De man in de juten zak roept herinneringen op aan erotische poëzie in het reptielenhuis. " />

De man in de juten zak roept herinneringen op aan erotische poëzie in het reptielenhuis. " />
Asset 14

De meterkast

De lange man die uit de zak gekropen kwam leek in de verste verte niet op Rupert, al was het maar omdat hij zeker een kwart eeuw ouder moest zijn. Toch kwam zijn rood aangelopen gezicht mij wel degelijk bekend voor. Hij had het duidelijk benauwd gehad, de glazen van zijn montuurloze bril waren helemaal beslagen. ‘Wat zijn dit voor praktijken?’ proestte hij, terwijl hij met zijn handen zijn stropdas glad streek. Ik keek Balthasar verbaasd aan, die vol trots terugkeek. ‘Dit is Rupert helemaal niet,’ piepte ik. ‘Jawel,’ zei Balthasar geruststellend, ‘je hebt hem gewoon lang niet meer gezien.’

Het was waar dat ik Rupert lang niet meer gezien had. De laatste keer dat ik mij in zijn gezelschap bevond was in Artis, waar we erotische gedichten zouden gaan schrijven in het reptielenhuis. We spraken regelmatig af om poëzie te produceren op plekken waar dat niet voor de hand lag, zoals bij de zuivelproducten in een Albert Heijn, of onder de tijdschriftentafel van een kapsalon. Zo dachten wij de talrijke clichés die het leven rijk was te kunnen omzeilen en daadwerkelijk tot iets te komen wat voorheen niet bestaan had. Nadat we naar onze smaak genoeg gedichten geschreven hadden, scheurden we ze uit ons notitieboekje en aten ze op. Zo werd dat wat nog niet bestaan had een deel van onszelf en verdween uiteindelijk in de riolering, dat machtige netwerk dat alle mensen met elkaar verbindt. Als we niet spijbelden zaten Rupert en ik papierscheten te laten in de klas. We wilden luchtig leven, maar onze ambities lagen zwaar op de maag.

Het reptielenhuis bracht geen erotische gedichten. Rupert had kaaskoekjes meegebracht, maar ik had geen trek. De eindexamens stonden voor de deur en ik had het gevoel te veel tijd te hebben verdaan met verzinsels die voor dromen door moesten gaan. Rupert vond schoolwerk een belediging voor het intellect. Hij accepteerde mijn stemming niet en probeerde een kaaskoekje in mijn mond te duwen. Ik wilde hem zacht in de maag stompen, maar bleek mijn kracht te onderschatten. Rupert viel achterover en botste tegen het informatiebord van de Natrix Tessellata. Van achter het glas viel geratel en gesis te horen. Ik boog mij over Rupert, om te zien hoe hij neergekomen was. ‘Sorry Rup, dat was echt niet de bedoeling,’ zei ik zacht. Tot mijn schrik zag ik dat hij tranen in zijn ogen had. We probeerden altijd de gevoelige jongens uit te hangen, maar hadden elkaar nooit zien huilen. ‘Verrader!’ brulde hij en stak een middelvinger naar mij op. ‘Je maakt alles kapot wat nog niet bestaat!’ Ik wist niet goed wat ik moest denken, laat staan zeggen. Niemand had nog aandacht voor de reptielen, alle ogen waren gericht op ons. Reptielenhuizen zijn weinig erotisch, weinig poëtisch. Eigenlijk zijn ze alleen maar tropisch warm.

De volgende dag zat Rupert niet in de klas en ook de daarop volgende dagen verscheen hij niet. Zijn telefoon beantwoordde hij niet, zijn deur deed hij niet open. Hij leek van de aardbodem verdwenen te zijn. Op een dag vertelde onze wiskundeleraar dat Rupert verhuisd was naar Almere-Buiten. Hij had een kaart bij zich die Rupert aan de klas geschreven had. Op de kaart stond ‘groeten uit Almere-Buiten’. Achterop de kaart stond: ‘Dank voor een fijne schooltijd. Ik zal jullie missen.’ Ik zag dat het handschrift niet van Rupert was. Het leek meer op dat van de wiskundeleraar.

Balthasar had een spuit uit zijn zak gehaald en stak de naald in de arm van de man die niet op Rupert leek. ‘We willen natuurlijk niet dat hij te actief wordt,’ zei Balthasar en gaf me een knipoog. ‘Dat is Rupert helemaal niet,’ piepte ik nog een keer. Ik haalde diep adem, in een poging mijn stem te verheffen. ‘Wie is dat en waar heb je hem vandaan gehaald?’ bulderde ik, bijna zoals Rupert acht jaar geleden in het reptielenhuis gedaan had. Balthasar’s glimlach verdween. ‘Ik doe nog een keer wat voor je, jongen. Maar jij mag dan ontevreden zijn, Bubbeltje is misschien wel hartstikke blij met een speelkameraad.’ Opeens dacht ik aan Annika. Zij kon elk moment terugkomen van haar etentje. Wat zou zij ervan vinden dat er een ontvoerde man op onze vloer lag? ‘Ze went er wel aan, aan mij is ze zich ook gaan hechten,’ zei Balthasar, alsof hij mijn gedachten las. ‘Maar we moeten hem natuurlijk wel netjes aan haar introduceren, dat ze niet te veel schrikt. Laten we hem tijdelijk even opbergen.’ Balthasar pakte de schouders van de hevig snurkende man en sleepte hem de woonkamer uit. Toen de man over de drempel werd getrokken zakte het brilletje van zijn neus. Balthasar schoof de bril weer terug en sleepte het lichaam verder. ‘Waar ga je naartoe?’ riep ik Balthasar achterna. ‘Wat denk jij nou?’ riep hij terug, terwijl hij de deur opendeed. ‘De meterkast natuurlijk.’

Toen Annika thuiskwam, waren alle sporen gewist van wat er die avond gebeurd was. De fotoboeken zaten weer in het kastje, in dezelfde volgorde als ik ze eruit had gehaald. Ik zat op de poef en staarde uit het raam. Balthasar bevond zich op de bank en breide fluitend een trui. Annika kwam vol enthousiasme binnen. Ze had een goede avond gehad en veel zwangerschapstips uitgewisseld met haar vriendinnen die allemaal reeds bevallen waren. ‘Wisten jullie dat een emmertje bietensap onder je bed hét recept is tegen tepelkramp?’ zei ze glunderend. Toen begon het gestommel. ‘Wat is dat?’ vroeg Annika verbaasd. ‘Vast de buren die een tafel verplaatsen,’ zei ik gauw. Maar Annika was al opgestaan en liep naar de bron van het steeds luider wordende gestommel en geklop. Uit de gang klonk nu ook een stem die zachtjes ‘hellûp! hellûp!’ zei. ‘Blijkbaar heb ik de dosis toch verkeerd berekend, nu hebben we hem niet kunnen introduceren,’ fluisterde Balthasar mij toe. ‘Dit is een ramp!’ snauwde ik terug. ‘Waarom heb ik jou ooit mee naar huis genomen?’ Toen kwam Annika terug de kamer ingelopen met grote, heel grote ogen. ‘Kan iemand mij misschien vertellen,’ zei ze op ingehouden toon, ‘wat Maxime Verhagen in onze meterkast doet?’

- Wordt vervolgd... -

Mail

Kasper van Royen is Hard//hoofd-redactielid, is naast vader ook filosoof, ex-docent, ex-dichter, ex-echtgenoot, popfetisjist en postbode.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer