Asset 14

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal van Fester Vogels, heb je het nog nooit gezien. Hen vervlecht de dystopische levens van drie mensen tot een geheel dat samenkomt rondom de fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Vlinderstuik geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen.

Het liefst pureert ze alles in haar blender. Ze zag het flitsende nieuwe maalmengermodel in een roddelblaadje, die ene waar ze zo graag in snuffelt tijdens haar kappersbezoeken. Ze belde het bijgevoegde telefoonnummer en kon twee weken later het pakket bij het postkantoor ophalen. Ze had eens gelezen dat de scherpe messen van de blender de calorieën kapotmaken. Zodoende. 

De kilo’s zijn nog niet verdwenen. Het enige verschil dat ze wél heeft gemerkt is de verminderde scherpte van haar kaaklijn. Zíj denkt dat ze te weinig lacht. Dat het daardoor komt. Dus dumpt ze haar lunch in de blender, draait ze de knop om en opent ze haar slokdarm. 

Kauwen zal niet meer gaan.  

Zonder de deuk in de rechterkant van het bed zou ze haast vergeten dat ze getrouwd is. Hij kruipt onder de dekens wanneer zij zich al diep achter haar slaapmasker heeft verstopt. 

En 's ochtends, wanneer ze voorzichtig over haar maskertje gluurt, zijn z’n sjaal en jas al langschoots van de kapstok verdwenen. Alleen ‘s nachts maakt hij zich kenbaar. Hij mompelt door zijn snor. Woorden waar ze zich zorgen om zou hebben gemaakt toen ze net een bed deelden. Woorden waar ze zich nu alleen nog maar aan ergert. Ze propt oordoppen in haar oren en draait haar rug naar hem toe.

Zijn energie spookt door het huis. Een geest die haren in de pompbak achterlaat, het brood schuin afsnijdt, modderkruisjes de bijkeuken in trekt. Ze haalt haar schouders op en zucht: à la. Ze steekt haar handen in de gele rubberhandschoenen en begint met schrobben, begeleid door het klotsende geluid van haar vloeibare maaltijd.

Met haar vlinderstruik gaat het niet goed. Hun huis staat te dicht bij de smog-spugende fabriek voor de kleurrijke insecten om te willen stoppen in haar dorre tuin. Haar achilleshiel. Het maakt niet uit hoeveel koeienstront, hoeveel water ze sproeit, ze blijft dor. Alles is besmet met de fabriek. De fabriek is een teek, vastgebeten in de grond, en de vierkante kilometers om de bloedzuiger heen zijn de lyme-kring. Die alsmaar groter wordt.

De krant valt op de mat. Ze leest ‘m niet. Waar is het nieuws goed voor? Ellende, dood, oorlogen aan de andere kant van de wereld. Nee, het interesseert haar niet waar de bommen, die voor haar boodschappen betalen, landen. Ze doopt de grijze pagina’s in een teiltje met behanglijm en vormt het nieuws tot iets nieuws. Papier-maché hondjes. Een levende zal er nooit in komen. Die blaffen. 

 

Hij begluurt ze niet, hij bewondert ze

De lintroller glijdt over zijn wollen pak. Het is erotisch. Als een vinger die hem uitdaagt. Hij ziet de pure porno weerspiegeld in de glazen muur van zijn kantoor. Wat voor hem een raam is, is een spiegel voor zijn medewerkers. Hij begluurt ze niet, hij bewondert ze. Als een schilderij. Er waren vier redenen om zijn kantoor op de achttiende verdieping te laten plaatsen. 

  1. Zijn Napoleoncomplex
  2. Zijn gevoeligheid voor geluid
  3. Zijn obsessie met zijn beenspieren, hij neemt immers altijd de trap
  4. Zijn uitzicht. Dat alles van ver en hoog mooier is. Dit heeft hij op zijn eerste en tevens enige vliegreis geleerd. 

Drie jaar geleden kreeg hij de baan als regionale manager van de wapenfabriek. Hij werkte op het kantoor in de grote stad toen de CEO op een morgen aan zijn bureau verscheen en een stapel papieren, hoger dan zijn kale kruin, voor zijn neus plantte, een busticket als kers op de paperassentaart. Nog voor hij kon vragen wat dit allemaal te betekenen had, maakte de CEO al rechtsomkeert en verliet zijn kantoor. Over zijn schouder riep hij nonchalant dat alles al voor ‘m klaarstond. Hij zou een week later vertrekken naar het kleine dorp waar veertien en een half jaar geleden de fabriek als een talgpuist was opgedoken. En zo geschiedde.

Hij ziet het als zijn plicht elke dag een pak te dragen. Voor zijn enorme spiegel knoopt hij zijn stropdas. ‘Kruis, lus omhoog, over de voorkant, door de knoop, trek hem aan, klaar!’ Hij spreekt het hardop naar zichzelf uit. Op sommige dagen trekt hij zijn das strakker en strakker. Tot zijn halsslagader klopt in zijn keel en de aders in zijn oogwit uitzetten. Hij trekt tot zijn ademhaling piept, zijn handen trillen en zijn pik hard wordt. 

Eens in de zoveel tijd daalt hij langs de achttien verdiepingen af om te lunchen in de koude kantine met zijn medewerkers. Hij pakt de deurklink met zijn zakdoek vast, maar voor hij ‘m naar beneden duwt blijft hij even staan luisteren aan de deur. Hij hoort de stemmen van zijn medewerkers, babbelen, lachen, kletsen. Wanneer hij uiteindelijk de ruimte binnenstapt, sluiten ze hun monden en slaan ze hun ogen neer. De ruimte vult zich met het tikken van zijn lakleren loafers terwijl hij langzaam naar de koffiemachine loopt. Hij verdraagt maximaal drie lauwe slokken koffie in de kantine. Dan, met een veel vlugger pas dan eerst, verdwijnt hij uit de ruimte om weer in zijn veilige, hoge haven op te gaan.

Na drie keer naar links swipen, was de koek op

Even geleden heeft hij zich aangemeld op een datingapp. Na drie keer naar links swipen, was de koek op. Geen profielen meer in uw omgeving, gaf het scherm aan. De drie vrouwen die langskwamen werkten alle drie in de fabriek. Bij de gedachten aan de roddels over zijn online profiel trekt er een rilling over zijn rug. Het app-icoontje schudt en hij drukt op verwijderen.

De grote getallen omtrent vuurwapens, munitie en raketten deden hem in zijn eerste maanden in de fabriek nog duizelen. Inmiddels raast hij door de tabbladen vol dood alsof het bonusknallers van de lokale supermarkt zijn.

Elke nieuwe potentiële werknemer die hij aan de andere kant van zijn bureau heeft,

vertelt hij:

'Wist je dat Nederland één van de grootste wapenexporteurs ter wereld is? In totaal is daar jaarlijks ongeveer tussen de 500 miljoen en 1,5 miljard euro aan handel mee gemoeid. Zoveel verdienen jij en ik hier alleen niet helaas. HA!’

De sollicitant lacht dan wat nerveus met hem mee, hij schraapt zijn keel en gaat weer verder met het doornemen van het cv. De fabriek werd met geweld uit de grond gestampt. Zijn funderingspalen werden diep in de korst van de aarde gehamerd. Er walmt warme rook uit. De giftige wolken dragen microscopische sporen die zich verspreiden zo ver de wind hen draagt. En de lopende band van de fabriek doet wat hem wordt opgedragen. Loopt. Loopt het klokje om. Verplaatst stukje bij beetje onderdelen. Puzzelt de dood middels vele handen in elkaar. 

De bomen rondom de fabriek lieten hun bladeren binnen het eerste jaar dat de deuren werden geopend los en hebben ze daarna nooit meer opgeraapt. Hij zag de takken langzaam uitdrogen. Een trage dood. 

 

Soms, op regenachtige dagen, wanneer hij voorovergebogen tegen de druppels in loopt en door zijn wimpers de fabriek wazig ziet opdoemen, lijken de bomen weer even bladeren te hebben. Dan poetst hij de zure regendruppels van zijn brilglazen en ziet de honderden zwarte vogels weggedoken in hun eigen verenpak. Kauw. Kauw. Kauw. Een moord. Nog voor de wapens in houten kisten de grens over worden gevlogen. 

Broekie. Kenner. Leidinggevende

Zeventien jaar, vier maanden en drie dagen werkt hij in de wapenfabriek. Tellen. Vullen. Twaalf kogels per doosje. Een vizier afstellen is millimeterwerk en zijn grote handen priegelen als geen ander. Hij heeft de meeste afdelingen van de fabriek al gezien. Broekie. Kenner. Leidinggevende. Maar zijn hart ligt bij de kogels.

De kogels kussen, rinkelen tegen elkaar in het doosje wanneer de loopband even stopt om weer een nieuw doosje te vullen. Zijn vaste grap op de jaarlijkse buurtbarbecue die hij met tegenzin bezoekt: ‘Ik vul doosjes, tegen minimumloon’. Een verklonterde bulderende lach uit meerdere mannenkelen golft over het verroeste speeltuintje waar ze grillen. Hij bijt in een stugge lap vlees. Tetanus, reuma, tandrot. Dat laatste slechts deels veroorzaakt door de fabriek. Schep. Schep. Schep. Suiker in zijn koffie.

Elke ochtend trimt hij zijn neushaar om de geur van het kruit een vrije doorgang te geven. Hij versnippert zijn haren in de geel bevlekte wasbak en wanneer hij thuiskomst zijn ze verdwenen. Gesmolten als sneeuw voor de zon. Hij weet niet wat zijn vrouw de hele dag doet, maar dit zal wel een van haar bezigheden zijn. Hij ziet het voor zich, hoe ze één voor één de haren uit de wasbak plukt. Hoe ze dan een herinnering in wordt gesmeten: ze is een klein meisje, ze plukt madeliefjes in hoog gras op een frisse lentedag. Met elkaar praten doen ze al jaren niet meer. Een ruwe schatting. Hij is nooit begonnen met tellen, met ritme houden van een nummer waarvan hij ontkent dat het speelt.

Steeds vaker vindt hij verstopte woorden

Hij spreekt überhaupt nauwelijks. Hij heeft nooit veel te zeggen gehad. Maar steeds vaker vindt hij verstopte woorden in de gele rochel die hij op de grond tuft. In toenemende mate voelt hij zijn tanden wiebelen door de rondketsende woorden in zijn mond.

Een linie plassende mannen met hun ogen strak op hun eigen lid gericht. Een linie mannen die hun handen in ijskoud water wassen. Steeds frequenter wast hij zijn handen. Wanneer de andere mannen hun longen in nog een laagje teer bekleden, staat hij voor de zilveren plaat, die voor een spiegel door moet gaan, zijn handen te wassen. Hij ziet ze rood bevlekt. Lichtroze water vloeit de afvoer in. Hij wast en scrubt tot het bloed uit zijn vingers getrokkenis en hij met blauwe klauwen de kogels weer aait. Teder en zacht met een wens verstopt in zijn vingertoppen. De kogels een laatste moment van zachtheid geven voor ze de lichamen in worden gedreven en daar hun heil vinden.

Mail

Fester Vogels (2000) is een schrijver, beeldende kunstenaar en medeoprichter van het Haags poëziecollectief FFûH. Hen studeert momenteel Writing for Performance aan de HKU. Diens teksten proberen binnen de vervreemding herkenning te vinden met teksten vol prikkels, hakken en takken. Binnen de chaos staat queer representatie en het terugwinnen van het queer narratief centraal in diens werk.

Andrei Pacea (2001, Romania) is grafisch kunstenaar en een dromer die ervan houdt om verloren te raken in de werelden die hij creëert op zijn iPad, canvases, panelen, papieren, muren of wc-hokjes. Instagram: @glazedhands

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

Dingen die ik nooit gedaan heb

Dingen die ik nooit gedaan heb

Op een warme avond in een koele loods loopt een jonge vrouw een bekende professor tegen het lijf. Met de geur van opgedroogd zweet en de aanblik van een duur kapsel neemt Faye Schumacher ons mee in een ontmoeting tussen Vanessa en Meneer de Professor. Lees meer

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

'Een uitvaart is toch meer voor de nabestaanden.' Steef probeert zichzelf een houding te geven wanneer ze hoort dat haar vervreemde zus is overleden. Nadine Ronde neemt je mee in de eerste stadia van het rouwproces dat begint met een ongemakkelijk potje airhockey, een Super Mario PEZ-dispenser en gesprekken over de prijsstijging van komijnekaas. Lees meer

Meisjes

Meisjes

Op een dag krijgt een jonge vrouw de vraag om voor een standbeeld te zorgen. Samen met haar botte schaar vertrekt ze naar het bos. In dit verhaal onderzoekt Mei-yun Boswinkel de spanning tussen het strakke keurslijf van de middelbare school en het verlangen naar een ongedwongen ruimte. Lees meer

Vruchtvlees

Ontuig

Een ik verkent nieuwsgierig diens pulserende vleeslichaam, trekt zich terug in de kieren van hun zijn en vergroeit tot een thuis. Moni Zwitserloot onderzoekt met behulp van bodyhorror-ervaringen en relaties die buiten het menselijke liggen. Lees meer

CLICKBAIT

CLICKBAIT

Een vrouw filmt zichzelf 24/7 en laat haar acties bepalen door wat anonieme usernames vertellen. In de fysieke wereld heeft ze bijna niets, online heeft ze duizenden fans die haar aanbidden. Hoe kun je macht vinden in kwetsbaarheid? Ankie Klut onderzoekt de grens tussen het verlangen om gezien te worden en de behoefte om jezelf te verbergen achter een digitaal masker. Lees meer

Zien is beminnen

de bank en de schoot

In deze twee gedichten neemt Sophia Blyden je mee terug naar de jaren negentig en naar de warmte van de schoot van je geliefde. Ze liet zich voor deze gedichten inspireren door twee werken in Museum Arnhem. Lees meer

 1

Schrijfwedstrijd: door de ogen van Palomar [deadline verstreken]

Stuur vóór 19 juli in voor de schrijfwedstrijd van Hard//hoofd en uitgeverij Cossee. Neem de lezers van jouw kortverhaal bij de hand en laat hen opnieuw kijken en luisteren naar (voelen en denken over) situaties, mensen, objecten, beelden die we allemaal kennen. Of toch niet? Lees meer

Baka bana

Baka bana

‘Papa haatte ik omdat hij meer tijd met mama had gekregen dan ik. Mama haatte ik omdat ze me in de steek had gelaten én zwart had gemaakt.’ In dit verhaal van Sophia Blyden komt de hoofdpersoon na een lange tijd zonder contact voor het eerst haar vader weer tegen. Ze besluiten om op een vader-dochterweekend te gaan, op zoek naar verzoening, herinneringen, wie ze geworden zijn zonder elkaar, en de juiste bereidingswijze van baka bana. Lees meer

CAPTCHA

CAPTCHA: Can Anyone Prove They’re Clearly Human Anyway?

De relatie tussen mens, dier en internet staat centraal in dit verhaal van Leonie Moreels. De hoofdpersoon balanceert een zieke teckel en een afstandelijke partner die diens identiteit via het internet probeert te achterhalen. Dit alles leidt tot een reflectie over wat echt is en wat niet, en vooral over wat ‘leven’ in verhouding tot het internet betekent. Lees meer

Het sanatorium

Het sanatorium

Elin ligt roerloos op de ligstoel van een sanatorium, hoog in de bergen. Stil en uitgespreid op het terras wordt ze geconfronteerd met een doordringende geur, die ze niet kan identificeren. In dit surreële, filosofische verhaal zoekt Stefanie Gordin naar de betekenis en de verstikkende werking van rust. Lees meer

Dogs that cannot touch each other

Dogs that cannot touch each other

Een theatrale vertelling van Louky van Eijkelenburg over warmte, wrangheid en het controversiële kunstwerk 'Dogs That Cannot Touch Each Other'. Lees meer

Kwetsuur

KWETSUUR

Het prinsessenbed en de koffiepauze in een hospice vormen het decor van dit gedicht van Kim Liesa Wolgast. Koffie, lametta en aquarelpapier zijn de rekwisieten van het sterftheater, waar de tijd stilstaat en zich tegelijkertijd steeds herhaalt. Lees meer

Materiaal van een lichaam 1

Materiaal van een lichaam

In dit verhaal van Merel Nijhuis en beeld van Jasmijn Vermeeren exposeert een disabled kunstenaar haar werk tussen de zoemende TL-verlichting, kunstkijkers en hun opmerkingen. Ze probeert een balans te zoeken tussen genoeg informatie geven over haar werk en het ontwijken van de daaropvolgende validistische vragen. Lees meer

We willen het ook voor jou veilig houden

We willen het ook voor jou veilig houden

Claire heeft het voor elkaar: luxe kleding, een indrukwekkend cv en een leidinggevende functie. Tot ze op het matje wordt geroepen vanwege grensoverschrijdend gedrag. Claire snapt het niet. Wat is er gebeurd? Wanneer zijn de regels veranderd? Wie heeft de nieuwe normen bedacht? Emma Stomp duikt in dit verhaal in Claires hoofd en laat het... Lees meer