Illustratie: Floris Solleveld

Kunstenaars veranderen in creatieve ondernemers, maar kunnen nog steeds niet zonder bijbaan." />

Illustratie: Floris Solleveld

Kunstenaars veranderen in creatieve ondernemers, maar kunnen nog steeds niet zonder bijbaan." />
Asset 14

Kunst in de sushibar

Terwijl beleidsmakers vooraan staan om het belang van de 'creatieve industrie' te benadrukken en er rapporten over worden volgeschreven, zien veel kunstenaars zich nog steeds genoodzaakt zich in leven te houden met baantjes die niets met creativiteit te maken hebben. Wie profiteert er nu eigenlijk van de vercommercialisering van de kunstsector?

Homo's en tandartsen

In musea en kunstboekhandels is een oranje boekje te koop met “adviezen voor de beginnende kunstenaar”. Daarin staat bijvoorbeeld de tip: “Maak kunst voor homo’s. Die hebben een goede smaak, veel geld en geen kinderen om het aan uit te geven.” Daarnaast vind je het voorbeeld van een kunstenares die aan tandartsen gevraagd heeft wat voor kunst zij in hun wachtkamers zouden willen. Dat bleken semi-abstracte, fleurige doeken te zijn, daar worden patiënten lekker rustig van, dus die is ze vervolgens gaan maken om haar vrije werk mee te bekostigen.

Sarcasme? Eerder zelfspot. Niemand gaat naar de kunstacademie met het idee om later kunst voor homo’s en tandartsen te maken. Maar het is beter dan bijbeunen in de sushibar. (‘Sushibar’ staat hier voor alle baantjes die kunstenaars doen om zichzelf in leven te houden.) Het oranje boekje zou een stuk minder grappig zijn als het niet de realiteit was.

De houding van kunstenaars ten aanzien van ‘de markt’ is veranderd. Vrijwel niemand neemt nog aanstoot aan de adviezen in het oranje boekje. Sterker nog, mensen kopen het. Daaruit blijkt niet alleen dat het taboe op ‘werken voor de markt’ verdwenen of aan het verdwijnen is, maar ook dat kunstenaars hun werk in toenemende mate als just another job zien. Grappen over kunst voor homo’s en tandartsen zijn de kantoorhumor van de kunstwereld. Je kunt er niet tegen vechten, dus je moet er maar mee leren leven.

Illustratie: Floris Solleveld

Bloedeloos manifest

Terwijl het gesubsidieerde culturele bestel wordt afgebroken, heeft het kabinet de ‘creatieve industrie’ bestempeld als één van de negen topsectoren voor gecombineerd economisch, cultureel en onderzoeksbeleid. Op 17 juni presenteerde de Topraad voor deze Topsector haar Toprapport Creatieve Industrie in Topvorm, dat pleit voor de oprichting van een Creatief Topinstituut, een Instituut voor de Creative Industrie, een Dutch Creative Industries Council en het herdopen van de bestaande kunstfondsen in een Fonds voor de Creatieve Industrie. Bij elkaar zeker vier nieuwe instituten, en zelfs de belofte van extra geld. Dat is natuurlijk helemaal top (een jaar of wat geleden heette het nog ‘excellent’), maar al die topterminologie kan niet verhullen dat in feite een nieuw soort culturele infrastructuur wordt voorgesteld die onder het mom van ‘vrije markt’ veel sterker gepolitiseerd is dan het oude bestel.

Beleidsmakers zijn dol op de creative industries. Zo nodigde de Europese Commissie in 2009 een club culturele bobo’s uit – onder wie Rem Koolhaas, Eduard de Bono, Philippe Starck en Richard Florida – om voor het Europese Jaar van Creativiteit en Innovatie een Manifesto on Creativity and Innovation te schrijven. Het resultaat kwam vrij letterlijk overeen met de beleidsrichtlijnen van de opdrachtgever. Ieder gehucht en iedere uithoek noemt zichzelf tegenwoordig een creative city of creative region en de UNESCO onderscheidt zelfs ‘UNESCO Cities of Design’. Verder kent hogeschool ArtEZ een lectoraat om “ondernemerschap binnen de culturele sector te stimuleren”, de Hogeschool voor Kunsten Utrecht een volledige faculteit voor Kunst en Economie, en adviseert de commissie-Dijkgraaf dat “studenten moeten worden toegerust als cultureel ondernemer en voor nieuwe functies in de creatieve industrie". Als zoveel mensen betaald worden om te zeggen dat iets goed is, is wantrouwen op zijn plaats.

Betrekkelijke armoede

Allereerst het goede nieuws. Kunstenaars en designers zijn inderdaad een ondernemend volkje: 56 procent begint voor zichzelf, meer dan in enige andere sector. Ze experimenteren met nieuwe vormen van kunstenaarschap en presentatie, gaan op zoek naar nieuw publiek en storten zich op nieuwe technologieën en nieuwe media (het rapport-Dijkgraaf spreekt, met een huzarenstukje bureaucratenpoëzie, over “een performance op duizend podia”). Ook werken kunstenaars en designers in toenemende mate op het snijvlak van disciplines en worden ze door de technische complexiteit daarvan gedwongen tot samenwerken en planmatig denken.

