Asset 14

Eindelijk volwassen

Rutger probeerde jarenlang los te komen van zijn ouders, maar dat bleek niet zo eenvoudig. Tot diep in zijn adolescentie bleef hij worstelen met deze lieve, redelijke verzorgers. Terwijl hij allang volwassen had moeten zijn.

In de sitcom Seinfeld zegt Jerry op een gegeven moment: “Een relatie uitmaken is als het omduwen van een cola-automaat. Het lukt je niet met één duw. Je moet hem eerst een beetje heen en weer schommelen.” Hij sprak in dit geval over romantische relaties, en de onvermijdelijke terugval die elk stel na een scheiding krijgt. Maar geldt zijn metafoor niet voor elke sociale verbintenis? Als mensen eenmaal een band met iemand zijn aangegaan, laten ze die niet graag los, en al helemaal niet in één keer.

Het loskomen van je ouders is essentieel voor het vormen van een eigen identiteit. Vriendschappen of liefdes worden alleen verbroken als er iets misgaat, maar de band met je vader en moeder moet sowieso versoepeld worden. Gelukkig heeft de natuur daarvoor een speciale periode bedacht. Tijdens de puberteit verandert je lichaam, zodat je je voortaan tegen leeuwen kunt verdedigen. Dankzij je volgroeide hersens kun je nu vol zelfvertrouwen totaal ongefundeerde meningen vormen. Als klap op de vuurpijl ontstaat tussen je benen de magische kracht om deze procedure ooit zelf in gang te zetten. De maatschappij heeft naar aanleiding van deze biologische veranderingen een regel ingevoerd: vanaf je achttiende ben je officieel ‘volwassen’. Het wordt met trompetgeschal aangekondigd: je bent nu onafhankelijk, je jeugd is voorbij, en je hoeft niets meer met je opvoeders te maken te hebben. Je mensschap is voltooid. Je bent klaar voor verzending.

De pleister of de cola-automaat

Helaas werkt dit niet zo eenvoudig in de praktijk. Het liefst zou een jongvolwassene de band met zijn ouders lostrekken als een pleister: snel, soepel, zonder lijmresten en met slechts een beetje pijn. Het komt echter vaak neer op de cola-automaat van Jerry Seinfeld. De ouder-kindrelatie blijft schommelen tussen liefde en haat, afhankelijkheid en afkeer, hulp en verzet.

Tijdens mijn puberteit probeerde ik me af te zetten tegen mijn ouders. Maar hoeveel ik ook loog, blowde, spijbelde, dronk of met foute vrienden hing; ze bleven met me praten op een verschrikkelijk begripvolle manier. Mijn vader liet zich één keer gaan. Tijdens een campingvakantie gedroeg ik me zo chagrijnig dat hij me tegen al zijn principes een klap op mijn achterhoofd gaf. Ik huilde geschrokken: “Dat mag jij helemaal niet!” Waarna ik theatraal een weiland in rende, tussen de verbaasde koeien door.

Hadden mijn ouders me maar elke dag met appels bekogeld.

Soms was ik jaloers op vrienden met jeugdtrauma’s of gescheiden ouders. Hadden mijn ouders me maar elke dag met appels bekogeld of gedwongen om rare pakjes aan te doen, dan was tenminste duidelijk geweest waar ik van los wilde komen. Maar waarom zou ik breken met deze lieve, redelijke verzorgers? Mijn enorme boosheid was geforceerd en overtuigde niet.

Zodra ik achttien werd, wilde ik uit huis - dat zou helpen om van ze los te komen. Mijn ouders hadden begrip voor mijn beslissing en kochten een appartementje in de stad. Zolang ik studeerde, hoefde ik geen huur te betalen. Ze hielpen me uiteraard met mijn belastingaangifte, collegegeld en kleine reparaties in en om het huis. Zo nu en dan kwam mijn moeder wat vuile was ophalen – de Turkse wasserette was wel erg ver lopen met zo’n zware tas. De ruzies stopten. Was ik nu dan echt volwassen?

In de wachtkamer voor volwassenheid

In Emerging Adulthood: the winding road from the late teens through the twenties (2004) beschrijft de Amerikaanse psycholoog Jeffrey Arnett hoe het traject van volwassenwording steeds verder is opgeschoven. In 1953 ging je aan het eind van je tienerjaren uit huis omdat je ging trouwen, en niet veel later begon je aan kinderen. Dankzij de emancipatie en gegroeide welvaart wagen hoogopgeleide jongvolwassenen zich nu pas rond hun dertigste levensjaar aan dit soort overgangsrituelen. Zij blijven dus nog lang in praktisch en mentaal opzicht aan hun thuisbasis verbonden.

Arnett introduceerde met zijn term ‘emerging adults’ (oftewel ‘ontluikende volwassenen’) een nieuwe levensfase. Biologen en psychologen spreken nog altijd van een lange periode van adolescentie, die van je 13e tot hooguit je 24e loopt. Arnett betoogt dat veel jongeren ook daarna nog in de wachtkamer zitten. Het lijkt erop dat deze fase alleen maar meer verlengd zal worden: vanwege de hoge huurprijzen en de huidige economische crisis blijven kinderen ook steeds langer financieel afhankelijk. Zo ontstaat er een ambivalente tussenfase waarin twintigers aangeven tegelijk wel en niet volwassen te zijn, en voortdurend heen en weer schipperen.

Illustratie: Liesbeth de Feyter

Op mijn tweeëntwintigste begon mijn puberteit opnieuw. Toen ik na kerstavond, eerste en tweede kerstdag nog een paar dagen bij mijn ouders en hun goedgevulde ijskast bleef, kwam mijn vader ’s middags naast me op de bank zitten en zuchtte. Ik dacht dat hij me weer ging vertellen dat hij trots op me was. “Rut…” Ik legde de afstandsbediening weg, streek mijn moeders badjas recht en keek hem welwillend aan. “Wil je alsjeblieft weggaan?” zei hij. “We hebben het wel een beetje gehad.” De glimlach gleed van mijn gezicht en ik voelde de tranen prikken. Ik trok de badjas uit, smeet hem in het haardvuur en rende naakt een besneeuwd weiland in.

Langzaam begon ik in te zien dat mijn ouders ook maar gewoon mensen waren.

Ik realiseerde me dat de dood van mijn ouders het ergste was dat me kon overkomen. De gedachte alleen al kon ik nauwelijks aan, maar het zou onvermijdelijk gebeuren. Ik moest loskomen, dit keer echt. Ik verhuisde naar een woning die geen familiebezit was en kocht een tweedehands wasmachine. Als ik langsging bij mijn ouders, praatte ik niet alleen over mijn eigen luxeproblemen, maar vroeg ik ook hoe het met hen ging. Langzaam begon ik in te zien dat zij ook maar gewoon mensen waren, met gebreken en ijdelheden. Het was de laatste kinderillusie die ik moest loslaten: je kan niet echt knuffelen met beren, de bank is niet een plek waar lieve oude mannen op je geld passen, en mijn vader en moeder zijn geen Olympische goden die alles altijd kunnen oplossen.

Een kind van je ouders

Mijn moeder kon deze wending maar moeilijk accepteren. Toen ik voor mijn broertje en mijn ouders ging koken in mijn nieuwe huis, verstoorde zij dit symbolische diner door gewoontegetrouw een handje te helpen in het huishouden. Ik verbood haar om af te wassen, te dweilen en mijn was te doen, zolang ze een gast was. Ze knikte als een klein kind dat wordt terechtgewezen. Toen ik even later van de WC kwam, zag ik hoe ze stiekem de vuilniszak aan het vervangen was.

Zonder dat ik het door had, was ik verschrikkelijk onaardig tegen met name mijn moeder. Ik hield zoveel van haar dat ik er ziedend van werd. Als ze belde, reageerde ik als een chagrijnige tiener. Vrienden vroegen na het ophangen verbaasd: “Wie was dat? De klantenservice van Vodafone?” Tijdens een verhuizing wilde ze per se komen helpen. Ik reageerde woedend toen ze ongevraagd broodjes voor mij en mijn behulpzame vrienden meebracht. “Waar bemoei je je mee! Oude kaas met mosterd? Dat is verdomme mijn lievelingskostje!” schreeuwde ik. Mijn moeder roerde door haar thee en maskeerde haar verwarring met een fijne glimlach en een oprechte vraag aan een van mijn hulpen.

Tijdens tafelgesprekken legde mijn vader zijn handen op zijn achterhoofd en spande achteloos zijn bicepsspieren, als een bedreigde gorilla.

Hoewel mijn gepensioneerde vader claimde dat hij hierboven stond, had ook hij moeite met zijn nieuwe rol. Mijn broertje en ik keken niet meer tegen hem op. Dat krenkte zijn mannelijkheid. Als we hem plaagden met een slechte restaurantkeuze, reageerde hij onverwachts nijdig. Tijdens tafelgesprekken legde hij zijn handen op zijn achterhoofd en spande achteloos zijn bicepsspieren, als een bedreigde gorilla. Soms kwam hij bij mij thuis iets repareren, maar dan weigerde hij om me te leren hoe ik dit voortaan zelf kon oplossen. Alsof hij dan echt niet meer nodig zou zijn.

Opnieuw besloot ik om zelf praktische en dus emotionele afstand te creëren. Het was moeilijk om de ritjes naar het station, de belastinghulp, de broodjes en de reparaties af te slaan en dit alles zelf te leren. Maar het hielp. Langzaam maar zeker wenden we aan de nieuwe verhoudingen.

Eindelijk min of meer volwassen

Dit was een maand geleden - ik ben bijna 28. Het lijkt erop dat ik eindelijk Arnetts tussenfase heb volbracht, tien jaar nadat de overheid mij met ‘meneer’ begon aan te spreken. Mijn ouders en ik schommelden veel heen en weer, maar nu ben ik eindelijk volwassen. Min of meer. Ha, laat mijn ouders nu maar sterven! Nee, liever niet, maar ik denk dat ik het aan zou kunnen als het zou gebeuren.

Nu heb ik een nieuw probleem: terwijl ik enigszins verstandiger en wijzer word, gedragen mijn ouders zich steeds koppiger. Hun politieke opvattingen worden harder, hun ruzies onzinniger. Mijn broertje en ik moeten ze steeds vaker wijzen op hun onredelijkheid. We sussen ruzies en overtuigen ze ervan dat het echt niet onveiliger op straat is geworden. We schudden glimlachend ons hoofd als mijn vader weer een nieuwe gadget in huis haalt, of mijn moeder via een faillissementsveiling vier dozen met Afrikaanse kettinkjes koopt.

Daar zitten ze dan, samen op de bank tegen elkaar Wordfeud te spelen, ieder op zijn eigen smartphone. Ze zijn al een beetje onze kinderen aan het worden.

--
Dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad.

Mail

Rutger Lemm is schrijver, grappenmaker en scenarist. In 2015 verscheen zijn debuut, 'Een grootse mislukking'. Hij is een van de oprichters van Hard//hoofd.

Liesbeth de Feyter studeerde schilderkunst en beeldverhalen aan Sint Lucas in Brussel. Ze werkt als freelance illustrator en striptekenaar en maakt poëtische beelden met een luguber kantje.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Lucifers

Lucifers

‘Het begon met een gat, een gat in de zon.’ Terwijl de opa van Jung-hoo blind wordt, verdwijnt de zon langzaamaan uit de lucht. Met deze alternatieve geschiedenis duikt Siep Hendriks in de commercialisatie van het leven, de mens en diens karakter. Lees meer

Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer