Asset 14

Tourscherven

De gepensioneerde wielrenner Richard Virenque zal allicht voor altijd herinnerd worden als een van de hoofdfiguren in het dopingschandaal rond wielerploeg Festina. De sportieve directeur van zijn ploeg, Bruno Roussel, zette de Ronde van Frankrijk in 1998 op stelten nadat hij tegenover de Franse politie had toegegeven dat zijn renners systematisch doping toegediend kregen. Met afhangende schouders, een neergeslagen blik en tranen in de ogen moest Virenque op 18 juli van dat verfoeilijke jaar de Tour verlaten.

Toch heeft de Fransman ook heel wat indrukwekkende prestaties bijeen gefietst. Tweemaal beëindigde hij de Tour de France met een podiumplaats in Parijs, het bergklassement won hij tussen 1994 en 2004 maar liefst zeven keer – een absoluut record. De zeven ritoverwinningen op zijn naam, waaronder één op de legendarische Mont Ventoux in 2002, behaalde hij over een periode van tien jaar – slechts zeventien andere renners hebben ooit zo lang meegestreden voor prijzen.

Maar bovenal was Ricco met zijn jongensachtige verschijning en uitgesproken persoonlijkheid mateloos populair. Dat manifesteerde zich ook in de woonkamer van mijn grootouders langs moederskant. Als kind zat ik tijdens de eerste drie weken van juli steevast bij hen aan de televisie gekluisterd. Van mijn grootvader Jef leerde ik toen dat de weg naar Parijs nog lang was, van mijn grootmoeder Liza dat Virenque elke bergrit zou winnen.

Geen betere ambassadeur voor de sport dan zij, trouwens. Vanuit een klaarblijkelijke schemertoestand – glazige ogen, pupillen die niet meebewegen met wat zich op het scherm afspeelt – kon ze op het moment dat Richard in beeld verscheen in geen tel de vurige supporter worden die elke wielergod zo hard nodig heeft. In vele gevallen herkende zij hem wellicht aan de bolletjestrui, in mijn herinneringen draagt hij die immers altijd.

Gevolg: als iemand mij vandaag vraagt wie de wielerheld uit mijn kinderjaren is, dan is de kans groot dat ik Virenque zal antwoorden. Deels omdat die andere grootheid in de annalen voortaan vervangen is door een veelzeggende leegte, waarmee Lance Armstrong de stille getuige is geworden van wat later – hopelijk – geboekstaafd zal staan als de donkere jaren van het wielrennen. Maar eerlijk, na vijf jaar had ik het wel gehad met de Amerikaan. Wie haalt het nu in zijn hoofd om het record van Merckx te verbreken?

Wanneer ik afgelopen zomer postvat op de Quai Anatole-France waaien de gedachten aan mijn oma mijn hoofd binnen. Het toeval wil dat ik in Parijs vertoef op het moment dat de mooiste koers ter wereld zijn 102de editie afsluit. Vanuit het idee dat wielerbloed bij een Vlaming kruipt waar het niet gaan kan, voorzie ik een hele zondag voor het wielerspektakel. Dat het pijpenstelen regent, deert mij niet.

Met de streng bewaakte Assemblée nationale tegenover mij had ik de perfecte standplaats gevonden, concludeerde ik een dag eerder na een grondige analyse van de slotetappe. Vanuit de verte zou ik de renners zien aankomen en in de tijd die zij nodig zouden hebben om een eindje verderop de Seine over te steken en langs het Louvre naar Place de la Concorde te fietsen, kon ik over de brug achter mij rustig naar hetzelfde plein wandelen. Daar zou ik ze nog tien keer zien voorbijrijden, want zoveel rondes leggen ze traditiegetrouw af op de Champs-Élysées.

Parijs is dan enkele uren lang het centrum van de wereld. Het stervormige stratenplan rond de machtige Arc de Triomphe lijkt enkel ontworpen voor die ene zondag in juli. In de voorafgaande weken bewijst de organisatie dat werkelijk alle wegen naar de Franse hoofdstad leiden. De ronde heeft vooral de laatste jaren zijn grondgebied gestaag uitgebreid, met een start in Ierland en Denemarken. Japan staat op het verlanglijstje, zeggen de geruchten, en voeden een nieuwe vorm van imperialisme in het oude Europa.

De internationalisering van de Tour de France kende zijn hoogtepunt evenwel in 1992. De renners fietsten toen door maar liefst zeven landen als hulde aan het Verdrag van Maastricht, dat in hetzelfde jaar ondertekend werd en de basis legde voor de Europese Unie. Een onmisbare eindhalte in die Ronde van Europa? Brussels, the capital of Europe.

De zesde etappe in dat jaar bracht de wielrenners over een lengte van 167 kilometer van Roubaix naar de Heizelvlakte, een langgerekte tocht door het glooiende Vlaamse landschap. Wat mij het meest verheugde aan die vrijdag 10 juli was de doortocht van het wielervolk langs de woning van mijn grootouders. Het huis waarin ik vele zomers lang dagelijks de koers zou volgen, maakte zelf deel uit van het decor.

Amper vijf jaar was ik. Een vroegere herinnering die zo levendig is, heb ik niet. Mijn bewustzijn moet toen begonnen zijn. Ons welvoeglijk kleine dorp, het Brabantse Relegem, ontwaakte die dag zoals het dat deed op elke andere zomerse weekdag, met een lichte geeuw en het zachte gezoem van de Brusselse ring op de achtergrond. Alleen de dranghekken langs de hoofdstraat verraadden dat er iets op til was.

Ik weet nog: het typisch Belgische miezerige zomerweer overklast de groeiende feeststemming en opwinding niet. In kleurrijke kledij, zo eigen aan de jaren negentig, wandelt mijn moeder met mijn jongere broer op de arm en mij aan haar hand nog voor de middag naar mijn grootouders Liza en Jef. Bij een eerste blik op het parcours raast een groteske sponsorwagen van Coca-Cola voorbij, mijn fascinatie in een mum van tijd gewekt.

Ik weet ook nog: met de eindstreep amper enkele kilometers verderop, staat de doortocht gepland in de late namiddag. Na elke lichte bui zet de straat zijn stoelen buiten en bediscussieert met grote gebaren wat er zich zonet op televisie heeft afgespeeld. Mijn vader haast zich van zijn werk naar huis en neemt twee collega’s op sleeptouw.

Maar ook de verveling speelt op. Een dag is lang voor een vijfjarige. Ik kijk uit naar de karavaan van sponsors, wat niet meer blijkt te zijn dan een vreselijk saaie vorm van carnaval en bovendien erg luidruchtig. Eerst vlammen nog de honderden technische auto’s, rennersbussen en mediawagens voorbij. Alleen het logo van de BRTN doet een belletje rinkelen. Mijn broer trekt het niet en valt in slaap op de zetel. Standvastig als altijd overschouwt Liza de troepen in haar huis, maar iedereen weet dat ook zij niets liever wil dan dat de helden van de straat zich snel laten bewonderen.

De spanning borrelt opnieuw naar boven wanneer het geronk van de helikopter in de verte te horen is. Voortdurend sprint ik van de tv in de woonkamer naar de hekken aan de straatkant en terug, op zoek naar een herkenningspunt. Ik vind er geen, maar als ze in het nabijgelegen dorp de steenweg opdraaien haasten we ons met zijn allen naar buiten. Opgelaten schuifelt en wringt elke doorgaans hoffelijke dorpsgenoot zich naar de hekken, de ordinaire rust in het landelijke Relegem verstorend met zenuwachtig gekuch. Geen woorden beschrijven wat er dan door een kinderhoofd gaat.

Wanneer het officiële hoofd van de koers enkele minuten later komt aangereden, is de spanning te snijden. Stel je voor dat Museeuw voor onze ogen een gat slaat en zich naar de overwinning rijdt aan de voet van het Atomium. Stel dat Greg LeMond en Miguel Indurain in deze etappe hun strijd beslechten. Stel …

Zoef, zoef. Zoef.

We knipperen met onze ogen. Een groep wielrenners is al uit het zicht verdwenen. De vluchtigheid van een coureur op topsnelheid is indrukwekkend, een voorbode ook voor de vergankelijkheid van de roem die het overgrote deel van het peloton te beurt valt. Een flits, wat geratel en een hoop gekleurde vegen is alles wat er meer dan twintig jaar later rest; de stoet volgwagens een herinnering voor het leven.

Druppelsgewijs komen de anderen, lichtbeschadigd, voorbij. In de straat voor de onze bleken de spekgladde kasseien voor de ervaren renners een horde te veel. Het was een geluk voor de inwoners daar, want zij konden de gevallen sportmannen van naderbij bekijken, hen op gang duwen zelfs. Relegem haalde die avond het internationale nieuws met kinderkopjes uit 1935, het dorp wist meteen ook dat een passage van de Tour de France er niet meer inzat.

Desalniettemin schreeuwden we onze kelen schor. Supporteren doe je met passie, of doe je niet. Slechts één iemand kon de luidste zijn en wees maar zeker dat die persoon mijn grootmoeder was. Ik hoef u niet te vertellen wie die dag de bolletjes aanhad. Virenque reed pas zijn eerste Ronde en verbaasde in de eerste week de wereld toen hij als debutant aanspraak maakte op de gele, groene, witte én bolletjestrui.

Louter voor de volledigheid: de rit van 10 juli 1992 werd gewonnen door een andere Fransman, Laurent Jalabert. Het vormt slechts een kanttekening, van belang is hoe de charme van bergkoning Virenque zich die dag voorgoed genesteld had in een woonkamer in de Dorpsstraat. De vonk moet daar zijn overgeslagen, bedenk ik mij, ook al speelden de herkenbaarheid van rode bollen op een wit shirt ongetwijfeld een grote rol in de chaos van een voorbijrazend peloton.

Illustratie: Joost Dekkers

Met de toewijding van een echte supporter had mijn zorgvuldig uitgekozen plaats aan de Quai Anatole-France weinig te maken. De plek was al bij voorbaat symbolisch om de ontgoocheling van toen ongedaan te maken. Het collectieve geratel van enkele honderden tandwielen kan ik mij nu nog gemakkelijker voor de geest halen dan de aanblik van tientallen zwoegende atleten. Het idee een groep wereldsterren aan je voorbij te zien gaan zonder ze individueel te herkennen, volstaat niet. Je moet kunnen zien hoe Froome op zijn zadel zit, met welke versnelling Armstrong de berg beklimt en wie Tom Boonen na een valpartij achteraan opvist.

Wie het circus van de Tour al heeft meegemaakt, begrijpt ook dat je zoiets desondanks niet snel van je afzet. Een teleurstelling is vaak het gevolg van iets dat indruk heeft gemaakt, slechts gehinderd door de eigen verwachtingen. Op 13 juli 2003 deed ik een nieuwe poging op L’Alpe d’Huez, een bergtop buiten categorie diep in de Franse Alpen.

Met de zomer nog niet halverwege braken de Fransen zich toen al het hoofd over het onrustwekkend aantal hittedoden. De verzengende warmte maakte van onze familiale Alpentrip een exotische vakantie. Zwetend en puffend trokken de renners zich naar de finishlijn bovenaan de berg, gezwind de blikken van enkele honderdduizenden supporters trotserend. Het gejoel moet tot in het dal en op de tegenoverliggende bergwand te horen zijn geweest, zo fenomenaal druk en woelig was de sfeer.

Maar ook hier was de snelheid van de koplopers ontzagwekkend. Aan de buitenkant van een haarspeldbocht zagen we de Spanjaard Iban Mayo zich in zijn eentje naar de overwinning rijden, net genoeg tijd hadden we om zijn rugnummer te lezen. We zagen geletruidrager Armstrong de achtervolging inzetten en uitdager Jan Ulrich tientallen kostbare seconden verliezen. Zijn ster was tanende, maar de bolletjes herkenden we als Virenque – hoe kon het ook anders. Bij de laatkomers, zij die zich hadden leeggereden en alleen maar konden hopen om nog binnen de toegestane tijd te arriveren, waren onze gedachten al elders. Die avond moesten we met de auto in het dal geraken, net zoals een half miljoen andere wielersupporters.

Een jaar later, op 6 juli 2004, doorkruiste het peloton Vlaanderen opnieuw. De derde etappe ging van Waterloo naar Wasquehal. Als eerbetoon aan de voorjaarsklassiekers maakte de Tour een ommetje langs de muur van Geraardsbergen en over enkele kasseistroken uit Parijs-Roubaix. Ik beken: staan zwaaien met vlaggen voor een rittenkoers op het heilige domein van onze eigen klassieker, voelde vreemd. Terwijl zijn supporters aan de overzijde Tom Boonen op de straatstenen verfden, scandeerden ze ononderbroken zijn naam, net zoals ze dat in april gedaan hadden. Ik kon niet wennen aan dat idee en voelde de spanning wegebben. Tien seconden rennerszweet op een totaal van tachtig uur, meer kon ik op dit stuk weg niet verwachten.

Virenque deed dat jaar mee aan zijn laatste ronde. In dezelfde anonimiteit als tientallen andere renners reed hij de muur op. De bolletjestrui zou hij pas later veroveren, nog één keer zou hij in het shirt langs de Eiffeltoren fietsen. Voor mij was het een afscheid in mineur. De voortschrijdende tijd werd definitief onklopbaar toen een van mijn jeugdhelden met pensioen moest.

Deze zomer zou ik wel weten wie de eindwinnaar was, zou ik Virenque niet meer zien en op zoek moeten gaan naar een nieuwe hoofdrolspeler in mijn Tourverhaal. Alles zou anders zijn.

Gedecideerd had ik daarom net na de middag de metro naar de Seine genomen. In het zuiden van Parijs had het gure weer het leven lamgeslagen. Haastig zoekend naar beschutting, of de straat overschouwend achter gesloten vensters was er voor de Parijzenaren niets feestelijks aan deze zondag.

Wat normaal is, begint al snel te vervelen. Als enige supporter sta ik aan de Pont de la Concorde in het gezelschap van tientallen gendarmes. In fluogeel hebben ze elke tien meter postgevat, ook al duurt het nog uren vooraleer de eerste renner zal opdagen. Het korps telt agenten uit alle hoeken van het land, het peloton voorafgaand als een privé-bewakingsfirma. Vriendelijk staan ze de vragende passanten te woord. De weg naar de dichtstbijzijnde metro geven, kunnen ze niet. Met gepaste strengheid wijzen ze wagens en moto’s de weg, verdwaalde lopers proberen tevergeefs de verkeerde kant van de dranghekken uit.

Is de gietende regen een afspiegeling van de gemoedstoestand van de Parijzenaren? Het lijkt zo. Als een verloren schaap kijk ik neerslachtig in het rond, mijn regenjas hangt als een vod om mijn lijf.

Wanneer de karavaan zich aankondigt, zetten de agenten zich nog iets strakker in het gelid. Het Franse parlement vraagt eerbied en respect. De oceaan van reclamegeweld slaat mij nogmaals met verstomming. Honderden auto’s en vrachtwagens, beplakt met een duur logo, rijden overdreven snel naar de eindstreep. Duurzaamheid is een vaag begrip in de schoot van een massa-evenement.

Anderhalf uur later volg ik doorweekt en klappertandend de voortgang van de koers op mijn smartphone. De flessen champagne die de renners traditiegetrouw al bij aanvang van de slotrit op de fiets ontkurken, troosten niet. De lege lanen en de volgepakte toeristenboten op de rivier zorgen amper voor afleiding. Stilaan vullen de kades zich, maar nergens staan supporters in rijen achter elkaar. Eerder onverwacht komt een golf van applaus uit de verte aangewaaid.

Vooraan rijdt geletruidrager Froome, sterk contrasterend met het strakke zwart van zijn ploegmaten bij Team Sky. Straks steekt hij zijn tweede eindzege op zak. Peter Sagan, herkenbaar in het groen, volgt op korte afstand. Meer tijd heb ik niet om de anderen een plaats te geven, maar deze keer is het slechts een begin. Aan Place de la Concorde zet ik mij achter een stel Russische toeristen. Een uur lang klinkt in de verte een commentaarstem uit een box en kan ik de wedstrijd volgen op een groot scherm. Ondertussen snellen de renners elke vijf minuten voorbij. De Colombiaan Quintana zie ik nog, Vincenzo Nibali en Alberto Contador.

Maar de grootste verrassing blijft bewaard tot het einde, wanneer ik mij de commentator van de Franse Eurosport en Europe 1 in de buurt van de finishlijn gewaarword. Virenque, die na zijn carrière als wielrenner door een zware val op zijn neus zijn reukzin verloor, is al de hele dag op enkele honderden meters van mij aan het werk voor televisie. Als ambassadeur van een paar sponsors hangt hij ook na de rit in het wielerdorp rond, nog steeds grenzeloos populair bij de Fransen. Mijn geluk voedt de weergoden, want net op het moment van die ontdekking breekt de zon door het wolkendek.

Neen, denk ik, niets is veranderd na 23 jaar. De Ronde van Frankrijk blijft een verslaving en Richard Virenque maakt daar onvermoeibaar deel van uit. In de coulissen van dit wielercircus zal hij nog wel een tijdje een tweede thuis vinden. Ik vraag mij af wat mijn grootmoeder hiervan zou denken. Ze wordt negentig straks, maar ik weet dat ze thuis alles op televisie gevolgd heeft. In schemertoestand, alleen recht verend wanneer haar nieuwe wielergod in beeld verschijnt: Peter Sagan, de sprintkoning uit Slowakije.

Dit verhaal is geschreven door Len Buggenhout en kwam tot stand dankzij een residentieproject voor schrijvers van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in samenwerking met de Stichting Biermans-Lapôtre.

Mail

Joost Dekkers

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kris van der Voorn
    Kris van der VoornAdjunct-hoofdredacteur
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
het laatste
Nu wordt er niet meer in mijn wangen geknepen 5

Nu wordt er niet meer in mijn wangen geknepen

Hoe schrijf je over iets wat niet meer tastbaar is? Miray van der Bend schreef een collagegedicht over vakanties van vroeger in Turkije. Over de geur van het vliegveld, de granaatappels in de tuin van haar oma, de rimpels op haar gezicht. Lees meer

Gebroken Kaars van Sanne Balen over yoga, liefde en leed

Gebroken Kaars

De hoofdpersoon schrikt ondersteboven wakker. Hoe geef je jezelf een houding als je wereld op zijn kop staat? De titel van dit kortverhaal van Sanne van Balen over yoga, liefde en leed is tevens de aanbevolen leeshouding. Leg je kamer eens langs je benen omhoog, en begin. Lees meer

Blik of een Lappendeken 3

Blik of een lappendeken

Een fragment uit het afstudeerwerk van Dino de Haas, een sciencefictionstrip over de alledaagse horror van productiviteit, over queer relaties en queer geluk. Lees meer

tot de zon onder gaat / de kleine dingen

tot de zon onder gaat / de kleine dingen

In de gedichten van Nora van Arkel spoelen herinneringen aan en wordt er lego in de sloot gegooid. 'Alsof een eindeloze hoeveelheid tijd zich voor me uitstrekte / loom achterover ging liggen totdat het hele /landschap tijd was geworden'. Lees meer

(Geen onderwerp)

(geen onderwerp)

Vijf huisgenoten proberen via e-mails in contact te blijven over hun huis dat steeds viezer wordt. Lees meer

Iets op sterk water

Iets op sterk water

‘Ben je niet moe van deze stad?’ vraag ik.
‘Nee, ik hou van deze stad.’
‘Dat vroeg ik niet,’ zeg ik.
Iets op sterk water is de afstudeerbundel van Lieke Tijink, een verzameling verhalen over mensen die queer zijn, die elkaar tegenkomen, van elkaar houden, bij elkaar weggaan. Lees meer

Scherpe randen

Scherpe randen

'Ik startte met het wegnemen van de scherpe randen. Als er geen lijnen waren hoefde ik er ook niet langer binnen te kleuren.' Wordt het leven makkelijker als je er letterlijk niet meer op hoeft te focussen? Celine Vervaet legt ons deze vraag voor in dit herkenbare korte verhaal.  Lees meer

Elke dag is lang en prachtig

Elke dag is lang en prachtig

In haar bundel Elke dag is lang en prachtig verkent Femke Zwiep de grenzen van een dag en de grenzen van het gedicht. Lees over 634 andere levens in het verleden, over een zeemansgraf en het wachten tot de Dame Blanche op tafel staat. Lees meer

Slaapkamerraam, wereld 2

Slaapkamerraam, wereld

Buiten is het nacht. Maar wat gebeurt er als je je ogen sluit? Dan kan het buiten net zo goed een zomerse dag in New York zijn. Of een sneeuwlandschap uit je jeugd. De mogelijkheden zijn eindeloos. Lees meer

Ons Eiland en wat we vonden op de kust 3

Ons Eiland en wat we vonden op de kust

In Ons eiland en wat we vonden op de kust (het afstudeerwerk van Liene Schipper) wordt je meegenomen naar een wereld die bijna lijkt op de onze, maar waar olifanthotels kunnen praten, eenzame koeien luid loeien en brandstichting soms de oplossing lijkt. Een zoektocht naar hoe we elkaar kunnen proberen te begrijpen, en wat je nou eigenlijk moet doen als je denkt dat je elkaar eindelijk begrepen hebt.  Lees meer

Stormvogel & Gelegenheidshaiku

Stormvogel & Gelegenheidshaiku

''Het is een dag waarop je stevig in je schoenen moet staan.''
Lees een fragment uit het afstudeerwerk Stormvogel & Gelegenheidshaiku van Suzanne Reedijk: een tweeledige novelle over de zee, het leven dat soms vastloopt, en een reuzenkind dat in een veld verschijnt, en dat ook weer verdwijnt. Lees meer

Tendresse / Nederzettingen

Tendresse / Nederzettingen

Met zijn 'overrompelende, rijke poëzie' won dichter Erwin Hurenkamp dit jaar Editio's Debutantenschrijfwedstrijd. De jury roemde zijn poëzie, die vertrouwde thema's wonderlijk uitwerkt. Lees meer

Waar ik een slaapkamer heb gehad

Waar ik een slaapkamer heb gehad

Malika Soudani verzamelt de herinneringen die ze nog heeft aan alle plekken waar ze een slaapkamer heeft gehad, vanaf haar geboorte tot aan het moment waarop ze haar afstudeerbundel schrijft. Hier lees je een fragment uit 'Waar ik een slaapkamer heb gehad'. Over een zusje met kanker, twee culturen onder één dak, bruin zijn in een witte familie en een gebroken gezin.  Lees meer

Wat ik mezelf beloof

Wat ik mezelf beloof

Een poging om alles te vergeten, om je af te sluiten voor je herinneringen, is op voorhand gedoemd om te mislukken. Een kort verhaal over de (on)mogelijkheid om schoon schip te maken. Lees meer

Kat, boom

Kat, boom

Een meisje klimt in een boom tijdens verstoppertje en wordt door de andere kinderen vergeten. Lees meer

Soon After Midnight 1

Soon After Midnight

Wat zegt de taal die we al gelezen of gehoord hebben ons nog? David Meijers onderzoekt de verhalen achter citaten. Zijn tekst is te vinden in de publicatie van de schrijfworkshop van Stichting Perdu in Amsterdam. Lees meer

Vertrouwen op iets wat niet bestaat

Vertrouwen op iets wat niet bestaat

Else Boer is dol op praktisch advies over schrijven. Een scène schrijven, een verhaallijn uitwerken, overal is wel een stappenplan voor te vinden. Het belangrijkste is: volhouden en nooit maar dan ook nooit stoppen. Simpel toch? Makkelijker gezegd dan gedaan, zegt Else, die vertelt over hoe je soms wel en niet kan vertrouwen op je verhaal. Lees meer

Ruimtes

Een vertrouwd lichaam om in samen te zijn

Een jaar geleden moest Charlotte de Beus opnieuw leren praten, lezen en schrijven. In deze drie gedichten onderzoekt ze met poëtische scherpte haar herstel en het lichaam als “een onbetrouwbare woning voor dakloze gedachtes.” Lees meer

Geef geen namen aan koeien die je van plan bent te slachten

Geef geen namen aan koeien die je van plan bent te slachten

Een voorpublicatie uit de afstudeerbundel van Elianne van Elderen 'Geef geen namen aan koeien die je van plan bent te slachten'. Over opgroeien als buitenstaander in een dorp, een vluchtmisdrijf op een veulen, over drie vrienden en iemand die probeert om onvoorzichtig te worden. Lees meer

Hadden we dat altijd maar geweten

Hadden we dat altijd maar geweten

Emma Laura Schouten zit niet op de stoel van de schrijver, maar aan de andere kant van de tafel. Als manuscript-begeleider krijgt ze vaak de vraag of een tekst potentie heeft om Het Boek te worden. Maar heb je eigenlijk wel iets aan die vraag, en wat is het antwoord? Lees meer