Asset 14

Open einde

De dag dat ik besluit te stoppen met schrijven word ik met een anoniem nummer gebeld door ene Freek. 'We kennen mekaar wel,' zegt hij. 'We hebben colleges samen gevolgd.' Hij spreekt 'colleges' uit alsof het geheime bijeenkomsten waren, waar vooral geen verdere woorden aan mogen worden vuilgemaakt. 'Natuurlijk ken ik je,' lieg ik, 'hoe is het ermee?' 'Uitstekend,' zegt hij, 'maar laten we meteen ter zake komen: kunnen wij elkaar vanavond ontmoeten?' Er gaat een rilling door me heen. Dit is een gesprek zoals je die normaal alleen in films ziet. Ergens heb ik het gevoel dat ik mijn hele leven op dit telefoontje heb zitten wachten, dat alles wat hieraan vooraf ging een oefening was voor dit moment. 'Waar?' vraag ik zakelijk. 'Café 't Pimpeltje, hoek Brandnetelgracht – Enge Kaassteeg, tien over acht,' zegt hij en verbreekt de verbinding.

In het café is het doodstil. Er hangen groen gehaakte kleedjes over de tafels, waarop antieke lampen staan die de ruimte in een zachte gloed doen hullen. Bewegingloos sta ik in de deuropening tot mijn ogen eraan gewend zijn. Dan zie ik een lange gestalte in een hoek naar mij wenken. Terwijl ik naar hem toe loop probeer ik hem te herkennen, maar hij komt me op geen enkele manier bekend voor. Hij zit achterover gezakt met zijn handen achter zijn hoofd, alsof hij daar al uren zit. En dat terwijl ik toch maar vier minuten te laat ben.
'Hallo Freek,' zeg ik en ik steek een hand naar hem uit. Als het tot mij doordringt dat hij geen plannen heeft zijn handen van achter zijn hoofd vandaan te halen, laat ik mijn hand behoedzaam in een broekzak verdwijnen.
'Ga zitten,' zegt hij.
Achterover gezakt blijkt de enig mogelijke houding te zijn in de stoelen van dit café. Naast ons zitten twee grijze mannen zwijgend te kaarten. Ik wil een sigaret opsteken, maar bedenk dan dat dat sinds een paar maanden niet meer mag in de horeca. Freek haalt een zak winterpenen van zijn schoot en houdt deze voor me.
'Neem een wortel', zegt hij. Ik wil zeggen dat ik meer trek in een biertje heb, maar doe wat mij gevraagd wordt. Er lijkt toch geen personeel in dit café te zijn, achter de bar staat enkel een manshoge clownspop met lichtgevende neus.
'We hebben weinig tijd,' fluistert Freek. 'Olaf heeft me gestuurd.'
'En wie is Olaf?' vraag ik.
'Ach, hou je toch niet van de domme!' buldert hij. Van schrik valt de wortel uit mijn mond. In een soepele boog van bijna honderdtachtig graden buigt Freek zich helemaal voorover en grijpt me bij m'n kraag. 'Iedereen kent Olaf,' knarsetandt hij. En hij zegt het nog drie keer, elke keer iets rustiger, de laatste keer – terwijl hij me loslaat en zich weer achterover laat zakken - als een simpele constatering waar niemand omheen kan. En dat is het moment dat ik het ook begin te geloven. Natuurlijk ken ik Olaf. Er is geen mogelijkheid om Olaf niet te kennen.

'Ik heb gezegd dat het niet verstandig was, ik heb gezegd dat we er geen mensen van buitenaf bij moeten betrekken, ik heb gezegd dat het problemen zou kunnen brengen. Maar als Olaf iets in zijn hoofd haalt, is dat er met geen mogelijkheid uit te krijgen. Hij heeft alle vertrouwen in jou. Waag het niet dat vertrouwen te beschadigen.'
'Maar wat moet ik doen dan?' vraag ik met overslaande stem.
Freek kijkt me vol ongeloof aan. Dan begint hij onbedaarlijk te lachen en steekt nog een wortel in z'n mond.
'Je bent me d'r wel eentje,' zegt hij, 'dat moet ik je nageven.'
Enkele seconden lang vult enkel traag geknaag de ruimte.
Dan zegt hij ongeduldig: 'Kijk, je moet stukjes schrijven natuurlijk, columns of weet ik veel, je krijgt de volledige vrijheid om dat in te vullen zoals je wilt, zo belachelijk ver strekt Olafs vertrouwen. Maar goed, we houden je al een tijd in de gaten en hij is overtuigd van jouw potentie. Hier krijg je de kans je verder te ontwikkelen. Zolang je maar om de week iets inlevert. Deadlines zijn heilig. Je wil niet te maken krijgen met onze mannetjes als je je deadline niet haalt.'
'Stukjes? Stukjes waarvoor?' vraag ik verbaasd.
Freek haalt een kroontjespen uit zijn borstzak en pakt een bierviltje van tafel. Als hij is uitgeschreven schuift hij het viltje naar me toe.
'Verbrand dit zo gauw je thuis bent,' bijt hij me toe.
Nooit in mijn leven heb ik zulke kleine letters gezien, maar als ik mijn ogen dichtknijp is het te lezen.
'Online magazine voor kunst en journalistiek,' staat er. ‘Arti Journo of Harder Hoofd, we twijfelen nog over de naam.'open eind hhEven denk ik dat de clown tot leven gekomen is, maar dan blijkt het een man in een gestreken gilet te zijn die naast ons tafeltje staat. Zo’n kelner zou je eerder in een ouderwets chique hotel verwachten, niet op een plek als deze.
‘Het bekende recept Rupert, voor hem ook,’ zegt Freek.
‘Komt eraan meneer,’ zegt Rupert.
‘We hebben immers iets te vieren,’ knipoogt Freek naar mij.
Dan sta ik op. Ik heb genoeg van deze vertoning. Ik heb er genoeg van om mij te laten intimideren. Ik heb vandaag een belangrijk besluit genomen en daar laat ik me niet zomaar vanaf brengen.
‘Ik heb nog niks toegezegd,’ zeg ik zelfverzekerd. ‘En dat ga ik ook zeker niet doen. Het is prachtig, werkelijk prachtig, dat vertrouwen van Olaf. Maar ik ben uitgeschreven. Nooit meer zet ik een letter op papier.’
Met een ongeduldige zucht staat Freek op. Hij pakt me weer vast, maar ditmaal beheerst, alsof hij hier in gedachten op heeft zitten oefenen.
‘Meekomen,’ commandeert hij en hij trekt me mee. We passeren de bar waar Rupert een olijf staat te schillen.

In vergelijking met de rest van het café is het licht in de wc ongenadig fel.
‘Waar was jij in de nacht van 9 op 10 februari?’ snauwt Freek.
Een enorme duizeling trekt door mijn hoofd.
‘Wat weet jij daarvan?’ hap ik naar adem.
‘Ik zei toch al dat we je al een tijd in de gaten houden?’ grijnst zijn pokdalige gelaat. ‘En dan heb ik het dus niet alleen over die documentjes op je computer.’
De ironie van mijn noodlot snijdt als een mes door me heen. Juist de nacht die ervoor zorgde dat ik nooit meer zou gaan schrijven, zorgt ervoor dat ik hier nu aan vastzit.
‘Hoe lang moet ik dat dan voor jullie blijven doen?’ piep ik.
‘Voor altijd natuurlijk,’ zegt Freek nonchalant.
Dan wordt het mij te veel. Ik trek me los en ren het café uit.

Als ik de volgende dag wakker word, duurt het even voor ik me alles herinner. Dan bedenk ik dat ik mijn jas in het café heb laten liggen. Op internet blijken er geen contactgegevens van ’t Pimpeltje te vinden. Als ik er langsfiets zijn de ramen afgeplakt met oude kranten, een deurbel is er niet. Een maand gaat voorbij waarin ik niets hoor en het mij steeds beter lukt er niet aan te denken. Eenmaal tref ik een wortelstompje onder mijn bureaustoel aan. Een paar dagen later word ik weer gebeld door een anoniem nummer.

‘Honderdachtennegentig’, klinkt de bekende stem aan de andere kant van de lijn.
‘Wat?’ zeg ik beduusd.
‘Olaf is te goed voor deze wereld, veel te goed.’ Het klinkt alsof Freek deze goedheid op de eerste plaats betreurt, maar er toch niets aan kan doen er ook bewondering voor te hebben.
‘Honderdachtennegentig bijdrages aan ons online magazine en dan laat hij je gaan,’ vervolgt hij. ‘En dat niet alleen. Hij heeft ook nog eens vakantiedagen voor je ingepland, Olaf meent dat een pauze zo nu en dan de kwaliteit van je werk goed zal doen. Je laatste stuk verschijnt dan op…’
Even denk ik dat de verbinding verbroken is, ik hoor zelfs geen ademhaling.
’13 juli 2016’.
Als ik mijn mond opendoe hoor ik dat er een hysterisch lachje uitkomt. 13 juli 2016, het klinkt zo bizar ver weg. Bijna zeven jaar van mijn leven zal ik vastzitten aan deze malloten.
‘Wie weet,’ zegt Freek, ‘dat Olaf en ik tegen die tijd weg zijn. Olaf kan nooit lang op dezelfde plek blijven zitten. Hij is een rusteloze visionair. Wie weet staat er tegen die tijd wel een vrouw aan het roer.’
Nu is het Freek die in lachen uitbarst.
‘Maar ook dan blijven we je natuurlijk wel gewoon in de gaten houden. Dat spreekt voor zich.’
‘En na die 13 juli 2016,’ het kost me moeite om de datum uit te spreken, ‘dan ben ik dus… vrij?’
‘Nou,’ zegt Freek, ‘daarna hebben we je ieder geval niet meer nodig, interpreteer dat maar zoals je wilt. Zie het als een open einde.’
Na een stilte die nog langer lijkt te duren dan de vorige hoor ik hem zeggen: ‘O ja, je eerste deadline is over zeventig minuten en vierentwintig seconden’. Dan wordt de verbinding werkelijk verbroken.

Met trillende vingers zet ik mijn computer aan en begin aan het eerste stuk.

PS: Men zal vast van Stockholmsyndroom spreken, maar toch ben ik Freek en Olaf dankbaar, evenals hun minstens zo illustere opvolgers. Mijn in de loop der jaren versleten eindredacteuren - en dan met name Annette van Tits, die het het langst met mij wist uit te houden - ben ik erkentelijk voor hoe ze met ijzeren geduld mijn stukken hielpen te perfectioneren. En uiteraard draag ik een zeer warm hart toe aan alle vaste illustratoren - Irene Wiersma, Tejo Verstappen, Gino Budo Hoiting, Leila Merkofer, Merlijn van Bijsterveld, Erik Wallert en Jesse Strikwerda - die onder de immer bezielende leiding van coördinator Jean-Maxim van Dijk in hun uiterst uiteenlopende stijlen altijd de kern van mijn woorden visueel wisten te vangen. Maar in het zwarte gat dat mij te wachten staat zal u, trouwe lezer, uiteraard het meest worden gemist! Toch hoeven we elkaar niet kwijt te raken. Al ben ik nu eindelijk vrij om te gaan en te staan waar ik wil, evengoed zal ik blijven schrijven. Tragisch genoeg lijk ik inmiddels niet meer anders te kunnen, ik heb verdomme zelfs uit vrije wil een boek uitgebracht. Al trek ik mij voorlopig terug in vermeende eenzaamheid, we weten elkaar wel weer ergens te vinden.

Mail

Kasper van Royen is Hard//hoofd-redactielid, is naast vader ook filosoof, ex-docent, ex-dichter, ex-echtgenoot, popfetisjist en postbode.

Jesse Strikwerda is illustrator en één van de drie winnnaars van de Fiep Westendorp stimuleringsprijs 2015.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven

Steun de makers van de toekomst

Hard//hoofd is een vrije ruimte voor nieuwe makers. Een niet-commercieel platform waar talent online en offline de ruimte krijgt om te experimenteren en zich te ontwikkelen. We zijn bewust gratis toegankelijk en advertentievrij. Wij geloven dat nieuwe makers vooral een scherpe en eigenzinnige stem kunnen ontwikkelen als zij niet worden verleid tot clickbait en sensatie: die vrijheid vormt de basis voor originele verbeelding en nieuwe verhalen.

Steun ons

  • Foto van Marte Hoogenboom
    Marte HoogenboomHoofdredacteur
  • Foto van Mark de Boorder
    Mark de BoorderUitgever
  • Foto van Kiki Bolwijn
    Kiki BolwijnChef Literair
  • Foto van Sander Veldhuizen
    Sander VeldhuizenUitgeefassistent
Lees meer
het laatste
 Weet je nog, de nacht?

Weet je nog, de nacht?

Het ‘vergeten’ nachtleven krabbelt terug, en onze eigen lichamen blijken zich als gisteren te herinneren hoe ze van hun eigen bewegingen kunnen genieten. Lees meer

Het Juttersmuseum, de plek van alles wat je vergeten bent

Het Juttersmuseum, de plek van alles wat je vergeten bent

Marthe van Bronkhorst leidt haar lezer rond tussen de verloren schoenen en vergeten herinneringen in het Juttersmuseum. We stuiten op drie vergeten gedichten. Lees meer

Column: More is more

More is more

Eva reflecteert op haar ambivalente relatie met matigheid. Lees meer

Neem je ouders mee naar het museum

Neem je ouders mee naar het museum

De idealen van ouders en hun kinderen komen niet altijd overeen. Schrijver Michael ter Maat legt zich daar niet bij neer en neemt zijn vader mee naar het Krölller Müller. Een tip om het niet bij 'ok, boomer' te laten.  Lees meer

Column: Over geld

Over geld

Eva vergelijkt de manier waarop ze toen en nu tegen geld aankijkt en hoe het verschil in inkomen binnen haar vriendengroep de verhoudingen heeft veranderd. Lees meer

Stukje

Stukje

Marthe van Bronkhorst gelooft het niet: Al die schrijfadviezen van grote namen die beweren hun muze gevonden te hebben. Een oude Griekse visie op inspiratie was dat je zelf niet de inspiratie op moest zoeken, maar dat de muze jóú moest vinden. Ach, wat je maar vooruit brengt. En anders ga je gewoon net zolang boodschappen doen totdat je een ''stukje'' gevonden hebt? Lees meer

Tompouce 1

Tompouce

Eva vraagt zich af waarom de documentatie van haar jeugd ineens leuk moet zijn nu haar moeder alle oude videobanden heeft laten digitaliseren. Lees meer

Alleen samen krijgen we u eronder

Alleen samen krijgen we u eronder

Mark Rutte is het niet vergeten, vanaf vandaag wordt alles soepel! Geef vooral weer die drie zoenen en alsjeblieft: dicht op de mond graag. Waarom zou je denken aan de uitgeputte zorg en de oplopende IC-cijfers als je ook aan jezelf kan denken? Nou dan. Lees meer

Met (voor het eerst!) een illustratie van Melcher Oosterman. Lees meer

Column: Inferno onder de roltrap

Inferno onder de roltrap

Een defecte roltrap op het station herinnert Eva eraan hoe ze als kind soms verborgen werelden en niet per se bestaande systemen waarnam. Lees meer

De nobele kunst van het missen

De nobele kunst van het missen

Marthe van Bronkhorst mist een hoop dingen in haar leven. Haarelastiekjes, de deuk in de bank die ze maakte in het vakantiehuisje, en ze kan maar niet vergeten dat Philip Freriks gestopt is met het journaal. (kom terug, Philip!). Maar waar komt dit missen vandaan?
Met (voor de laatste keer!) een illustratie van Jessica Bacuna. Lees meer

Column: Wasverzachter

Wasverzachter

Een fietstochtje met twee vrienden voert Eva naar een nieuwbouwwijk, waar het leven bij nader inzien toch zo slecht nog niet zou zijn. Lees meer

Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen, maar een kiezer wel

Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen, maar een kiezer wel

Marthe van Bronkhorst verdiept zich ter voorbereiding van de verkiezingen in de Archieven der Vergeten Partijen. Ook dit jaar zijn er maar liefst 37 verkiesbare partijen. Wie zijn hen voorgegaan, en zat er dan echt niet een bij die de tand des tijds had moeten overleven? Lees meer

Column: Dingen die we niet gehoord hebben

Dingen die we niet gehoord hebben

Een gehoorbeschadiging is wat Eva van den Boogaard met haar opa gemeen heeft. Verder weet ze niet veel over hem en zijn oorlogsverleden, behalve dat het opgelopen trauma ook zijn nageslacht raakte. Lees meer

Sommige dagen kun je niet oplossen

Sommige dagen kun je niet oplossen

Twee geliefden die niet in elkaar opgaan blijven individuen en in Duo Penotti is eigenlijk best veel van jezelf terug te vinden. Marthe van Bronkhorst neemt een kijkje in haar ijskast, denkt na over wat je bewaart in je vriezer en komt tot de conclusie dat er voor sommige dingen geen oplossing bestaat. Lees meer

Hoe je de maanden op je knokkels telt en andere vragen

Hoe je maanden op knokkels telt en andere vragen

Voor welke simpele zaken heb jij nooit meer opnieuw naar uitleg durven vragen? Voor Vivian MacGillavry was het maanden tellen op haar knokkels. Maar toen ze dat aan een vriendin durfde op te biechten, ontdekte ze iets moois. Lees meer

Interfriention

Interfriention

Eva van den Boogaard viert een vriendschapsjubileum met vriendin I. en blikt terug op een andere vriendschap, die kort daarvoor ten einde moest komen. Lees meer

Tip van Else Boer Wees een meeloper

Wees een meeloper

Soms is een meeloper zijn gewoon een heel goed plan. Schrijver Else Boer legt uit waarom aan de hand van haar nieuwste niet-originele hobby: schaken. Lees meer

Zonder mijn moeder

Zonder mijn moeder

Het wel of niet aanschaffen van een kunstwerk voert Eva van den Boogaard terug naar tijden waarin ze nog niet alle beslissingen zelf nam. Lees meer

Column: In de kruipruimte

In de kruipruimte

In het huis dat Eva van den Boogaard bewoont, bevindt zich een kruipruimte dat de nodige vragen oproept. Lees meer

Column: Veelzeggende kiepau

Veelzeggende kiepauto

In haar laatste column op Hard//hoofd deelt Iduna Paalman een mistroostig inzicht: hoe beter we kunnen praten, hoe minder we kunnen zeggen. Toch brengt het haar tot een hartverwarmende conclusie. Lees meer