‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’
‘Wil je de rijken met me eten? Laat me weten,’ klinkt het op het nummer PRADA STELEN van de politiek ontwaakte rappers Abel en Sef. Met de almaar groeiende macht van grootbezitters en oligarchen is de antikapitalistische spreuk ‘eat the rich!’ terug van weggeweest. Zo bleek ook weer na de presidentiële inauguratie van Donald Trump, waar hij werd omringd door techmiljardairs als Jeff Bezos, Mark Zuckerberg en natuurlijk Elon Musk. Het zorgde voor het gerucht dat Ben & Jerry’s een eat-the-rich-smaak zou uitbrengen en liet #eattherich viraal gaan op TikTok.
Het gerucht deed me denken aan de ijscotruck die een paar zomers terug door New York reed, toen ik zelf in Amerika was. De truck verkocht ijslolly’s in de vorm van diezelfde bekende tech-kopstukken en adverteerde met slogans als ‘munch Musk’, ‘bite Bezos’ en ‘suck Zuck’. Ook aan kapitaalkritiek kan geld verdiend worden, dacht ik toen, want de ijsjes kostten $10 per stuk.
Ook aan kapitaalkritiek kan geld verdiend worden
Het antikapitalisme van vandaag is urgent, maar lijkt dus wel eerst op smaak gebracht te moeten worden met pakkende slogans en TikTok-waardige beelden voordat het behapbaar wordt. En dat begrijpt Hollywood ook. De afgelopen jaren zien we steeds meer films en series waarin de rijken op het menu staan. Soms letterlijk, zoals in The Menu, waarin rijke snobs naar een luxueus kookeiland varen om nooit meer terug te keren, maar vaker nog figuurlijk. Zo gaan de rijken ten onder aan hun hoogmoed en decadentie in producties als Parasite, Triangle of Sadness, het tweeluik Knives Out, Saltburn, Succession en The White Lotus.
In het eat-the-rich-genre worden rijken op de hak genomen, omdat ze verwend zijn, wereldvreemd en onuitstaanbaar, én omdat het nou eenmaal aansprekende scènes oplevert. Veel van deze films tonen de ondergang van de rijken als spektakel, zonder de structuren die extreme rijkdom mogelijk maken fundamenteel ter discussie te stellen.
Laat ze zoete broodjes eten
Natuurlijk hoeven we ook niet van iedere bioscoopfilm een ragfijne sociaaleconomische analyse te verwachten, zeker niet als die films uit de kapitalistische dromenfabriek Hollywood komen. Maar het is wel opvallend hoe het eten van de rijken in populaire cultuur steeds meer wordt opgediend als een soort ‘snack voor de lekkere trek’, in plaats van keiharde klassenkritiek. Zeker als we ons bedenken dat ‘eat the rich!’ voortkomt uit een grote, revolutionaire honger en de leus vaak wordt toegeschreven aan dit citaat van Verlichtingsfilosoof Jean Jacques Rousseau: ‘Als de armen niets meer te eten hebben, dan zullen ze de rijken eten.’
In werkelijkheid heeft Rousseau dit nooit gezegd of geschreven, al had het zomaar gekund. Wat hij wel schreef, in zijn Confessions, zo’n twintig jaar voor de Franse Revolutie in 1789, was een anekdote over een zogenaamde grande princesse. ‘Toen haar verteld werd dat de armen geen brood meer hadden om te eten,’ schrijft Rousseau, ‘zou zij gezegd hebben: ‘laat ze dan brioche eten’.’
Verzet is iets geworden dat je bekijkt, niet iets wat je doet
Van de door revolutionairen gewraakte Franse koningin Marie Antoinette had destijds nog niemand gehoord, maar toch zou deze slogan later onterecht aan haar worden toegeschreven. Dit gezegde, ook wel bekend als ‘let them eat cake’, levert het wereldvreemde beeld op van een rijke elite die zegt tegen de armen: ‘maar als jullie honger hebben, dan kopen jullie toch wat lekkers?’

De machine die aan ons vreet
Hoe wereldvreemd ook, de ironie wil dat de huidige consumptiemaatschappij zoethoudertjes produceert in overmaat. Wat dat betreft leiden de zoete broodjes van het kapitalisme, de prijsknallers en het vermaak, ons af van haar verdelende en overdadige gevolgen. Volgens het Rode Kruis lijdt zo'n half miljoen mensen in Nederland dagelijks honger, en in een perverse verwerkelijking van het prinsessenadvies is suikerrijk en vettig voedsel tegenwoordig betaalbaarder dan verse, voedzame ingrediënten.
Ook eat-the-rich-films zouden we kunnen zien als zoete broodjes. Ze zijn lekker, licht verteerbaar, maar nauwelijks vullend. Als zoethoudertjes beantwoorden ze aan onze lekkere trek om de rijken te zien vallen, zonder dat we ons hoeven te bezinnen op wie of wat die rijken precies zijn, en bovenal: welke structuren hun rijkdom mogelijk maken en in stand houden. Dit soort films, stelt cultuurfilosoof Mark Fisher in zijn boek Capitalist Realism, zijn ‘antikapitalistisch in onze plaats, zodat wij het niet meer hoeven te zijn.’
Zolang de rijken op onze schermen worden opgegeten, kunnen wij ogenschijnlijk straffeloos doorgaan met consumeren. Maar ondertussen consumeren deze films ook óns; onze aandacht, frustraties en politieke verbeelding. Dat idee doet denken aan de Franse denker Guy Debord, die in de jaren zestig schreef over de ‘spektakelmaatschappij’: een samenleving waarin directe ervaring is vervangen door representatie. Niet de realiteit, maar het beeld ervan regeert. Verzet is iets geworden dat je bekijkt, niet iets wat je doet.
Voor zulke quasi-kritiek hoeft kapitaal niet bang te zijn
Naast politieke strijdkreet, is ‘eat the rich!’ dus ook een bepaald soort content. Van dure ijsjes tot goedverkopende films en van TikTok-activisme tot nieuwe vormen van punk. ‘Eat the rich!’ laat ons zien dat kapitaalkritiek is verworden tot spektakel: een opvoering van revolte, ingebed in de consumptiemachine zelf. Het genre wakkert geen honger naar verandering aan, maar lijkt deze vooral te stillen.
Voor zulke quasi-kritiek hoeft kapitaal niet bang te zijn. Hoe lekkerder het wegkijkt, hoe meer wij gelden als brandstof voor de machine die aan ons vreet. Iets waar de rijken-etende rapper Abel zich overigens maar al te goed bewust van is. Zo rapt hij aan het einde van het nummer De Machine (ook samen met Sef): ‘gooi een muntje in m'n mond en dan gaat de show van start. Man, dat is hoe ik rondkom en waarmee ik hark. Dat is de ironie, ik bén de machine.’ Met andere woorden: wij consumeren de rijken, terwijl we zelf worden gegeten.
Stijn Voogt (1998) is docent politieke, kritische, rechts- en beeldende filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en promoveert op het politieke en rechtsstatelijke begrip van bureaucratie. Hij houdt van films, bladerdeeg en buitenspelen.
Cliff van Thillo (1985) tekent het liefste vogels, folly’s en schoenen. Cliff zijn lievelingssnack is een pretzel, en hij kijkt graag naar stedenbouw, kringloopwinkels en Sesamstraat.


















