Asset 14

Ik ben eigenlijk net Karel Appel

Ik ben eigenlijk net Karel Appel

Jan was 32 jaar bloemverkoper op het Stadionplein in Amsterdam. Maar nu raakt hij zijn vaste plek kwijt door een herinrichting van het plein. Schrijver Ferry Wieringa tekent zijn verhaal op.

“Je gelooft het misschien niet, maar ik wist dat je zou komen. Dat komt, het stond in de krant, in de horoscoop: u gaat een boek schrijven. Je ziet het overal hè, artiesten die een boek schrijven. En nu kom jij met de vraag of je mijn verhaal mag opschrijven. Nee, dan moet er toch íets zijn.

Ik lees altijd eerst de hoogtepunten. Heb ik dat gedaan, dan ga ik beter lezen. En ook dat wat ik over heb geslagen. Vroeger als de taxichauffeurs die ik van de Febo kende langsreden, sloten ze nog wel eens weddenschapjes af. Of ik de krant zat te lezen, of dat ik een klant had. Maar dat doen ze niet meer, er is geen lol meer aan. Aan het eind van de dag heb ik heel die krant gelezen, álles, ook de horoscoop.

Ik kwam van de kermis. Van kinds af aan hielp ik mijn ouders. Op mijn zevenentwintigste had ik mijn eerste eigen attractie. Toen de kermis steeds slechter werd – meer regels, vergunningen, duurder stageld – ben ik op zoek gegaan naar iets anders.

Ik wilde zo net mogelijk mijn geld verdienen. Mijn ex-schoonvader had een bloemenstal, bij het Hilton. Dit was ook werk met je handen. Wel een beetje verstand, maar toch: vooral je handen. Toen een bekende ermee stopte, heb ik zijn plek overgenomen.

Na zoveel jaren Nederland doorreizen, zat ik ineens elke dag in die kleine stal met hetzelfde uitzicht. Ik moest afkicken. Ik heb lang gehad dat als het voorjaar aanbrak ik het aan mijn lichaam voelde: ik móet weg. Op de kermis schoot je geen wortel. Een enkele keer stonden we ergens langer. Als de anderen dan al weg waren, dan was het wel kaal en stil. Dan wilde ik ook zo snel mogelijk weg.

Ik stond op het plein, naast de Febo. Daar heb ik achttien jaar gestaan. Het waren mijn beste jaren: veel omzet, veel aanspraak. Met vierhonderd guldens inkoop had ik een omzet van wel tweeduizend. Ik haalde elke dag mijn koffie bij de Febo. Als het tegen sluitingstijd liep, dan kreeg ik het vaak zó mee, met een broodje en De Telegraaf erbij. Als ze mij iets aanbieden zeg ik altijd: ja. Ik heb uitgerekend dat ik er duizend euro per jaar mee heb bespaard.

Na zoveel jaren Nederland doorreizen, zat ik ineens elke dag in die kleine stal met hetzelfde uitzicht.

Eens in het jaar was er circus op het plein. Op een middag komt er een gloednieuwe Porsche aangereden: Reinout Oerlemans. Ik naar buiten. ‘Zet ’m hier maar neer. Ik let er wel op.’ Ik denk dat hij mij ook wel kende, half Nederland herkent me. Ja, er rijden dagelijks duizenden auto’s voorbij. Ik vertellen dat ik ook een Porsche heb gehad. Een oudje maar wel mooi een Porsche! ‘Geef me je sleutels maar dan was ik hem voor je.’ Sta ik even later uitgebreid die Porsche te soppen – en ja hoor, daar kwamen ze, die taxichauffeurs uit de Febo. ‘Is die van jou, heb je een ander?’ Ik doodleuk: ‘Was tijd voor iets nieuws.’ Ze werden he-le-maal gek. Ze willen alles van me weten, vooral hoeveel ik verdien. 

Op een bloemenmannenmanier zou ik het hier nog geen jaar hebben uitgehouden. Heb je een stal in de wijk, dan komen de mensen naar je toe. Langs de weg niet, ik moet wachten. Maar ik heb mijn trucjes. Op zondagen vroeg ik meer, want de mensen konden toch nergens anders heen. Bovendien komen zondagsklanten vaak van buiten. De stemming is feestelijk, het is niet voor jezelf. Dan ga je niet moeilijk doen.

Ook heb ik altijd andere bloemen gehad. Ik verkocht bloemen die niemand op de veiling wilde hebben. Ik hield wel de prijzen aan van dure bloemen. Ook mengde ik boeketten van oud spul. Ik ben eigenlijk net Karel Appel. Ik had boeketten in de gekste kleuren, van bloemen met een rare of platte kop, kromme stelen. Het schreeuwde, maar het was niet lelijk. Oude zonnebloemen pelde ik. Dan waren de blaadjes dor en bruin maar was het hart nog goed. Dat stak ik dan in een boeket. ‘Da’s apart,’ zeiden ze dan. Artistiekelingen, zweverige mensen – die heb je hier in Zuid. Zoals ik: lekker wild, gek.

D’r kwam ook een keer een taxi. Stapt een man uit, een buitenlander, rechtstreeks van Schiphol. Die wijst heel gehaast twee boeketten aan en vraagt: ‘How much.’ Dus ik zeg: ‘Fiftee euro’. Geeft ie me twéé briefjes van… vijftig! In plaats van hem meteen een biljet van vijftig terug te geven, zeg ik ‘thank you’ en loop heel rustig naar binnen, doe mijn geldkistje open, wil die man zijn zeventig euro wisselgeld uittellen… Wat denk je? Kijk ik om, zie ik zo die taxi wegrijden. Fifteen, fifty… Mijn Engels is niet zo goed. Kan ik daar wat aan doen?Ik ben eigenlijk net Karel Appel 1

Na achttien jaar verhuisde ik naar de overkant, naast de garage. Ik moest daarheen vanwege de aanleg van een fietspad. Ik wist van niks maar bij het tankstation hadden ze het me verteld. Ik op die ‘hooravond’ mijn vinger opsteken: “Dat fietspad loopt wel mooi dwars door mijn stal.” Vanachter die tafel keken ze me met grote ogen aan – een bloemenstal?

Toen dat fietspad af was kwam ik weer op het plein te staan, maar toen het bouwen begon kwam ik op dit groenstrookje terecht.

Het is niet zo dat een heel stel mensen de beslissingen neemt, nee. Je hebt één man nodig. Laat mij die man maar zijn.

Ik heb drie jaar tegen een bord ‘Afslag Afgesloten’ aan zitten kijken. Op een gegeven moment had ik een bord staan: ‘Parkeren Bloemen vier keer rechtsaf’. Als ik opzij kijk, staat er een schakelkast. Automobilisten rijden hier zo hard dat ze me voorbij zijn voordat ze er erg in hebben. En er is nog een bloemenzaak bijgekomen, en die nieuwe Albert Heijn verkoopt ook bloemen. Ik had stampei moeten maken. Dan had ik misschien meer schadevergoeding gekregen, maar ach.

Ik mag hier dan al tweeëndertig jaar staan, er is er nog van alles in beweging. Ik herken mensen, hun auto’s, ik weet wie hier wonen. Veel zijn er in de jaren verhuisd, maar ik, ik sta er nog. Die gozer die nu langsloopt, die woont hierachter. Ik weet wie zijn moeder is, wat voor auto ze rijden. Hij is zo’n houserd. Een vader heeft ie niet. Wat je ook ziet is hoe een relatie is. Als je ze vaak ziet dan maak je er wat van.

Ik draai in mijn bovenkamer ook vaak hele films af, ik kan hier over alles nadenken. In mijn hoofd máák ik dingen, verzin ik allemaal oplossingen. Alsof ik een huis bouw, de bouwtekening maak en alle fouten eruit haal. Ik denk over de omgeving, mensen die langslopen, wie ze zijn, wat ze doen, of ze homo, hetero of lesbo zijn, travestiet. De bouwvakkers, politiek, religie, de toekomst van de aardbol, het leven op andere planeten.

Doordat ik veel lees en tv kijk, heb ik veel kennis. Bijvoorbeeld nu met al die hongerige mensen in Afrika. Het heeft geen zin die allemaal te helpen. Niet dat ik een racist ben, nee, maar ik zou dat roepen vanuit: ‘de aarde’ en ‘het milieu’. Maar ik kan dat wel gaan roepen maar wat heb het voor nut? Als er straks een atoombom valt, of er komt een stuk steen uit het heelal naar beneden, dan is alles in een keer toch weg… Nee, moet ík me om 7 miljard mensen druk gaan maken? Kan toch niet? Heb geen zin.

Maar áls ze komen laat ze dan ook maar hier landen. Hier, naast mijn stal. Wie? De aliens. Met wat ik allemaal van de wereld weet, kan ik zeggen: dít moet gebeuren, dát moet gebeuren. Het is niet zo dat een heel stel mensen de beslissingen neemt, nee. Je hebt één man nodig. Laat mij die man maar zijn. Dan heb ik in een keer al die bangigheid van de mensen en dan moeten ze wel naar mij luisteren. Dán zou ik orde op zaken stellen. Geen gezeur of kleine dingen maar… hupsakee. Verkrachters executeren, minder mensen op de aarde, minder uitstoot van CO₂ en rotzooi, ophouden met al die religies. Je moet verder, je moet veranderen. Maar ik wil dat wel overbrengen maar dan moet er niet met me gepiepeld worden, ze moeten me niet onderuit willen halen.

Ze denken van mij vaak: da’s een bijdehandje, een fantast, maar: ik-heb-ge-lijk. Robots, werkeloosheid, ik lees de krant en houd het allemaal bij. De enige oplossing is leven op een andere planeet. Maar ja, als ik wat zeg dan denken ze toch: da’s die domme bloemenman maar, die vent die de hele dag op zijn krent zit.

Ik heb geen leiding.

Ik heb geen lei-ding.

Ik had in het begin niks met bloemen maar… bloemen brengen sfeer in huis, vreugde of troost. Ze brengen de mooie dingen. Er zitten ook heel veel vitamines in. Denk maar aan al die konijnen, die weten het wel. En ze staan overal hè.We zouden daar met z’n allen van moeten gaan eten.

Je wordt gelukkig van de natuur. Ik maak ook wel eens mensen gelukkig zonder dat ze ervoor hoeven te betalen. Dan kijk ik ze aan en zie dat ze wel een steuntje kunnen gebruiken. Ik zie het ook als mensen ziek zijn. Die geef ik ook wat mee. Ik mag een harde wezen, maar dat doe ik wel.

Als ik de loterij win, dan koop ik een grote opblaasbare hand die zijn middelvinger opsteekt.

Eenzaam? Nee, eenzaam ben ik niet. Altijd wel mensen die langslopen, verslaafden, gestoorden, mensen in de put die moeten wandelen. Sommigen zitten om een praatje verlegen. Soms zit ik er niet op te wachten. Maar eenzaamheid, het is net als geluk vaak maar een kort moment dat je je zo voelt. Geluk? Dat is een goeie dag, veel en dikke klanten, lekker weer. Maar geluk duurt kort, korter dan dat je je eenzaam voelt. Ja, geluk is korter. Maar eigenlijk gaat het erom dat je werk hebt. Mensen zonder werk, die worden ziek. Ik heb mijn structuur. Elke ochtend koffie bij m’n zus, hier naartoe rijden, mijn manier van de stal opengooien, een bosje bloemen wegzetten… gewoon het gevoel hebben dat je erbij hoort.

Dit is mijn leven. Die stal… Deze plek, het is m’n alles. Het dak, de wanden, de deur, de ramen, onderkant, ik weet alles van dat ding. Ik ben hier meer dan thuis. Ik zeg ook wel tegen d’r: je houdt het lekker vol. Als ik me kwaad maak, kan ik de stal heel knus maken: lik verf, nieuwe ramen, gordijntjes, ander zeil. Maar waarom? De mensen zien dat toch niet. En ik moet nog dertig maanden dan ga ik toch niet meer investeren?!Ik ben eigenlijk net Karel Appel 2

Maar de laatste tijd… ik heb het gehad met de mensen. Ik zit mijn tijd te verdoen. In drie dagen heb ik vijfenzestig euro verdiend. Als ze van hiernaast bloemen nodig hebben, dan komt er een bestelwagen. Dat hotel bestelt via Google. Ik sta op twintig meter bij ze vandaan maar ik zit niet in hun systeem. Mijn tijd, mijn diesel, de krant, de gasflessen, m’n koffie, de inkoop, het aggregaat en soms heb ik bloemen die weg moeten. Ik word hier genaaid, daar genaaid. Het is op, ik houd nergens over. Vroeger morste je wat, maar je had veel. Nu kan je niks meer morsen, want er zit haast niks in.

Ik sprak laatst een vrouwtje en die zei: het is aura. Aura, aura, aura. Zij ging haar zaak met een kaars rond om dat slechte kwijt te raken. Weet niet of het haar hielp, maar toen ik vanmorgen aankwam, ben ik ook maar met mijn aansteker een paar keer de stal rondgegaan. Het is nu vier uur maar ik heb nog niks verkocht. Ja, één klantje: vijftien euro.

Als ik de loterij win, dan koop ik een grote opblaasbare hand die zijn middelvinger opsteekt. Die zet ik bovenop mijn stal. Een vinger naar de hele buurt, naar al die mensen die vragen hoe het gaat, luisteren en och, och zeggen, wat erg, al die verbouwingen en dat u nu hier staat. Later zie ik ze met een bossie tulpen van de Albert Heijn lopen.

De mensen zijn zo dom. Ze doen nep. Goed, dan heb ik ze ooit misschien een keer een slecht bossie verkocht. Nou, nou, moet je daarvoor dan nooit meer bij me terugkomen? Veel hebben zelfs nooit wat bij me gekocht, die weten dat dan toch niet. Nee, win ik de loterij dan komt er een dikke middelvinger en een spandoek: ‘Bedankt hè!’

Op zondag heb ik mijn enige vaste klanten, misschien dat die mij toch sympathiek vinden. Een groepje van vijf heel gelovige vrouwen, die verderop samenkomen om te bidden. Voordat ze daar naartoe gaan, komen ze bloemen halen. Ik geef er nog wel ’ns wat bij. ‘Zet maar op tafel, bid dan ook maar voor mij.’ Ze komen hier al acht jaar en zijn al net zolang bezig mij te bekeren. Ik laat ze maar in die waan.

Die ander is de man met het petje. Hij is enig kind, ik loop altijd een beetje met hem te dollen. Hij komt hier al achttien jaar elke week een boeket halen. Legt ie bij zijn ouders op het graf. Hem geef ik er ook wel iets bij wat lang staat.

Hier, neem maar mee, voor je vrouwtje. Nee, nee, het is wel goed. Ik weet wat oud is. Zet ook maar in je verhaal: ‘Als de bloemenman is overleden: geen bloemen.’ Op de kaart komt te staan: ‘Jan hield niet van bloemen.’”

Mail

Ferry Wieringa (1975) schrijft over ogenschijnlijk onbeduidende levens en plekken. In zijn verhalen spelen figuranten de hoofdrol en schuift de achtergrond naar het voorplan.

Bram Dirven oordeelt, maakt en bepaalt over illustraties en is hiermee de illustratordictator bij Hard//hoofd.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kris van der Voorn
    Kris van der VoornAdjunct-hoofdredacteur
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
Lees meer
het laatste
Verf op je kleren #1 - Het Proces

Verf op je kleren #2 - Fictie en werkelijkheid

Waar ligt de grens tussen fictie en werkelijkheid, en hoe zet je die grens op spanning, zonder dat het saai of aanstellerig wordt? Lees meer

Column: Ik wens je alle goeds

Ik wens je alle goeds

Een afwijzing komt Eva koud op haar dak vallen. ‘Ik vond hem leuk, hij vond mij ook leuk, hij vond mij dus niet leuk, ik ben gewoon niet leuk genoeg.’ Lees meer

Kak! Een kritische kunstkoerier over De Kunstbode 1

Kak! Een kritische kunstkoerier over De Kunstbode

Als 'kritische kunstkoerier' neemt Marc Schoorl je mee door de kunstbijlage van zijn favoriete ochtendkrant. Lees meer

Nieuws in beeld: En hoe zit het met de achterstand in welzijn?

En hoe zit het met de achterstand in welzijn?

Na twee jaar af en aan wel en geen onderwijs op school te hebben gehad, ervaren leerlingen dat er 'hiaten in hun kennis' zijn ontstaan. Lees meer

Koop de roze bril

Koop de roze bril

Lang geloofde Shulamit Löwensteyn dat een ingebouwd stapelbed de oplossing zou zijn voor al haar moeilijkheden. Had ze daar gelijk in? Een tip over tulpen, taart en het kopen van troost. Lees meer

Automatische concepten 73

Engeland is gesloten

Maar liefst 28.000 vluchtelingen staken in 2021 het Engelse Kanaal over, met gevaar voor eigen leven. Lees meer

Nieuwe coronificatie

Nieuwe coronificatie

Marthe van Bronkhorst opent het nieuwe jaar op poëtische wijze. Lees meer

Column: Het enige woord dat het omschrijft

Het enige woord dat het omschrijft

Het voorlopig laatste uitstapje naar de bios met haar vader krijgt voor Eva een duistere lading. Lees meer

Verf op je kleren #1 - Het Proces

Verf op je kleren #1 - Het Proces

In Verf op je Kleren onderzoekt schrijver en documentairemaker Tiemen Hageman alle aspecten van het creatieve proces. Hij gaat in gesprek met allerlei creatieve makers, over hun proces en hoe je dat nou eigenlijk doet, werk maken. In deze eerste aflevering: schrijvers Martijn Brugman en Merlijn Huntjens. Lees meer

Stop met schrijven!

Stop met schrijven!

Jens Meijen vergelijkt het schrijfproces met auto-onderhoud en weet hoe je als schrijver goed zorgt voor je mentale gezondheid. Wat heeft schrijven te maken met het worden van een popster en waarom moet je volgens Jens eerst stoppen met schrijven? Lees meer

Ballen en Engelen

Ballen en Engelen

Na een klassiek ongemakkelijke kerstborrel op kantoor gaat Sascha mee naar huis met Ariane van hr. Maar dan neemt de avond een griezelige onverwachte wending... Een kerstverhaal van Loren Snel. Lees meer

Op elk potje past een probleempje

Op elk potje past een probleempje

Waarom moeten lesbische relaties in films altijd zo tragisch afgelopen? Esther Lamberigts pleit voor een positiever beeld van queer levens in hedendaagse media. Lees meer

Kon je maar aanbeden worden

Kon je maar aanbeden worden

Hologrammen, goud licht en een religieus lam laten Marthe van Bronkhorst zich klein voelen tijdens een kerkbezoek. Lees meer

Nieuws in beeld: Wat 'huist' er op de achterkant van de maan?

Wat 'huist' er op de achterkant van de maan?

Vond de Chinese maanlander een hutje, een kleine triomfboog, of toch maar gewoon een grote rots? Lees meer

Wees talentloos

Wees talentloos

Tijdens een date raakt Wolter de Boer verwikkeld in een socratisch vraaggesprek rond talent. Een tip over het afschaffen van aanleg. Lees meer

Nieuws in beeld: Weg met het kerstpakket!

Weg met het kerstpakket!

Er zit zelden iets in waar je op zit te wachten, laat staan iets van kwaliteit. Lees meer

Over geluk is het moeilijk praten 2

Over geluk is het moeilijk praten

Filmmaker Agnès Varda was een uitgesproken feminist. Julia de Dreu zag in haar een geestdriftige, politiek geëngageerde vrouw. Maar Varda's film 'Le bonheur' lijkt een ode aan het traditionele huwelijksgeluk. Wat wilde ze ons vertellen met dit onuitgesproken drama? Lees meer

Masterclass

Een vrouw die met zichzelf in de knoop zit besluit om een masterclass acteren te volgen. Een kort verhaal door Renske van den Broek over opnieuw leren lopen, majorettemeisjes en vrede sluiten met wie je bent. Lees meer

Stemmen op je zestiende voor een sterkere democratie

Het is goed voor Nederland als zestienjarigen mochten stemmen, zegt Jazz Komproe. Lees meer

Ik sla een praatje op het Godenpad

Shimanto Reza gaat tegen zijn achterhoofdstem in en ontdekt de waarde van taboes. Lees meer