Ook dringt design dankzij bedrijven als HEMA en Apple op steeds meer plekken door en wordt een alsmaar groter deel van onze leefwereld ‘ontworpen’; dankzij grootschalige urban regeneration programma’s worden oude melkfabrieken, gashouders en pakhuizen getransformeerd tot hippe restaurants, culturele broedplaatsen en bedrijfspanden. Je zou wel gek zijn om daar tegen te zijn.

En nu het slechte nieuws. Al die verworvenheden komen voornamelijk de yuppen die het consumeren ten goede. Een paar culturele ondernemers schoppen het zelf ook tot yuppen; de rest lijdt een niet per se beklagenswaardig, maar ook niet per se benijdenswaardig bestaan als ZZP’er. De ‘armoede’ van jonge kunstenaars is betrekkelijk: hun startersinkomen is lager dan in enige andere sector, maar ze hebben wel allemaal een iPhone en een MacBook. (“Zie ik er uit alsof ik iets tekort kom?” vroeg een jonge theatermaakster, correctie: artistiek directeur van haar eigen start-up productiehuis, met een WWIK-uitkering.)

Maar bestaanszekerheid is er niet. Beginnende designers en illustratoren doen vaak jarenlang klusjes voor weinig of niets, in de hoop ergens poot aan de grond te krijgen. Zonder WWIK en startersstipendia krijgen de meeste ‘jonge creatieven’ hun eenpitsbedrijfjes niet van de grond. Zolang die bedrijfjes echt een dienst of een product verkopen kan dat nog ondernemersrisico genoemd worden, maar in de beeldende kunst en de podiumkunst heeft dat geroemde ondernemerschap meer het karakter van 'marktje spelen'. Want of het nou de overheid, een mecenas, het publiek of de kunstenaar zelf is, er is altijd iemand aan het potlatchen.

Blauwdruk voor namaakmarkt

Ondertussen heeft het kabinet de topadviezen in verdunde vorm overgenomen. Is dat goed nieuws? Ten eerste gaat het grotendeels om het herschikken en herlabelen van bestaande potjes. (Zelfs met geld uit ontwikkelingshulp, onder het mom van 'internationalisering'.) Ten tweede plant het instituten die hetzelfde doen als de sectorinstituten en productiehuizen nu, maar dan op een ander terrein en met een andere insteek (en met minder geld dan bepleit). Ten derde verandert het subsidies in leningen. En ten vierde repliceert het vooral het model dat nu al in het Verenigd Koninkrijk bestaat, waar sinds New Labour een wildgroei is geweest van creative councils, creative programmes, rapporten over de creative sector en bedrijfsmatig opererende semi-overheidsinstellingen waar managers zichzelf ‘marktcourante’ beloningen toekennen. Alsof er niks geleerd is van eerdere privatiseringen in de zorg en op het spoor, wordt er een blauwdruk gegeven van een namaakmarkt, waarin het bedrijfsmodel van webdevelopers, computerspellenbouwers, architecten- en reclamebureaus op de gehele ‘creatieve sector’ moet worden toegepast. Het goede nieuws is dat de rest van Europa hetzelfde voorbeeld volgt en de kunstenaars dus niet achter zullen blijven als eenzame idioten in de sushibar.

Bij de voorstellen voor gemeentelijke kunstaankopen (Stedelijk Museum, 2007) hing het eindwerk van een ontwerpster die verschillende toekomstscenario’s voor zichzelf had uitgetekend, met bijpassende kleding en dieet. Zo was ze daar als creatieve zakenbitch met mantelpak, “a yuppie boyfriend“, “mainly lives on fastfood“; als über-arty stage designer voor theaters en balletten, “boyfriend: a critic/curator“, “too many drinks and microwave dinners“; en als angstscenario: “still works in the sushi bar“, shirt en spijkerbroek, “no boyfriend“.

Ja, de sushibar! Overal waar creatieve ondernemers actief zijn, rijzen de sushibars als paddenstoelen uit de grond. Net als design is ook sushi voor meer en meer mensen betaalbaar geworden: een sophisticated en gezond soort fastfood, snel naar binnen te werken voor een meeting of tussen twee hippe clubs door. (Vergeet de tonijnen.) Maar werken in een sushibar, vertellen meerdere ervaringdeskundigen mij, is gewoon slecht betaald rotwerk.

De pijnlijke realiteit is dat de ‘creatieve sector’ niet kan bestaan zonder de sushibar. Wie er van profiteert zijn de bedenkers van I Amsterdam, de auteurs van Manifesto on Creativity and Innovation, de homo’s en tandartsen, de klanten van de sushibar. Het is, inderdaad, just another job.

Mail

Floris Solleveld is Hard//hoofd-redactielid en overdag historicus en filosoof. Tussendoor tekent hij met inkt en penseel en schrijft over interdisciplinaire podiumkunsten. Of over politiek. Soms ook poëzie.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer