Asset 14

Si vite, si loin, silence

Naast mij zit een vrouw. ze weent en zegt
‘excusez-moi’. ik zeg ‘ce n'est pas grave'.
Zij zegt ‘si, c'est grave, vous n'en savez rien'.
Dat is waar, zeg ik, ik weet er helemaal niets van.

Op uitnodiging van deBuren verbleef Maud Vanhauwaert twee weken in Parijs. Ze probeerde de hele stad in een gedicht te vangen. Het resultaat Si vite, si loin, silence droeg zij voor op het heropeningsfeest van deBuren.

Naast mij zit een vrouw. ze weent en zegt
‘excusez-moi’. ik zeg ‘ce n'est pas grave'.
Zij zegt  ‘si, c'est grave, vous n'en savez rien'.
Dat is waar, zeg ik, ik weet er helemaal niets van.

Voila.

Ons gesprek is geen einde, geen begin
zoals alles in een stad valt het ergens tussenin.

Naast mij in de metro grolt een handtas, iedereen kijkt op
een vrouw ritst een hond tevoorschijn 'rustig maar, mama is hier'

Ze ritst nog wat verder, rijdt in het vlees van de hond.
Hij jankt.‘Rustig maar’, de massa schreeuwt ‘mama is hier!’

Op de schoot van een wenende vrouw ligt een grote klomp deeg.
Ze begint te kneden.

'Dat doe ik altijd', zegt ze 'als alles dreigt uiteen te vallen.
Hoe meer je kneedt, hoe beter het kleeft'

Nog voor ze haar romp over de klomp heen kan buigen,
graaien vreemde handen naar het deeg

beringde handen, klamme kinderhanden, gerimpelde handen
ook de handen van een neger. Hij kneedt niet, hij pulkt.

De vrouw kletst hem vlak in het gezicht. 'Ik heb geen rimpels', sist ze
'het zijn de kneepjes die het leven mij gaf'.

Ik verlies haar in de massa. De massa, die, zoals de zee pas breekt
aan het oppervlak, pas breekt en schuimt bovengronds.

Bovengronds draaien kolven maïs op een rooster, te koop voor slechts een euro, van Bangladesh, met boter, zout en een servet, dun en van het vet bijna zo doorzichtig, dat je het als een filter hoog kan houden, tegen het felle middaglicht, of er een man doorheen kan laten lopen, die een brug torst op zijn rug, ze plots tussen oevers zet, of zomaar tussen mensen op een plein, wachtend tot iemand overloopt, tot hij er ’s avonds duiven onder kookt, hun poten als zeesterren, roze en gesperd.

Ik stap, want dan werk ik het best
je marche quand je marche, want dan werk ik het best.

Het prangt, de vraag
'wat moet ik nu met het servet?'
Ik vraag het aan een agent.
Ik zeg: 'dit servet is heel vettig
van mijn maïskolf
en er zijn geen vuilnisbakken in de buurt.'
'Waar is de maïskolf', vraagt de agent.
Hij heeft dikke enkels.
Naar waarheid, zeg ik: 'je l’ai mangé’
'Ik geloof u niet', zegt de agent
'een kolf knabbel je af
eet je nooit helemaal op
geef je je over?’
'Sowieso', zeg ik,
en ik steek het servet als een witte vlag in de lucht.
Een duif vliegt over en grist het mee.
'U heeft geluk', zegt de agent
die zijn handboeien weegt
zoals hij misschien ook soms zijn teelballen weegt
zonder reden,
maar gewoon om even te voelen: handjevol
-ze prangen,
zijn ballen-
en loopt dan weg.

Een vrouw tikt mij op de schouder.
Ze rookt een sigaret
haar vingers in een peace-teken
met brand ertussen
er zit een hermelijn verwerkt
in haar kraag.
'Je bent aan het lekken', fluistert ze luid
terwijl ze het kopje van het beest krabt.
Ik kijk om, maar zie geen druppels
geen enkel spoor.
'Je gelooft mij niet', zegt de vrouw
'maar je bent echt iets aan het verliezen.'
Ik kijk tussen mijn benen
de vrouw zet een tupperware bakje neer
‘blijf zo maar even staan' en de hermelijn
zegt haar na.
Iets verderop staat nog iemand wijdbeens
met een tupperware bakje tussen de benen.
Hij schreeuwt 'kijk ons hier wachten
op wat we aan het verliezen zijn.'

Een man houdt mij tegen
vraagt of ik alleen ben.
Ik zeg 'nee, ik ben getrouwd'
'maar gelukkig?' vraagt hij en hij plukt
een kruimel van mijn wang.
Ik zeg 'ja, ik heb vier kinderen
tussen al mijn tenen schimmel
dus laissez-moi passer.'
'Hier is uw kruimel', zegt hij 'doe een wens'.
Ik zeg ‘ok’, en even later
‘ik ben klaar'.
'Goed', zegt hij, 'dan ga ik
nu je wens wegbrengen.'
Hij legt de kruimel op het puntje
van zijn uitgestrekte tong
en met grote stappen
verdwijnt hij in de massa.
Zijn benen verdwijnen het snelst
dan zijn romp en tot slot zijn hoofd
in de massa verdwijn je van onder naar boven.

Een sopraan kijkt om en zingt: de schade is enorm
niemand weet waarover ze het heeft.

Haar opzichtige tandvlees blinkt
in weke triomfboogjes
boven haar tanden.

Ik schud haar hand, 'aangenaam'
ze kan niet antwoorden, want ze zingt.

Ik zie een man met een baard, ik vraag
'ben je islamitisch'.

Nee, zegt hij, ik ben verdrietig.

'Hoe hoog zit uw verdriet?'
'Heel hoog'
'Zo hoog als ik?'
'Hoger'
'Zo hoog als jij?'
'Hoger'
'Zo hoog als de Eiffeltoren?'
'Hoger'
'Hoe hoog dan?'
'Laten we gaan wandelen'. We gaan wandelen. Later staan we op Montmarte.
'Zo hoog?'
'Zo hoog.'
'Misschien moet je hier wonen.'

We ontwerpen een hut met tegels en al en braamstruiken zodat ik bessen kan plukken terwijl hij nog wat hondjes uit ballonnen plooit.

Als we even uitblazen, draai ik mijn mond naar hem toe
en vraag: 'ruik eens? Ruik je metalen, want ik ben ongesteld.'

'Het zijn eerder bramen', zegt hij, 'of wacht' -en hij ruikt nog eens:
'een nat wegdek'. En hij vertrekt

Ik roep nog na:

in de verte zijn wij slangen
lichamen zonder vertakkingen

dik als dijbenen van vaders
die niet stappen, maar stampen

ouroborossen van jade
onze mond is het begin

in de verte zijn we veilig

in lange rokades
wisselen we soms van plaats

in een dode hoek zit een duimend kind
maar we hebben het gezien!

Hij hoort mij niet. Ik daal de stad af (en doe alsof dat de bedoeling was) langs de trappen van Montmartre.

In de verte gooien jongleurs met drilboren
want bij circusballen loopt iedereen door.

Iemand gooit 20 cent in mijn schoot
ik kijk zo kreupel mogelijk.

De muren van de metro zweten, zijn glad
als de binnenkant van een lichaam
een saxofoon schettert
er wordt gewacht, rustig
want de kaartjes zijn al ontwaard.

Van het verlangen om
de dag af te gooien
smeltend te doen buigen
over het spoor
ben ik niet op de hoogte.

Naast mij wacht een man
met een opgerolde grasmat
even hebben wij vreemden
dezelfde hoop: een laatste metro
richting Orly.


--
Dit gedicht ontstond op basis van het residentieproject van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in samenwerking met de Stichting Biermans-Lapôtre.

Mail

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer