Olave Nduwanje besteedt uren met haar lichaam, kijkt beminnend, en deelt haar ‘poreuze plooien, tastbare rondingen, vochtige openingen, en ademsnakkende lediging’ met anderen. Dit lukt haar nu, na dertig jaar, door haar realiteit te analyseren, in de spiegel te kijken en door porno te maken.
Porno maken is slechts 10% neuken, de overige 90% is administratie, logistiek en planning, promotie en video en/of fotobewerking. Voor elke minuut waarin ik seksuele handelingen verricht op camera, staan er minstens tien minuten tegenover voor de bewerking van kleur, geluid, knippen, plakken, enzovoort. In de twee jaar dat ik porno maak, heb ik waarschijnlijk honderden uren besteedt aan het kritisch kijken naar mezelf terwijl ik allerlei banale — en soms ongebruikelijke — seksuele handelingen verricht. Kijken, beoordelen, verwerpen, optimaliseren en assembleren tot vertellingen over wat ik geil en lekker vind, wie ik begeer, waar ik intiem durf te zijn, en hoe vaak en waarom ik het bed in duik met wildvreemden. Mijn porno’s zijn niet waarheidsgetrouw, ik ben immers geen documentairemaakster. Het zijn ficties die geïnspireerd zijn door zowel de realiteit van mijn Zwart-zijn, Trans-zijn, Vrouw-zijn, als de wonden van mijn katholieke opvoeding en de heersende wit suprematische, hetero-cis-sexistische patriarchale indoctrinatie.
Er zijn vrijwel geen foto’s of video’s van mij van voor mijn dertigste verjaardag. Dat is geen ongeluk, of een kwestie van gebrek aan toegang tot camera’s. Zolang ik me kan herinneren ben ik altijd cameraschuw geweest. De paar foto’s die er zijn van voordat ik met mijn gendertransitie begon, zijn foto’s waarin ik zonder mijn medeweten of enthousiaste consent gevangen werd op velletjes fotopapier of jpeg-bestanden. Het resultaat daarvan bekeek ik vrijwel nooit, claimde en bewaarde ik al helemaal niet. De weinige sporen van mijn gelijkenis in mijn eerste dertig levensjaren die ik kan vinden, zijn beelden waar ik onwennig en onwillig overkom, geforceerd glimlachend, waarbij mijn lichaam zo goed mogelijk verborgen is achter meubels of de anderen die ook op de foto staan. Ik wilde niet op de foto, niet omdat ik bijzonder gesteld was op mijn privacy of omdat de camera inbreuk deed op de urgente magie van het onbemiddelde moment. Nee, ik wilde niet op de foto omdat ik allang wist wat de camera te getuigen had over mij: zij is lelijk en onbegeerlijk!
Rond de tijd dat ik mijn (sociale) gendertransitie aanving, grofweg tien jaar geleden, las ik online een artikel dat de mainstream opvatting dat symmetrische gezichten mooiere gezichten zijn in twijfel trekt. Het zou, volgens de auteur, niet zo zijn dat facial schoonheid voorgeprogrammeerd is in ons brein. Het brein zou helemaal niet hardcoded zijn om facial symmetrie aantrekkelijk te vinden. Integendeel, percepties van mooiigheid en aantrekkelijkheid zouden veeleer het resultaat zijn van training van het brein door blootstelling. Het veelvuldig zien van bepaalde gezichten en lichamen — al dan niet door nabijheid, marketing, media, kunst en cultuur — zou, volgens deze theorie, meer bepalend zijn voor onze perceptie van aantrekkelijkheid dan de architectuur en ontwerp van de lichamen en gezichten zelf.
Mijn porno’s zijn niet waarheidsgetrouw, ik ben immers geen documentairemaakster
Al lezend begon ik me toen af te vragen of ik wellicht te weinig blootgesteld was aan mijn eigen gezicht en lichaam; dat mijn lelijkheid wellicht geen feitelijke constatering was, maar het resultaat van een kwalijke training van mijn brein, een onbewust en onvrijwillig gecureerde esthetiek van lichamelijke schoonheid. Al lezend werd ik mij ineens ongemakkelijk bewust dat ik mijn cameraschuwheid nooit serieus bevraagd had. Erger nog, ik realiseerde me dat ik niet alleen cameraschuw was, maar ook spiegelschuw. Ik besefte me dat ik me al dertig jaar lang verborg voor mezelf, onwillig om mijn lelijkheid aan te zien, vermeed ik spiegels tijdens het poetsen van mijn tanden, bij het zich aankleden, in paskamers. Voor het eerst in mijn leven bedacht ik: wat nou als mijn spiegel- en cameraschuwheid niet effectief waren in het beschermen van mijn psyche? Een omgeving die Witte, dunne, hetero-cisgender gezichten en lichamen tot de norm en het ideaal verheft, middels massapropaganda in kunst, media en cultuur zorgt voor psychische schade. Schade door een omgeving die mijn Zwart zijn, mijn Dik-zijn, mijn Trans-zijn, mijn Anders-zijn veracht, verwerpt, marginaliseert en onderwaardeert. Schade die ik nooit had gezien en een vrijbrief had gegeven in mijn eigen psyche.
Aldus begon ik tien jaren geleden naar mezelf te kijken, echt te kijken. En veel te kijken. Ik begon met de aanschaf van twee spiegels, en al snel ook met selfies nemen op mijn smartphone. Het was moeilijk en pijnlijk, voor een hele lange tijd, jaren zelfs. Mijn gelijkenis vastleggen, bestuderen, bekritiseren, zien, elke dag meerdere keren per dag, minutenlang in de spiegel, soms naakt, soms gekleed, gezicht en lichaam, buitenshuis, op stap met vrienden en geliefden, of alleen. Ik haatte het, om al die lelijkheid aan te moeten zien, en daarna bewust ermee de wereld in betreden, iedereen ermee te belasten, hen daarmee geweld aan te doen.
Ik heb er heel vaak mee willen stoppen. Dan bedacht ik me dat er wel degelijk zoiets bestond als objectieve schoonheid, en dat ik het evident niet bezat. Schaamte kan heel veel pijn doen, constante vernedering en uitzichtloosheid werden een oeverloze zee waarin ik dwaalde en dwaalde. Maar ik kon het niet stoppen, het experiment had zich verweven en vastgebeiteld in de dagelijkse realiteit van mijn gendertransitie en het overleven ervan.
Zichtbaar transgender zijn fungeert als een lokroep voor gratuite geweld, het is als een uitnodiging om bevraagd en bespot te worden. Het maakt je verdacht, een provocateur van de tere mannelijkheid, fragiele vrouwelijkheid en onschuldige kinderlijkheid van de medepassagiers in je bus, mede-feestgangers in de club, mede-bezoekers van parken en sportscholen, medebewoners van de straat en hun kinderen. Ik trachtte obsessief om vat te krijgen op wat mij verraadt als transgender: welke gebaren, outfits, haarstijlen, juwelen, kleuren en pasvormen, en zelfs welke belichting of hoeken konden mij tot doelwit maken? Wat kon mijn gendertransgressie verhullen?
Welke gebaren, outfits, haarstijlen, juwelen, kleuren en pasvormen, en zelfs welke belichting of hoeken konden mij tot doelwit maken?
Het experiment werd zo ook een dwangmatig — en wellicht naïeve — zoektocht naar veiligheid en niet meer alleen naar mijn schoonheid. Vandaag de dag word ik nog steeds routineus herkend als trans, maar dat boeit me niet meer zo. Wel vind ik mezelf ondertussen mooi en sexy. Het heeft lang geduurd, maar de schaamte en pijn ebde zo langzaam weg dat ik het bijna niet doorhad.
Het zal in fluisterende flarden van gedachten zijn gebeurd, zo zacht en licht dat mijn zelfhaat ze niet kon horen en vermorzelen. Totdat het te laat was om ze te intimideren, of te overstemmen. Hoe dan ook, ik ben gestaag gaan waarderen hoe leuk mijn glimlach is, hoe kleurrijk ik me kleed, hoe mooi mijn gezichtspiercings zijn, hoe sexy mijn krachtige lichaam is.
En met die waardering groeide eerst een verlangen, daarna een behoefte, en veel later een drang om die schoonheid te delen. De wildgroei aan selfies in mijn telefoonopslag begon mijn socialemedia-accounts te infiltreren: tussen de artikelen die ik deelde over dekolonisatie en mijn urgente analyses van racisme in het Nederlandse politieke debat, postte ik enkele voorzichtige selfies, en dat werden er steeds meer. Selfies en video’s, alsmaar intiemer, alsmaar meer erotisch suggestief, en uiteindelijk pornografisch. Een goede vriendin, collega-schrijfster en kameraad in de anti-racisme beweging vertelde mij dat zij mij op een gegeven moment had ontvolgd, omdat ze bang was om plots, op haar werk of in het OV, geconfronteerd te worden met mijn billen in een string of jockstrap op haar tijdlijn. Ik moet bekennen dat ik me destijds diep schaamde voor mijn pas ontdekte exhibitionisme. Schaamte is de voertaal voor vrijwel alle palavers en conclaves tussen mijn geest en lichaam.
Ik schaamde me dat ik gaandeweg de jaren getransitioneerd was van een weledelgeleerde en begaafde intellectueel tot een luidruchtige en aandachtsgeile ijdeltuit. Een schaamte die me deed inzien dat ik mezelf, in die eerste dertig jaren van mijn lelijk leven, had getroost met de overtuiging dat mijn intelligentie mij verhief boven eenieder die zich bekommerde om het uiterlijke schoon. Liever lelijk en slim, dan mooi, ijdel en dom, dan sportief en dom, dan begeerlijk en dom. Liever mijn geld en tijd besteden aan boeken en in bibliotheken, dan shoppend en aan de sportschool. In al die jaren trachtte ik om mijzelf te bevrijden van al mijn vleselijke, zondig en vulgaire impulsen. Koste wat koste moest ik ten alle tijden die superioriteit uitdragen en bekrachtigen. Maar dat lukte me niet meer, hoe langer en dieper ik verliefd werd op mijn glimlach, mijn gezicht, mijn lichaam, hoe triester en ongeloofwaardiger mijn superioriteitswaanbeelden bleken te zijn.
Een schaamte die me deed inzien dat ik mezelf had getroost met de overtuiging dat mijn intelligentie mij verhief boven eenieder die zich bekommerde om het uiterlijke schoon
Het waren uiteindelijk mijn spiksplinternieuwe, adembenemend mooie borsten die de sluizen volledig openzetten. Na mijn borstvergroting verloor ik alle verlegenheid en moest en zou ik mijn gendereuforie delen met eenieder die een dik, groot, Zwart, transgender, vrouwenlichaam met dikke tieten kon waarderen. In de psychiatrie leeft al bijna veertig jaar lang de angst (oftewel projectie) dat sommige transgender vrouwen geen echte vrouwen zijn, maar eigenlijk mannen die seksueel aangetrokken zijn tot zichzelf in een vrouwelijk lichaam, of in vrouwelijke kleding. Blanchard, de bedenker van deze theorie, zou de autogynefiel hebben bedacht om uit te leggen waarom sommige transgender vrouwen heteroseksueel zijn, en anderen niet. Volgens hem zou de psyche van de biseksuele of lesbische trans vrouw misplaatse heteroseksuele impulsen hebben ontwikkeld naar het eigen lichaam.
Los van het feit dat Blanchards verzinselen gestoeld zijn op zeer dubieuze onderzoeken en analyses, en ingezet worden om de zelfidentificatie van transgender vrouwen in twijfel te trekken, vraag ik me af hoe zeldzaam het voor cisgender mensen is om seksuele bevrediging te ervaren in hun belichaamde beleving van seks als binaire mannen of vrouwen. Voelen cisgender vrouwen er niets bij wanneer zij lingerie dragen die hun vormen accentueren? Voelen cis mannen er niets bij wanneer zij zichzelf waarnemen als de (al dan niet stereotype) man tijdens de seks?
Voor mijn borstvergroting had ik nog nooit zelfs maar een lichte seksuele tinteling ervaren bij de innerlijke waarneming van mijn lichaam als een uitdrukking van mijn gender. Als ik er al aan dacht, dan ging dat eerder over dat ik mijn seksuele partners ervan verdacht dat ze mijn lichaam onmogelijk als vrouwelijk konden ervaren en zien. Dus distantieerde ik mezelf van mijn neukende lichaam, en richtte ik mijn aandacht en handeling op het lichaam van mijn seksuele partner(s). De borstvergroting verdrong de achterdocht en paranoia dat mijn naakte lijf gereduceerd werd tot een mannelijk lichaam. Mijn innerlijke oog opende zich en zag mijzelf voor wat ik was, een transgender vrouw, van top tot teen, en ik vond het prachtig en geil.
Mijn innerlijke oog opende zich en zag mijzelf voor wat ik was, een transgender vrouw, van top tot teen, en ik vond het prachtig en geil
Totdat de relatie tot mijn lichaam veranderde, keek ik bijna nooit naar transgender porno. Ik consumeerde vooral porno voor homomannen, lesbiennes en hetero’s. Nu kijk ik wel naar transgender porno. Ik ben nog steeds geen fan van commerciele transgender porno, mijn voorkeur gaat uit naar amateur transgender porno, zoals ik die maak. Laat ik wel wezen, ik denk niet dat de (post-)pornofilmfestivals die in de grote, progressieve steden van Europa zo populair zijn geworden, zitten te wachten op een inzending van mij. De porno die ik maak is geen verfijnd staaltje abstractie van seks en seksualiteit, het zijn geen persoonlijke of filosofische manifesto’s over de zin en onzin van pornografie, van het lichaam, van genot, het seksueel repressieve en gewelddadige patriarchaat, de commercialisering van seks, et cetera. Integendeel, ik maak rauwe, haperende, slecht belichte en onhandig gefilmde amateurporno. Ik verdien er nauwelijks wat aan, maar het is van onschatbare waarde voor mij.
Porno maken heeft mij geholpen om mijn onversneden vulgaire viering van mijn Zwarte, dikke transgender vrouwenlichaam te delen met anderen. Het helpt mij elke dag nog om schoonheid te zien in mijn poreuze plooien, tastbare rondingen, vochtige openingen, en ademsnakkende lediging.
Porno maken bevrijdde mij van de ideologische corruptie die de geest, de ratio en het brein gewelddadig ontwricht van het lichaam. Mijn lichaam, dat lang ongeliefd en ongezien was, verdacht gemaakt en onwaardig geacht, ondervoed en verwaarloosd was. Ik besteed er nu uren mee, alsmaar dieper beminnend kijk ik nu écht naar mezelf.
Dit artikel publiceerden we eerder in Harnas, waarvoor we onze krachten bundelden met Museum Arnhem. Hun tentoonstelling Naakt dat raakt vindt literaire en poëtische verdieping in een speciaal katern in ons papieren magazine dat in maart dit jaar verscheen en dat we presenteerden met voordrachten (van onder andere Imme van Zuilekom) bij de tentoonstelling. Naakt dat raakt is nog tot en met 20 september 2026 te zien in Museum Arnhem.
Olave Nduwanje is zwart, veganist, non-binaire trans femme, queer, feminist, Umurundikazi, neuro-atypisch, geldarm en verbeten romanticus.
Iris ter Horst (2003) is illustrator en maakt werk over alledaagse onderwerpen waar zij niet goed bekend mee is en pluist dit helemaal uit. Dit combineert ze met installaties die een gedeelte worden van haar werk.
















