Illustratie: Gemma Pauwels

Na een lange, hete reis ben je aangekomen in Verona. Maar wat dan?" />

Illustratie: Gemma Pauwels

Na een lange, hete reis ben je aangekomen in Verona. Maar wat dan?" />
Asset 14

In Verona

Het eerste deel uit onze reeks zomerproza. Een verhaal over veel meer dan vakantie. Van Nasja Covers.

“En nu?”

Ik zwijg. Mijn T-shirt zit tegen mijn rug geplakt. Natte stof op huid. In de geul tussen mijn schouders druipt zweet naar beneden, het jeukt, alsof er woon-werkverkeer van een colonne mieren plaatsvindt op mijn ruggengraat. Mijn schouders zijn minstens zo nat, alleen druipt daar niks, daar ligt en dampt en ruikt het.
Het bankje kleeft vast aan mijn benen. Latex, zout, huid, hitte, vocht, het heeft allemaal een zuigende werking op elkaar, op mij. Ik trek mijn knieholtes los van de zitting en ga verder naar voren zitten, zodat alleen mijn korte broek de bank nog raakt.
Uit mijn rugzak haal ik een fles bronze sunscreen factor dertig en ik smeer mijn gezicht vol.
Nu verbrand ik niet en word ik net zo bruin als in de reclame. En zo dun.

“Het zit op je neus.”

Ik veeg, tot ik niets kleverigs meer voel. Mijn neus is heet. Ik wil een ijsje.
Gezinnen met paarse vaders, moeders met family packs kiloknallerappelsap in een rugzak die ze op hun buik dragen die huilend de smeltende ijsjes achter hun kroost oprapen. Kinderen die elkaar om de beurt met een gebroken Nintendo DS in het gezicht slaan. Mannen die een fotocursus hebben gevolgd en de wallen van hun ooit zo adembenemende verovering vastleggen naast een leuke fontein, een mooi kerkje, een leuk kerkje en een hartstikke leuke fontein.
Ik ruik een mengsel van bubbelgum, voeten, factor veertig, quatro formaggio en citronella. Families lopen langs. Nederlanders zien er nergens zo Nederlands uit als in het buitenland. Ik zit op een bankje, ontzettend local. Zo local als iemand kan zitten, naast een stomende groene backpack.

“Maar, wat gaan we nu doen?”
”Nou gewoon, we zijn er toch?.”

Illustratie: Gemma Pauwels

Ik had een kaartje en een boek en een folder en een campinggids en blaadjes vol internetadressen. Alles zat in mijn hoofd, maar ik heb het geheugen van een wasbak: alleen resten blijven liggen, koeken aan en zijn amper weg te poetsen. Wat van belang is, een lens, de pil, een oorbel, verdwijnt door het gat en zie ik nooit meer terug.
Dat ene leuke plekje, dat ene leuke plaatje, dat ene leuke adresje, ik heb geen flauw idee. Ik ben een backpacker zonder Lonely Planet. Belachelijk. Het beste schepijs ooit moet hier ergens in de buurt zijn. Het balkon. En de trein terug naar huis. Maar we zijn er net. Net tien minuten.

Verona, de stad van de liefde. De stad waar Romeo zijn Julia zag, overwon, nam, en deed. De stad waar zij door elkaars onoplettendheid, of de onoplettendheid van de kosmos natuurlijk, een ferme dood vonden in de armen van de ander.
Shakespeare is een Brit. Romeo een Italiaan. Shakespeare heeft nog nooit zijn woonplaats verlaten en de Montecci’s hebben niet bestaan. Dus dat iedereen de naam van zijn geliefde in een muur onder een willekeurig balkonnetje krast is net zo’n mysterie als dat bewust genieten tegenwoordig een gangbaar begrip is. Schillen zijn niet lekker, afslankyoghurt ook niet, friet wel.

”Wat is het plan?”

Ik weet van geen plan. Ik ben op reis.

”IJsje halen? Mooi hier, hè?

We praten in vragen. Antwoorden hangen in de lucht, ongrijpbaar op een plek waar mensen samen één zijn. Ik kan geen ander zijn, een ander alleen verstaan. Ook het ongezegde.
Ik wil een dagjesmens zijn en met buideltas en blaarpleisters leuke pleintjes vinden. Ik wil een vijfliterblik olijfolie kopen, of een boompje in een terracotta pot. Ik wil een kaarsje opsteken voor iemand die er niet meer is, of er gauw niet meer zal zijn, in een leuk kerkje met geschiedenis en een wandschildering.
Ik wil je vertellen dat dit een fresco heet.
Ik wil kiekjes schieten op een met slotjes behangen brug.
Ik wil dat koppel imiteren en acteren dat ik Julia van achter in de veertig ben.
Verteerd door sleur en ingezakt, en jij als Romeo op het balkon. Ook verlept, moe. Jaar in jaar uit die serenade, maar de huur moet ook betaald. Alwéér dat gedoe met die sterren en die roos met die geur en die naam -

“Ik weet eigenlijk niet wat we hier doen.”
Mijn gedachten stoppen. Er loopt een man langs met zwart glimmend haar, het lijkt of hij een nat wetsuit als kapsel heeft. Hij maait wild met een gladgeschoren arm om zich heen en joelt en schreeuwt in een zilveren telefoon.
”Sorry?” zeg ik.
“Ik weet eigenlijk niet wat we hier doen.”

We zijn net tien minuten hier. Mijn adem is heet, mijn zuurstof verdwenen. Het lijkt of ik een sok aan het inhaleren ben. Ik wil water, ijs, cola. Ik ben niet gemaakt voor een backpack. Ik ben iemand die een poloshirt overtuigend dragen kan, geen Teva-sandalen. Mijn benen kleven weer aan de bank. Zelfs mijn broek plakt. Ik zou moeten zwemmen.
Er zit een badmintonset in mijn tas, ingepakt. Vakantiecadeautje, voor pas als we er zijn. Voor jou. Voor als we op een camping zijn. Of op een plein. Voor om te lachen.

Er zijn momenten in het leven die niet onverwacht passeren, water bubbelt eerst voordat het kookt. Er zijn momenten die beweging omzetten in stilstand, met de kracht van een vrachtwagen die te hoog blijkt voor het viaduct. Metaal op metaal op beton. Er zijn momenten in het leven dat ik niet de bestuurder ben maar een voorbijrijdende fietser, die het allemaal meters voor de klap ziet gebeuren. Dat gaat niet passen. Ik ben zometeen getuige van een frontale botsing.
De schrik, de pijn; niet de verassing, maar puur en bruut geweld. Vrij van ruis.

“Dit was een erg slecht idee.”
”Wat zeg je?”
”Ik ben niet gemaakt voor een backpack.”
”Ik ook niet.”
”Ik ben gewoon graag thuis.”
”Jij bent gewoon graag thuis.”
”Ik ben gewoon graag thuis. Ja.”
”…”
”De toeschouwer bepaalt bij een film binnen zeven minuten of hij de film een positief of negatief oordeel zal geven. Onbewust, maar onherroepelijk.”
”Maar we zijn al twee dagen onderweg.”
”We vallen in slaap in de trein, omdat er geen onverwachte bewegingen zijn. De trein doet hetzelfde als het lichaam op hetzelfde moment. Dat werkt ontspannend. Treinreizen is daarom prettig. Het baarmoedergevoel. Rust”
”Oh.”
”Nu zijn we er.”
”Ja.”
”Ik ga terug, denk ik.”
”Wat?”
”Gewoon terug.”
”…”
”Omdat het kan.”
“…”
”Ik kies. Ik moet wel. Ik heb straks alleen mezelf nog.”
”…”
”Dit ga je me toch niet vergeven.”

De zonnebrand zweet uit mijn gezicht. Factor dertig stroomt in mijn ogen, prikt, traant. Er zitten wespen in mijn oren, heel veel wespen en mijn bloed is van steentjes. Het stroomt niet meer, het gruist. Ik hoor alleen gezoem, ik zie alleen wit, rood en vloeibaar.
Verona, de stad van de liefde.
Ik open mijn rugzak. De boekjes, de folders, mijn notities van dagen en nachten internetresearch, de adressen. Het ligt allemaal bovenop. Zoals in elke Italiaanse stad ligt de beste ijssalon ter wereld een halve kilometer het oude centrum in. Ik haal de badmintonset uit mijn tas. Ik gebaar naar een jongetje met roze vlekken rond zijn mond, dat naast mijn bankje glazig op iets staat te kauwen.
”Hier, wil je dit hebben?”
Hij kijkt me verontwaardigd aan. Hij mag niets aannemen van vreemden, mensen geven namelijk nooit zomaar iets weg. Ze willen er altijd iets voor terug dat het daglicht niet verdragen kan. Hij haalt zijn neus op en loopt langzaam achteruit, richting een van al die moeders. Ik duw de rackets in een vuilnisbak. Het past niet. Ik blijf duwen en klem het hele pakket vast in de opening. Verwrongen speelgoedwinkelstaal in een pittoreske prullenbak.
Er steekt een wind op. Een kleintje, die verkoeling brengt vanuit de Via Principale. Een oude man met mediterrane rimpels komt dichterbij. Hij verkoopt koude blikjes uit een koelbox die om zijn nek hangt. Ik ga achterover zitten en pulk een euro uit mijn broekzak.

Nasja Covers (Eindhoven, 1985) is toneelmaker, dramaschrijver, docent en blond. Vorig jaar studeerde ze af aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht.

Mail

Gemma Pauwels is freelance illustrator en woont in Amsterdam.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer