Park Magazine staat symbool voor de quasidiepzinnige lifestylejournalistiek. Dat kan toch beter?" /> Park Magazine staat symbool voor de quasidiepzinnige lifestylejournalistiek. Dat kan toch beter?" />
Asset 14

Leuk, lekker, makkelijk

Het gaat niet goed met de papieren media; adverteerders en lezers rennen massaal naar het internet en de iPad. Volgens Rutger is dat niet zo erg, zolang de journalistieke sector maar in kwaliteit blijft investeren. Juist die durf blijft nu uit, en de met infotainment gevulde glossy Park is een symptoom van een algemene vervlakking.

Het zal u niet zijn ontgaan: afgelopen maand werd de ‘journalistiek verantwoorde glossy’ Park gelanceerd. De makers zeiden geïnspireerd te zijn door klassieke Amerikaanse uitgaven als Vanity Fair en Rolling Stone. Ze deelden een ‘liefde voor verhalen’ en streefden naar ‘hoogwaardige journalistiek’. Er zou ruimte zijn voor lange artikelen en sterke fotografie, en bekende schrijvers en cabaretiers werden gevraagd voor bijdragen. Dat beloofde veel goeds voor hen die zich zorgen maken over journalistieke vervlakking.

Park betreedt een moeilijke markt. De oplages van de dagbladen nemen gestaag af, met hier en daar een uitzondering: in het tweede kwartaal van 2011 werd voor de dagbladen een totale daling van 3,8% ten opzichte van het jaar daarvoor geconstateerd. Bij de tijdschriften gaat het iets beter met een totale daling van 2,8% in het eerste kwartaal, maar hier is sprake van een veel grotere spreiding. In 2005 verschenen er nog 181 tijdschriften, dit jaar zijn het er 270.

Het verhaal is bekend: dankzij de opkomst van het internet en de ontwikkeling van allerlei gadgets rennen de adverteerders en lezers massaal weg van de oude media.

De vraag is echter: is dat erg? En zo ja, wat verliezen we dan precies?

In de veelbesproken documentaire Page One wordt een aantal journalisten van The New York Times een jaar lang gevolgd. Tijdens de discussies die de film opriep ging het over de dreigende ondergang van gedrukte media in het algemeen en the grey lady in het bijzonder. Maar hiermee werd een cruciaal aspect van Page One buiten beschouwing gelaten. Tijdens de documentaire volgen we journalisten van de mediaredactie. Dit zijn allen integere, keihard werkende mensen met een oprechte zorg over de wereld om hen heen. Met name columnist en ex-heroïneverslaafde David Carr is hartverwarmend als hij met zijn harde humor en raspende stem de strijd met een groot mediaconcern aangaat. De ware boodschap van de film was dus dat het niet alleen gaat om het vergaan van de papieren ondergrond van deze schrijvers, maar vooral om de kwaliteit die zij bieden.

De eerste zorg kan weggezet worden als een nutteloos soort nostalgie, de tweede is van wezenlijk belang voor een samenleving die plaats wil bieden aan kritische reflectie. Helaas is de papieren crisis door veel media-uitgeverijen juist als excuus gebruikt om de journalistieke sector volledig uit te hollen. Steeds meer papieren media kiezen voor dezelfde strategie: veel beeld en een catchy lay-out, korte teksten, met inhoudelijk een nadruk op lifestyle, BN-ers en de waan van de dag. Het moet vooral niet te moeilijk zijn en er lekker uitzien. Zoals de Amerikaanse columnist Molly Ivins vlak voor haar dood in 2007 zei: “Their solution to the problem is to make our product smaller and less helpful and less interesting.” Deze uitgevers mikken niet op een inhoudelijke verbetering, maar op ondubbelzinnige slijmerij bij de potentiële lezer.

Bovendien groeit de invloed van de PR-industrie, die zich specialiseert in het beïnvloeden van de informatiestroom ten bate van commerciële instellingen. Uit het UvA-onderzoek Gevaarlijk Spel blijkt dat de beroepsgroep van communicatiemedewerkers, voorlichters en PR-strategen enorm groeit, terwijl steeds meer journalisten zonder werk zitten. Volgens de onderzoekers is hier sprake van een ongelijke strijd, waardoor persberichten of sluikreclames steeds vaker ongemerkt in kranten of tijdschriften verschijnen. Andere studies bevestigen dit beeld.

Het resultaat is een oppervlakkige, vluchtige informatievoorziening die vooral lekker wegleest en soms niet meer is dan een verkapte reclameboodschap. De lifestylejournalistiek overheerst de sector. Bijlages als de Lux in NRC Handelsblad nemen een voorbeeld aan succesformules van bladen als de LINDA (met een oplage van zo’n 170.000), Happinez (160.000) en Grazia (90.000). Afgelopen maand werd de hoofdredactrice van de VIVA (89.000) aangesteld als de nieuwe chef van Volkskrant Magazine. Deze tijdschriften schrijven over mode, cultuur, reizen en eten, maar vooral over ‘lekker leven’. Bij het lezen van dit soort bladen lijkt het alsof iedereen op fantastische vakanties gaat en elke avond de meest fenomenale ovenschotels op tafel tovert. De naïviteit die tot de ‘niggabitch’-gate bij tijdschrift Jackie leidde, toont aan hoe ver deze redacties van de werkelijkheid af staan.

De lifestyle-journalistiek draait om de verering van de troostende luxe. De in deze tijd nogal ironische boodschap luidt: het leven is altijd leuk en gemakkelijk. Dat is helemaal niet erg in het geval van de eerdergenoemde glossy’s, die nergens pretenderen meer te zijn dan blije consumptiebladen. Het gevaar is echter dat deze toon de norm wordt voor serieuze media. Voor hen zou dit de anti-journalistiek moeten zijn en in plaats van het verbergen van de rauwe kanten van het leven zouden zij moeten uitzoeken wat er achter de eerste indruk schuilt. Maar steeds vaker zien we dat we in een comateuze zelfgeobsedeerde toestand worden gebracht, onder de valse noemer van diepgang.

Gelukkig was daar Park, het tegengeluid waar we naar zochten! Helaas blijkt het tijdschrift eerder een symptoom dan de oplossing te zijn. De ‘journalistieke hoogwaardigheid’ is eigenlijk ‘infotainment’. In de Volkskrant zei hoofdredacteur Marie-Nanette Schaepman: “Het gaat niet om de literaire kwaliteit. Verhalen moeten zijn als een jongensboek. Je moet het willen uitlezen.” Het blad doet denken aan de uitspraak van comedian Zach Galifinakis, die naar een collega-acteur sneerde: “You’re on the cover of Details magazine, which is a good publication… If you’ve run out of cologne.”

In een van de vele als artikel verhulde advertorials van Park wordt actrice Charlize Theron ‘geïnterviewd’. De eerste journalistiek verantwoorde vraag gaat over haar band met J’Adore, het nieuwe luchtje van Dior, dat ook paginagroot op de achterkant van Park adverteert. Het grote interview met Matthijs van Nieuwkerk gaat vooral over Parijs en lekker eten. Met uitzondering van Gustaaf Peeks portret van een jonge oorlogsveteraan, zoekt niemand enige verdieping op. Een citaat uit het Van Nieuwkerk-interview is wat dat betreft veelzeggend: “Het afdalen in mezelf is iets waar ik geen enkel talent voor heb. (…) Misschien ben ik bang dat ik iets tegenkom dat me niet zal bevallen.”

Over advertorials gesproken: op de website van NRC Handelsblad werd de komst van Park aangekondigd met een kritiekloos ‘nieuwsbericht’ dat de heerlijk nietszeggende kop ‘Nederland krijgt een blad dat nog niet bestaat’ droeg (later kreeg het wel een kritische recensie in de krant). In december werden de abonnees van deze krant bovendien verrast door een ‘energieglossy’ Shell, met allerlei handige informatie over het olieconcern.

Juist nu zou er in kwaliteit geïnvesteerd moeten worden, in integere journalisten zoals we die in Page One zien, die de relevantie van hun beroepsgroep kunnen bewijzen en impopulair durven te zijn, in eigenzinnige talenten die goed kunnen schrijven. Misschien is de beroepsgroep enigszins ingedut, maar is het antwoord daarop een verdere vervlakking of een wedergeboorte? Binnen de journalistiek zou het er niet om moeten gaan wat er verkoopt, maar om hoe je die kwaliteit kunt verkopen. Daarvoor is intelligentie, durf en een betrokkenheid met de wereld nodig. En je zult veel tegenkomen dat je niet bevalt.

Is het leven dan niet leuk? Mag je nooit naar het publiek luisteren? Is technologische vooruitgang geen zegen? Natuurlijk wel. De journalist hoeft niet de hele dag op een zolderkamer bloedserieuze pamfletten te schrijven met een ganzenveer. Met humor, literaire kwaliteit en een interesse in het beste van wat de nieuwe media te bieden hebben kun je ook kritische diepgang bedrijven.

Hoofdredacteur David Remnick is met The New Yorker een glanzend voorbeeld voor hoe het ook kan. Aan de inhoudelijke doelen (een podium bieden aan fictie, cartoons en uitgebreide, verhalende journalistiek) en het simpele uiterlijk wordt sinds 1925 niet getornd. In een interview met Big Think zei Remnick dan ook: “(…) We are not going to change who we are, no matter what the delivery systems are. (…) Will we be on the iPad? Sure. But I’m not here to get rid of fiction because I think that not 100 percent of the people read it. I don’t care about that.” Met een oplage van een miljoen exemplaren, een drukbezochte website en een geslaagde iPad-versie lijkt Remnicks gelijk bewezen.

Wie durft?

Dit essay verscheen tevens in nrc.next

Mail

Rutger Lemm is schrijver, grappenmaker en scenarist. In 2015 verscheen zijn debuut, 'Een grootse mislukking'. Hij is een van de oprichters van Hard//hoofd.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Lucifers

Lucifers

‘Het begon met een gat, een gat in de zon.’ Terwijl de opa van Jung-hoo blind wordt, verdwijnt de zon langzaamaan uit de lucht. Met deze alternatieve geschiedenis duikt Siep Hendriks in de commercialisatie van het leven, de mens en diens karakter. Lees meer

Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer