Als kunstverzamelaar maak je direct mogelijk dat Hard//hoofd een podium kan bieden aan nieuwe stemmen en veelbelovende makers. In een tijd waarin de ruimte voor experimentele platforms steeds schaarser wordt, is jouw bijdrage essentieel voor onze onafhankelijkheid en voortbestaan.
Als dank voor je investering in de toekomst van onafhankelijke kunst en cultuur ontvang je één of twee keer per jaar een kunstwerk van een veelbelovende maker. Binnenkort valt een kunstwerk van fotograaf Shirin Abedi op de mat bij onze kunstverzamelaars. Welke dat precies is, blijft nog even geheim, maar in gesprek met kunstcurator Sander Bortier vertelt Abedi over haar blik op solidariteit, diaspora en de kracht van beelden die ruimte maken voor nuance.
| Sluit je ook aan en verzamel kunst! |
Met haar camera reist Shirin Abedi tussen haar werelden: Amsterdam, de stad waar ze nu woont; Duitsland, het land waar ze opgroeide; en Iran, het land waar ze werd geboren en dat diep in haar visuele dna verankerd zit. Nooit claimt Abedi een absolute waarheid; steeds zoeken haar beelden naar gelaagdheid en nuance. We spreken erover via videocall, wanneer ze reist tussen Amsterdam en Duitsland. Hard//hoofd koos het werk van Abedi uit voor de kunstverzamelaars.
Abedi bevindt zich in de verrijkende, maar soms schurende tussenruimte van de diaspora. Ze kent de westerse blik – de honger naar sensatie, de sjablonen van onderdrukking en conflict – maar ze kent ook de intieme, alledaagse realiteit van Teheran. In haar werk is Iran meer dan protesten, grijze betonblokken, strikte religieuze symbolen en een allesoverheersende politieke spanning; het palet waar de westerse media graag gebruik van maakt. Abedi’s beelden vragen om nuance, vertraging. Haar camera ontrafelt een gelaagde menselijkheid.

We moeten erkennen dat er zoveel is dat we niet kunnen verklaren, maar we voelen het – en dat is genoeg
De tegenstrijdigheden speelden zich meer dan eens in haar eigen leven af. ‘Het patriarchaat reikt verder dan de grondwet. Beperkingen kwamen bijvoorbeeld van mijn oom die zei dat ik mijn haar moest bedekken, of van mijn andere oom die vroeg om niet luid te lachen in het openbaar.’ Maar ze vertelt ook over de liefdevolle, zorgzame relatie met haar familie. Lange tijd zocht Abedi naar een rationele, bijna mathematische formule om de constante trekkracht te verklaren die ze diep vanbinnen naar Iran voelde. ‘Ik bouwde een leven op in Duitsland, maar de dagen werden gekenmerkt door racisme. Blikken in de metro. Mijn lichaam kwam pas echt tot rust op het balkon van mijn grootouders in Teheran,’ reflecteert ze. ‘Ik realiseerde me dat het belachelijk is dat ik als kunstenaar zoveel tijd heb besteed aan het zoeken naar een formele redenering. Een deel van het leven is poëzie, de zon, ergens bij horen en de tussenruimte. We moeten erkennen dat er zoveel is dat we niet kunnen verklaren, maar we voelen het – en dat is genoeg.’
In haar bekende fotoserie ‘May I have this dance?’ kijken we niet naar politieke dogma's, maar de verborgen, gracieuze bewegingen van jonge Iraanse vrouwen die ballet beoefenen. Zonder dat de danseressen zich bewust verschuilen, hing de dreiging van represailles altijd boven de studio’s die hun deuren voor hen openden. Abedi portretteert hen als individuen vol vastberadenheid en poëzie. Hun lichamen vormen een geometrische cadans. Er zit iets ingehouden in de beelden, en toch iets expliciets.
Ik wil de poëzie laten zien die naast de politieke werkelijkheid bestaat
Tijdens ons gesprek valt de naam van Susan Sontag, die ooit schreef dat schoonheid in de fotografie een gevaarlijk esthetisch middel kan zijn; het kan de morele schok van de realiteit neutraliseren en de politieke urgentie verzachten. ‘Maar de reeks is geen call to action,’ zegt Abedi. ‘Ik wil mensen laten zien dat deze schoonheid bestaat; ik wil de poëzie overbrengen. Een van mijn leraren zei ooit, toen ik oorlogsfotograaf wilde worden: ‘‘Als je de oorlog wilt fotograferen, moet je ook in staat zijn vrede te tonen.’’ ’ Inmiddels is die ambitie om de oorlog te documenteren vervlogen, zo onderstreept Abedi, maar de les vormt nog altijd het fundament van haar filosofie: vrede en menselijkheid in beeld brengen is minstens zo vitaal als het vastleggen van conflict.
Het verbod op openbaar solodansen voor vrouwen, opgelegd door het politieke establishment in Iran, transformeert in het werk van Abedi tot een ode aan subversieve schoonheid. De danseressen strekken hun armen in huiskamers en op daken; locaties die transformeren tot tijdelijke vrijplaatsen.
‘Ik ontmoette in 2018 een Iraanse fotograaf die me zei dat elke goede fotograaf een goed verhaal over het thuisland moet hebben. Dat bleef me bij,’ zegt Abedi over de totstandkoming van de reeks. Als dansliefhebber nam ze contact op met de performers; na negen maanden van praten met mensen, bestuderen en lezen, en een geleidelijk proces van het winnen van vertrouwen, woonde ze een eerste repetitie bij. Toch benadrukt Abedi dat dit niet betekent dat de reeks geënsceneerd is. ‘De danseressen regisseren hun poses zelf al,’ legt ze uit. ‘Ik ben geïnteresseerd in hoe fotografie in dit werk een eigen podium werd, hoewel ik zoek naar authenticiteit. Maar het onderwerp is hier ook theater – een performance op zich.’
Uiteindelijk dwingt het kunstenaarschap van Shirin Abedi ons tot een kritische reflectie op onze eigen consumptie van beelden. Ze daagt de kijker uit om voorbij het vluchtige nieuws van de dag te kijken en de gelaagde diepte te omarmen van een generatie die weigert gevangen te worden in een eenduidig politiek frame. Dat deze positie in de tussenruimte niet zonder gevaar is, bleek toen de politieke realiteit Abedi’s eigen kunstenaarschap inhaalde tijdens het gala van de Deutsche Gesellschaft für Photographie (DGPh) in oktober 2024. Abedi ontving de derde prijs van de prestigieuze Otto Steinert-prijs, die ze kreeg voor een nieuw, gepland project waarin ze de koloniale diefstal en illegale handel van culturele artefacten uit Zuidwest-Azië onderzoekt. Ze gebruikte haar dankwoord van een minuut om de hypocrisie van de industrie aan de kaak te stellen. ‘Ik herinnerde de zaal eraan dat terwijl zij daar feestvierden, er op datzelfde moment tientallen collega-journalisten en duizenden burgers worden gedood in Gaza, en sloot af met een oproep voor een vrij Palestina.’
Na een ijzige stilte werd Abedi’s speech later via e-mail door DGPh bestempeld als ‘‘dogmatisch fanatisme” en ‘‘politieke propaganda”, inclusief de eis om haar excuses aan te bieden. Ironisch genoeg wordt Abedi door instituten juist geprezen en bekroond om haar scherpe blik op kolonialisme, censuur en de strijd voor vrijheid in Iran. Haar kritische lens wordt toegejuicht, zolang die zich maar richt op een heersende macht buiten de westerse invloedssfeer. Maar op het moment dat ze diezelfde ethische urgentie toepast op een geopolitieke kwestie die schuurt met de Duitse gevoeligheden, klapt de tolerantie dicht – ‘zelfs bij collega’s die een gelijkaardig onrecht aanvechten.’ De maker van wie verwacht wordt dat ze muren doorbreekt, stuit plotseling op de onwrikbare muren van het westerse institutionele ongemak.
Het vormde de directe brandstof voor haar reeks ‘I will stand your ground on days you can’t’ (2024–2025). In dit project richt ze haar lens op de pro-Palestijnse beweging in Duitsland – een verdrongen beweging die Abedi met een Polaroidcamera vastlegt. Een instant-camera wordt hier een instrument van solidariteit.
Het is absurd hoe we moeten smeken om als mens gezien te worden
Abedi voelt nu een diepe artistieke urgentie om naar Minab te reizen, om de nasleep van de aanval op de Shajareh Tayyebeh meisjesschool in beeld te brengen, waarbij een Amerikaanse kruisraket 156 dodelijke slachtoffers eiste. ‘Wat vaak getoond wordt is het lijden, de rouw. Maar ik wil het leven tonen. Het is absurd hoe we moeten smeken om als mens gezien te worden, en ik wil tonen hoe het leven van mensen en kinderen voortgaat.’ In deze wens om de lagen van overleving te vangen, put ze inspiratie uit de portretreeks ‘One Day in History’ van Andrea Gjestvang, die de overlevenden van de terroristische aanslag op het Noorse eiland Utøya in beeld bracht.
Ze vertelt hoe het gedicht ‘We Teach Life, Sir’ van Rafeef Ziadah ook een grote invloed op haar heeft gehad. Ziadah sluit het gedicht af met de woorden: ‘We Palestinians wake up every morning to teach the rest of the world life, sir.’
Benieuwd welk werk van Shirin Abedi onze kunstverzamelaars in juli ontvangen? Word kunstverzamelaar van Hard//hoofd en steun een advertentievrij platform waar nieuwe makers kunnen experimenteren en groeien. Als dank ontvang je één of twee keer per jaar een exclusief kunstwerk van een opkomende kunstenaar.
| Word kunstverzamelaar! |


















