Asset 14

Koers!

Matthijs Kuipers miste de koers, maar ontdekt dat de ene race de ander niet is. 'Misschien miste ik vooral de wereld zoals me die werd voorgehouden door de schrijvers en zangers die zich de laatste jaren op het wielrennen gestort hebben.'

Het is halverwege de middag als we na een klein uurtje fietsen Scherpenzeel binnenrijden. We gaan er koersen. Net als in de andere dorpen op en rond de Utrechtse Heuvelrug heerst er een serene rust. Het is er groen, koud noch warm, en af toe zoeft een auto voorbij. Dit is waarschijnlijk hoe het woonerf ooit bedoeld is. Als we verder het dorp inrijden wordt de rust verstoord: een opgewonden microfonist doet verslag van de wedstrijd. Later, tussen de races door, klinkt muziek. ‘Een eigen huis, een plek onder de zon,’ en andere nummers die tot de canon van het Nederlandse lied behoren.

Elk weekend zijn er zulke criteriums. Wedstrijden van een uur of twee, over een circuit van hooguit twee kilometer, voor de gelegenheid afgezet. Liefst in het dorpscentrum als dat er is, anders gewoon over een woonerf. Het zijn vooral mannen van middelbare leeftijd - de benen geschoren en geolied, fietsen van een paar duizend euro - die hier aan meedoen. Jeugd, vrouwen en studenten zijn in de minderheid. Echte minderheden zijn er nauwelijks: wielrennen is een witte sport.

Eigenlijk rijd ik al een jaar geen wedstrijden meer. Vijf jaar lang reed ik zo’n vijftien criteriums per jaar, maar na een jaar stilzitten laat de conditie te wensen over moet ik bekennen. ‘Moet’, want het wielrennen zit vol mores en ongeschreven regels. Wat je niet moet doen is zeggen dat je je suf getraind hebt en de boel wel op een hoopje zal gaan rijden.* Wel doen: zeggen dat je niet of nauwelijks getraind hebt, en dán de boel op een hoopje rijden. Natuurlijk kan niet iedereen de sterkste zijn in een koers. Valse bescheidenheid heeft als voordeel dat het deel van het peloton dat niet in vorm is zonder gezichtsverlies naar huis kan: de slechte vorm was immers al aangekondigd.

Van deze regel kun je niet afwijken, behalve als je Tim Krabbé heet. In De Renner (1978) zit een passage waarin de hoofdpersoon, de renner Krabbé zelf, de regel bewust negeert. Hij stapt de kleedkamer binnen en zegt: "Mannen, ik train me suf." Vervolgens wordt hij tweede. De Renner heeft een cultstatus in de wielerwereld. Het bewuste citaat was zelfs de inspiratie voor de Delftse studentenwielervereniging W.T.O.S., wat staat voor ‘wij trainen ons suf.’

Illustratie: Friso Blankevoort

High brow

Wielrennen is al lang geen arbeiderssport meer, als het dat ooit geweest is. Neem het volgende citaat van zanger Guido Belcanto over de Italiaanse wielrenner Marco Pantani: “Ik zag niet in de eerste plaats een coureur, maar een kunstenaar. Marco Pantani was een artiest.” Literair wielertijdschrift De Muur bezingt op het wielerblog Het is koers!, het wielrennen in al zijn facetten (van het wekelijkse zaterdagrondje tot de jaarlijkse hoogmis van het wielrennen, de Tour de France). Bands en singer-songwriters als Blaudzun, Alex Roeka en the Gasoline Brothers belijden openlijk hun liefde voor de koers. En het rijden op fixies (één verzet, geen freewheel) doe je tegenwoordig niet alleen op de wielerpiste of als fietskoerier, maar ook om koffie te drinken in de stad of even langs de barbier te gaan om je baard bij te laten trimmen. Wielrennen is high brow geworden.

Ik doe mijn best de wielerwereld van Krabbé, Het is koers! en Guido Belcanto te zien als ik in Scherpenzeel klaar sta voor de start. Hier geen tragiek, geen heldenverhalen, maar Nederlandse schlagers uit de speakers en een frituurwalm die zich langzaam over het parcours verspreidt. Ik miste de koers, dacht ik, maar misschien miste ik vooral de wereld zoals me die werd voorgehouden door de schrijvers en zangers die zich de laatste jaren op het wielrennen gestort hebben.

Ik betrap me op de gedachte dat ik zou willen dat de Ronde van Scherpenzeel iets meer weg zou hebben van de Ronde van Katendrecht. Vorig jaar was Sander Donkers van Vrij Nederland daar op reportage en schreef het volgende:
"Ooit was de Ronde van Katendrecht een beruchte koers. Het schiereiland tussen de Maashaven en de Rijnhaven was van oudsher rijk aan cafés en bordelen, en de kasteleins en de hoerenmadammen hoestten zelf het premiegeld voor de winnaars op – die brachten immers heel wat volk op de been. Beroemde renners reden de ronde graag. ‘Die hoeren waren een deel van de aantrekkingskracht,’ zegt organisator Dave Andriese.‘Oud-coureurs als Jan Jansen en Jo de Roo beginnen nog altijd meteen te lachen als je over Katendrecht begint. Die kregen af en toe, eh, verzorging bij het warme bad achteraf.'"
In tegenstelling tot Katendrecht is Scherpenzeel geen beruchte koers. Er zijn geen bordelen langs de kant. De renners zijn geen hipsters op fixies, maar mensen met fulltime banen die na het werk de fietsen achterin de bus van de zaak gooien en naar Surhuisterveen, Ermelo of Werkendam rijden voor een criterium. De sfeer heeft iets weg van een oranjefeestje of een buurtbarbecue. Blaudzun en Alex Roeka zullen zich wel twee keer bedenken voor ze een nummer als eerbetoon aan de Ronde van Scherpenzeel schrijven. Marco Pantani was een held, maar ik en die vijftig anderen aan de start kunnen ons niet op een dergelijke status beroepen. Pantani bedwong Alpencols, wij bedwingen woonerven. Verschil moet er zijn.

Wil ik vandaag in Scherpenzeel tragiek en drama, dan moet die echt uit mezelf komen. Gelukkig lost het probleem zichzelf op. Ik plaats een demarrage achteruit – weer zo’n wielerterm, het is een eufemisme voor lossen: het niet meer kunnen bijhouden van de groep. Na hooguit een paar rondjes sta ik al weer langs de kant om mijn ploeggenoten aan te moedigen.

Mijn vroege aftocht roept herinneringen op. Toen ik begon met wielrennen keek ik ook regelmatig naar de finish van de koers vanachter een dranghek. En ik was niet alleen, bij menig koers stond de hele ploeg al voor het einde langs de kant. Vaak stonden we bij de meet om te zien wie er ging winnen, zodat de finishfoto naast de winnaar ook het falen van onze voltallige ploeg vastlegde.

De cirkel is zo dus in ieder geval rond, mijn carrière in het amateurpeloton eindigt zoals het begon, of tenminste, bijna zoals het begon. Ik ben inmiddels vijf, zes jaar wijzer, ditmaal heb ik me strategisch vijftig meter ná de meet opgesteld. Ik zie wie er wint, maar sta niet op de foto.

-

Matthijs Kuipers is professioneel historicus en amateurwielrenner.

* Op een hoopje rijden = iedereen eraf rijden = iedereen naar huis rijden = rondjes om de tegenstander fietsen = de boel op de kant gooien. Ik hoop dat je er zo wijzer van wordt.

Mail

Friso Blankevoort (a.k.a. Freshco) is een illustrator/designer die woont en werkt in Amsterdam. De skateboardcultuur heeft een grote invloed op zijn werk, dat ook beïnvloed wordt door de traditie van grafisch ontwerp in Nederland.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Lucifers

Lucifers

‘Het begon met een gat, een gat in de zon.’ Terwijl de opa van Jung-hoo blind wordt, verdwijnt de zon langzaamaan uit de lucht. Met deze alternatieve geschiedenis duikt Siep Hendriks in de commercialisatie van het leven, de mens en diens karakter. Lees meer

Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer