Loïs Blank ziet een verschuiving in wat er wordt geroepen in columns, aan talkshowtafels en op sociale media. In haar column onderzoekt ze de opvallende drang om het huwelijk, heteroseksualiteit en zelfs het willen hebben kinderen te verdedigen. Wordt de norm daadwerkelijk bedreigd, of is ze gewoon snel geïntimideerd?
Een landelijke krant met een column die oproept tot het krijgen van kinderen, de New York Times met een essay rond de stelling ‘there has still never been a better time in human history to happily and successfully pursue heterosexuality’, viral memes over hoe het huwelijk this year’s aesthetic is en de ene na de andere film of serie waarin een heterohuwelijk de hoofdrol speelt: The Drama, Cassie en Nate’s huwelijk in Euphoria, Heathcliff en Cathy in Wuthering Heights.
Je hoopt dat ik hier een opzetje geef van het plot in The Handmaid’s Tale seizoen 7, maar het is een greep uit de realiteit.
Er is iets heel raars aan de hand met de maatschappelijke norm. Naast het feit dat die nog altijd riekt naar privilege, ingebakken ongelijkheid en exclusie, ontstaat er nu een groeiende groep mensen die een urgentie voelen om de norm te verdedigen. Zij die de norm populairder maken: tradwife-content anyone? Er is genoeg voor iedereen! Of zij die er een pleidooi voor houden: Conservatieve ideeën aan talkshowtafels en in columns? Ook daarvan is genoeg voor iedereen!
De norm wordt op de maatschappelijke agenda gezet, maar een norm is per definitie genormaliseerd: je verdedigt dan iets dat al in de samenleving is geworteld. Behalve dat dat weinig origineel is, is het in dit geval ook totaal toondoof.
Neem de column in het AD waarin Angela de Jong een pleidooi houdt voor het krijgen van kinderen. Dat het hele idee dat ‘wij’ hier ‘eigen kinderen’ moeten krijgen doordrenkt is van xenofobie parkeer ik even, maar vergeet niet: als je de mens als één diersoort bekijkt, groeit de populatie nog altijd, dus die angst voor het uitsterven van de soort slaat feitelijk nergens op. Het enige dat verandert, is het percentage witte westerlingen ten opzichte van het totale aantal mensen in de wereld: als je dat als achteruitgang ziet, ben je 1) zeker eurocentrisch en 2) racistisch.
Binnen het kinderwensdebat is juist het niet willen hebben van kinderen waar vaak uitleg bij wordt gevraagd. Toen ik vijftien was, zei men: ‘Wacht maar tot je een vriendje hebt.’ Toen ik op mijn zeventiende een vriendje had, werd het: ‘Wacht maar tot je wat ouder bent.’ Toen ik ouder was en een serieuze relatie had waarin het weleens ging over dat ik geen kinderen wilde, was het het vriendje zelf dat zei: ‘Wacht maar tot we wat ouder zijn en samenwonen, dan komt het wel.’
Toch zijn Angela en het kinderwensdebat niet de enige voorbeelden van een trend die ik normactivisme noem. Het essay ‘There’s Nothing Wrong With Wanting Men’ van de New York Times is ook precies zo’n voorbeeld van normactivisme: in 2019 riep schrijver en onderzoeker Asa Seresin de term heteropessimisme in het leven - een performatieve afkeer van heteroseksualiteit die zich vaak uit in schaamte, spijt of hopeloosheid over het hetero zijn. Die term is geen aanval op heteroseksualiteit, maar een academische beschrijving van een maatschappelijke trend.
Toch zie je dat sindsdien massaal de normactivistische barricades worden beklommen om ‘een tegenoffensief’ te geven. Het New York Times-essay pleit namelijk als reactie op Seresin voor - je raadt het al - hetero-optimisme!
Waarom zijn we activisme aan het vertonen voor de meest gangbare, maatschappelijk geaccepteerde relatievorm uit de geschiedenis van de mensheid?
Op sociale media zie je dat ook in de vele video’s waarin mensen de urgentie voelen hun hetero-zijn goed te praten en op Nederlandse bodem zien we het in columns die oproepen om deze zomer vooral verliefd te zijn en columns die het zonder bronvermelding hebben over hoe ‘het simpele feit dat veel vrouwen pertinent weigeren een man te daten met een lager opleidings- of inkomensniveau veel zegt over hun halfhartige emancipatie’.
Voor de duidelijkheid: ik heb er niets op tegen als mensen een relatie willen. Mijn vraag is: waarom zijn we massaal activisme aan het vertonen voor de meest gangbare, maatschappelijk geaccepteerde relatievorm uit de geschiedenis van de mensheid?
Het doet me denken aan het opiniestuk dat Chanté Joseph vorig jaar schreef met de titel ‘Is Having a Boyfriend Embarrassing Now?’ Die titel had een hoog clickbaitgehalte, gaf Joseph zelf ook toe; het artikel was genuanceerder en ging erover dat veel vrouwen hun boyfriends tegenwoordig minder delen op hun socials omdat het volgers kan kosten en omdat ‘als vrouw een mannelijke partner hebben niet langer wordt gezien als een prestatie’, aldus Joseph. Haar artikel ging dus over hoe heteropessimisme zichtbaar is op sociale media, maar de reacties waren niet mals. Joseph kreeg een bak haat over zich heen voor het zijn van een mannenhater gevolgd door een gigantische stroom verdedigingen: het is oké om een vriendje te willen!
Waar komt toch de angst vandaan die al dat normactivisme in de hand werkt? Dat gevoel aangevallen te worden en die reflex tot verdediging? Het is hoog tijd dat we kappen met het beklimmen van die zelfgecreëerde barricade en in plaats daarvan in onze gedachten kruipen voor een flink portie zelfreflectie.
Zolang mijn embryoloze baarmoeder geen enkele bedreiging vormt voor jouw kinderwens, terwijl pro-life lobby wel een bedreiging is voor iedereen met een baarmoeder, is het echt niet de norm waarvoor we de barricades moeten beklimmen.
Loïs Blank Loïs Blank (zij/haar, 1998) studeerde af in filosofie van de mode en is mateloos geïnteresseerd in cultuur en esthetiek. Ze werkt als online redacteur bij Mediahuis, is adjunct-uitgever van Hard//hoofd en schrijft maandelijks een column over mode.
Amber Pieren (2001) is een illustrator uit Amersfoort. Haar interesse in de huidige tijdgeest en ‘pop culture’ zorgen voor kleurrijke digitale beeldverhalen met een vleugje humor. De illustraties zijn opgebouwd door middel van een mix van lijnwerk, kleurvlakken en tekst. Het liefst een beetje bizar en het liefst met het gebruik van neon roze.


















