Asset 14

Oude nieuwe tendensen

In memoriam: Oude nieuwe tendensen 3

Floris betoogt een kleine herziening op de geschiedenis van de hedendaagse kunst. Hij hoopt dat we ons de kunstenaar François Morellet (1926-2016) zullen herinneren als de ruimdenkende vernieuwer die hij was en niet slechts als de artistieke emancipator van de tl-buis.

Het was in het regionale museum van Brest (Bretagne), in de zomer van 2009, dat ik voor het eerst kennismaakte met het werk van François Morellet en zijn geestverwanten van de Groupe de Récherche d’Art Visuel. Het was een eens-in-het-jaar-revelatie die ik niet had verwacht na rijen suffe zeegezichten en Bretonse vissersdorpen te hebben geswipet. Waarom, dacht ik, heeft niemand me dit eerder verteld?

GRAV, opgericht in 1960, stond een zakelijk en onpersoonlijk soort kunst voor, voortgebracht door rigide regels en procedures, die niks meer zou representeren of uitdrukken en ook niet meer zo nodig met verf gemaakt hoefde te worden. Tenminste, dat was de theorie. In de praktijk sloop er aardig wat vindingrijkheid en geknutsel in het werk van de ‘onderzoeksgroep’. Overlappende rasters, draaiende balkjes, verschoven vierkanten en moiré-effecten werden geometrisch speelgoed, waarbij je als kijker een zekere vrolijke duizeling moest overwinnen om uit te pluizen hoe dat patroon nou eigenlijk in elkaar zat.

sérigraphies

Drie exemplaren uit ‘Album de 10 sérigraphies sur 10 ans’ (1952-1961), François Morellet

Twee weken geleden is François Morellet overleden, op 90-jarige leeftijd, in het gehucht onder de rook van Nantes waar hij 70 jaar atelier hield en decennialang een fabriekje voor speelgoedautootjes runde. Het nieuws stond pas tien dagen later in NRC, hoewel hij, volgens het in memoriam in die krant, net bezig was gehypet te worden. Vanwege zijn 90e verjaardag waren er retrospectieven in Londen, Sao Paolo, Parijs en ook bij Art Affairs in Amsterdam. Kort voor zijn dood schreef The Art Newspaper over Morellet &co, die nu eindelijk wijdere erkenning kregen, en wiens werk desondanks nog lekker laag geprijsd was. De suggestieve kop was ‘OFAs (Old French Artists) are the new YBAs’ [Young British Artists].

Die ‘hernieuwde’ erkenning was ook maar relatief. Als je er op gaat letten, zoals ik na 2009, dan blijkt die GRAV op best veel plekken vertegenwoordigd te zijn, niet alleen in Centre Pompidou maar ook in het achterste gangetje van het Galleria nazionale d'arte moderna e contemporanea in Rome, waar een hele batterij kinetische kunst staat opgesteld. Bij de megatentoonstelling DYNAMO in het Grand Palais was de groep ook niet bepaald afwezig. Er zijn alleen niet zo veel werken in Nederland, en GRAV heeft niet de internationale popsterstatus van Jackson Pollock of Andy Warhol.

5872175033_244aac6855_b

François Morellet, Recto-verso, 1972, (via Flickr)

Gehypet worden is verder ook maar een twijfelachtig genoegen. Het afgelopen jaar hadden we hypes rond Jan Schoonhoven en Herman de Vries, die allebei niet minder dan vier tentoonstellingen kregen, de laatste vanwege zijn deelname aan de Biënnale van Venetië. Ik ben dol op de reliëfs van Schoonhoven, maar niet twintig op een rij, en niet vier keer achter elkaar.

Maar als we voorbij de hype kijken, wordt het inderdaad weleens tijd voor een correctie op de geschiedenis van de hedendaagse kunst. Of liever gezegd, misschien moeten we daar eens op een meer gestructureerde manier over gaan nadenken. In Tate Modern hangt een overzicht van de kunst na de oorlog die eigenlijk meer een soort word cloud is, en in het artikel in The Art Newspaper wordt oppercurator Hans Ulrich Obrist aangehaald, die de ‘complexiteit’ en ‘polyfonie’ van de naoorlogse kunst benadrukt. Dat is goed en belangrijk, maar als vorm van historisch besef gaat het niet verder dan ‘kijk naar dit, en bekijk ook dat’.

Als er iets is dat we van GRAV kunnen leren – ja, nog steeds! – dan is het dat een ‘onderzoekende’ houding als kunstenaar niet hoeft te zijn wat het artistic research-debat er de afgelopen decennia van gemaakt heeft, met veel topzwaar jargon en doelbewuste ontoegankelijkheid. Intelligent werk kan ook speels en leuk zijn.

5611354250_5ee1a2a214_b

François Morellet, L’Avalanche, in Centre Pompidou in 2011 (via Flickr)

Je kunt GRAV zien als deel van een serie bewegingen, vanaf eind jaren ’50, om de kwast op te bergen en kunst van de muur af te halen. Morellet, en zijn geestverwanten Julio le Parc, Vera Molnár en Victor Vasarely, waren daarin nog tamelijk ingetogen. Er was meer een doorlopende lijn van hun tekeningen en schilderijen naar hun werk dat licht gaf en bewoog, en dat werk was altijd netjes afgewerkt. Ze werkten met lichtbanen, tl-buizen en motortjes, en Molnár al vroeg met computers, maar het bleven toch tableaus en lijnfiguren: eerder 2,5D dan 3D. De ZERO- of Nul-beweging, waarvan Schoonhoven en de vries deel uitmaakten, pakte het minder gepolijst en minder quasi-mathematisch aan. Schoonhoven maakte zijn reliëfs met oude eierkartons, de vries schilderde met aarde en lijstte bladeren en rietpluimen in. Andere Nul-kunstenaars timmerden spijkers in een vlak, brandden met peuken op doek, schilderden met een vlammenwerper en hingen plastic zakjes met water op een rij. Het verlichte geknutsel dat nu, vermengd met een flinke dot conceptualisme, de norm is op kunstacademies, zou je terug kunnen voeren tot ZERO.

Je kunt GRAV zien als deel van een serie bewegingen, vanaf eind jaren ’50, om de kwast op te bergen en kunst van de muur af te halen.

Ondertussen hield in 1961 een groep meer technologisch angehauchte kunstenaars in Zagreb een tentoonstelling onder de titel Nove Tendencije. Ze hadden hetzelfde onpersoonlijke ethos als GRAV, maar meer handigheid met lampjes, electronica en vanaf eind jaren ’60 ook met computers – ze hoefden zogezegd niet van de muur af te komen. En hoewel ze meer op een ‘onderzoeksgroep’ leken dan GRAV, bleven ze ook niet in het lab zitten, maar annexeerden min of meer de lokale galerie voor hedendaagse kunst en gaven het tijdschrift bit.international uit. De term ‘nieuwe tendensen’ bleek pakkend en goed vertaalbaar: het Parijse Musée des Arts Décoratifs gebruikte Nouvelle Tendance in 1964 als titel voor een tentoonstelling met werk van ZERO, GRAV en de kunstenaars uit Zagreb. Het werd een verzamelterm die nadien vaker is gebruikt.

Een vergeten hoofdstuk is dat alles niet, hoewel de mate van erkenning verschilt. Over ZERO was het afgelopen jaar een imposante tentoonstelling in de Martin-Gropius-Bau in Berlijn, en daarna in het Stedelijk. Nove Tendencije werd min of meer herontdekt door een tentoonstelling in Graz en Karlsruhe, twee centra van de hedendaagse elektronische kunst, alweer een jaar of acht geleden. En de leden van GRAV hebben in Frankrijk aan honneurs geen gebrek gehad, al kwamen die soms wat laat: Vasarély kreeg een eigen museum, Molnár een leerstoel computationele kunst aan de Sorbonne, en Morellet een expositie in Pompidou.

8650150870_a079d0097a_k

François Morellet - Sphère-Trame (1963), via Flickr

De mate waarin Morellet en de zijnen de kunst hebben vernieuwd, en het instrumentarium van de beeldende kunst hebben uitgebreid, wordt nog weleens onderschat. Ga maar na: alle voorafgaande avant-gardes waren toch variaties op het thema ‘verf op doek’, met af en toe een collage of readymade ertussendoor. Na de jaren ’60 is schilderkunst niet meer dan een subgenre.

Morellet hoeft niet zo nodig de kunstgeschiedenis in te gaan als de artistieke emancipator van de tl-buis – dan zijn de geometrische doeken toch boeiender.

GRAV hief zichzelf op in 1968, omdat ze het niet eens konden worden over hun onpersoonlijke kunstprincipes. Hun pretentie van wiskundigheid en objectiviteit is ook niet per se wat het meest tot navolging strekt. Ook hoeft Morellet niet zo nodig de kunstgeschiedenis in te gaan als de artistieke emancipator van de tl-buis – dan zijn de geometrische doeken toch boeiender. Maar de manier waarop GRAV een uitweg zocht uit het probleem van anything goes – met helderheid en nauwkeurigheid, maar ook door ruimdenkend een waaier aan mogelijkheden te onderzoeken, en stiekem de draak te steken met de eigen regels – maakt hun werk meer dan visuele mindcandy. Het maakt de term ‘onderzoek’ bij nader inzien helemaal niet zo misplaatst.

In het noordelijke trappenhuis van het Louvre zijn vijf ramen van Morellet te zien. Ze bestaan uit niet meer dan een simpel glas-in-lood raamwerk met daarin dunner uitgelijnd een gekantelde versie. En dat is precies de ontregelende knipoog die de plek nodig heeft, tussen een bombardement van renaissance- en barokmeesters, Mesopotamische vondsten en Griekse sculpturen.

Helderheid als uitgangspunt, intellectualisme zonder poeha en avant-gardisme zonder zelfmystificatie. Daar zouden we best heden ten dage nog wat meer van kunnen gebruiken. Als een postume hype daarbij kan helpen moet dat maar.

Morellet_Louvre1

Een van de ramen van Morellet in het Louvre (via Flickr)

Mail

Floris Solleveld is Hard//hoofd-redactielid en overdag historicus en filosoof. Tussendoor tekent hij met inkt en penseel en schrijft over interdisciplinaire podiumkunsten. Of over politiek. Soms ook poëzie.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
Lees meer
test
het laatste
Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer