ze wisten dat ik zou terugkomen. Ik kon er uiteindelijk aan de slag als kraanmachinist. Dat was niet zwaar, lekker op mezelf, de anderen onder je aan het werk en als ze me nodig hadden, riepen ze: “Rooie” en dan kwam ik.’

Hij woonde tot zijn zevenendertigste thuis. ‘Ik was vrijgezel, mijn vader was overleden en mijn moeder leed aan Parkinson en had verzorging nodig. Ik was inmiddels werkloos en heb haar, met mijn zussen, tot aan haar dood verzorgd.’ Daarna moest hij weer gaan werken. ‘De zorg leek de Sociale Dienst wel wat. Vond ik in principe een logische keuze.’ Hij werd in een verzorgingshuis aangenomen als medewerker facilitaire dienst. Hier ontmoette hij Carla.

Achter de vitrage rijdt een witte bestelbus de straat in. Carla kijkt op. ‘Hiernaast zal wel weer wat besteld hebben maar ze zijn er niet, hun auto is weg. Zal ie zo wel hier aanbellen.’ Even later: de deurbel. Terwijl Carla met de bezorger in gesprek is, vertelt Frits dat hun dochter met haar tweede studie in Wageningen bezig is. Met Marcel (27) gaat het nu ook goed maar hij woonde aanvankelijk nog thuis en had geen werk. ‘Hij heeft nu een nette woning en een baan bij PostNL.’

Carla loopt binnen. ‘Was voor de buren.’

‘Aha,’ reageert Frits.

‘Familie Overdijk’ van Monica Overdijk (www.monicaoverdijk.nl) is tot 17 juni te zien in Amsterdam-West in de etalages van ‘Kunsttraject’ in de Dirk Hartoghstraat 41 en 45; Van Heemskerckstraat 42 en 46; Roggeveenstraat 109 en 165. Toegang vrij, dag en nacht te bezoeken.

Mail

Ferry Wieringa (1975) schrijft over ogenschijnlijk onbeduidende levens en plekken. In zijn verhalen spelen figuranten de hoofdrol en schuift de achtergrond naar het voorplan.

Monica Overdijk is beeldend kunstenaar.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
Lees meer
test
het laatste
Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer