Asset 14

Interview met Jennifer Egan

Interview met Jennifer Egan

Jennifer Egan (1962) groeide op in Chicago, als enig kind van ouders die al snel uit elkaar gingen. Ze verhuisde op haar zevende naar San Francisco en wilde eerst chirurg worden, later archeoloog. Ze wilde snijden of graven, alles om onder het oppervlak te komen, zoals ze in een verhaal in The New Yorker beschrijft. Nadat ze aan de universiteit van Pennsylvania was afgestudeerd, trok Egan naar New York om schrijver te worden. Dit was een moeilijke tijd, waarin ze worstelde met haar inkomen en schrijfambities (mooi beschreven in een interview op het blog The Days Of Yore). Pas in 1996 werd voor het eerst iets van haar uitgegeven, de verhalenbundel Emerald City. Met de daaropvolgende drie romans vergrootte haar bekendheid gestaag, maar volgens Egan kreeg ze altijd ‘gemengde recensies, op z’n best’.

Met het vorig jaar verschenen A Visit From The Goon Squad beleefde Jennifer Egan op 49-jarige leeftijd haar grote doorbraak. Het boek won onder andere de Pulitzer Prize en werd bejubeld door pers en publiek. In dertien hoofdstukken reist Egan aan de hand van vele verschillende, los met elkaar verbonden personages door de tijd. De platenbaas Bennie Salazar en zijn assistente Sasha zijn de hoofdpersonen in dit verhaal, dat eindigt in de toekomst, waar mensen communiceren in een soort sms-taal en een meisje haar dagboek bijhoudt in PowerPoint.

Jennifer Egan blijkt in persoon een oud meisje te zijn, dat graag praat, maar ook goed luistert, en vaak om haar eigen stommiteiten lacht.
---------
Als je naar je naar je gehele oeuvre kijkt, heb je dan het gevoel dat je meer controle over je kunst hebt gekregen?
Ik doe steeds iets nieuws en daardoor kan ik de lessen die ik leer niet altijd goed gebruiken voor het nieuwe boek. Ik heb nooit het gevoel dat ik weet wat ik doe, blijkbaar vind ik dat een fijne manier van werken. Maar als dingen slecht zijn, weet ik inmiddels wel dat ik ze beter kan maken. Vroeger kon ik echt wanhopen, nu ben ik meer bezig met het oplossen van problemen en is het niet het einde van de wereld. Toen ik jonger was, werd alles al snel een crisis. Ik weet niet hoe ik het voor elkaar heb gekregen om voor mijn veertigste geen hartaanval of beroerte te krijgen. Ik leek geen drama queen, maar inwendig voelde het regelmatig alsof mijn leven ten einde was [lacht]. Hoe kan ik ooit zo geleefd hebben? Nu denk ik: vervelende dingen gebeuren, maar je komt er doorheen.

Denk je nog wel eens terug aan die onzekere tijd?
Ik had laatst een voorleessessie met Jeffrey Eugenidis bij het culturele instituut 92nd Street Y in New York en toen dacht ik wel aan die jaren dat ik daar zelf met open mond binnenliep en mijn idolen op het podium bewonderde. New York is uiteindelijk een heel kleine stad, waarbij je voortdurend in je eigen voetsporen loopt. Ik herleef daardoor voortdurend momenten uit het verleden. Het is een dankbaar gevoel om me te realiseren dat een paar van mijn wilde dromen uitgekomen zijn.

Dat doet me denken aan het einde van A Visit From The Goon Squad, waarbij er een nieuw jong meisje in Sasha’s oude appartement woont en de cyclus opnieuw lijkt te beginnen.
Dat hield me destijds heel erg bezig, en eigenlijk nog steeds. Ik ben constant bewust van het verstrijken van de tijd, tot op het vermoeiende af, maar ik weet niet hoe ik moet stoppen. Het krijgen van kinderen maakt het alleen maar erger. Je loopt met ze door het park en dan zie je een peuter rondstappen en denk je: huh? Hoe oud zijn mijn kinderen opeens?

Wat zou je nu zeggen tegen die worstelende jonge Jennifer?
Ik weet niet of ik gestopt ben met worstelen. Ik bedoel, nu moet ik aan een roman beginnen terwijl iedereen opeens denkt dat ik geweldig ben. Als ik daaraan denk, breekt het zweet me ook uit: wat ga ik in godsnaam doen? [lacht] Het is echt niet opeens allemaal probleemloos. Als je iets serieus wilt doen, zul je ermee worstelen.

Maar het vreemde aan die tijd is dat ik er zeker van was dat er niets zou veranderen, terwijl dat toch het enige is waar je zeker van kunt zijn. Ik dacht: ik ben een loser, en dat is dat. Literaire journalisten kiezen graag hun favoriete jonge schrijvers. Sommige maken die belofte waar, anderen niet. Maar ik was nooit een van die uitverkorenen, verscheen nooit op enige radar. Ik was wel in de buurt, aan het werk, maar op geen enkele manier opgemerkt. Ik dacht dat dat het lot was. Voor mij was dat een teken uit de toekomst, in plaats van een omstandigheid van het heden. Nu snap ik beter dat alles morgen weer anders kan zijn. Dat is een manier van denken die ik mijn oude zelf graag had gegund. Het had me een hoop lijden bespaard.

Wat is nu je werkroutine?
Ik schrijf fictie met de hand. Ten eerste omdat het goed voelt om eens niet van een machine afhankelijk te zijn. Maar daarnaast merk ik ook dat het een ander, meer associatief deel van mijn hersenen aanspreekt. Op een computer schrijf ik heel bewust, ik plan en ik schrap en ik lees veel terug. Dat is heel geschikt voor mijn journalistieke werk, maar als ik met de hand schrijf, is het veel meditatiever. Dan schrijf ik dingen die ik anders niet had kunnen bedenken. Wat ik me bewust kan bedenken, weet ik al. Ik moet iets schrijven wat ik nog nergens gelezen heb, wat ik nog niet weet. Met dat verrassende materiaal ga ik vervolgens heel analytisch aan de slag, maar om het te creëren heb ik iets anders nodig. Met perfectionisme krijg je geen goed materiaal, dat haal je allemaal uit je intuïtie.

Je schrijft dus in een soort trance?
Ik stort het eruit zonder te veel terug te lezen, want dan ben ik alweer aan het schaven en aan het nadenken. Ik moet vooruitdenken, niet terugdenken. Er komen dan interessante dingen uit, maar ze zijn nog heel erg rauw. Het zijn impulsen, sterke beelden, vreemde wendingen. Vaak verbaast ik mijzelf met wat er uit komt. Ik ben dan een echte lezer van wat ik zelf heb geschreven.

Toen ik met A Visit From The Goon Squad begon, wist ik alleen dat een vrouw een portemonnee zou stelen. Ik wist niet waarom, ik wist niet hoe, maar het moest gebeuren. Toen kwamen tijdens het schrijven de beelden van de psychiater, de date, haar appartement. Dat had ik allemaal niet verwacht.

Een ander voorbeeld is het PowerPoint-deel van het boek. Ik had het idee om daar iets mee te doen, en koppelde het direct aan iemand uit het bedrijfsleven. Maar dat was te logisch en werkte totaal niet. Ik besloot het idee op te geven en in de eerste versie van het boek was het afwezig. Totdat ik met een ander probleem bezig was, namelijk dat we Sasha niet in de toekomst zien en Bennie wel. Toen bedacht ik opeens dat haar dochter een dagboek in PowerPoint moest schrijven. Dat was echt een eureka-moment. Toen ik erover nadacht, realiseerde ik me dat het zo goed klopte omdat kinderen heel ver van iets als bedrijfscultuur af staan. Maar die verbinding had ik nooit rationeel kunnen maken.

Is het niet lastig om het niet terug te lezen?
Mijn handschrift is heel erg moeilijk te lezen, dat helpt. Soms kom ik er helemaal niet achter wat er staat. Ik stuit later vaak op onleesbare woorden en denk dan: oké, laten we maar weer een ander woord gebruiken. Natuurlijk worden juist die niet te ontcijferen woorden enorm belangrijk, essentieel voor het verhaal. Dan verval ik in een handschriftanalyse van mezelf: is dit een F? En dan kijk ik op een ander blaadje en denk ik: nee, de F schrijf ik echt anders. Een B dan? [lacht]

Wat fascineert je aan mensen?
Dat is door de jaren heen veranderd. Toen ik nog jonger was, vond ik alles wat mensen vertelden enorm interessant. Ik vond het geweldig om mensen aan het praten te krijgen – wat over het algemeen niet zo moeilijk is. Nu ben ik kritischer. Mensen herhalen zichzelf en praten elkaar na. De meesten zijn behoorlijk saai. Bovendien kun je de verhalen die ze over zichzelf vertellen vaak niet letterlijk nemen, omdat er zoveel achter zit. Ze willen dat je allerlei dingen over ze gelooft, en vroeger deed ik dat ook. Ik dacht: ze leren me iets. Nu ben ik meer geïnteresseerd in die gedachtepatronen, waarom een bepaald persoon een bepaald verhaal vertelt. Dat zal hij je niet zelf onthullen. In zekere zin heeft hij daar ook geen toegang toe. Als ik nu met iemand praat, luister ik niet naar het verhaal in kwestie, maar naar kleine hints van dat echte verhaal. Ik luister naar het metaverhaal: ik ben de held. Of: mijn leven is zo zwaar.

Het klinkt alsof je voyeuristische trekjes hebt.
Oh ja, zeker. Als ik iets zou kunnen wensen, zou ik niet willen vliegen of tijdreizen, maar onzichtbaar willen zijn. Dan zou je echt alles kunnen weten, denk ik. Ik wil zien hoe de wereld is als ik even niet mee doe. Ik weet nog dat ik als klein meisje in Chicago met mijn moeder over straat liep, de verlichte ramen van al die enorme appartementen zag en dacht: ‘Ik wil daar naar binnen. Wat gebeurt daar? Ik wil die man volgen en met hem mee gaan om te zien hoe zijn appartement er uit ziet.’ Misschien kunnen we de wereld verdelen in exhibitionisten en voyeuristen. Ik behoor zeker tot de laatste categorie.

Toch lijk je geen verlegen persoon.
Ik probeer de situatie altijd zo min mogelijk te beïnvloeden. Een verlegen persoon houdt zich volledig afzijdig. Ik wil wel meedoen, maar als participerende toeschouwer. Ik zal alles doen om het in beweging te houden.

In A Visit From The Goon Squad kruip je voortdurend in de huid van andere mensen.
Het lukte me niet altijd. In sommige hoofdstukken kon ik de juiste toon niet vinden en moest ik het na een tijdje opgeven. Naarmate het boek vorderde, werd het ook zwaarder omdat ik minder opties had. Ik voelde me soms als de persoon die een vloer heeft geverfd en vast zit in een hoek. Maar in mijn geval was het geen verf, ik was ingesloten door personages. Soms gebruikte ik trucs. Normaal luister ik niet naar muziek als ik schrijf, maar nu probeerde ik om bij de overgang tussen hoofdstukken van muziek te veranderen. Of ik schreef buiten, in cafés. Alles om het anders te laten voelen als ik aan een nieuw hoofdstuk begon.

Het past wel goed bij het mediatijdperk, waarin schakelen een grote rol speelt.
[fel:] Ik verander graag van perspectief en werkwijze, maar kan me heel goed concentreren. Misschien dat ik met deze voortdurende wisseling van personages en perspectief onbewust heb ingespeeld op de behoefte van de moderne lezer. Maar als je boeken wilt schrijven, kun je niet snel afgeleid zijn. Je moet heel precies en bijna koppig zijn. Mensen die zich laten afleiden door het internet en gadgets zullen nooit goede boeken schrijven. Of ze moeten enorme wilskracht hebben. Over het algemeen ben ik het eens met Jonathan Franzen, die zegt dat je met een internetverbinding in je kantoor nooit goede fictie kan schrijven.

Je sluit je dus aan bij de internetpessimisten?
Nee, dat is niet waar. Uiteindelijk zullen degenen die het beste met al deze afleidingen om kunnen gaan, het meest productief zijn en de touwtjes in handen krijgen. Degenen die zich laten verleiden door het internet en door versnippering oppervlakkiger worden, zullen daar de gevolgen van voelen. Maar ik heb uiteindelijk veel vertrouwen in mensen, we zijn sterker dan het lijkt.

Toch klink je niet als een liefhebber van techniek.
Je moet blijven opletten dat je je niet laat domineren. Mijn man ging naar Israel in de herfst en de eerste dagen dat hij weg was, sms'te en mailde hij me zoveel dat ik het gevoel had dat we meer contact hadden dan wanneer we allebei in New York zijn. Ik dacht: ik wil voelen hoe het is dat je weg bent, maar daar krijg ik niet eens de kans voor, omdat ik al deze sms'jes aan het beantwoorden ben. Voor mij is alleen reizen ook een zeer belangrijk deel van mijn leven geweest. Op mijn achttiende reisde ik in mijn eentje door Europa, in 1986 was ik in China en de Sovjetrepubliek. Ik kon met niemand communiceren en ik vierde mijn verjaardag in mijn eentje op een Chinese hotelkamer. Dat zou nu nooit meer gebeuren. Die reizen zouden nu makkelijker zijn. Maar zou ik ze zo goed herinneren?

Ik denk daar over na, zeker ook als moeder. Ik probeer het mediagebruik van mijn zoons te beperken, zodat ze ook zien hoe het kan zijn zonder al die techniek en later nog kunnen kiezen. Toch ben ik niet blind voor de voordelen van het internet en smart phones en heb ik niets met de conservatieve paniekreacties die op elke verandering volgen. Ik ben vooral voorzichtig.

A Visit From The Goon Squad eindigt in de toekomst, als mensen beginnen te huilen bij het horen van ‘ouderwetse’ pure muziek.
Dat is niet mijn nostalgie. Ik ben geïnteresseerd in nostalgie omdat het altijd een maatstaf van verandering is. Het is een teken dat we in hoge snelheid oude gebruiken kwijtraken. De door de massamedia geregisseerde ervaring heeft een enorme behoefte aan authenticiteit teweeggebracht. Die proberen de media weer te bevredigen met reality-tv, een soort gemaakte echtheid. Volledig paradoxaal.

Is de hele wereld niet onecht geworden?
In mijn roman The Keep vroeg ik me af wat ons idee van ‘realiteit’ nog betekent. Hoe weten we nog wat echt is? Ik heb een artikel geschreven over homoseksuele jongeren die alleen online uit de kast durfden te komen. In de ‘echte’ wereld deden ze alsof ze normale jongens waren, maar online hadden ze relaties, liefdesverdriet, gingen ze vreemd, hadden ze seks. Dat was hun echte leven. Tegelijkertijd zat dat leven vol met teleurstellingen: volwassenen die zich voordoen als jongeren, mensen die andermans foto gebruiken, enzovoorts. Het was een fascinerend voorbeeld voor de vraag: wat is echt? Wat betekent het om echt te zijn? Onze levens zijn niet per se onecht, ze voldoen niet meer aan het oude idee van wat echt is.

Wat is de rol van fictie in die wereld met haar dubbelzinnige realiteit en voortdurende afleiding?
Dezelfde als altijd. Je moet een fantastisch verhaal vertellen, mensen naar een andere plek transporteren en ze juist daardoor confronteren met die vreemde moderne realiteit. Je moet vragen oproepen, waardoor mensen met een nieuw perspectief naar hun leven terugkeren. En het moet bovenal leuk zijn. We praten veel over de crisis van het boek, het weglopen van lezers. Maar fictie kan nog steeds dingen met mensen doen, die met geen enkele andere vorm mogelijk zijn. Als ik goede fictie lees, dan voel ik me verrijkt voor de rest van mijn leven. Daarom moeten schrijvers doen waar ze goed in zijn en niet zeuren over onderwaardering. Boeken moeten onweerstaanbaar zijn, zodat mensen geen andere optie meer hebben.

Mail

Rutger Lemm is schrijver, grappenmaker en scenarist. In 2015 verscheen zijn debuut, 'Een grootse mislukking'. Hij is een van de oprichters van Hard//hoofd.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
:Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Tommy Wieringa verleidt je op fantastische wijze om samen met hem een doodlopende steeg in te lopen. Met een lach en een handig gebaar wijst hij de kijker op de fonkelende scherven onder ieders voeten. 'Er is nog heel veel te redden.' Lees meer

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

'Een uitvaart is toch meer voor de nabestaanden.' Steef probeert zichzelf een houding te geven wanneer ze hoort dat haar vervreemde zus is overleden. Nadine Ronde neemt je mee in de eerste stadia van het rouwproces dat begint met een ongemakkelijk potje airhockey, een Super Mario PEZ-dispenser en gesprekken over de prijsstijging van komijnekaas. Lees meer

Auto Draft 22

Merel Pauw/Elmer zoekt naar vorm in Zomergasten: ‘Mag ik hier eeuwig over twijfelen?’

Astrid Goossens ziet hoe Zomergast Merel Pauw (/Elmer) zich comfortabel voelt als buitenstaander, terwijl ze praat over haar idolen, ingewikkelde mannen, blinde vlekken, het loslaten van controle, nationalisme en de schoonheid van harige kostuums. Maar krijgen we ook de mens ‘Merel’ te zien, of genieten we vooral van een performance? Lees meer

Meisjes

Meisjes

Op een dag krijgt een jonge vrouw de vraag om voor een standbeeld te zorgen. Samen met haar botte schaar vertrekt ze naar het bos. In dit verhaal onderzoekt Mei-yun Boswinkel de spanning tussen het strakke keurslijf van de middelbare school en het verlangen naar een ongedwongen ruimte. Lees meer

Auto Draft 21

Zomergast Nasrah Habiballah houdt koppig de handrem erop: 'Het gaat niet om mij'

Lies Defever ziet hoe Nasrah Habiballah in het laatste seizoen van Zomergasten drie uur lang strategisch de handrem aangetrokken houdt. Via fragmenten van anderen zien we haar liefde voor de wereld om haar heen, maar zelf blijft ze vooral ongrijpbaar. Koppig lijkt ze vast te houden aan dat wat goede journalistiek in principe zo belangrijk maakt: jezelf telkens opnieuw proberen aan de kant te zetten. Lees meer

De uitgevers geven het stokje door

De uitgevers geven het stokje door

Lisanne Brouwer vertrekt naar theatergezelschap PS Vertelt en geeft na jaren toewijding het stokje als uitgever door aan Josje Kerkhoven: lees hier het gesprek waarin ze terugblikken op Lisannes tijd en vooruitkijken naar Josjes plannen. Lees meer

Vruchtvlees

Ontuig

Een ik verkent nieuwsgierig diens pulserende vleeslichaam, trekt zich terug in de kieren van hun zijn en vergroeit tot een thuis. Moni Zwitserloot onderzoekt met behulp van bodyhorror-ervaringen en relaties die buiten het menselijke liggen. Lees meer

:Meta x Kylie Jenner: hoe vrouwen het verdienmodel zijn van mannen ten koste van vrouwen

Meta x Kylie Jenner: hoe vrouwen het verdienmodel zijn van mannen ten koste van vrouwen

In haar column onderzoekt Loïs Blank hoe smart glasses, AI-assistenten en marketingcampagnes laten zien dat technologische vooruitgang vaak leunt op de lichamen, stemmen en veiligheid van vrouwen. Waarom blijven juist mannen het meeste verdienen aan een systeem dat zo afhankelijk is van vrouwen? Lees meer

:Archieven van West-Papua: Over narratieven, liederen en wat als kennis telt

Archieven van West-Papua: Over narratieven, liederen en wat als kennis telt

Wanneer haar opa na vijftig jaar terugkeert naar zijn geboorteland, realiseert Julia Jouwe zich pas hoezeer het ontbreken van West-Papua in het collectieve geheugen van Nederland invloed op haar heeft. Lees meer

CLICKBAIT

CLICKBAIT

Een vrouw filmt zichzelf 24/7 en laat haar acties bepalen door wat anonieme usernames vertellen. In de fysieke wereld heeft ze bijna niets, online heeft ze duizenden fans die haar aanbidden. Hoe kun je macht vinden in kwetsbaarheid? Ankie Klut onderzoekt de grens tussen het verlangen om gezien te worden en de behoefte om jezelf te verbergen achter een digitaal masker. Lees meer

Zien is beminnen 1

Een pluchen harnas

Aan de hand van een berenjas, het COC, een appelgroene broek, non-binair zijn en een rode cabrio neemt Tom Kniesmeijer je mee in de kronieken van zijn eigen genderbeleving. Lees meer

:Met stiekem ‘gay’-gedrag heeft de manosphere niets te maken

Met stiekem ‘gay’-gedrag heeft de manosphere niets te maken

'De manosphere zal niet worden ontmaskerd als we haar van een soort stiekeme homoseksualiteit betichten, maar wel door nauwkeurig te kijken hoe ze werkt en deze manieren van competitie en erkenning te ontmantelen.' Lars Meijer deelt zijn reactie op de column van Marthe Bronkhorst over de manosphere. Lees meer

Als ik Nederland in één woord kon opsommen, zou het dit zijn 1

Als ik Nederland in één woord kon opsommen, zou het dit zijn

Marthe van Bronkhorst sonjabakkert langs de geest van Nederland. 'De drie-eenheid bedrog, bedrijven, en een schijnheilige geest lijkt een patroon in de Nederlandse volksaard.' Lees meer

Zien is beminnen

de bank en de schoot

In deze twee gedichten neemt Sophia Blyden je mee terug naar de jaren negentig en naar de warmte van de schoot van je geliefde. Ze liet zich voor deze gedichten inspireren door twee werken in Museum Arnhem. Lees meer

Zien is beminnen 2

Zien is beminnen

Olave Nduwanje besteedt uren met haar lichaam, kijkt beminnend, en deelt haar ‘poreuze plooien, tastbare rondingen, vochtige openingen, en ademsnakkende lediging’ met anderen. Dit lukt haar nu, na dertig jaar, door haar realiteit te analyseren, in de spiegel te kijken en door porno te maken. Lees meer

Oproepbeeld voor ons jubileumnummer BUBBELS, het tiende nummer van Hard//hoofd Magazine!

Oproep voor inzendingen voor ons jubileumnummer BUBBELS – het tiende nummer van Hard//hoofd Magazine!

Hoe bubbelig voel jij je? Stuur vóór 1 september je pitch in en draag met een (beeld)verhaal, essay, poëzie of kunstkritiek bij aan het magazine BUBBELS! Lees meer

Kunnen we even kappen met al dat normactivisme? 1

Kunnen we even kappen met al dat normactivisme?

Loïs Blank ziet een verschuiving in wat er wordt geroepen in columns, aan talkshowtafels en op sociale media. In haar column onderzoekt ze de opvallende drang om het huwelijk, heteroseksualiteit en zelfs het willen hebben kinderen te verdedigen. Wordt de norm daadwerkelijk bedreigd, of is ze gewoon snel geïntimideerd? Lees meer

Auto Draft 17

Gemarginaliseerde Heiligdommen

Hoe bouw je een heiligdom voor mensen die in de fysieke wereld zelden een monument krijgen? Ida Hondelink bespreekt de indie videogame Plum Road Tea Dream die iets heel bijzonders biedt; een plek van herinnering, herdenking en vruchtbare grond voor intieme gesprekken over queer en van kleur zijn. Lees meer

Shirin Abedi maakt een kunstwerk voor onze kunstverzamelaars: ‘Ik wil de poëzie laten zien die naast de politieke werkelijkheid bestaat’

Shirin Abedi maakte het kunstwerk voor onze kunstverzamelaars: ‘Ik wil de poëzie laten zien die naast de politieke werkelijkheid bestaat’

Als dank voor je investering in de toekomst van onafhankelijke kunst en cultuur ontvang je één of twee keer per jaar een kunstwerk van een veelbelovende maker. Binnenkort valt een kunstwerk van fotograaf Shirin Abedi op de mat bij onze kunstverzamelaars. Welke dat precies is, blijft nog even geheim, maar in gesprek met kunstcurator Sander Bortier vertelt Abedi over haar blik op solidariteit, diaspora en de kracht van beelden die ruimte maken voor nuance. Lees meer

Out-of-office-reply

Waarom iedere Nederlander een ton moet krijgen

Marthe van Bronkhorst is momenteel afwezig en kan haar mail niet beantwoorden. Dit wil ze nog doorgeven: Lees meer