Asset 14

De maagd

Eens moet de eerste keer zijn, zeggen ze. In de Peruaanse plaats Tipón ziet Dorien Dijkhuis zich geconfronteerd met een uitdaging. De plaatselijke bevolking vindt het niet meer dan normaal, maar de toeristen in haar hotel kijken haar met afgrijzen aan.

“Aha! Een maagd!”, roept de taxichauffeur blij. Hij grijnst vier bruine tanden bloot. Even eerder was hij voor me gestopt op de Plaza de Armas in Cuzco. Zijn taxi zag er het beste uit. In Peru zijn taxi’s rijdende wrakken. Ze zitten vol deuken en krassen en de koplampen werken nooit allebei. De claxon doet het trouwens altijd. Helaas had ik niet goed gekeken. Een deel van de carrosserie ontbreekt. Ik zie het gebutste wegdek onder me doorschieten terwijl we de stad achter ons laten en de heuvels van de Heilige Vallei inrijden.
“Tipón” had ik gezegd toen hij vroeg waar ik heen wilde. En toen, op de vraag wat ik daar ging doen: “Cavia eten.”
“Voor het eerst?”
“Voor het eerst.”
De taxichauffeur neemt me nieuwsgierig op. Zo vaak heeft hij waarschijnlijk geen ‘maagd’ in zijn auto. Omdat hij het níet doet, houd ik mijn ogen op de weg. Gevaarlijk dicht naderen we de weghelft waarop een vrachtwagen vol kippen luid toeterend voorbij raast. Ternauwernood houdt de chauffeur de taxi op de weg. Het Mariabeeld aan de achteruitkijkspiegel tolt als een bezetene om haar as.

Tipón staat in reisgidsen op de kaart als de plek waar de Inca’s hun ingenieuze irrigatiesysteem aanlegden dat overigens nog steeds functioneert. Het maakt deel uit van de honderden overblijfselen van de Inca-architectuur waarmee de Heilige Vallei bezaaid is. De indrukwekkende terrassen overleven al vijfhonderd jaar alle aardbevingen. De meeste toeristen met bestemming Tipón komen voor de ruïnes. Ik niet. De toeristen in mijn hotel keken me vanmorgen vol afgrijzen aan toen ik zei dat ik erheen wilde om cavia te eten. Tipón is namelijk het ‘caviawalhalla’. Niet voor de cavia, maar voor de avontuurlijke ‘foodie’.

Illustratie: Merel Cremers.

De restauranthoudster is een kleine mollige Indiaanse vrouw met gitzwarte vlechten.
“Eén persoon?” Met haar kleine hand veegt ze de kruimels van tafel en brengt me even later een ijskoud flesje cuzqueña-bier. Het hedendaagse dorp Tipón bestaat uit één straat met lemen huizen. Voor elke woning staat een grote witgekalkte ronde oven. Daarnaast een aantal houten banken en tafels met rood-witgeblokte zeiltjes. Overal serveren ze hetzelfde: ‘cuy al horno’, cavia uit de oven. Het is een delicatesse in Peru. Een traditioneel gerecht. Waarschijnlijk net zo oud als de ruïnes verderop. Dat cavia in Peru een delicatesse is, is eigenlijk het enige wat ik weet. En dat hij in de oven wordt klaargemaakt. Geen idee hoe ze hem opdienen. Als filet? In stukken gegrild? In een römertopf?
“Smakelijk!”, zegt de restauranthoudster even later, terwijl ze een dampend bord voor me neerzet. Daarop prijkt een Machu Picchu van gekookte aardappels, tagliatelle en groene gevulde pepers. En helemaal bovenop die gigantische stapel staart hij me met wijd opengesperde bek aan: de cavia. Zijn scherpe tandjes glinsteren in het felle zonlicht. De poten met de kleine klauwen steken aan weerszijden uit zijn onderlichaam. Alsof hij van acht hoog op mijn bord gestort is.

“Knabbel”, denk ik. En dan: “Babbel”. De cavia’s die mijn broer en ik hadden toen we klein waren. Als het mooi weer was, lieten we ze vers gras grazen in een ren in de tuin. We hebben eens een weekend lang gezocht toen één van beiden ontsnapt was. Mijn broer kamde urenlang de aangrenzende tuinen uit. Ik speurde de drukke weg af die achter ons huis lag en hield mijn hart vast bij iedere vlek op het wegdek. Op zondagmiddag vonden we hem tevreden snorrend terug in de schuur waar hij het zich gemakkelijk gemaakt had tussen het door hem versnipperde oud papier.
In de winter zaten ze in een hok in de woonkamer. Een paar uur per dag speelden we met ze. Dan mochten ze op schoot. Knabbel hield ervan vanaf mijn schouder mee te kijken naar het Klokhuis. Dan bleef hij het hele programma rustig zitten en piepte af en toe geheimen in mijn oor.

“Je moet hem bij kop en kont pakken”, legt de restauranthoudster uit. Ik realiseer me dat ik al een tijdje met open mond naar mijn bord staar.
“En dan breek je in één keer de ruggengraat in tweeën.”
Zo makkelijk gaat dat niet. Als ik de cavia met twee handen beetpak en de kop en de kont naar elkaar toebuig, blijkt de ruggengraat veel te elastisch om zomaar te breken. Ik prik een vorkje tagliatelle voor de vorm.

Na het Klokhuis keken we naar het Jeugdjournaal. Ook daar was Knabbel gek op.
De restauranthoudster besluit me uit de brand te helpen. Met een enorm hakmes komt ze op me af. Het blad schittert in het zonlicht. Ze pakt de caviakop stevig beet en heft het mes.
Vijfhonderd jaar geleden werden hier met dit soort messen mensen geofferd. De Incagoden waren gek op bloed. Het hoofd op een hakblok, een verzamelde menigte, uitzinnig zingen en roepen en een diepe stilte na de plof van het hoofd in het zand.

Met één klap slaat ze de kop van de romp. Met een tweede haal klieft ze de cavia in de lengte doormidden. Kruiden puilen uit de gespleten buikholte. De kop legt ze terug op mijn bord.
“De oortjes zijn het lekkerst”, knipoogt ze en ze veegt het lemmet schoon met een doek.

De taxichauffeur is dezelfde als op de heenweg. Misschien heeft hij op me gewacht. Misschien had hij tussendoor geen ander ritje.
“Hoe beviel de cavia?”, vraagt hij.
“Wel oké”, zeg ik. Mijn maag komt in opstand.
“Eten de mensen in jouw land geen cavia?”, vraagt hij. Ik schud mijn hoofd.
“In China eten ze hond!”, roept de chauffeur uit en hij kijkt me vol afgrijzen aan. “Kun je je voorstellen dat je je eigen hond zou opeten?!”
Ik zie het voor me: de Indiaanse restauranthoudster, maar nu minder getint en met spleetogen. Met een enorm kapmes klieft ze een golden retriever doormidden.
“Reizen is grenzen oversteken”, denk ik. “Eten ook.” Dan vraag ik: “Kunt u me afzetten bij de ruïnes?”

Dorien Dijkhuis (1978) is freelance journalist en schrijft korte verhalen.

Mail

Merel Cremers tekent al van kinds af aan dieren. Door de jaren heen is vooral de setting veranderd van idyllische bostaferelen naar mens-dier relationele sferen. En sinds Merel keramiek heeft ontdekt liggen die tekeningen nu ook op je bord..

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Verwijzing naar de tijd dat heksen smolten in water uit meisjeshanden

Verwijzing naar de tijd dat heksen smolten in water uit meisjeshanden

Geïnspireerd door de blikken man uit The Wizard of Oz leidt Elise Vos je over het pad van gele klinkers. Ondanks de bescherming die ons harnas biedt, bevat het kieren die toelaten wat we niet zouden willen voelen. Bovendien: wie wil nu afgestompt raken? Lees meer

Rouw en haar contouren

Rouw en haar contouren

Wat gebeurt er als je grootste angst werkelijkheid wordt? Vorig jaar verloor Ivana Kalaš haar vader. In dit essay onderzoekt ze rouw en angst. Wat als juist het verlies je dichter bij het leven brengt? ‘Zoals je vroeger naar een eclips zou kijken via een cd, kom ik in contact met rouw: via haar contouren.’ Lees meer

Lucifers

Lucifers

‘Het begon met een gat, een gat in de zon.’ Terwijl de opa van Jung-hoo blind wordt, verdwijnt de zon langzaamaan uit de lucht. Met deze alternatieve geschiedenis duikt Siep Hendriks in de commercialisatie van het leven, de mens en diens karakter. Lees meer

Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer