Asset 14

Naar de kerk (V)

Nikki is niet gelovig. Toch gaat ze sinds kort iedere week naar de kerk, steeds naar een andere. Op hard//hoofd doet ze verslag van haar zondagen.

Daar zit ik dan, in de huiskamer van P., op de kunstleren bank. M. heeft tegenover me plaatsgenomen. Er steken twee overtrainde armen uit zijn T-shirt. P. draagt sokken in sandalen. Hij biedt ons koffie aan, thee, en willen we er misschien ook een stroopwafel bij? Ik kijk wat verdwaasd om me heen, naar het donkerhouten tv-meubel dat overladen is met dvd’s als Desiring God en Holy Love, naar de poster van Jezus aan het kruis in zijn gothic vormgeving (denk Within Temptation) met in grote letters erboven: omdat ik van je hou. Ik ben in de Studentenkerk in Utrecht: een rijtjeshuis.

Na mijn ervaring in de Regina Mundi in Soweto dacht ik er goed aan te doen een wat lossere kerk uit te zoeken, een waar meer ruimte zou zijn voor eigen interpretatie, gevoelens, alledaagse problemen. Ik dacht dat te vinden tussen jonge mensen, in een plaatselijke studentenkerk die op de schappelijke tijd van drie uur ‘s middags dienst hield. Terwijl ik mijn fiets op slot zette kwam er een man van middelbare leeftijd naar buiten gelopen en ging naast me staan. “Kom je voor de studentenkerk?”

Illustratie: Liesbeth de Feyter.

Het kwam niet in me op om “Nee” te zeggen en om te draaien – zelfs niet toen ik onwillekeurig bedacht dat hier de ‘stereotype christen’ stond: klein brilletje, wat lijzige stem, de blik vast en doordringend op mij gericht. Natuurlijk wilde ik wel direct rechtsomkeert maken, maar dat zou onbeleefd zijn en bovendien, ik was hier toch om ergens achter te komen, ik wilde toch open te staan voor het onbekende? Dus volgde ik P. naar de voordeur van zijn huis, waar hij de studentenkerk in zijn eentje runt, in zijn woonkamer. De laatste tijd loopt het niet meer zo, vertelde hij, dus als het rustig is, wacht hij meestal tot kwart over drie voor hij de dienst begint. “Hoeveel mensen zijn er vandaag?” vroeg ik hoopvol. “Jij bent de eerste,” zei hij.

Goddank kwam er, na ruim tien minuten, inderdaad nog een tweede bezoeker, M.. Tijdens het wachten ondervroeg P. mij over mijn achtergrond, mijn werk, mijn overtuigingen. Hij had, zo zei hij, de kerk opgericht omdat studenten veel opener zijn dan oudere mensen, maar ook veel kritische vragen stellen. Dat vond hij leuk. Dus toen hij vertelde over zijn evangelisatie (wanneer hij de straat opgaat om met vreemden over het geloof te praten), onderbrak ik hem: “Ik heb nooit begrepen waarom jullie dat nou doen. Waarom moet je zo nodig zieltjes winnen?”
“Nou,” zei hij, “als je zo vol bent van het geloof, wil je dat met anderen delen. Als jij een heel goede film hebt gezien, praat je daar toch ook met je vrienden over?”
Zijn argument sneed geen hout. Dit was niet de kritische repliek die hij iets eerder nog beloofd had. “Maar dat zijn mijn vrienden,” zei ik ongeduldig. “Ik klamp geen willekeurige mensen op straat aan om te zeggen dat ze echt die film moeten gaan zien.”
P. liet zich niet van de wijs brengen. “Dan ben je waarschijnlijk nooit echt enthousiast geweest.”

Tijdens mijn studie volgde ik eens een college over enthousiasme. Het is, zo vertelde de docent, niet noodzakelijkerwijs de uitgelaten stemming die we er nu vaak onder verstaan, maar een van oorsprong Griekse term voor spirituele bezetenheid; de God (entheo) vanbinnen (iasm). En als M. en P. iets zijn, is het wel enthousiast. Ze vertellen over festival De Opwekking, tijdens het Pinksterweekend (“50.000 christenen, kun je je dat voorstellen?”), over de conferentie waar P. vorige week nog was (“Het meisje zat in een rolstoel omdat ze te moe was om te lopen, maar nadat we drie keer voor haar hadden gebeden, stond ze op uit haar stoel. Haar moeder kon haar ogen niet geloven, het was zo mooi”), over de vrouw op straat die last had van buikgriep, en door hun gebeden weer beter werd. We zingen ruim een half uur lang aanbiddingsliederen, en beide mannen heffen hun armen ten hemel wanneer ze zingen over hun liefde voor Jezus.

En daar zit ik dan, en ik denk bij mezelf: ik heb eigenlijk gewoon niet zoveel op met Jezus. God, daar kan ik wat mee, die grootse abstractie die liefde is, rechtvaardigheid, het goede in de wereld. Maar Jezus is mij te concreet, een fabeltje dat ik lastig anders kan lezen dan als een parabel. Ik kan simpelweg niet accepteren dat er ooit een man bestond die écht over water liep, mensen genas, opstond uit de dood, en ik zie me al helemaal niet van die man houden, dankbaar zijn omdat hij voor mijn zonden stierf. Als ik hem zag zou ik alleen willen vragen: “Leg me nog één keer uit waar dat voor nodig was.”

Ik bedenk me dat het niet per se M. en P. zijn die me op mijn zenuwen werken. Evangelisten zijn nu eenmaal, tsja, evangelisch. Het lag in de lijn der verwachting dat hun zelffeliciterende verhalen over wonderen en uitgebreide lofzangen op Jezus met op mijn zenuwen zouden werken. Maar daaronder ligt een diepere kern van afkeer: de vervoering en emotie hebben betrekking op een man waarvan ik niet geloof dat hij ooit heeft bestaan. Hun geloof staat zo ver van me af, dat ik er met de beste wil van de wereld niet bij kan. Ik kan mezelf wel voor m’n kop slaan. Want wat heb je bij het christendom te zoeken, als je niets met Jezus Christus hebt? Als de ceremonie nooit meer wordt dan een toneelstuk, en ik niet kan geloven in de psalmen die ik zing, waarom zou ik dan in hemelsnaam naar de kerk gaan?

Om klokslag vijf uur pak ik mijn spullen en sta op. M. verroert zich niet. “Moet je gaan?” vraagt P. Ik knik. “Ik heb nog een afspraak.” Liegen. Het is een van de tien doodzondes, een van de dingen die God haat en die ik, als ik werkelijk lief kon hebben, zou laten. Maar ja. Ik wil ergens heen waar Jezus niet is, en liefde niet bestaat uit geboden en enthousiasme, maar uit vergeving en interesse. Waar God geen bezit van mij neemt, en zijn zoon niet voor mijn zonden sterft, maar we samen kunnen zitten en een beetje keuvelen over het leven, wat het allemaal betekent. Ik geloof best dat er ‘iets’ is. Maar niet dit.

Nikki Dekker is dichter en redacteur bij vpro.nl en vpro.nl/boeken.

Mail

Liesbeth de Feyter studeerde schilderkunst en beeldverhalen aan Sint Lucas in Brussel. Ze werkt als freelance illustrator en striptekenaar en maakt poëtische beelden met een luguber kantje.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer