Asset 14

Zweet en schaamte

Niemand wil gezien worden met zweetplekken onder de oksels. Maar waarom doen we daar eigenlijk zo ontzettend moeilijk over? Emy verkent het taboe.

"Heb jij toevallig een deodorant bij je die je gewoon laat zweten?" Ik had niet gedacht dat ik zoiets ooit nog zou vragen. Vanaf de middelbare school had ik een strijd gevoerd tegen zwetende oksels, die nu eindelijk beslecht leek in mijn voordeel: ik had de perfecte deodorant gevonden. Niet alleen hield ‘ie mijn oksels kurkdroog, hij was ook nog eens van de natuurwinkel, wat (wetenschappelijk gezien ongefundeerde) angsten over het verband tussen antiperspirantgebruik en kanker suste: iets van de natuurwinkel moet wel gezond zijn. Maar na een week op vakantie in Italië voelde het tegennatuurlijk en onnodig om niet te zweten. Het voelde onmenselijk. Ineens vroeg ik me af: waarom doen we zo ontzettend moeilijk over zweetplekken in t-shirts, truitjes en overhemden?

Stom genoeg had ik me dat nooit eerder serieus afgevraagd, terwijl mijn eigen zweettaboe compleet sociaal geconditioneerd is. Ik voel geen fysieke afkeer als ik zweetplekken bij iemand zie, maar ik kan me wel levendig momenten herinneren dat een klasgenoot me op zweetplekken bij een leraar wees en daarbij een geluid als "ieuw" of "getver" uitstootte. Dat lag niet aan de geur (er viel niets te ruiken), het lag puur aan het feit dat het textiel verraadde dat de oksels van de leraar vochtig waren. Oké, registreerde ik: natte oksels = reden om uitgelachen te worden, ten alle kosten natte oksels voorkomen.

Het taboe op zweten is zo algemeen dat een internetzoektocht naar ‘sweating’ en ‘taboo’ talloze verschillende tips oplevert om van je zweterigheid af te komen. Slechts één iemand die zich afvraagt waarom we zweet eigenlijk erg vinden en geen enkel antwoord op die vraag (gelukkig wel wat mensen die benadrukken hoe gezond zweten is).

Dan dus maar een kleine eigen analyse. Als je bedenkt welke vormen van zweet we niet of niet zo erg vinden en welke we vreselijk vinden (zie: Tabel 1), komt er snel een patroon naar voren. Het is slechts onder een beperkt aantal condities sociaal geaccepteerd om te zweten: fysieke inspanning en hitte van buitenaf. Seks vormt nog een tussenconditie, waarbij een beetje zweten voor veel mensen opwindend zal zijn, maar gedruppel en gespat naar het onacceptabele neigt. Neigt, zeg ik, want zolang je niet in de porno-industrie werkt en geen wetten overtreedt hoeft zoiets pietluttigs als overdadig zweten geen probleem te zijn, als je maar iemand weet te vinden die jouw lichamelijke eigenaardigheden juist charmant vindt of op z’n minst vergeeft (en wat is liefde anders dan iemands lichamelijke eigenaardigheden charmant vinden of op z’n minst vergeven).

Een bioloog zou hierbij nog een verhaal kunnen ophangen over apocriene en eccriene zweetklieren: apocriene zweetklieren worden pas actief in de puberteit en mondden uit in haarzakjes. Zij bevinden zich dan ook voornamelijk rond je geslachtsorganen en in je oksels. Misschien dat die associaties met geslachtsrijpheid en haar op gekke plekken - het verlies van kinderlijke onschuld - op enig niveau bijdragen aan het vies vinden van okselzweet, of zelfs aan het vies vinden van oksels. Daarvan zou ik zeggen: zet je eroverheen, een oksel is geen geslachtsdeel (behalve in films van David Cronenberg).

Ik ben ervan overtuigd dat als ik geen sociale normen had meegekregen, ik de zwetende man in de sauna vele malen viezer zou vinden dan de enthousiaste professor met de zweetplekken in zijn overhemd. In het gevaporiseerde zweet van die eerste man ga jij vervolgens zitten stomen. Met een beetje pech zit hij ook niet helemaal op zijn handdoek en kruipt zijn balzakzweet in de houten bankjes. En die man zweet vanuit al zijn zweetklieren, excessief, tot hij bijna niet meer kan zweten. Maar we hebben afgesproken dat dat zweet schoon is, dus gaan we maar weer rustig zitten op onze eigen natte handdoek.

Dat we ‘ieuw’ roepen bij de bezwete professor komt onder andere door Descartes en het dualisme. Descartes verkondigde in het midden van de zeventiende eeuw dat de geest of ziel een immateriële substantie is, en dat de pijnappelklier bemiddelt tussen deze ziel en het lichaam. Intelligentie hoorde volgens Descartes wel bij de hersenen, en die maakten voor hem toch echt deel uit van dat lichaam, maar het contrast  tussen de hoge zetel van de ziel en het lage aardse lijf was wat we tot op vandaag van zijn splitsing hebben onthouden. Bovendien stelde Descartes met ‘ik denk dus ik ben’ intellectuele bezigheden boven fysieke  bezigheden (hij was daarin niet de enige, maar hij verzon wel de beste slogan).

Illustratie: Lisa-Marie van Barneveld

Denken slaan we over het algemeen hoger aan dan bewegen. We kunnen Sven Kramer nog zo bewonderen, die bewondering gaat niet zo diep als die voor Stephen Hawking. Maar denken hoort wel een schone bezigheid te zijn. Degene die met zijn hoofd werkt in plaats van met zijn handen mag niet zweten, want we willen niet herinnerd worden aan het feit dat hij een lichaam heeft. Hij is een brein op een verder irrelevant onderstel (noem het een stokje, noem het wat je wil, het doet er niet toe, hij is zijn brein). Als we bewegen zijn we ons lichaam, als we in de zon liggen of in de sauna zitten zijn we ons lichaam, maar als we voor de klas staan of een artikel schrijven achter onze laptop zijn we ons brein. Ons brein is verheven, rationeel, zweetloos. Als we in onze rationele activiteiten zweten is er slechts één verklaring: gespannenheid. De president, de directeur, de natuurkundeleraar: als zij zweten is voor iedereen zichtbaar dat het stresskippen zijn, angsthazen, neuroten. Ze zijn, letterlijk, niet cool.

Zo rollen we van het ene taboe in het andere, want waarom mogen we niet gespannen en neurotisch zijn? Zonder gespannenen en neuroten was er veel minder schoonheid en techniek in de wereld, van Van Goghs zonnebloemen tot Jobs’ apple. Zonder gespannenen en neuroten zouden we wellicht nooit weggerend zijn voor alle beesten die ons op wilden eten en zouden we binnen een generatie uitgestorven zijn. Zonder gespannenen en neuroten valt er ook veel minder te lachen. Ik zou hier graag een link posten naar een geweldige sketch over okselvlekken van een heel neurotische komiek, maar als zo’n sketch al bestaat, kon ik ‘m op YouTube niet vinden. Terwijl dat gelijk de beste tip is voor wie vindt dat zijn zweet te zichtbaar is: lach erom.

Wij zijn niet van plastic, wij zijn veredelde apen. Wij zijn nerveus en wij zweten. Het meeste van wat wij doen is belachelijk. Wij hebben gekke, groteske lichamen, die van alles doen wat we zelf liever niet zo bedacht hadden, maar ja, wij zijn nu eenmaal niet alleen ons brein, wij zijn ook onze oksels.

Laat maar zien, die zweetplekken!

Mail

Emy Koopman Emy Koopman is schrijver en was jarenlang Hard//hoofd-redactielid. Ze debuteerde in 2016 met de roman Orewoet.

Lisa-Marie van Barneveld is editorial illustrator. Ze houdt van korte deadlines en moeilijke onderwerpen. Haar geheime superkracht is meer verf op haar handen/kleren/tafel/kat krijgen dan op het papier.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Na een paardentocht in Kirgizië wordt voor Jip van Steenis duidelijk dat haar connectie met gids Sultan een andere wending nam dan ze had verwacht. Wat gaat er allemaal verloren in de interculturele vertaling wanneer je als toerist een band opbouwt met iemand in het buitenland? En hoe begeef je je in deze heteronormatieve dynamiek als biseksueel, in een land waar je niet queer mag of durft te zijn? Lees meer

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Janine Abbring begint het gesprek met de woorden: “Je bent de afgelopen paar jaren veelvuldig bekeken door andermans ogen, maar vanavond kies jij de beelden.” Dat zet meteen de toon, maar roept ook de vraag op: zal doorgewinterde diplomaat Sigrid Kaag, met haar altijd politiek correcte antwoorden, het achterste van haar tong laten zien, of... Lees meer

Dingen die ik nooit gedaan heb

Dingen die ik nooit gedaan heb

Op een warme avond in een koele loods loopt een jonge vrouw een bekende professor tegen het lijf. Met de geur van opgedroogd zweet en de aanblik van een duur kapsel neemt Faye Schumacher ons mee in een ontmoeting tussen Vanessa en Meneer de Professor. Lees meer

:Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Tommy Wieringa verleidt je op fantastische wijze om samen met hem een doodlopende steeg in te lopen. Met een lach en een handig gebaar wijst hij de kijker op de fonkelende scherven onder ieders voeten. 'Er is nog heel veel te redden.' Lees meer

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

'Een uitvaart is toch meer voor de nabestaanden.' Steef probeert zichzelf een houding te geven wanneer ze hoort dat haar vervreemde zus is overleden. Nadine Ronde neemt je mee in de eerste stadia van het rouwproces dat begint met een ongemakkelijk potje airhockey, een Super Mario PEZ-dispenser en gesprekken over de prijsstijging van komijnekaas. Lees meer