Asset 14

Kort verhaal: La grande finale

Maite schreef een kort verhaal over een culinaire strijd waarin alles geoorloofd is.

Een croquembouche, de finaleopdracht is een croquembouche! Mijn hart klopt in mijn keel. Jan Slagter staat er verheugd bij te lachen en Martine Bijl snoept al van de slagroom. “Croquembouche betekent zoveel als ‘knispert in de mond’”, vertelt jurylid Robèrt ernstig, “de kunst is om de soezen knapperig te houden. De verhoudingen in het deeg zijn cruciaal. Als je een fout maakt, worden je profiteroles te taai of te broos.”

Na zestien dagen zijn we nog met z’n drieën over: gepensioneerd loodgieter Filip, basisschooljuf Andrea en ik. We staan op een rij in de grote witte legertent en luisteren naar de jury. Achter ons staan brandschone kookeilanden en kasten vol ingrediënten. Cameramannen staren geconcentreerd door hun lenzen en productiemensen praten zachtjes in hun portofoons.
Ondanks mijn zenuwen voel ik me als een vos die zijn prooi in het vizier heeft. Al mijn zintuigen op scherp.
Tulband, vlechtbrood, florentines, madeleines en zelfs de slaapmuts – ik heb het overleefd. Jurylid Janny sprak verrukt over mijn citroentaart (‘mmm ja, perfecte textuur, een frisse smaakexplosie, citroen, amandelen, een vleugje tijm, ja, heel gewaagd, werkelijk betoverend!’). Mijn macarons waren beter dan die van Ladurée en mijn bonbons veroorzaakten een nagenoeg orgastische smaaksensatie. Ik ga deze wedstrijd winnen. Het kan niet anders.

“Bakkers, aan de slag!” Ik kijk naar mijn werkblad. Bloem, boter, eieren, suiker… En een geheim ingrediënt, maar dat zit diep weggestopt in mijn broekzak. Met trillende handen begin ik de boter te snijden.
Andrea is mijn grootste concurrent. Ze bakte een fenomenale Weense kaneelrol en maakt de meest verfijnde marsepeinen taartdecoraties. Met haar meisjesachtige charmes pakt ze de hele jury in. Ik keek één keer op Twitter en zag het al gebeuren. Nederland wil Andrea. Ze willen haar roze appelwangen en haar gezellige geheupwieg. Ze willen haar cupcakes en haar rabarbercrumble. Ze huilden toen haar bokkepootjes mislukten. Toen mijn soufflé instortte, twitterde iemand: ‘Net goed, zijn soufflé heeft net zo weinig kwaliteit als zijn persoonlijkheid.’
Wacht maar! Ik schud driftig het meel door de zeef, rechtstreeks in de gesmolten boter. Een droge meelwolk stuift in mijn gezicht. Een cameraman loopt langs, ik grijns de lens in.

“Nog 45 minuten, hop hop hop!” schalt Martine door de keuken.
“Met karamel worden de profiteroles op de toren geplakt,” legt Robèrt uit aan de kijkers thuis, “ook dat is een secuur proces. De karamel moet precies plakkerig genoeg zijn om de soezen vast te houden.”
Precies plakkerig genoeg. Ik schuif de deegkwakjes de oven in, wrijf mijn handen af aan mijn schort en houd mijn ogen op Andrea’s mollige rug gericht. Ze buigt zich naar het ovenraampje en tuurt naar binnen. De strik van haar ruitjesschort omsluit net haar dikke bakkersheupen. Ik denk aan mijn moeder achter het fornuis, de koude blauwe tegels van het aanrecht, haar strenge blonde knot en de kleine haartjes die daar altijd uit ontsnapten. De geur van brandende suiker vult de keuken.

Illustratie: Miriam Bouwens.

PING! – Andrea’s soezen zijn klaar. Ze begint ze te vullen. Als ze bijna klaar is, geef ik het teken. Cameraman Patrick begint luid te hyperventileren. Hij loopt rood aan, valt op de grond en maakt luide stikgeluiden: “HUUUGHH! HUUUUGH!” briest hij. Iedereen rent geschrokken naar de hoek waar Patrick hijgend op de grond is neergezegen. Ik grijp in mijn broekzak en glip snel langs mijn oven naar Andrea’s werkblad.

“Patrick! Patrick, hoor je mij?” Martine slaat paniekerig tegen Patricks wangen. Patrick stopt met briesen en opent verschrikt zijn ogen. “Ja, ja,” stamelt hij, “sorry, te weinig gegeten denk ik…”
Daar is niks van waar; ik heb Patrick een hele doos macarons gegeven, waarvan hij al minstens de helft heeft opgeschrokt. Desondanks speelt hij voortreffelijk.
“Nou nou, wat een commotie! Patrick jongen, je liet ons schrikken. Maar we moeten door.” Jan Slagter klopt Patrick op zijn schouder en dirigeert iedereen weer naar zijn plek. “We geven jullie tien minuten extra op de klok, maar geen seconde meer. Aan de slag, er is een finale te winnen!”

Haastig buig ik me weer over mijn karamelsaus. De hete suiker pruttelt en spettert. Ik til het pannetje van het vuur en laat de stroperige vloeistof van links naar rechts lopen. Verdomme, te dun. Mijn hersens maken overuren. Meer suiker? Nee… honing! Ik ren naar de stellage met ingrediënten en vind tot mijn grote geluk een pot acaciahoning. Ik roer een halve eetlepel door de saus. Weer beweeg ik het pannetje langzaam heen en weer en observeer de glanzende bruine substantie. Perfecte viscositeit, stel ik opgelucht vast, en precies plakkerig genoeg.

Ik richt me weer op mijn soezen en begin met de concentratie van een hersenchirurg sneetjes te maken in het knapperige deeg. Even kijk ik om. Achter mij staat Filip de loodgieter te zwoegen. In zijn kolenschoppen houdt hij een grote slagroomspuit, waarmee hij bibberig vulling in de soezen spuit. De rossige krulharen die onder zijn koksmuts uit steken zijn nat van het zweet en er staat een wanhopige uitdrukking op zijn gezicht. Zijn soezen zien eruit als een stel bonkige kiezelstenen. Ik kan een glimlachje niet onderdrukken. Arme Filip. Zijn werkkracht valt nog te prijzen, maar verfijning – nee.
Mijn vulling van kokosroom en rum glijdt soepel de soezen in. Even later druk ik mijn eerste in karamel gedoopte soes op de toren. Hij plakt!

Langzaam vormen zich de drie torens van soezen. Je hoort niets in de ruimte, behalve het tikken van de klok en de zware ademhaling van Filip. “Nog één minuut!” roept Martine opgewonden. We blijven soezen drukken, één voor één. Dan versieringen: Andrea heeft marsepeinen versiersels en eetbare bloemen, natuurlijk, Filip drenkt zijn toren in chocolade en ik heb een bedje van bananenbladeren en sliertig engelenhaar van spinsuiker. Net op tijd zet ik een gekonfijt limoenroosje op de top. “De tijd is om, handen omhoog, stap weg van je taart!”

Drie croquembouches staan trots naast elkaar, met daarachter drie koks die zojuist duizend doden zijn gestorven om ze af te krijgen.

De jury maakt zich klaar om te gaan proeven als, plof!, de eerste soes valt. Iedereen staart ernaar alsof het een dood vogeltje is. Dan de tweede, plof! “Nee!” gromt Filip radeloos. Maar het is al te laat. Plof, plof, plof. De soezen rollen naar beneden en vormen kleine plasjes chocoladesaus op tafel. “Neee!” roept Filip nog een keer en zijn ogen vullen zich met tranen. One down, one to go, stel ik meesmuilend vast.
Terwijl Martine Filip troost op de gang, zegt Slagter dat er nu toch echt geproefd moet worden. De camera’s richten zich op de jury. Janny zegt: “Nou, dat ziet er prachtig uit, Andrea en Hugo, nu kijken of het ook smaakt!” Ze prikt haar vork in een soes. Robèrt volgt. Ze nemen elk drie soezen van elke toren.
Mijn soezen zijn als eerst aan de beurt. Met mes en vork scheuren de juryleden de bolletjes open, inspecteren de vulling en stoppen de soes in hun mond. “Mmm, verrukkelijk Hugo!” zegt Janny smakkend. Ik lach minzaam.

Nu zijn Andrea’s soezen aan de beurt. Enthousiast scheuren de juryleden de deegjasjes open. Dan slaakt Janny een luide gil. Ze staart met grote ogen naar de soes die ze net heeft opengescheurd.
“Wat, Janny?” vraagt Robèrt verbaasd.
“Er zit, er zit iets in…”
De camera zoemt in op de soes. Een bleek, blind oog staart vanuit het knapperige deeg de lens in.
Andrea slaat verbijsterd haar handen voor haar mond en zakt door haar benen. Ik vang haar op, mijn armen om haar middenrif geklemd. Haar borstkas gaat snel op en neer, ze ademt zwaar. Haar wijd opengesperde blauwe ogen kijken vol ongeloof in de mijne. Jammer meisje, dit keer krijg je me niet klein. Zachtjes aai ik haar blonde krullen.

Mail

Maite Karssenberg is schrijfster, historica en programmamaker. Ze houdt van vergeten geschiedenissen en idem reisbestemmingen, de zee en zelfreflectie. Maar het meest nog houdt ze van boeken lezen.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Verwijzing naar de tijd dat heksen smolten in water uit meisjeshanden

Verwijzing naar de tijd dat heksen smolten in water uit meisjeshanden

Geïnspireerd door de blikken man uit The Wizard of Oz leidt Elise Vos je over het pad van gele klinkers. Ondanks de bescherming die ons harnas biedt, bevat het kieren die toelaten wat we niet zouden willen voelen. Bovendien: wie wil nu afgestompt raken? Lees meer

Rouw en haar contouren

Rouw en haar contouren

Wat gebeurt er als je grootste angst werkelijkheid wordt? Vorig jaar verloor Ivana Kalaš haar vader. In dit essay onderzoekt ze rouw en angst. Wat als juist het verlies je dichter bij het leven brengt? ‘Zoals je vroeger naar een eclips zou kijken via een cd, kom ik in contact met rouw: via haar contouren.’ Lees meer

Lucifers

Lucifers

‘Het begon met een gat, een gat in de zon.’ Terwijl de opa van Jung-hoo blind wordt, verdwijnt de zon langzaamaan uit de lucht. Met deze alternatieve geschiedenis duikt Siep Hendriks in de commercialisatie van het leven, de mens en diens karakter. Lees meer

Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer