Asset 14

Winternacht in de community

Via Airbnb had Megan een huis in een dorp buiten Praag gevonden. Hier zou ze een maand lang - omringd door boeken - werken aan haar bestseller die ergens in 2056 uit zal komen.

Op de site had ik foto’s gezien van een huis met rookwolken boven een schoorsteen, een pittoresk pad naar de voordeur, kinderen, kippen, een geit en vrolijke muziek makende mensen. Aangezien ik een verbitterd, chagrijnig mens ben, dacht ik dat een beetje free spirit me geen kwaad zou doen.

Petr de huisbaas, vertelde me dat ‘Mil House’ de perfecte plek was om in rust te werken. Aan het einde van zijn mail schreef hij: ‘Enjoy this wonderful world!’ En ik dacht: 'Yes, ik kan dit. Zodra ik terugkom uit dit huurhuis vol hippies, wandel ik tussen de schappen van de Albert Heijn door alsof het de wandelgangen van het Louvre zijn.'

Wel vond ik het vreemd dat Petr schreef dat ‘The Community’ had besloten dat ik mocht komen. Wie was die naar sekte-riekende Community?

‘Het valt niet in woorden uit te leggen, zo bijzonder is het,’ antwoordde Petr. Hij zei dat ze onder andere aan dumpster diving deden en dat sommigen zelfs een baan hadden. Er werd één maaltijd per dag klaargemaakt, je mocht in je kamer roken en je eigen huisdier meenemen. Een beetje tegen het alternatieve aan, maar niks om me zorgen om te maken, besloot ik.

Met tranen van kou op mijn wangen arriveerde ik in Praag. Petr zou me van het vliegveld ophalen. Na een uur gewacht te hebben, zag ik een man met een versleten broek en een ontstoken oog. Mijn naam stond op het vel in zijn hand geschreven. Nadat we een stuk met de bus hadden gereden, liepen we via een uitgestorven parkeerterrein naar zijn auto. Voordat we instapten, duwde hij me een halve fles wijn en een bak veldsla in mijn handen. Vervolgens ritste hij zijn broek open en begon tegen een lantaarnpaal te plassen. Terwijl ik instapte dacht ik dat ik in een hele andere cultuur beland was en nam een flinke slok wijn.

Op de Airbnb-site stond dat het huis tien kilometer van de stad was, maar we zaten nu al veertig minuten in de auto. Het laatste stuk reden we over een modderig pad, nauwelijks breder dan een potlood en geflankeerd door donkere bossen. In de verte zag ik eindelijk een huis. Het enige huis.

In het donker stapte ik uit tussen besneeuwde autowrakken en afval. Een kat sprong tegen mijn been en een hond beet in mijn hand. Ik glimlachte naar deze dieren in het donker omdat er hélémaal niks aan de hand was. Petr gebaarde dat ik mee moest lopen. Met mijn rolkoffer volgde ik hem het erf op. Halverwege het pad naar de voordeur, sloeg Petr linksaf. Boven in het huis brandde licht en ik vond het vreemd dat we niet naar binnen gingen. Misschien wilde hij me eerst de beesten laten zien? Ik liep achter hem aan naar de stallen. Enthousiast opende Petr de zware deur en knipte het licht aan.

Illustratie: Romy Claessen

We stonden half gebukt in een stal met stenen muren. Er was één raam ter grootte van een zakagenda. Tegen de muur stond een bed met een opengeritste slaapzak. De vloer was bedekt met modder. In de hoek stond een voederbak die was omgebouwd tot iets wat een aanrecht moest voorstellen. Ernaast stonden een waterkoker en een pot met water. ‘Dan kun je je gemakkelijk wassen.’

Langzaam begon het tot me door te dringen: deze stal zou de komende maand mijn verblijfplaats zijn. Dit kon niet waar zijn. Mijn appartement zag eruit alsof er zojuist een junk in gestorven was. Met ingehouden adem ging ik op bed zitten. Petr nam ook plaats. Hij begon een joint te draaien en toverde vervolgens een zakje tevoorschijn. Ik slikte.

‘Het is echt een hele bijzondere plek’ zei ik. Hij knikte en trok een stuk vlees uit het zakje. Met open mond kauwde hij en vroeg of ik ook iets wilde. ‘Uit de vuilnisbak!’ zei hij trots. Terwijl ik naar zijn ontstoken oog staarde, werd het me ineens wat veel en ik vroeg of ik naar de wc mocht.

In het donker tastte ik naar de klink van de badkamerdeur, maar de deuren waren vervangen door lappen. Toen ik het licht aanknipte, schrok ik van een bad vol speelgoed, spinnenwebben en potten met een raar goedje erin.
‘Wat is dat?’ vroeg ik aan Petr. ‘Ayahuasca,’ zei hij.

Via een brandtrap liepen we naar boven het huis in. Ik zei tegen Petr dat ik hoopte dat de mensen van The Community me aardig zouden vinden. Thuis hadden mijn vrienden gegrapt dat ze misschien een kleine performance voor me zouden doen. Naakt. Maar Petr zei dat ze me waarschijnlijk zouden negeren. ‘Je moet begrijpen dat de meesten Community-leden geen tijd voor je hebben.’

Illustratie: Romy Claessen

Toen we de woonkamer binnenliepen, keek inderdaad niemand op. Voor de open haard zaten mensen elkaar fluisterend te masseren. In het Tsjechisch zei Petr iets tegen hen waar ze zuinig op reageerden. Ik schraapte mijn moed bij elkaar en ging in hun midden staan. Slap pakten ze een voor een mijn hand vast en zeiden binnensmonds hun naam.

‘Nu wil ik je voorstellen aan de verantwoordelijke van The Community,’ zei Petr. Ik volgde hem naar een kamertje waar geen vloer te zien was. Overal lagen snoeren, dozen, drinkkartonnetjes, oude radio’s en vieze borden. In het midden van de kamer lag een matras waarop een man en een meisje met gesloten ogen verstrengeld in elkaar lagen. Ik voelde me iets te veel in deze intieme setting. De man stak zijn hand naar me op. Ik groette hem terug. In de hoek van de kamer begon een baby te huilen.

Onderweg naar de stal zag ik mensen op de grond liggen met bedekte gezichten. Niet de ideale manier voor mij om een boek te kunnen schrijven, dacht ik. In de stal zei Petr dat ik de zak met vlees mocht houden maar wel in een boom moest knopen vanwege de wilde katten. Ook vertelde hij me dat als het hout op was er buiten een zaag lag en dat de man in de stal naast me zelden sprak, maar dat het niet aan mij lag. Tot slot zei hij dat mijn deur niet dicht kon, maar dat ik er wel een bezem tegen aan kon zetten. Zelf vertrok hij naar het huis van zijn vriendin in de stad.

’s Nachts legde ik alles wat er in mijn rolkoffer zat over me heen tegen de kou. Ik kalmeerde mezelf met de gedachte dat het bij daglicht mee zou vallen, maar het lukte me maar niet om in slaap te vallen. De volgende ochtend wilde ik het nog een kans geven. Toen ik het huis inliep om vuur te vragen (de kachel was ’s nachts uitgegaan) zag ik pas echt hoe smerig het was. In de keuken zaten twee mannen aan de keukentafel. Om hen heen lagen stapels met wietbladeren die ze aan het telen waren terwijl peuters over de vieze vloer kropen. Toen ik de mannen om een vuurtje vroeg, keken ze me als zombies aan.

Ik heb mijn spullen bij elkaar gepakt en ben zonder gedag te zeggen vertrokken. Nog terend op de Whopper die ik de avond ervoor op Schiphol had gegeten, heb ik de eindeloze weg door de sneeuw in het bos terug gelopen. In het eerste dorpje na het bos kwam ik een jongen met schooltas tegen. Ik vroeg hem de weg, hij vroeg hoe ik hier zo beland was. Nadat ik hem mijn verhaal verteld had, zei hij met grote ogen: ‘Niemand gaat ooit voorbij die bossen. De mensen die daar wonen zijn gek. Er komen geluiden vandaan die niemand kan plaatsen. Ze hebben een zelfvoorzienend systeem dat hoofdzakelijk bestaat uit hallucinerende drugs.’

 

Megan van Kessel studeerde in 2013 Beeld en Taal aan de Gerrit Rietveld Academie.

 

Mail

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Na een paardentocht in Kirgizië wordt voor Jip van Steenis duidelijk dat haar connectie met gids Sultan een andere wending nam dan ze had verwacht. Wat gaat er allemaal verloren in de interculturele vertaling wanneer je als toerist een band opbouwt met iemand in het buitenland? En hoe begeef je je in deze heteronormatieve dynamiek als biseksueel, in een land waar je niet queer mag of durft te zijn? Lees meer

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Janine Abbring begint het gesprek met de woorden: “Je bent de afgelopen paar jaren veelvuldig bekeken door andermans ogen, maar vanavond kies jij de beelden.” Dat zet meteen de toon, maar roept ook de vraag op: zal doorgewinterde diplomaat Sigrid Kaag, met haar altijd politiek correcte antwoorden, het achterste van haar tong laten zien, of... Lees meer

Dingen die ik nooit gedaan heb

Dingen die ik nooit gedaan heb

Op een warme avond in een koele loods loopt een jonge vrouw een bekende professor tegen het lijf. Met de geur van opgedroogd zweet en de aanblik van een duur kapsel neemt Faye Schumacher ons mee in een ontmoeting tussen Vanessa en Meneer de Professor. Lees meer

:Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Tommy Wieringa verleidt je op fantastische wijze om samen met hem een doodlopende steeg in te lopen. Met een lach en een handig gebaar wijst hij de kijker op de fonkelende scherven onder ieders voeten. 'Er is nog heel veel te redden.' Lees meer

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

'Een uitvaart is toch meer voor de nabestaanden.' Steef probeert zichzelf een houding te geven wanneer ze hoort dat haar vervreemde zus is overleden. Nadine Ronde neemt je mee in de eerste stadia van het rouwproces dat begint met een ongemakkelijk potje airhockey, een Super Mario PEZ-dispenser en gesprekken over de prijsstijging van komijnekaas. Lees meer