Asset 14

Kinken in een ruggengraat

Kinken in een ruggengraat

 

Ik vroeg je om een herhaling van de tijd.

‘Herhaling bestaat niet,’ zei je, ‘alleen verandering.’

We lagen samen in bed en konden nog niet weten dat dit de laatste keer zou zijn dat we in elkaars armen in slaap zouden vallen.

Omdat ik hoopte op herhaling, maar verandering kreeg.

 

Kinken in een ruggengraat 2

 

EEN

De levenscyclus van een vlinder bestaat uit vier stadia en wordt de metamorfose of transformatie genoemd. Gedurende elk stadium verandert het wezen volledig van vorm. Uit het eitje kruipt een rups, de rups wordt een pop, uit de pop komt een vlinder. Wanneer een vlinder eitjes legt, begint de cyclus weer van voor af aan.

Het is klam in de kas. Met de onderkant van mijn T-shirt wrijf ik mijn bril schoon. We kennen elkaar nog maar net. Je draagt gele sneakers en een beige broekpak waar nog zwarte vetvlekken van de ketting van je racefiets opzitten. In je korte, zwarte haar heb je een bandana geknoopt. Met een bijna kinderlijke opwinding kijk je naar de felgekleurde vlinders die om ons heen vliegen. Moeiteloos noem je ze allemaal bij naam. Vertel je me op welke planten ze hun eitjes leggen en uit welk deel van de wereld ze komen. Kennis die je, zoals je me later zou vertellen, hebt opgedaan toen je je als kind alleen voelde en de boeken uit de bibliotheek je het gevoel gaven dat je ook ergens thuis hoorde. De bladzijden je meenamen naar een wereld  waarin je personages leerde kennen die wel bij je bleven, ook wanneer je ouders voor hun werk in het buitenland waren.

‘Wist je dat nachtvlinders elkaar niet kunnen zien in het donker? De aantrekkingskracht tussen twee nachtvlinders ontstaat door de geur van feromonen. Die kunnen ze ruiken vanaf honderden meters afstand.’

Elke keer wanneer je begint te vertellen, word je een versie van jezelf die zo oprecht en dichtbij voelt dat ik begin te glimlachen

en ik hoop maar dat het niet te vroeg is om al zo verliefd naar je te kijken.

Als we bijna bij de uitgang zijn, pak je voorzichtig mijn hand. Voor het eerst zoeken onze vingers naar de juiste manier om in elkaar te vallen. Als we hadden geweten dat het die winter zo donker zou worden dat we elkaar niet meer terug zouden vinden, hadden we elkaar misschien nooit losgelaten. Maar het was lente, en aan de winter dachten we nog niet.

Die nacht zie ik voor het eerst de grote moedervlek aan de binnenkant van je bovenbeen. Aarzelend vertel je me dat het je moeder nooit gelukt is om een andere manier te vinden om te vertellen dat ze van je houdt.

 

Kinken in een ruggengraat 5

TWEE

De meeste vlinders leggen hun eitjes op een specifiek blad, omdat rupsen vaak maar één bladsoort lusten. Op deze manier kan de pas geboren rups meteen beginnen met eten. Omdat rupsen vrijwel niks anders doen dan eten, groeien ze enorm. De huid van een rups is niet rekbaar genoeg om de groei bij te houden, daarom vervellen rupsen gedurende hun leven een aantal keer. Ze wrikken zichzelf uit hun te krap geworden huid, waaronder meteen een nieuwe, ruimere huid zit. Hun oude huid laten ze achter op het blad.

‘Mag ik op je rug tekenen?’ vraag ik.

De ochtendzon valt door het raam naar binnen. We liggen samen in mijn bed. In jouw bed liggen we nooit omdat je samenwoont met je andere geliefde en ik er nog niet aan toe ben om onderdeel te worden van jullie ruimte. Je gezicht is zo dichtbij dat je wimpers over mijn wang strelen wanneer je met je ogen knippert. Je voorzichtige glimlach en blozende wangen maken je broos. Ik streel over je wang met mijn vingers die nog plakkerig zijn van het vocht uit je vagina. We verliezen het altijd van het overweldigende verlangen dat onmogelijk bij te houden is, te hevig voor zelfs het hoogst haalbare ritme.

De klank van genot die uit jouw mond stroomt nog steeds niet vol genoeg om de vorm van extase uit te drukken, maar voldoende om ons mee te voeren naar een plek waar we allebei genoeg zijn en perfectie weergalmt in de echo van elkaars lichaam.

Je maakt je los uit mijn armen en draait op je buik. Mijn vingers bewegen zich in lussen over je brede schouders. Met mijn wijsvinger trek ik een rechte lijn naar beneden, over de kinken in je ruggengraat die zijn achtergebleven na een jarenlange aaneenschakeling van ongewenste interventies. Waar je hardhandig aan hebt getrokken om een strakke lijn te krijgen, een gerechte rug te zijn. Maar onder het topje van mijn wijsvinger glijden de knopen één voor één voorbij. Kinken verdwijnen niet door er hard aan te trekken, alleen door ze aandachtig te ontwarren.

‘Een bloem!’ raad je.

Met de palm van mijn hand veeg ik je rug weer schoon en schrijf op dat ik van je hou.

Je lichaam verstart.

‘Waar ben je toch zo bang voor?’

‘Ik ben niet bang, ik heb het alleen nooit geleerd.’

Kinken in een ruggengraat 6

DRIE

Als rupsen groot genoeg zijn, verpoppen ze. De rups maakt zichzelf met een zijdedraad vast aan een blad en wurmt zich voor een laatste keer uit de bovenste huidlaag. Hieronder bevindt zich de pop. Een laag huid die eerst zacht en kwetsbaar is, maar gedurende een aantal dagen verhardt. In de pop verteert de rups zichzelf en verandert bijna volledig in vloeistof.

We zijn al een tijdje samen wanneer ik voor het eerst moet huilen van een orgasme. Met een felgekleurde dildo stoot je mijn natte vagina binnen. Ik lig op mijn rug met opgetrokken knieën. Mijn tepel is hard ondanks de littekens die over mijn borstkas lopen: twee rechte lijnen trekken een spoor naar mijn lichamelijke verleden. Ik klem mijn handen stevig om jouw polsen die aan de weerszijden van mijn lichaam staan om me ergens aan vast te kunnen houden. Op het tempo van jouw versnelling begin ik te kreunen. Uit mijn dichtgeknepen ogen stromen tranen. De kwetsbaarheid van hoe ik daar gelegen moet hebben terwijl jouw lichaam over het mijne heen helde. Je was een toeschouwer van mijn schokkende lichaam dat brak van binnenuit. Voor één moment weet jij meer over mij dan ikzelf. Hoe zag ik eruit? Hoe zag ik er al die ontelbare keren uit wanneer ik huilend in jouw armen neerstreek terwijl je op fluistertoon voor me zong om me te troosten:

siempre me quedará

la voz suave del mar

volver a respirar la lluvia que caerá

sobre este cuerpo y mojará

la flor que crece en mí

Terwijl jij je tranen altijd voor jezelf hield en dacht dat dat iets goeds was. Een strakke lijn, een rechte rug.

Kinken in een ruggengraat 7

VIER

Uit onderzoek blijkt dat vlinders zich wel degelijk iets kunnen herinneren van wat zij hebben geleerd toen ze nog een rups waren, ondanks de vloeistof waarin zij veranderd zijn tijdens het verpoppen. In een klein laboratorium in Georgetown kregen rupsen een elektrische schok elke keer wanneer zij bloot werden gesteld aan de geur van ethylacetaat. Op die manier leerden de rupsen deze geur, die ze begonnen te associëren met pijn, te ontwijken. De vlinders waarin de rupsen veranderden bleven de geur van ethylacetaat voor de rest van hun leven actief ontwijken.

We staan samen onder de douche. Aandachtig bekijk je de wond op de plek waar mijn linker tepel had moeten zitten. Afgestorven. Met waterstofperoxide heb ik tevergeefs geprobeerd om na de operatie de bloedstroom weer op gang te krijgen, maar uiteindelijk bleef er alleen een harde, bruine korst over. Toen de chirurg de korst van mijn lichaam knipte, werd het gat in mijn borst zichtbaar. Je kijkt naar de diepe, bloedrode holte. De binnenkant van mijn lichaam. Dieper in mij kan je niet kijken. Je liefdevolle en belangstellende blik maakt me op een gelukkige manier verdrietig en ik weet: in jouw ogen ben ik veilig.

Kinken in een ruggengraat 1

VIJF

Wanneer een vlinder uit de pop kruipt, zijn de vleugels nat en verschrompeld. De vlinder pompt vloeistof vanuit het lijf door de aderen van de vleugels om ze op te pompen. Wanneer de vleugels hun volle grootte hebben bereikt, worden ze gedroogd door de zon. Pas dan kan een vlinder beginnen met vliegen. Omdat vlinders koudbloedige dieren zijn, moeten ze zichzelf opwarmen om te kunnen bewegen. Dit doen ze door met hun vleugels zonnewarmte op te vangen.

In de meedogenloze hitte van de zomer maken we ruzie. Je schreeuwt. Zegt dat je geen ruimte hebt voor mijn emoties, dat ik er zelf verantwoordelijkheid voor moet leren nemen. Je woorden raken me zo dat ik er van moet huilen en dus beginnen we weer van voor af aan. We zijn uitgeput. Loom van de bloedhete zon die onze woorden vertraagt en het gewicht ervan zwaarder maakt. Je zegt dat je onmogelijk met me kan praten als ik moet huilen elke keer wanneer je me wijst op mijn tekortkomingen. Dat je ziet dat ik mijn best doe maar dat ik desondanks nog steeds niet aan jouw standaarden voldoe.

Ik wend mijn blik van je af,

maak mezelf klein

kleiner

kleinst

krimp ineen

tot er niks meer van me over is

en denk aan de moedervlek op je bovenbeen.

Na elke ruzie hebben we het niet zo bedoeld, maar er is niks dat ons dichter bij elkaar brengt.

De hete dagen houden aan. Terwijl jij beschutting zoekt in de schaduw van iemand anders, ga ik elke dag naar de openbare bibliotheek en stort mezelf in de wereld van vlinders. De conciërge knikt vriendelijk naar me wanneer ik ’s ochtends om vijf voor acht de eerste ben die het gebouw binnenloopt en het om tien over vijf als laatste weer verlaat. Aan de tafel achter in de hoek bij het raam schrijf ik alles op wat ik lees en probeer de feitjes krampachtig in mijn hoofd te stampen. Het uitzicht op de fontein die op het plein staat maakt me rustig. De stralen beginnen laag bij de grond, spuiten steeds hoger en hoger, tot ze het bladerdek van de boom die ernaast staat bijna raken en na zeven minuten begint het tafereel opnieuw.    

Ondertussen heelt de wond op mijn borst. Het gat wordt steeds kleiner tot er alleen nog een dikke streep littekenweefsel van over is. Elke dag smeer ik er zalf op om de huid te verzachten.

Kinken in een ruggengraat 4  

ZES

De blauwe bovenkant van de vleugels van een blauwe morphovlinder zijn niet echt, maar iriserend blauw. Hier komt geen pigment aan te pas. De kleur die schittert in onze ogen is een reflectie van hoe het licht weerkaatst op het schubbenpatroon waaruit de vleugels van een vlinder bestaat. Elke schub is als een kleine tegel in een groter mozaïek. Het patroon van dit mozaïek zorgt ervoor dat het licht op zo’n manier wordt weerkaatst dat de vleugels blauw lijken. Omdat het licht overal anders valt, is de intensiteit van het ogenschijnlijke blauw afhankelijk van de hoek vanuit waar je kijkt.

We lopen langs de kade. De stoep ligt vol met roodbruine en gele bladeren. De warme kleuren passen niet bij de nevelige mist die in de lucht hangt. Je steekt je handen diep in de zakken van je jas. De afstand tussen ons in weerspiegelt een onvermogen om elkaar aan te kijken en echt te durven zijn.

Uit de boom dwarrelt een helikoptertje. Elk helikoptertje belichaamt een mogelijkheid tot nieuw leven. Het zwaartepunt, waarin het zaadje van een esdoorn schuilt, doet door de aangehechte vleugel langer over de val naar beneden zodat de wind meer tijd heeft om de vruchten zover mogelijk uit de buurt van de boom te blazen. In de schaduw van het bladerdek zal een zaadje nooit tot bloei komen.

‘We kunnen ook van elkaar houden zonder onze liefde te voeden. Zonder ernaar te handelen.’

Je zegt het voorzichtig, omdat we allebei weten dat ik er nog niet aan toe ben om te erkennen dat we uit elkaar gevallen zijn.   

Kinken in een ruggengraat 3

ZEVEN

De onderkant van de vleugels van een blauwe morphovlinder is schutkleurig. Als de vleugels van de vlinder dichtgeslagen zijn, gaat de vlinder op in een omgeving van boomschors en aarde. Tijdens het vliegen, wanneer de vleugels op en neer slaan, zien we wisselend het blauw van de bovenkant en het bruin van de onderkant. Hierdoor lijkt het alsof de vlinder steeds verdwijnt en weer verschijnt, waardoor ze een minder makkelijk te vangen prooi zijn. 

Aan de rand van het bos zet je me in de kruiwagen. De rollende band en de zolen van jouw rubberlaarzen laten een spoor achter op de modderige paden. Het vlinderseizoen is bijna voorbij. De eitjes, rupsen en cocons verstillen het zomerlandschap. Winterrust. Slechts enkele vlinders blijven gevleugeld onder de dalende temperaturen, zoeken beschutting in de holte van een boom of verstoppen zich in een donkere hoek van een schuur. De trekvlinders zullen zich in de komende weken laten meevoeren door luchtstromen die steeds warmer worden naargelang zij verder zuidwaarts vliegen, op de vlucht voor een dodelijke kou.

Het licht van de zon wordt gebroken door de kalende takken van de bomen en valt versplintert over ons heen. Mijn lichaam beweegt mee op de oneffenheden van het bos en de draaiende bewegingen van jouw gespierde armen. De dode vlinder ligt in mijn handen. Ik verwonder me over hoe het kleine, dunne lijf verborgen ligt in de schaduw van de imposante vleugels die elke aanblik overmeesteren. Hoe de felle kleuren aan de buitenkant de aandacht afleiden van het tere lijfje dat eronder schuilt. Af en toe lijkt het alsof er nog leven in het wezentje zit maar het is slechts de wind die zachtjes tegen de vleugels blaast. Aan de oever van de beek vinden we een plek waar jij in de natte aarde begint te wroeten. Voorzichtig leg ik de dode vlinder in de kuil.

Kinken in een ruggengraat

ACHT

Nachtvlinders kunnen elkaar niet zien in het donker. De aantrekkingskracht tussen twee nachtvlinders ontstaat door de geur van feromonen. Met geveerde voelsprieten pikken nachtvlinders de geur van de feromonen op en gebruiken deze om naar een paringspartner toe te vliegen. Kennis over dit geursysteem wordt door mensen gebruikt om rupsenplagen mee te bestrijden. Op de desbetreffende plek wordt een grote hoeveelheid feromonen in de lucht gebracht zodat vlinders elkaar niet meer kunnen vinden voor het paringsritueel.        

We liggen samen in bed en ik vraag je om een herhaling van de tijd.

‘Herhaling bestaat niet,’ zeg je, ‘alleen verandering.’

 

Mail

Welmoed Jonas (1994) leest, schrijft, en droomt in het klein. Hen schreef eerder verhalen voor Savannah Bay's 'Queering The City of Literature' en voor een samenwerking tussen First Person Mag & Notulen van het Onzichtbare. 

Aida de Jong Aida de Jong (1995) is een illustrator en poppenmaker wonend in Utrecht. In haar werk zoekt ze vaak thema's die haar beangstigen, om er vervolgens met een nieuwe blik naar te kijken.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kiki Bolwijn
    Kiki BolwijnAdjunct-hoofdredacteur, chef Literair
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
Lees meer
het laatste
Een dag uit het leven

Een dag in het hoofd van een lichaam dat niet uit bed raakt

Er zijn zoveel dingen die je zou kunnen zijn. Bioboer, au-pair à Paris, muze, schrijver, schilder, heks... En tegelijk heb je maar één leven om al je ambities in waar te maken. Lies Jo Vandenhende deconstrueert deze tragiek liefdevol door ons een dag mee te nemen in het hoofd van een lichaam dat niet uit bed raakt. Met een illustratie van Tonke Koppelaar. Lees meer

Een ritje maken

Een ritje maken

In dit verhaal van Sonja Buljevac maken Renée en haar oma een wandeling bij de boulevard van Vlissingen. Terwijl haar oma volop geniet, wordt Renée geconfronteerd met de gebeurtenissen van de vorige nacht. Lees meer

De dochter van Baba Yaga met illustratie van Micky Dirkzwager

De dochter van Baba Yaga

Saar, een slapeloze studente, leeft op dubbeldrop en kan haar ex niet vergeten. Op een nacht belt ze haar moeder. ‘Vanaf mijn drieëntwintigste werd het allemaal beter, Saar.’ Is er hoop? Een rauw sprookje van Lena Plantinga over het herstellen van je vrouwelijke intuïtie, of pogingen doen tot. Lees meer

Alsof het stil was 1

Alsof het stil was

In dit korte verhaal van Janna Claudius slapen een van elkaar vervreemde moeder en dochter een nachtje op dezelfde kamer. Lees meer

De tanden van opa

De tanden van opa

Bart en zijn vader brengen het kunstgebit van Barts opa terug naar een Duitse soldaat. Een verhaal van Pieter Drift over het onkenbare verleden en de anoniem gestorven vijand die we nooit helemaal zullen kennen. Lees meer

Ik Zeg Emily

Het verlangen naar Emily is simpel

De debuutbundel van Yentl van Stokkum bevindt zich tussen poëzie en spookverhaal in, waarin een jonge dichter het graf bezoekt van een door haar geliefde schrijver en bezeten terugkeert. Lees meer

Automatische concepten 51

[Hier komt nog iets]

Roos Vlogman is sinds het schrijven van haar eigen roman geobsedeerd door het verschil tussen verzinnen en vertellen. Gaat het vertellen haar zelf altijd makkelijk af? Lees haar tips om inspiratie te krijgen van naaktkatten, op tijd te stoppen met schrijven en om soms net te doen alsof je geen ambities hebt. Lees meer

Kleine witte slang (reptiel

Kleine witte slang (reptiel)

Drie mensen zorgen samen voor een kleine witte slang. De slang lijkt alleen niets van hen aan te willen nemen. Is dat iets ergs, of wordt er een probleem gemaakt waar geen oplossing voor is? Een kort verhaal van Eva Salman over een advertentie op marktplaats, een stoel waarin nooit iemand zit en over hoe soms je best doen niet alles oplost. Lees meer

Het Hoofd//stuk: Een ongepland moederboek

Een ongepland moederboek

Helena Hoogenkamp vertelt over hoe haar debuutroman helemaal geen verhaal over moeders moest worden, maar over liefde. Uiteindelijk schreef ze óók over moeders, maar vooral over een verlangen dat zo groot is dat niet uitgesproken kan worden. Maar wat laat je weg en wat vertel je juist wel als je wil vertellen over het onzegbare? Lees meer

Vitamine D

Vitamine D

De hoofdpersoon van dit korte verhaal spreekt met haar therapeut af in de trein. Lekker efficiënt en zo krijgt ze korting op de sessie. Nadeel is wel dat de andere forenzen zich met de therapie gaan bemoeien. Of is dat juist een voordeel? Lees meer

Asrest 1

Nieuwe materialen voor de huid

Voor de Klimaatweek schreef Pieter Van de Walle een gedicht bij het element water, waarin een onheilspellende stilte voor de storm weerklinkt. Lees meer

Asrest

Asrest

Voor de Klimaatweek schreef Meliza De Vries een gedicht bij het element vuur, vol vlammen die telkens weer vergeten worden. Lees meer

onder ons vergeten

onder ons vergeten

Voor de Klimaatweek schreef Johannes Lievens een gedicht bij het element aarde, over vallen en loslaten. Lees meer

De hitte is zwaar als ze op je valt

Voor de Klimaatweek schreef Anke Verschueren een gedicht bij het element lucht, waarin iemand bijzondere souvenirs van omzwervingen verzamelt. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (IV)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (IV)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

 1

Waarom ik geen danser kon worden

In het Hoofd//stuk doen schrijvers een poging om de weg naar het verhaal vast te leggen. Welke tips hadden zij willen krijgen toen ze begonnen? Welk advies zullen ze nooit en dan ook nooit meer opvolgen? Wat is hun advies? Lees het in het Hoofd//stuk. Annelies van Wijk trapt af met de vraag hoe je (g)een alwetende verteller wordt. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (III)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (III)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (II)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (II)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer

Dit. Is. Goddelijk. Alternatief kerstverhaal Annemieke Dannenberg Dymphie Huijsen

Dit. Is. Goddelijk.

Joost is op vakantie in Spanje met zijn zwangere vriendin. Maar is de baby van hem, of van Marina’s open relatiescharrel HG? Begint Joost ongelovig te worden, of moet hij zijn liefdesbaby maar gewoon omarmen?
Een tragikomisch kerstverhaal door Annemieke Dannenberg. Lees meer

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (I)

Een dag op een gesloten psychiatrische afdeling ten tijde van de pandemie (I)

Doris ter Horst werkt als psychiater in opleiding. Door de coronacrisis wordt ze als behandelaar voor nog meer ethische dilemma's gesteld dan normaal. In haar vierluik geeft ze het woord aan haar (fictieve) patiënten. Een inkijkje in een dag op een gesloten afdeling tijdens een pandemie. Lees meer