Asset 14

Vertel me een raar verhaal over je kanker

Rutger ziet overal vormen van toneelspel. In de financiële sector, de politiek en zijn eigen leven. De pretentieloze, genadeloze blik van een intelligente comedian is hard nodig.

In de zomer van 2012 betrad stand-up comedian Tig Notaro het podium van comedyclub Largo in Los Angeles. Ze pakte de microfoon en zei: “Hello. Good evening, hello. I have cancer. How are you?” Vier dagen eerder was er borstkanker bij haar vastgesteld. Het was niet de eerste tegenslag van de afgelopen tijd: in de vier maanden ervoor was ze eerst tien kilo afgevallen door een kwaadaardige darmbacterie, waarna haar moeder onverwachts overleed en haar relatie uitging. Over deze gebeurtenissen had ze niet op het podium gesproken, omdat het onmogelijk leek er een grap over te verzinnen. Maar nu de Wet van Murphy echt toesloeg, kon ze niet op haar voorbereide materiaal leunen. Ze gooide daarom alles overboord en improviseerde een reeks wrange grappen over haar ellende. Een medewerker van het ziekenhuis was jaloers op Notaro’s platte buik. Hij vroeg: “What’s your secret?” Ze antwoordde: “Well, I’m dying.”



Ik vond het ongemakkelijk, grappig en ontroerend tegelijk om naar de opname van Notaro’s half uur durende set te luisteren. Sommige grappen vallen niet heel goed, maar andere momenten zijn onverwachts hilarisch. Wanneer ze uiteindelijk toch de grap vertelt waar ze normaal gesproken veel succes mee had - over een zoemende bij die haar inhaalt terwijl ze op de snelweg in de file staat - is voor iedereen duidelijk hoe irrelevant haar oude frustraties zijn en maakt het contrast met haar oude podiumpersoonlijkheid die anekdote nu extra grappig.



Het optreden werd door comedy-collega’s de hemel in geprezen en media als The Guardian en This American Life besteedden er uitgebreid aandacht aan. Hier was iets bijzonders gebeurd. Notaro gooide alle pretenties overboord, en is dat niet wat kunst zou moeten doen? Haar unieke show is een goed voorbeeld van de kracht van stand-up comedy, een podiumkunst waarvan het belang groter is dan ooit.

Oppervlakkigheden en schoonmoeder- grappen

 naar de marge.

Stand-up comedy werd in 1990 door Raoul Heertje in Nederland geïntroduceerd, maar wordt hier vaak nog gezien als een banaal soort oefencabaret, als kleinkunst light. Afgelopen september hield Patrick van den Hanenberg in de Kleine Komedie de jaarlijkse Cabaretlezing, tijdens de uitreiking van de prijzen voor het meest indrukwekkende (de Poelifinario) en het meest veelbelovende (de Neerlands Hoop) cabaretprogramma. De theaterrecensent van de Volkskrant prees Heertje en Jan Jaap van der Wal, omdat ze als artistieke leiders van Comedytrain “de Amerikaanse stand-up comedy een Nederlands tintje hebben gegeven door de oppervlakkigheden en schoonmoedergrappen naar de marge te dirigeren”. Hij erkende het belang van het Amsterdamse comedycollectief, maar alleen als “springplank”. Comedians laten zich gelukkig “omscholen”, waarbij “licht en decor” steeds belangrijker worden.



Koning der cabaretrecensenten Henk van Gelder betoogde in de inleiding van het Comedytrain-boek Nee jij bent leuk, dat in 2003 ter gelegenheid van het twaalf en een halfjarig bestaan werd uitgebracht, dat Nederland de stand-up comedy al lang voorbij was en dat de ontdekking van het genre vergelijkbaar was met de herintroductie van de postkoets. Volgens van Gelder beantwoordden in de jaren zeventig cabaretiers als Freek de Jonge “aan alle dramaturgische wetten van het theater”, terwijl men in Engeland en Amerika bleef hangen in het simplisme van de vooroorlogse conferenciers, waar “komieken op een kaal podium een reeks moppen of komische observaties zonder kop of staart stonden te debiteren”.

"Stand-up gaat om een solo op het scherp van de snede."




De kritiek van kleinkunstdeskundigen richt zich altijd op de minimalistische opzet van stand-up comedy, dat de artistieke kracht zou beperken. De critici missen een spanningsboog, een theatraal lichtplan en decor, en walgen van de willekeur van de grappen en de onzinonderwerpen. Ironisch genoeg werd het cabaret in de jaren vijftig en zestig door theaterdirecteuren en -recensenten op precies dezelfde manier genegeerd of weggezet als oppervlakkig. Hun eigen kritiek komt nu voort uit hetzelfde onbegrip. De comedian heeft juist een unieke zeggingskracht omdat hij maling heeft aan dramaturgische wetten en zichzelf zo dwingt om dieper te graven dan wie dan ook.

George Carlin



Stand-up comedy is aan het begin van de twintigste eeuw ontstaan in de Verenigde Staten. Aanvankelijk waren comedians inderdaad moppentappers die optredens van jazzmuzikanten, goochelaars of zelfs strippers in nachtclubs aan elkaar praatten, maar in de loop der jaren ontwikkelde de vorm zich onder aanvoering van mannen als Lenny Bruce, Richard Pryor en Woody Allen tot een podiumkunst die op zichzelf interessant was. Het sobere karakter bleef behouden, waardoor de comedian in een intieme sfeer zijn neuroses kon opbiechten of woedend kon preken, met de lach als ontspanning. De directe relatie met het publiek dwingt de eenzame comedian om zo min mogelijk te acteren. In de woorden van de overleden comedian George Carlin: “Stand-up gaat om een solo op het scherp van de snede. Elke vijf, tien of vijftien seconden zoek je bevestiging. Je bent permanent aan het testen. Je legt je ziel bloot, openbaart alles en zegt: ‘Kijk, dit vind ik nou interessant en dat vind ik grappig. Wat vinden jullie ervan?’”

De stilte sneed door geslachtsdelen



Toen ik me in 2007 aanmeldde voor het open podium van Comedytrain, was ik net als van Gelder en van den Hanenberg smoorverliefd op cabaret. Ik was grootgebracht met cassettebandjes van Wim Sonneveld, Youp van ’t Hek en Herman Finkers. Ik wilde in comedyclub Toomler optreden omdat het de springplank was die mijn helden Theo Maassen, Hans Teeuwen en Jan Jaap van der Wal had gelanceerd, niet omdat ik geïnteresseerd was in het vak van stand-up comedian.



Ik was goed in het navertellen van de grappen van mijn cabarethelden op verjaardagen en op schoolpleinen en kon altijd goed toneelspelen, maar op dit kale podium had ik weinig aan mijn theatrale trucs. Ik kon me niet verschuilen achter mijn tekst of een bepaalde rol. Ik kon geen stemtechnieken gebruiken of een ontroerend moment inlassen. De zaal was als een genadeloze hond die onmiddellijk rook wanneer ik onoprecht was. Alles moest in het moment en authentiek zijn; zelfs mijn voorbereide materiaal moest op het podium opnieuw ontstaan en een vallend glas werd automatisch een onderdeel van mijn set. Als een grap niet aankwam, sneed de stilte door je ziel en geslachtsdelen heen. Het vroeg om een ultieme scherpte.



Langzaamaan verzamelde ik wat goede grappen en ontdekte ik dat er ook hier overlevingstechnieken waren. Ik leerde om spontaniteit te acteren, te doen alsof ik mijn zorgvuldige voorbereide act op dat moment bij elkaar verzon. Op andere momenten leunde ik op mijn charme en timing. Voorlopig was dat genoeg. Er werd gelachen en geapplaudisseerd.



Maar toen ik als proeflid aangenomen werd bij Comedytrain, prikten mijn nieuwe collega’s genadeloos door mijn afleidingsmanoeuvres heen. Ze zeiden dat ik een manier gevonden had om een goede comedian te spelen, dat ik een opdracht stond uit te voeren. Ze stelden me vragen waar ik zelf nog niet klaar voor was, laat staan dat ik de antwoorden met vreemden zou delen. Wie ben je? Wat vind je belangrijk? Wat wil je vertellen? Ik moest mezelf zijn, op het podium.



Ze hadden gelijk. Mijn grappen waren redmiddelen om door het optreden te komen, niet de dingen die ik echt wilde vertellen. Ik vertelde de zaal dat ik me ergerde aan iPhones, terwijl mijn eigen exemplaar in mijn jaszak op me wachtte. Op DVD’s met opnames van mijn optreden zag ik een wanhopige comedy-versie van mezelf. Een luchtige charmeur waarvan ik wist dat hij eigenlijk ongelukkig was. Ik probeerde op alle mogelijke manieren om aan de kritiek te beantwoorden, maar het is moeilijk om jezelf te dwingen tot ontspanning en doodeng om dieper te graven dan je gewend bent. Uiteindelijk gaf ik het op en viel definitief terug op mijn theatrale overlevingstactieken. Het publiek lachte nog steeds, maar de comedians schudden hun hoofden. Mijn proeftijd werd niet verlengd.

Ik leunde in het dagelijks leven ook op theatrale trucs.



Pas jaren later begreep ik wat ze probeerden te zeggen. Afgelopen zomer raakte ik zwaar overwerkt, en ontdekte tijdens het trage herstelproces dat ik in het dagelijks leven ook op theatrale trucs leunde. Ik had steeds gespeeld dat ik alles onder controle had en anderen afgeleid met mijn charme en gevoel voor timing. Ondertussen negeerde ik wat er echt toe deed, wat ik werkelijk voelde, hoe moe ik was. Mijn psychiater nam het puntje van zijn leesbril in zijn mond en zei: “Je moet eerlijker zijn. Zowel tegen jezelf als tegen je omgeving.” Mijn yogalerares preekte tijdens de savasana: “It’s all about getting in touch with your true self, not what might please others.” Mijn shiatsu-masseur greep een spier met zijn sterke vingers en mompelde: “Kijk, kijk, in je rechteroksel voel ik dat je altijd heel gespannen op feestjes staat.” Naarmate ik meer pretenties afwierp, voelde ik me beter en waardeerde ik met terugwerkende kracht wat stand-up comedy als kunstvorm probeert te doen: tot de kern van de zaak komen, zonder redmiddelen.

Alles is toneel



Opeens zag ik overal vormen van toneelspel. De kredietcrisis legde de misstanden in de onzichtbare financiële sector bloot. De politiek werd door WikiLeaks definitief ontmaskerd. Traditionele waarheidsbrengers als journalisten en wetenschappers kwamen onder vuur te liggen. Intussen zaten mijn vrienden en ik steeds langer achter onze laptops of tuurden we tijdens koffieafspraken stiekem op onze smartphones, waar we op de like-knop van een zorgvuldig gekozen profielfoto klikten. Niemand had het moeilijk, iedereen ging constant op leuke vakanties en at elke dag in een restaurant. Ik keek zelf vaker porno dan dat ik echt seks had. Alles leek onecht te zijn, een poppenspel dat me afleidde van wat er echt toe deed.



De pretentieloze en dus genadeloze blik van een intelligente comedian is hard nodig. In een onderzoek van het Amerikaanse onderzoeksbureau Pew in 2008 noemden veel jongvolwassenen The Daily Show van ex-comedian Jon Stewart als hun bron voor nieuws, en niet de traditionele actualiteitenprogramma’s waar die show een parodie op is. Jerry Seinfeld verklaarde onlangs in een interview met het magazine van The New York Times waarom het rauwe stand-up comedy in zijn land weer aan populariteit wint: “Er is steeds meer behoefte aan een non-digitale ervaring, aan authentieke menselijke interactie.”

Louis, dikke veertiger.





Stand-up comedy balanceert op de grens tussen fictie en werkelijkheid, en kan ons daarom goed de spanning tussen die twee tonen. Ik keek de laatste maanden veel naar The Daily Show en Seinfeld, maar vooral naar Louis CK, momenteel de beste comedian ter wereld. In zijn shows is deze dikke, roodharige veertiger ongekend grappig met zijn openheid over al zijn tekortkomingen, hypocrisie en angsten, en zijn onverwachtse tedere verhalen over zijn dochters en de wereld. (Ik ga geen grappen op papier navertellen, maar download een van zijn shows via zijn site.) Ik voel een enorme opluchting als ik naar Louis CK kijk, alsof iemand me eindelijk de waarheid durft te zeggen. Zijn wereldwijde populariteit bereikt dan ook ongekende hoogten.



Louis CK kwam tot dit succes dankzij een radicale methode. Hij trad sinds eind jaren tachtig op met een degelijke show. Zijn situatie was misschien enigszins vergelijkbaar met die van mij bij Comedytrain: hij was een prima comedian met goede grappen, maar zijn materiaal ging niet diep genoeg. In 2006 had hij er genoeg van. Hij haatte zijn act en overwoog te stoppen. Tot hij in de auto naar een interview met de comedian George Carlin luisterde, die vertelde dat hij elk jaar al zijn materiaal weggooide en opnieuw begon. Dit leek CK het engste wat er bestond, maar hij besloot desondanks hetzelfde te doen. Deze jaarlijkse schoonmaak dwingt hem steeds tot een nieuwe focus en verdere diepgang, vertelde hij tijdens een emotioneel eerbetoon aan Carlin: “Je bent klaar met de grappen over vliegtuigen en honden, dus dan moet je verder graven. Dan vertel je grappen over je gevoelens en wie je bent, en dan is dat ook op. Je moet nog verder, dus je vertelt grappen over je angsten en je nachtmerries. Uiteindelijk kom je uit bij krankzinnige dingen.”

"Je bent klaar met de grappen over vliegtuigen en honden, dus dan moet je verder graven."



In zijn tv-serie Louie (2010-heden) werkt hij deze krankzinnige dingen verder uit. Maar net als bij de creaties van andere comedians die hun weg naar het scherm vonden (zoals Woody Allen in zijn jonge jaren, de sitcom Seinfeld en opvolger Curb Your Enthusiasm, of de films van Judd Apatow) blijft de rauwheid van de comedyclub behouden en schuilt de kracht in de jarenlang gescherpte blik van de comedian. De serie laat ons niet fijn wegdromen van onze problemen, maar toont ons een herkenbare, subtiel gefictionaliseerde realiteit. De autobiografische show heeft maling aan tv-wetten (het is daarom even wennen voor de kijker) en is als het leven zelf: soms grappig, soms mooi, soms saai en vaak verwarrend. Elke aflevering heeft een eigen plot, versneden met stukken van CK’s comedy-act, en het enige vaste personage is Louie, de ongemakkelijke alleenstaande vader van twee dochters. The Daily Show ontdoet het nieuws met grappen van alle pretenties en vertelt zo wat er echt toe doet. Op dezelfde manier ontkleedt Louis CK het leven en verbeeldt zo de realiteit realistischer dan ooit.



Uiteindelijk is het verschil tussen cabaret en stand-up comedy niet interessant; het gaat erom wie ons met een goede grap omver blaast. Stand-up comedy moet wat dat betreft eindelijk serieus genomen worden in Nederland. Dramaturgie, decors en lichten kunnen een persoon of een idee beter tot zijn recht laten komen. Maar soms fungeren ze puur als afleiding, omdat de persoon of het idee niet interessant genoeg is. Bij stand-up comedy zijn de vluchtroutes beperkt, en is de realiteit altijd dichtbij. Jerry Seinfeld vergeleek de druk van live comedy met “het moment waarop je geblinddoekt tegen een muur staat, met een sigaret in je mond, terwijl het publiek op het punt staat om te vuren.” Laten we blij zijn dat er comedians bestaan die zichzelf onder dit soort druk dwingen om met humor tot de kern van henzelf en ons bestaan door te dringen.



Vertel me niet een leuke anekdote over een bij. Vertel me wat je echt wil vertellen. Vertel me een raar verhaal over je kanker.

Eerder verscheen in de Volkskrant deze aangepaste versie van een speech ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Culture Comedy Award, een stand-up comedywedstrijd waarvan Rutger in 2007 de finale verloor.



Mail

Rutger Lemm is schrijver, grappenmaker en scenarist. In 2015 verscheen zijn debuut, 'Een grootse mislukking'. Hij is een van de oprichters van Hard//hoofd.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kris van der Voorn
    Kris van der VoornAdjunct-hoofdredacteur
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
het laatste
Zwamvolk 2

Zwamvolk

In de serie Natuurgeweld maakt schrijverscollectief Wildgewelf verhalen bij een zoekplaat van Emile Weisz. Welke verhalen weet jij te vinden? Lotte Bijl trapt af met een verhaal over het mos dat je komt halen, over hoe een heksenkring ontstaat en zwammen die op gezichten groeien. Lees meer

Nieuws in beeld: Geen heil in het 'onheilshuis'

Geen heil in het 'onheilshuis'

Het ogenschijnlijk onschuldige adres Qingcheng Park 14-3-202 in Bejing werd na een zesvoudige moord een 'xiongzhai': een huis dat ongeluk brengt en schier onverkoopbaar is. Lees meer

Alles Vijf Sterren: Horror, honden en verlangen 1

Horror, honden en verlangen

Deze week worden onze redacteurs blij van een film die de Gouden Palm waard is, een uitkomst voor hondenbezitters met een volle agenda en een debuutroman. Lees meer

10 procent is genoeg om een klimaatramp te voorkomen

10 procent is al genoeg om een klimaatramp te voorkomen

Volgens het laatste IPCC-rapport zijn we al cruciale kantelpunten in de opwarming van de aarde gepasseerd. Toch vindt Max Beijneveld hoop in de sociale wetenschap, die aantoont dat we voor duurzame verandering ook bereikbare kantelpunten bestaan. Lees meer

Column: Weten of je ooit moeder wil worden

Weten of je ooit moeder wil worden

Eva wordt geconfronteerd met de beruchte wel-of-geen-kinderen-vraag en zet de voor- en nadelen tegenover elkaar. Lees meer

Vrees de cocon niet: ze is nog warm

Vrees de cocon niet

Nu de feestjes voorzichtig weer op gang komen, beseft Rijk Kistemaker hoeveel hij níet heeft gemist. Gestrand tussen veganistische sneakers en gesprekken over Jeff Bezos verzint hij voor zichzelf een stiller leven. Een tip over verlangen naar lauwe thee en warme cocons. Lees meer

Nieuws in beeld: Remkes haalt de rem eraf

Remkes haalt de rem eraf

De nieuwe informateur Johan Remkes heeft duidelijk minder geduld dan zijn voorgangers. En terecht, vindt Rueben Millenaar. Lees meer

Alles Vijf Sterren: 51

Wees jezelf, ook achter glittercoulissen

Deze week worden onze redacteurs blij van authenticiteit, een nieuw boek van een favoriete schrijver en glitter. Lees meer

Deksels! Voor wie is huren nog betaalbaar?

Deksels! Voor wie is huren nog betaalbaar?

Net als in Amsterdam rijzen de huren in Berlijn de pan uit. Regelingen om die stijging tegen te houden - zoals de zogenaamde Mietendeckel ('huurdeksel') - worden teruggedraaid, met grote protesten als resultaat. Nina Läuger sloot zich bij een van de protesten aan. Lees meer

Nu wordt er niet meer in mijn wangen geknepen 5

Nu wordt er niet meer in mijn wangen geknepen

Hoe schrijf je over iets wat niet meer tastbaar is? Miray van der Bend schreef een collagegedicht over vakanties van vroeger in Turkije. Over de geur van het vliegveld, de granaatappels in de tuin van haar oma, de rimpels op haar gezicht. Lees meer

Pijn en glorie

Pijn en glorie

Jonathan van der Horst onderzoekt mannelijkheid aan de hand van kunstwerken die hem ontroerden. Vandaag deel 3, over Pedro Almodóvars film Dolor y Gloria. Lees meer

Gebroken Kaars van Sanne Balen over yoga, liefde en leed

Gebroken Kaars

De hoofdpersoon schrikt ondersteboven wakker. Hoe geef je jezelf een houding als je wereld op zijn kop staat? De titel van dit kortverhaal van Sanne van Balen over yoga, liefde en leed is tevens de aanbevolen leeshouding. Leg je kamer eens langs je benen omhoog, en begin. Lees meer

Hard//hoofd zoekt eindredacteuren! 1

Hard//hoofd zoekt eindredacteuren!

Hard//hoofd is op zoek naar scherpzinnige eindredacteuren (fictie/non-fictie) die ons tijdschrift structureel willen komen versterken. Lees meer

Nieuws in beeld: Alleen samen houden we de crisis gaande?

Alleen samen houden we de crisis gaande?

Vaker dan elk ander Europees volk geven Nederlanders hun medemens ervan de schuld dat de coronacrisis nog steeds voortduurt. Lees meer

Blik of een Lappendeken 3

Blik of een lappendeken

Een fragment uit het afstudeerwerk van Dino de Haas, een sciencefictionstrip over de alledaagse horror van productiviteit, over queer relaties en queer geluk. Lees meer

Alles Vijf Sterren: Steek die maar in je zak!

Steek die maar in je zak!

Deze week worden onze redacteurs blij van enthousiaste opstekers (op gepast volume), kunst in je broekzak en een wisselaccount op Twitter. Lees meer

De maakbare mens

De maakbare mens

Zijn mensen net als machines? Het bezoek van een monteur laat Marthe van Bronkhorst nadenken over haar eigen bedrading. Lees meer

Baldwin en het vuur dat de illusie verbrandt

Baldwin en het vuur dat de illusie verbrandt

Naast de indrukwekkende documentaire 'I Am Not Your Negro' zijn ook de boeken en essays van James Baldwin de moeite waard, meent Roel Meijvis. Baldwin leert ons wat het betekent om mens te zijn, juist door geen antwoord te geven op die vraag. Lees meer

tot de zon onder gaat / de kleine dingen

tot de zon onder gaat / de kleine dingen

In de gedichten van Nora van Arkel spoelen herinneringen aan en wordt er lego in de sloot gegooid. 'Alsof een eindeloze hoeveelheid tijd zich voor me uitstrekte / loom achterover ging liggen totdat het hele /landschap tijd was geworden'. Lees meer

(Geen onderwerp)

(geen onderwerp)

Vijf huisgenoten proberen via e-mails in contact te blijven over hun huis dat steeds viezer wordt. Lees meer