Asset 14

Kunst met appelmoes

Waarom hebben zoveel mensen een hekel aan kunst? Omdat kunstenaars luie subsidieslurpers zijn, omdat de kwaliteit van hedendaagse kunst slecht is, of omdat het zo onsmakelijk wordt opgediend? Maartje beantwoordt deze vraag en claimt ook nog even een nieuwe kunststroming.

In mijn eerste jaren als student op de Gerrit Rietveld Academie (2004/2005) verdiende ik geld met het telefonisch afnemen van enquêtes. Ik ben daar niet trots op, hoewel ik er wel een zwoele telefoonstem aan heb overgehouden. Op een gegeven moment ging het onderzoek over bezuinigingen. Een van de vragen was waar de overheid op moest bezuinigen, als de geënquêteerde zou mogen kiezen. Cultuur was negen van de tien keer het eerste wat genoemd werd, nog voor ik mijn rijtje met antwoorden kon opdreunen. Toen wilde ik nog niet geloven dat cultuursubsidies daadwerkelijk zo impopulair waren. Mijn redenatie was dat vooral mensen die meewerkten aan telefonische enquêtes een hekel hadden aan kunst.

Dat mensen een hekel hebben aan kunst ligt aan de culturele sector

Vijf jaar later sprongen politici als karikaturen van zichzelf in op het GeenStijl-geloof dat alle kunstenaars luie subsidieslurpers en kunstgekkies zijn. Dat was onethisch. De mate waarin er op cultuur werd bezuinigd, stond in geen verhouding tot de grootte van de sector, en de gevolgen van deze populistische politiek zullen nog tientallen jaren voelbaar zijn. Het is echter wel deels aan diezelfde sector te wijten dat zoveel mensen een hekel aan kunst hebben. Musea hebben jarenlang te weinig gedaan om een nieuw publiek te bereiken. Natuurlijk bezuinigt iemand die nooit met kunst in aanraking komt liever op cultuur dan op defensie.

In reactie op de bezuinigingen heeft er in de culturele sector een omslag plaatsgevonden. Eerst lag de nadruk op het binnenhalen van goede kunst(enaars), nu ligt de focus op het bereiken van een groter publiek. Instellingen proberen hun ouderwetse kunst op een hedendaagse manier te presenteren. Het Kröller Müller laat vijfentwintig bekende Nederlanders een audiotour inspreken, het Gemeentemuseum in Den Haag opent een tentoonstelling over Coco Chanel, het Concertgebouw strikt André Kuipers als spreker bij een pianoconcert, in De Ateliers huist eens per jaar een pop-up store en elk museum heeft toch in ieder geval een gratis rondleiding en een kinderkunstclub voor regenachtige woensdagmiddagen.

Het vreemde is dat deze oplossingen niet uitgaan van de kracht van de kunstwerken maar inspelen op een mogelijke trigger (BN’ers bijvoorbeeld) bij het publiek. Het doet me denken aan een verhaal van mijn moeder. Haar nichtje lustte vroeger geen groenten. Om ervoor te zorgen dat ze toch iets at, schepten haar ouders een grote lepel appelmoes over elke maaltijd. Toen ze eindexamen deed, had ze zoveel gaatjes dat de vullingen meer waard waren dan haar diploma.

Hedendaagse kunst met koekjes

Bij mijn eerste schoolreisje in het basisjaar van de kunstacademie gingen we naar de biënnale van Venetië. Op de tweede dag werd ik door een docent naar het Duitse paviljoen gesleept. De expositieruimte was leeg en die leegte leek niet conceptueel bedoeld. Grijnzend stond de docent naast me. Eigenlijk begreep ik het niet, maar braaf nam ik een foto van de leegte en knikte: interessant... Op dat moment ontdooiden de museumsuppoosten. Ze stapten weg van hun vaste plek bij te muur, begonnen door de ruimte te huppelen en zongen: “This is so contemporary, contemporary, contemporary.”

Iedereen was het erover eens dat dit werk van Tino Sehgal het hoogtepunt was van de biënnale, toch hadden mijn klasgenoten en ik op dat moment niet door dat de performance over ons ging. We zagen niet dat onze kunstwereld van de realiteit was losgezongen. Op de laatste dag van de reis gaven we het personeel van het hotel (waaruit alle andere gasten die week huilend waren weggevlucht) een boekje met daarin onze handtekeningen. Dat leek ons een mooi, en vooral waardevol cadeau, aangezien toch zeker een van ons wel wereldberoemd zou worden. In de jaren die op dit uitje volgden, waarin ik heel veel kunst keek en vooral veel kunst probeerde te maken, echode het liedje van de suppoosten door de gangen van de Rietveld. Langzaam drong de betekenis van de choreografische performance tot me door. Het was een vrolijk commentaar op de (wannabe)kunstenaars die zo op zichzelf gericht waren dat ze geen oog meer hadden voor het publiek, kunstenaars die in hun hedendaagsheid zo hard voor zichzelf uit holden dat ze daarbij voortdurend op hun bek gingen: wij dus.

Een museumbezoeker blijft gemiddeld negen seconden voor een kunstwerk staan

Toen onze directeur zich in mijn eindexamenjaar liet ontvallen dat beeldende kunststudenten zich moesten realiseren dat niemand plek heeft voor een schilderij van twee bij vier meter, werd hij weggehoond. Kunst moet op zichzelf staan. De kwaliteit ervan wordt niet bepaald door of het wel contemporary genoeg is, en ook niet door of het wel boven de bank in de huiskamer past. Toch waren wij ons tijdens het eindexamen zeer bewust van het publiek. Een museumbezoeker blijft gemiddeld negen seconden voor een kunstwerk staan, op een afstudeerexpositie heeft de doorloop een nog hoger tempo. Mijn klasgenoten en ik verzonnen de vreemdste dingen om aandacht te trekken: een gek kaartje, een rookmachine, een performance, een megafoon, gratis drank. Eén meisje had zelfs koekjes gebakken. Het leek haast niet meer om het werk te gaan. Zonder dat we het zelf doorhadden waren we klaargestoomd voor de echte wereld, een wereld waarin de klant koning is en de toeschouwer verleid moet worden.

Negen seconden kijken

Het werk van Tino Sehgal is mij zo goed bijgebleven omdat het me verwarde en later, toen ik het begreep, werd ik er ongemakkelijk van. Dat is het mooie van goede hedendaagse kunst. Het kan iets in je omgeving aanstippen waar je daarvoor overheen keek. Maar om het commentaar in This is so contemporary te verstaan moet je thuis zijn in de hedendaagse kunstwereld. Ik vermoed dat de meeste geënquêteerden, bij het zien van dit werk, zich alleen maar gesterkt zouden voelen in hun bezuinigingsvoorstel.

In 2012 ontwikkelde cultuuradviseur Johan Idema een concept dat op dit probleem inspeelt. Wanneer bezoekers gevoed worden met informatie over het kunstwerk blijven ze er langer naar kijken. De truc is deze kennis zo aantrekkelijk mogelijk aan te bieden. Tijdens Museum Minutes konden bezoekers lopend op een loopband of vanuit een luie zetel naar kunst kijken. Via koptelefoons luisterden ze bijvoorbeeld naar een gesprek tussen een vader en twee kinderen (over een schilderij), een zenmeditatie of de muziek van DJ Sandeman. Boven elk schilderij tikte een digitale klok de seconden weg. Mensen keken inderdaad langer.

Illustratie: Romy Claessen

Op 29 november zal in de Stadsschouwburg Amsterdam een nieuwe vertaling van dit experiment worden gepresenteerd. In samenwerking met curator Nina Folkersma organiseert Johan Idema De Grote Kunstshow. Ondersteund door licht, geluid, interviews, drama en performance worden elf kunstwerken uit de Rabo Kunstcollectie gepresenteerd aan het publiek, dat in een halfronde arena-opstelling op het podium zit. In tegenstelling tot een museum waar je zelfstandig kunt ronddwalen, voert een theatershow je door een programma. De individuele ervaring is vervangen door een sociale. Je maakt deel uit van een publiek dat gezamenlijk naar een theatershow kijkt, een expositie die niet is opgebouwd uit witte ruimtes maar uit tijd-slots.

De Grote Kunstshow is een interessant experiment. Het levert bovendien commentaar op de appelmoestactiek die veel musea toepassen. In de Stadschouwburg worden de kunstwerken zelf als entertainment gepresenteerd. Krijgt de potentiële kunstkijker hiermee dan eindelijk waar hij stiekem altijd al van gedroomd heeft? En zal hij hierdoor meer van de kunst gaan houden? (cliffhanger)

Illustratie: Romy Claessen

Ik ben bang van niet. De schouwburg heeft een te hoge drempel om een publiek aan te trekken dat gewoonlijk niet naar musea gaat. Er is echter een oplossing die veel meer voor de hand ligt, en ik verbaas mij er telkens weer over dat die door culturele instellingen niet wordt opgepikt.

Festivalkunst

Nog voor er überhaupt over bezuinigingen in de culturele sector werd gesproken, kwam halverwege de jaren nul een nieuwe kunststroming op, die ik graag 'festivalkunst' zou willen dopen. De kunstwerken die onder deze noemer vallen, zijn in hun bestaan afhankelijk van het publiek. Ze zijn interactief of in ieder geval bewegelijk en reageren vaak op de toeschouwer. Een mooi voorbeeld is het sprookjesachtige Dune van Daan van Roosegaarde, waarbij een landschap van plastic stengels met ledlampjes in de toppen met lichtsignalen reageert op de geluiden en bewegingen van bezoekers.

Festivalkunst is niet aan een museum gebonden. In vergelijking met moderne en antieke kunst, is het minder kwetsbaar. Werk zoals de installaties van
Zoro Feigl vraagt erom in de publieke ruimte gepresenteerd worden, om zo een nietsvermoedende voorbij- of festivalganger tot kunstkijker te maken. Maar ook op traditionele locaties komt het tot zijn recht. Juist in een stille galerieruimte werken de installaties heel poëtisch en vervreemdend. Er hangt een enorme, zuchtende klaproos aan het plafond (Flow) of een vreemd klein machientje slingert een baan groen plastic door de ruimte (Detour). Dit soort festivalkunst kan de reguliere museumbezoeker (vrouw van pensioengerechtigde leeftijd) wakker schudden en een jong publiek verleiden om zich actief tot het kunstwerk te verhouden.

Detour. A long and winding road to nowhere in particular - Zoro Feigl.

Ook de Deens-IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson is bij uitstek een festivalkunstenaar. In 2005 toverde hij met Notion motion het Boijmans om tot een laboratorium voor lichteffecten. De toeschouwers liepen over een vloer met losse planken en zetten daarmee een schaduwspel van licht en water in beweging. Vijf jaar later liet Ai Weiwei miljoenen porseleinen zonnebloempitjes uitstorten over de Turbine Hall in het Tate Modern. Twee dagen lang mochten deze pitjes (die door Chinese arbeiders met de hand beschilderd waren) door bezoekers vertrapt worden, daarna besloot het museum dat het werk alleen nog bekeken kon worden. Het stof van het gebroken porselein zou een gevaar opleveren voor de gezondheid.

Festivalkunst zou een groot en gevarieerd publiek kunnen bereiken als het een podium kreeg

Festivalkunstenaars reageren met hun werk op de korte aandachtsspanne van het publiek. Ze doen geen aanklacht maar nemen de desinteresse serieus en formuleren antwoorden in grootse, verrassende en soms explosieve installaties. Het werk is misschien conceptueel niet bijster uitdagend, en soms puur op het effect ontworpen, maar de installaties grijpen je vast en laten niet meer los. Festivalkunst zou een groot en gevarieerd publiek kunnen bereiken als het een podium kreeg. Maar hoewel de grote voorbeelden veilig binnen de collecties van het Stedelijk, Tate en het MoMA huizen, wordt er in Nederland maar bar weinig werk van opkomende kunstenaars gekocht. Musea en instellingen wenden zich - even populistisch als politici - liever tot grote, gevestigde namen. Vervolgens wordt die kunst geserveerd met een sausje van BN’ers en entertainment om mensen te verleiden een veilige expositie te bezoeken, en dat maakt de sector zo rot.

Notion motion - Olafur Eliasson.
Foto: Museum Boijmans van Beuningen, Hans Wilschut

Natuurlijk zijn sommige hedendaagse kunstwerken ontoegankelijk en misschien zelfs elitair en zullen zij nooit door het grote publiek omarmd worden. Maar dat is juist hun kracht, kunst moet verrassen, ook binnen een niche. Wanneer kunstenaars alleen nog maar werk zouden maken dat voldoet aan de smaak en intelligentie van de gemiddelde Nederlander dan zou dat ongelooflijk saaie, voorspelbare kunst opleveren. Maar, net als groenten moet je wel van jongs af aan met kunst in aanraking komen om het te leren waarderen. Op dit moment is er in Nederland een heel grote groep die het contact met kunst totaal verloren is, en voor velen van hen komt dat waarschijnlijk niet meer goed. Juist daarom moet de culturele sector uitgaan van de kracht van kunst en niet van het sausje dat eroverheen gegoten wordt. Weg met appelmoes en terug naar het pure product, wat eten betreft zijn we aan dat idee allang gewend. Nu moet Nederland opnieuw leren kijken naar kunst. Festivalkunst lijkt me een uitstekend gerecht om mee te beginnen.

Mail

Maartje Smits Maartje Smits is schrijvend detective en imker. In 2015 verscheen haar dichtbundel Als je een meisje bent bij uitgeverij De Harmonie.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Meisjes

Meisjes

Op een dag krijgt een jonge vrouw de vraag om voor een standbeeld te zorgen. Samen met haar botte schaar vertrekt ze naar het bos. In dit verhaal onderzoekt Mei-yun Boswinkel de spanning tussen het strakke keurslijf van de middelbare school en het verlangen naar een ongedwongen ruimte. Lees meer

Auto Draft 21

Zomergast Nasrah Habiballah houdt koppig de handrem erop: 'Het gaat niet om mij'

Lies Defever ziet hoe Nasrah Habiballah in het laatste seizoen van Zomergasten drie uur lang strategisch de handrem aangetrokken houdt. Via fragmenten van anderen zien we haar liefde voor de wereld om haar heen, maar zelf blijft ze vooral ongrijpbaar. Koppig lijkt ze vast te houden aan dat wat goede journalistiek in principe zo belangrijk maakt: jezelf telkens opnieuw proberen aan de kant te zetten. Lees meer

De uitgevers geven het stokje door

De uitgevers geven het stokje door

Lisanne Brouwer vertrekt naar theatergezelschap PS Vertelt en geeft na jaren toewijding het stokje als uitgever door aan Josje Kerkhoven: lees hier het gesprek waarin ze terugblikken op Lisannes tijd en vooruitkijken naar Josjes plannen. Lees meer

Vruchtvlees

Ontuig

Een ik verkent nieuwsgierig diens pulserende vleeslichaam, trekt zich terug in de kieren van hun zijn en vergroeit tot een thuis. Moni Zwitserloot onderzoekt met behulp van bodyhorror-ervaringen en relaties die buiten het menselijke liggen. Lees meer

:Meta x Kylie Jenner: hoe vrouwen het verdienmodel zijn van mannen ten koste van vrouwen

Meta x Kylie Jenner: hoe vrouwen het verdienmodel zijn van mannen ten koste van vrouwen

In haar column onderzoekt Loïs Blank hoe smart glasses, AI-assistenten en marketingcampagnes laten zien dat technologische vooruitgang vaak leunt op de lichamen, stemmen en veiligheid van vrouwen. Waarom blijven juist mannen het meeste verdienen aan een systeem dat zo afhankelijk is van vrouwen? Lees meer

:Archieven van West-Papua: Over narratieven, liederen en wat als kennis telt

Archieven van West-Papua: Over narratieven, liederen en wat als kennis telt

Wanneer haar opa na vijftig jaar terugkeert naar zijn geboorteland, realiseert Julia Jouwe zich pas hoezeer het ontbreken van West-Papua in het collectieve geheugen van Nederland invloed op haar heeft. Lees meer

CLICKBAIT

CLICKBAIT

Een vrouw filmt zichzelf 24/7 en laat haar acties bepalen door wat anonieme usernames vertellen. In de fysieke wereld heeft ze bijna niets, online heeft ze duizenden fans die haar aanbidden. Hoe kun je macht vinden in kwetsbaarheid? Ankie Klut onderzoekt de grens tussen het verlangen om gezien te worden en de behoefte om jezelf te verbergen achter een digitaal masker. Lees meer

Zien is beminnen 1

Een pluchen harnas

Aan de hand van een berenjas, het COC, een appelgroene broek, non-binair zijn en een rode cabrio neemt Tom Kniesmeijer je mee in de kronieken van zijn eigen genderbeleving. Lees meer

:Met stiekem ‘gay’-gedrag heeft de manosphere niets te maken

Met stiekem ‘gay’-gedrag heeft de manosphere niets te maken

'De manosphere zal niet worden ontmaskerd als we haar van een soort stiekeme homoseksualiteit betichten, maar wel door nauwkeurig te kijken hoe ze werkt en deze manieren van competitie en erkenning te ontmantelen.' Lars Meijer deelt zijn reactie op de column van Marthe Bronkhorst over de manosphere. Lees meer

Als ik Nederland in één woord kon opsommen, zou het dit zijn 1

Als ik Nederland in één woord kon opsommen, zou het dit zijn

Marthe van Bronkhorst sonjabakkert langs de geest van Nederland. 'De drie-eenheid bedrog, bedrijven, en een schijnheilige geest lijkt een patroon in de Nederlandse volksaard.' Lees meer

Zien is beminnen

de bank en de schoot

In deze twee gedichten neemt Sophia Blyden je mee terug naar de jaren negentig en naar de warmte van de schoot van je geliefde. Ze liet zich voor deze gedichten inspireren door twee werken in Museum Arnhem. Lees meer

Zien is beminnen 2

Zien is beminnen

Olave Nduwanje besteedt uren met haar lichaam, kijkt beminnend, en deelt haar ‘poreuze plooien, tastbare rondingen, vochtige openingen, en ademsnakkende lediging’ met anderen. Dit lukt haar nu, na dertig jaar, door haar realiteit te analyseren, in de spiegel te kijken en door porno te maken. Lees meer

Oproepbeeld voor ons jubileumnummer BUBBELS, het tiende nummer van Hard//hoofd Magazine!

Oproep voor inzendingen voor ons jubileumnummer BUBBELS – het tiende nummer van Hard//hoofd Magazine!

Hoe bubbelig voel jij je? Stuur vóór 1 september je pitch in en draag met een (beeld)verhaal, essay, poëzie of kunstkritiek bij aan het magazine BUBBELS! Lees meer

Kunnen we even kappen met al dat normactivisme? 1

Kunnen we even kappen met al dat normactivisme?

Loïs Blank ziet een verschuiving in wat er wordt geroepen in columns, aan talkshowtafels en op sociale media. In haar column onderzoekt ze de opvallende drang om het huwelijk, heteroseksualiteit en zelfs het willen hebben kinderen te verdedigen. Wordt de norm daadwerkelijk bedreigd, of is ze gewoon snel geïntimideerd? Lees meer

Auto Draft 17

Gemarginaliseerde Heiligdommen

Hoe bouw je een heiligdom voor mensen die in de fysieke wereld zelden een monument krijgen? Ida Hondelink bespreekt de indie videogame Plum Road Tea Dream die iets heel bijzonders biedt; een plek van herinnering, herdenking en vruchtbare grond voor intieme gesprekken over queer en van kleur zijn. Lees meer

Shirin Abedi maakt een kunstwerk voor onze kunstverzamelaars: ‘Ik wil de poëzie laten zien die naast de politieke werkelijkheid bestaat’

Shirin Abedi maakte het kunstwerk voor onze kunstverzamelaars: ‘Ik wil de poëzie laten zien die naast de politieke werkelijkheid bestaat’

Als dank voor je investering in de toekomst van onafhankelijke kunst en cultuur ontvang je één of twee keer per jaar een kunstwerk van een veelbelovende maker. Binnenkort valt een kunstwerk van fotograaf Shirin Abedi op de mat bij onze kunstverzamelaars. Welke dat precies is, blijft nog even geheim, maar in gesprek met kunstcurator Sander Bortier vertelt Abedi over haar blik op solidariteit, diaspora en de kracht van beelden die ruimte maken voor nuance. Lees meer

Out-of-office-reply

Waarom iedere Nederlander een ton moet krijgen

Marthe van Bronkhorst is momenteel afwezig en kan haar mail niet beantwoorden. Dit wil ze nog doorgeven: Lees meer

Dit maakten onze 1.700 kunstverzamelaars mogelijk in 2025 1

Dit maakten onze 1.700 kunstverzamelaars mogelijk in 2025

Kunstverzamelaars dragen bij aan onze missie om nieuw talent te ondersteunen en een vrije ruimte te bieden. We leggen graag uit hoe we de donaties in 2025 hebben besteed. Lees meer

Over hoe je echtheid kan dragen

Over hoe je echtheid kan dragen

Leren riempjes die uitdagend uitsteken, of juist veilig verstopt tussen sokken in een mandje. In dit essay reflecteert Imme van Zuilekom op de strapon: die zowel zachtheid, hardheid en samenzijn bevat. Lees meer

Auto Draft 16

Weer thuis voelen in een wegwerpwereld

Onderzoeksprogramma Reparatie Remise vroeg schrijvers, kunstenaars en denkers te reflecteren op reparatie als culturele, sociale en politieke praktijk. In dit essay onderzoekt Lieke Knijnenburg wat het betekent om zorg te dragen voor spullen in een wereld die draait op snelheid, vervanging en voortdurende vernieuwing. Lees meer