Asset 14

Zorg dat je de juiste mensen om je heen verzamelt

Zorg dat je de juiste mensen om je heen verzamelt

Samen met andere kunstacademiestudenten studeert Vivian Mac Gillavry dit jaar af van de Gerrit Rietveld Academie. Uitgeleerd is ze echter allerminst. Voor zichzelf en voor andere aanstormende kunstenaars stelt ze haar docenten de vraag wat het beste advies was dat zij ooit gekregen hebben. In een reeks van drie artikelen geven zij hun waardevolle adviezen mee. Beeldend kunstenaar Marieke Gelissen is de tweede die zij spreekt.

Dit jaar studeer ik af aan de Gerrit Rietveld Academie aan de afdeling Expanded Painting. Mijn laatste jaar op de Rietveld is een eenzaam jaar. Niet alleen omdat corona het niet toelaat om met veel mensen aanwezig te zijn, maar ook omdat al mijn klasgenoten en ik vooral opgaan in ons eigen werk. Met nog maar een paar weken tot de eindexamenexpositie stort iedereen zich op het eindwerk. De een staat te schilderen, een ander staat in de metaalwerkplaats, zit thuis achter de computer of werkt in de openbare ruimte. Daar waar ik ooit van elke klasgenoot precies wist waar diens werk over ging, hoe zijn proces verliep en we elkaar feedback gaven tijdens de lessen, komen we elkaar nu slechts sporadisch tegen in de gang voor een kort praatje op afstand. Een van mijn klasgenoten zei tijdens zo’n gesprek: “Het is net alsof we al zijn afgestudeerd. Alsof iedereen alleen in z’n studio staat te werken en we elkaar enkel tegenkomen bij presentaties of exposities.”

Zoals ik in mijn eerste interview met Q.S. Serafijn beschreef, ben ik benieuwd hoe mijn docenten reflecteren op het kunstonderwijs en hun rol daarin Zij leiden studenten binnen een aantal jaar op om zelfstandig te kunnen werken als autonoom kunstenaar. Een verantwoordelijke taak. Een paar jaar de tijd om ze vol te stoppen met kennis, levenslessen en advies. En dan moeten ze het verder zelf uitvinden. Maar is het wel echt zo dat je als kunstenaar alles zelf moet doen?

Voor deze serie sprak ik drie docenten die mij tijdens het eindexamenjaar begeleidden. Allen met een uiteenlopende artistieke praktijk en stijl van lesgeven. De tweede docent die ik spreek is Marieke Gelissen. Haar werk gaat over verwondering, over de fysieke handelingen en relatie die zij aangaat met objecten en materialen. Zij vertaalt dat onder andere in foto’s, performances, video en installatie. Ook haar stel ik de vraag wat het beste advies was dat zij ooit ontving en wat zou ze willen meegeven aan (afstuderende) kunstenaars.

Ze antwoordt: ‘’Ik geloof heilig dat je elkaar moet helpen. Niemand kan het alleen. Dus dat betekent dat je naar iemand toe moet kunnen stappen om hulp te vragen. Ik kreeg ooit het advies om je eigen feedback te organiseren. Dat kwam van mijn toenmalige partner die ook in de kunstsector werkte. Ik heb dat omgebouwd naar: ‘’Zorg dat je goede mensen om je heen hebt. De mensen die er met dezelfde toewijding inzitten.’’

Op de academie word je opgeleid om autonoom te werken. Jij geeft aan dat je elkaar nodig hebt. Hoe organiseerde jij je eigen feedback dan als kunstenaar?
‘’Ik bezocht afgestudeerde klasgenoten. We organiseerden onderling atelierbezoeken. Maar dat werkte eigenlijk helemaal niet goed omdat iedereen zo anders bezig was. Uit financiële noodzaak deelde ik mijn atelier en uiteindelijk bleek dat een voordeel te zijn want het uitwisselen van ervaring is ook inspirerend. Roos Holleman werd mijn ateliermaatje. Ze was in hetzelfde jaar afgestudeerd aan de St. Joost Academie. Zij is een harde werker en dat werkte aanstekelijk.

Als kunstenaar heb je misschien snel het gevoel dat je het vak alleen moet kunnen of uitvoeren. Dat is ergens het beeld dat er over kunstenaars heerst. Zorg voor goede gesprekspartners, dat is wellicht een betere verwoording van mijn advies. Gesprekspartners die je kritisch bevragen over de dingen die je doet, die je soms een schop onder de kont geven, maar die je in ieder geval het vertrouwen geven om door te gaan. Om autonoom te kunnen werken, heb je juist veel aan mensen die dat bij je stimuleren.‘’

Vond je de eerste jaren na het afstuderen zwaar?
‘’Ik studeerde af in een gunstige situatie. Ik werd genoemd in een artikel op Mister Motley, ik kreeg een startersstipendium van het Mondriaanfonds en ik zat snel bij galerie Bart voor de ‘nieuwe oogst’ tentoonstelling. De start was dus goed. Maar ik kreeg ook heel veel reality-checks.’’

Zoals?
‘’Dat ik dacht dat ik na twee exposities wel werk zou verkopen, maar dat gebeurde dan niet. Dan denk je wel even: goh, dus exposeren bij een galerie kost geld, maar ik verdien niks. Je moet het maken, transporteren, ergens opslaan, materiaal kost geld, en als het dan niet verkocht wordt, dat is een reality-check. Dan moet je je verwachtingen wel weer bijstellen.’’

Ik denk aan de werken die ik maakte gedurende mijn studie. Tijdens veel van die projecten val ik terug op faciliteiten van de werkplaatsen of kennis van technische medewerkers van de Rietveld. Hoe ik een bepaald glazuurrecept moet mengen bijvoorbeeld, of wanneer ik een berekening moet maken voor een metalen constructie. Maar na je afstuderen zijn er geen faciliteiten of medewerkers waar je op terug kunt vallen wanneer je vragen hebt over je werk. Marieke, is de tijd van leren dan voorbij, en moet je na je opleiding het dan zelf weten en kunnen?
‘’Wanneer dingen niet goed lopen dan sta je er soms min of meer alleen voor en moet je het zelf oplossen. Dus ook als je ergens heel hard aan hebt gewerkt. Ik had bijvoorbeeld een werk aangeleverd voor een expositie, een fotobestand voor een hele grote print die in Zurich zou worden getoond. De foto had ik gemaakt in samenwerking met een fotograaf en ik had het getest op billboardformaat, maar ik kreeg toch een mail met de opmerking dat de technische kwaliteit niet goed genoeg was. Ik moest het oplossen of anders zou het niet mee kunnen doen. Het kwam hard aan en je hebt dan geen team waarmee je het kunt oplossen. De eisen waren totaal anders dan ik had ingeschat en ik had onderschat hoe technisch onderlegd ik had moeten zijn. Je komt soms dus problemen tegen die je niet zelf kunt oplossen. Daar alleen al heb je andere mensen bij nodig.

Het kunstenaar zijn begint op een bepaalde manier natuurlijk pas na de academie. Het is een vak waarin je je moet ontwikkelen, dat is nooit klaar. Ik ben zelf iemand van trial and error en dat betekent dat er ook af en toe wat misgaat. Ik ervaar het kunstenaarschap als een vak waar je veel moet kunnen incasseren.’’

In het kader van incasseren, er is momenteel veel gaande over het kunstonderwijs. Zo zijn er methodieken die worden gehanteerd om studenten voor te bereiden op de harde kunstwereld die inmiddels soms als omstreden worden gezien. Hoe ervaar jij dat?
‘’Ik denk niet dat je beter voorbereid bent op wat gaat komen als je docenten een confronterende lesstijl hebben. Iedereen leert dat op een andere manier. Iedereen ontwikkelt eigen mechanismes om klappen te incasseren. We (docenten, red.) zijn ook geen psychologen natuurlijk. Wel denk ik dat je een soort frustratietolerantie ontwikkelt op de academie. Je moet geen te beschermde omgeving hebben. Het is goed om net uit je comfortzone te zitten om jezelf te kunnen ontwikkelen. Het gaat er dus niet om dat het je moeilijk wordt gemaakt en dat dat waardevol is, maar we willen je wel uit die comfortzone te halen. Ik kan alleen voor mijzelf spreken, maar ik zou iemand daar nooit te ver uit willen halen. Sterker nog, ik ervaar dat de academie een relatief veilige plek is om kritiek te krijgen op je werk. Want je hebt nog steeds mensen om je heen. Terwijl je daar meer alleen in staat als er kritiek komt na de academie.’’

Ervaarde je dat zo als student of als docent?

‘’Beide. Bij mij waren de docenten verdeeld over mijn werk. Sommigen heel positief en sommigen heel negatief. De docenten die tegen mij zeiden dat ik op de goede weg was, maar die mij wel uitdaagden om twee stappen verder te gaan, daar had ik het meeste aan. Ik denk dat het belangrijk is om mij zo ook op te stellen naar studenten nu. Tegelijkertijd is het niet zo dat wat voor mij van betekenis was voor anderen ook zo is of werkt.’’

Is er een context waar je het liefste terecht zou komen met jouw werk?
‘’Als ik werk verkoop, is dat relatief vaak aan mensen in België. Ik zou daar graag meer willen doen, omdat ik vermoed dat mijn werk daar dus goed landt. Misschien omdat zij de poëzie of de absurditeit in mijn werk beter herkennen. Ik staar me niet blind op het hebben van een galerie, omdat ik me realiseer dat dat ook niet per se betekent dat je er dan bent. Dan betekent het misschien dat je één à twee keer per jaar een expositie hebt, maar daar kan je geen jaar van leven. Ik heb me ook op momenten heel afhankelijk gevoeld van anderen. Of je de kans krijgt ergens. De expositie Prospects & Concepts (de jaarlijkse afdeling van jonge kunstenaars op Art Rotterdam red.) was bijvoorbeeld fantastisch om aan mee te doen. Ik dacht dat het meteen iets zou opleveren maar pas anderhalf jaar later kwam er een residentie uit. Het kan ontnuchterend zijn hoeveel tijd er soms over dingen heen gaat.’’

Een lange adem hebben als kunstenaars is wel goed dus?
‘’Ja dat is wel erg belangrijk. Ook de succesvolle kunstenaars waar ik tegenop kijk, die hebben niet per se een rustige artist practice. Die zijn ook nog steeds niet op een veilig plateautje waarbij ze kunnen zeggen: nu is het goed. Het blijft constant een investering die je doet. Als je niks doet, gebeurt er ook helemaal niks.’’

Maar wel een investering waarvan je elke keer denkt: die wil ik maken?
‘’Het voelt niet eens als een keuze. Het is gewoon zo. De omstandigheden mogen nooit de reden zijn om te stoppen. Ik geef mijzelf graag spelregels, of kaders. En dit is een van die spelregels waar ik mee werk. Je hebt als kunstenaar ook discipline en structuur nodig. Zodat ik mijzelf aanzet tot werk.’’

Als lezer denk je misschien: dit klinkt wel heel zwaar, zo’n leven als kunstenaar.
‘’Nou, dat incasseren is wel zwaar. Als het makkelijk was, zou iedereen denk ik kunstenaar zijn. Het wordt vrij snel persoonlijk en je kunt het niet rechtstreeks opvangen met andere mensen samen. Je hebt geen team zoals je dat bij veel andere banen wel hebt. Het delen van de successen bleek ook moeilijk toen ik startte.’’

Hoe komt dat?
‘’Omdat andere kunstenaars die misschien in dezelfde fase als jij zitten, die successen soms ook wilden. Andermans succes zou helemaal niet terug moeten slaan op jezelf. Het is een mooi streven om elkaars geluk te vieren. Het omarmen van elkaars succes lijkt soms moeilijk omdat je soms ook met elkaar concurreert. Het is natuurlijk menselijk om dat soms lastig te vinden. Dat had ik met mijn ateliermaatje gelukkig niet. We zaten op dezelfde golf waardoor we elkaars successen echt samen konden vieren en elkaar dat succes gunden.’’

Is het kunstenaarschap het waard?
‘’Ja. Ik ontleen heel veel voldoening aan het maken van werk. Dat geeft mij toch positieve energie. Het gaat met ups-and-downs. Die voelen heel hoog en heel laag voor mij. Blijkbaar ben ik op een bepaalde manier hooked geraakt. Ik zoek constant naar mogelijkheden om daarmee bezig te kunnen zijn.

Energie krijg ik van het werk maken, van het tonen, van nieuwe dingen proberen. Op dit moment ben ik een aantal maanden bezig met een project over de fascinatie voor kristalmodellen. Mijn persoonlijke behoefte om daar mee bezig te zijn, drijft mij om daarmee door te gaan. Dat levert nu uiteindelijk een publicatie op. Het geeft veel voldoening dat ik die nu naar mensen kan opsturen. En een deel van mijn fascinatie kan delen met mensen. Dat ervaar ik als heel waardevol.‘’

De belangrijkste adviezen van Marieke zijn kortom:

1. Help elkaar.
2. Zoek mensen om je heen die jou stimuleren én voorzien van kritische feedback.
3. Probeer veel dingen uit.

Mail

Vivian Mac Gillavry (zij/haar) is antropoloog, beeldend kunstenaar en dyslect. Ze verwondert zich graag over de mens en sociale constructen. Die verwondering uit zich in tekst, beeldend werk en beeld-taalcombinaties.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Verwijzing naar de tijd dat heksen smolten in water uit meisjeshanden

Verwijzing naar de tijd dat heksen smolten in water uit meisjeshanden

Geïnspireerd door de blikken man uit The Wizard of Oz leidt Elise Vos je over het pad van gele klinkers. Ondanks de bescherming die ons harnas biedt, bevat het kieren die toelaten wat we niet zouden willen voelen. Bovendien: wie wil nu afgestompt raken? Lees meer

Rouw en haar contouren

Rouw en haar contouren

Wat gebeurt er als je grootste angst werkelijkheid wordt? Vorig jaar verloor Ivana Kalaš haar vader. In dit essay onderzoekt ze rouw en angst. Wat als juist het verlies je dichter bij het leven brengt? ‘Zoals je vroeger naar een eclips zou kijken via een cd, kom ik in contact met rouw: via haar contouren.’ Lees meer

Lucifers

Lucifers

‘Het begon met een gat, een gat in de zon.’ Terwijl de opa van Jung-hoo blind wordt, verdwijnt de zon langzaamaan uit de lucht. Met deze alternatieve geschiedenis duikt Siep Hendriks in de commercialisatie van het leven, de mens en diens karakter. Lees meer

Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer