Asset 14

Terug in de tijd

Rutger schreef onlangs over de tijd waarin hij verhuisde naar het lelijke Berlijn. Nu het vervolg. We gaan terug in de tijd, naar zijn jeugd en nog wat verder.

Berlijn was als Doornroosje, die honderd jaar slaapt terwijl buiten haar kasteel de wereld door draait. Andere Europese hoofdsteden hadden zich ontwikkeld tot flitsende metropolen, waar het leven nauwelijks betaalbaar was en altijd op de rand van een nieuw tijdperk geleefd werd. In Londen ging het leven zo snel dat je niet eens tijd had om kleren aan te doen voordat de dag alweer voorbij geracet was. In Berlijn had de tijd stilgestaan, en gingen de seconden nog steeds traag voorbij. Het was een vreemde uitzondering in het Europa van de eenentwintigste eeuw. Maar tegelijk liep Berlijn voor op tal van gebieden – muziek, mode, kunst – juist vanwege die achterstand. Door het ontspannen levenstempo en de lage huren trok het talloze vrijdenkers aan, bij wie in andere steden door de onzichtbare hand van de vrije markteconomie de strot afgeknepen zou zijn.

Dit kwam natuurlijk door de vreemde en treurige voorgeschiedenis. Duitsland werd pas in 1871, na de gewonnen Frans-Pruisische Oorlog, officieel een eenheid. Vervolgens was het land de aanstichter van twee wereldoorlogen, waarna het als strijdveld voor de Koude Oorlog diende. Als je alleen de Duitse vredesjaren telde, bestond Berlijn pas 80 jaar. Toen in 1989 de Muur viel, werden twee steden één, waardoor alles op z’n kop werd gezet. Neem mijn wijk Kreuzberg. Deze buurt was tijdens de Koude Oorlog verpauperd omdat het in West-Berlijn precies naast de afscheiding lag, maar nu was dit plotseling een centraal punt in de stad, met spotgoedkope huisprijzen. De grote drang naar vrijheid en feesten viel ook te verklaren door de vele trauma’s die de inwoners te verduren hadden gehad: het was een decennialang uitgesteld orgasme.

Dan was er de ruimte, die eveneens een ellendige oorzaak had. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Berlijn meerdere malen gebombardeerd, en in de laatste fase van de oorlog vormde de stad het toneel voor grondgevechten met de Russen. In 1945 was zo'n 70% van de stad verwoest, en keerden slechts 2,8 miljoen van de oorspronkelijke 4,3 miljoen inwoners terug naar hun huizen. Nog steeds zie je in bijna elk huizenblok de gaten van de gebombardeerde panden. Na de oorlog werd de stad verdeeld in een Franse, een Amerikaanse, een Engelse en een Russische sector, maar al snel escaleerde de spanning tussen de Geallieerden en de Sovjet-Unie, zodat er sprake was van de bekende verdeling tussen Oost en West. Tussen 1949 en 1961 vluchtten zo’n 2,6 miljoen mensen van de DDR naar de Bondsrepubliek, waar de economische omstandigheden gunstiger waren. Berlijn, dat in de DDR lag, vormde een geheime doorgang naar een betere wereld, een doorn in het oog van de Russen. Zodoende werd in de nacht van 12 op 13 augustus (een zondag) zonder aankondiging een blokkade opgeworpen, die in de weken daarna tot een betonnen Muur zou uitgroeien. Mensen die in de buurt van de grens woonden, werden uit hun woning gezet. De gebouwen werden gesloopt of voor militaire doeleinden gebruikt. Zodoende was de stad vol wonden en littekens.

Tijdens mijn tijd in Berlijn was de stad nog lang niet opgebouwd; overal stonden hijskranen bewegingloos op financiering te wachten. De chaotische geschiedenis werd afgespiegeld in de stadskaart, waar hypermoderne gebouwen naast slooppanden stonden en de straten onlogisch in elkaar over gingen. Soms hield een wijk opeens op en stond je aan de rand van een stedelijke krater. Het was niet moeilijk om een woning te vinden; er woonden nog steeds minder mensen dan aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De gemeente had een opvallende oplossing voor de grote leegstand en open plekken bedacht: Zwischennutzung, oftewel tussengebruik. Zolang er voor een bepaalde locatie geen concrete plannen waren, mochten buurtbewoners of kleine ondernemers er iets van maken, tegen een kleine huurprijs. Zo ontstonden er in de gebombardeerde of verlaten leegte speelplaatsen, volkstuinen, clubs en cafés. Het vliegveld Tempelhof werd na een lange strijd tussen investeerders en buurtbewoners opengesteld voor publiek, zodat Berlijners over kilometerslange landingsbanen konden wandelen, een unieke leegte midden in de stad.

Ook in de bestaande stadsbouw en architectuur was overal rekening gehouden met de menselijke behoefte aan ademruimte, of Lebensraum zoals een in Berlijn gestorven kunstschilder dat zo mooi noemde. Er was gekozen voor relatief hoge gebouwen aan brede straten: van de communistische Karl-Marx-Allee tot de commerciële Kurfürstendamm. Alle woningen werden gekenmerkt door hun ruime trappenhuizen en hoge plafonds. In het benauwde stadsdorp Amsterdam kon je geen stap in het centrum zetten zonder een bekende tegen te komen, hier kon je fijn anoniem dwalen zonder maar een mens te zien. Internationale studentes vertelden me met een gelukzalige blik dat ze dat ze voor het eerst zonder make-up hun huis uit durfden. Omdat het grote oppervlak van Berlijn door relatief weinig inwoners bevolkt werd en voor die groep een enorm uitgaansaanbod bestond, was er bovendien sprake van een prettige spreiding. In Amsterdam stond een goed nieuw café na twee weken al stampvol, hier kon je in de hipste bar met je armen zwaaien zonder je zorgen te maken over de testikels van je buurman. De bekende uitgaans-paranoia, waarbij je je voortdurend afvraagt of je wel op het leukst mogelijke feest bent, bleef ook achterwege. Geconfronteerd met zo'n ruime keuze, leek elke poging tot beheersing van je lot onzinnig en onnodig.

Lokaal 16

Mijn liefde voor Berlijn lag niet in de lijn der verwachtingen, omdat ik ben opgegroeid met een vanzelfsprekende hekel aan Duitsland. Mijn ouders meden het land zoveel mogelijk (waardoor we op weg naar Italië op een achterlijke manier via Frankrijk omreden) en spotten op het strand meteen de Oosterburen die weer bezig waren met het graven van een kuil. Ik herinnerde me vaag de beelden van Ronald Koeman en Ruud Gullit, die in 1988 na de gewonnen halve finale van het EK hun billen met de shirts van de Duitse tegenstander afveegden. De Duitse voetballers stonden nog steeds symbool voor de lelijke hardheid van een volk en haar taal. Lothar Mathäus. Michael Ballack. Bastian Schweinsteiger. De Duitse zinnen en woordjes die ik kende, kenmerkten de schijnheiligheid van de moffen: Schwalbe. Wir haben es nicht gewusst.

Mijn leraar Duits op de middelbare school bevestigde dit beeld. Meneer Grasland was een kleine gedrongen man, halverwege de veertig, met kortgeknipt haar op zijn kalende hoofd. Hij droeg een montuurloze bril, een leren aktetas, een tweedjasje en soms een hoed. Hij was van de oude stempel, zou je kunnen zeggen. Zijn lessen werden gekenmerkt door het ritme en de autoriteit van een ervaren docent, waarbij hij de touwtjes stevig in handen hield. Een vriend van mij was bijvoorbeeld altijd erg druk in de les. Bij Grasland moest hij aan een apart tafeltje op het podium zitten, met zijn bovenlichaam plat op tafel. Hij stond dan uit. Wanneer er een bepaalde naamval aan de klas gevraagd werd, drukte Grasland op een denkbeeldige knop op zijn bureau waarmee hij mijn vriend weer aan zette. Deze schoot overeind en zei: ‘Die KindER spielen mit ihrEM Vater!’ Waarna hij weer levenloos op het tafelblad neerviel. De mooiste Duitse woorden moesten we klassikaal reciteren, waarbij Grasland als een dirigent met zijn vinger heen en weer zwiepte. ‘Imbissstube. Eins, zwo, drei!’ ‘IMBISSSTUBE.’ Een woord met drie S’en achter elkaar, dat lees je niet vaak.

Grasland was ongetwijfeld een leraar met goede bedoelingen, maar in deze periode zat er een beetje venijn in zijn stijl. Hij had steeds minder geduld voor de grote balorigheid van mijn onhandelbare klas, en gaf bijna elke week een onverwachtse overhoring. De verrassing was er al snel van af en de banken in zijn lokaal 16 stonden permanent uit elkaar. Ik begon een hekel aan hem te krijgen, maar bleef misschien wel juist daardoor goed de lessen voorbereiden en haalde prima cijfers.

Op een dag in de derde klas deelde Grasland de beoordeelde proefwerken uit, maar ik werd overgeslagen en in plaats daarvan gesommeerd om na de bel bij hem te komen. De rest van de les staarde ik angstig naar de klok, die tergend langzaam zijn rondes maakte. Na afloop meldde ik me bij zijn bureau. Hij keek me aan en zei: ‘Je hebt je proefwerk niet ingeleverd.’ Het zweet brak me uit; ik was zeker niet de braafste leerling, maar dit zou ik nooit doen. ‘Je hebt nu een 1,’ vervolgde hij, ‘Maar je haalt goede cijfers, dus als je voor de rest een 8 gemiddeld blijft staan, schrappen we die 1.’ Ik ging trillend naar huis en vertelde het verhaal. Dit was koren op de molen van mijn ouders, klassieke rechtvaardigheidsstrijders. Zij stuurden lange gewichtige brieven naar de school en belden met de ouderraad, de decaan, de conrector en de conciërge.

Ik was doodsbang voor lokaal 16. Een week na het incident zette Grasland me opeens op de gang om het proefwerk opnieuw te maken. ‘Viel Erfolg,’ baste hij me toe. ‘Moederskindje,’ las ik in zijn minachtende blik. Ik weigerde de pen op te pakken, tot zijn grote woede. Na een lange strijd werd er een datum geprikt om de toets over te doen. Na dat jaar keerde Grasland niet terug. Hij was overspannen.

Illustratie:Lisa-Marie van Barneveld

Drie jaar later volgde ik Duits-2, waarbij de inspiratieloze lerares me nog veel meer ergerde dan de discipline die in de tweede klas op ons drukte. Grasland was al een tijdje terug van zijn verlof en een deel van mijn klasgenoten volgde hetzelfde vak bij hem. Ze waren unaniem enthousiast, en nadat ik een keer illegaal zijn les had bijgewoond, vroeg ik meteen om overplaatsing. Er leek iets van hem afgevallen. De combinatie van zijn sarcastische, met baritonstem uitgesproken grappen en zijn grote toewijding aan het overbrengen van de stof maakten zijn les onweerstaanbaar. Er heerste orde, maar die werd met pretoogjes opgelegd. Hij had een heel prettige dynamiek met de leerlingen gevonden. We waren allemaal wat ouder geworden.

Ik keek uit naar de blokuren in lokaal 16, de enige momenten waarop ik echt deed wat op school de bedoeling was: in stilte mijn werk doen. Soms zette Grasland muziek van Wagner op om onze arbeidsethos te stimuleren. De melodramatische achtergrondmuziek vormde een vreemd maar verrassend prettig contrast met ons droge huiswerk. Hij had voor een aantal van ons een bijnaam; ik was ‘het journaille’ omdat ik bij de schoolkrant zat. ‘Dames en heren, laten we wel op onze woorden passen: het journaille is aanwezig,’ zei hij dan. Ons favoriete onderdeel was poëzie, waarbij Grasland met veel liefde Rilke en Goethe voorlas en ons geduldig de betekenissen uitlegde. Het was een van de weinige keren in mijn leven dat mijn medeleerlingen en ik onze luiheid vergaten en oprechte interesse in een vak toonden. Een goede leraar, dat maak je niet vaak mee.

Toen we in de vijfde klas op Romereis waren, ging Grasland mee als begeleider. In Pompeii was het snikheet. Mijn vrienden en ik hadden de gewoonte opgevat om in de Italiaanse supermarkt om de hoek van ons verblijf potten olijven te kopen, om daar gedurende de dag uit te eten. Ik bood Grasland een olijf aan, en hij ging op het aanbod in. ‘Die zou ik niet nemen, daar zit een beetje uitslag op,’ zei ik. Maar Grasland stak het ding al in zijn mond, kauwde en zei: ‘Het is wel een lekkere uitslag hoor.’ ‘Ja,’ zei ik, gretig op zoek naar een grap, ‘5-0 meneer Grasland. Echt een lekkere uitslag, 5-0.’ Hij keek me quasigeschokt aan en fluisterde: ‘Rutger, dit is de Romereis! Dit is niet het moment om over een stijve lul te beginnen.’ Met een kleine glimlach liep hij weg, ons verbijsterd achterlatend. Even later stond ik tegen een tweeduizend jaar oude pilaar geleund, toen er een rijke Italiaanse man met zijn dertig jaar jongere vrouw voorbij kwam. De dame werd nauwelijks bedekt door de smalle strook roze stof die een jurk moest voorstellen, en strak om haar lijf gewikkeld zat. Ik staarde haar na. Plotseling hoorde ik de stem van Grasland in mijn oor: ‘5-0 Rutger; 5-0.’ Ik keek om en zag de kleine man wegwandelen, met een vrolijk hupje in zijn tred.

Porselein

Op een dag in ons eindexamenjaar las Grasland het gedicht Todesfuge van Paul Celan voor. Hij doet dit elk jaar, en vertelde me later dat hij altijd weer zenuwachtig is, de avond van tevoren. Het gedicht herhaalt beelden uit een concentratiekamp in verschillende variaties, als een muzikale fuga. Het kamporkest, de gravende gevangenen, de melk die zwart is van de crematierook, de lucht met ruimte voor de doden, de bewaker die aan zijn geliefde schrijft, het gouden haar van Margarete, het veraste haar van Sulamith.

Schwarze Milch der Frühe wir trinken dich nachts
wir trinken dich mittags und morgens wir trinken dich abends
wir trinken und trinken
ein Mann wohnt im Haus dein goldenes Haar Margarete
dein aschenes Haar Sulamith er spielt mit den Schlangen
Er ruft spielt süßer den Tod der Tod ist ein Meister aus Deutschland
er ruft streicht dunkler die Geigen dann steigt ihr als Rauch in die Luft
dann habt ihr ein Grab in den Wolken da liegt man nicht eng

‘Der Tod ist ein Meister aus Deutschland.’ Het is van een hypnotiserende, hartverscheurende schoonheid. Nadat Grasland het gedicht had voorgelezen, bleef het lange tijd doodstil in de klas.

Tijdens mijn eerste maanden in Berlijn moest ik vaak aan Grasland denken. Het Duits is heel geschikt om bevelen te blaffen, maar ook voor poëzie. Bovendien waren er nauwelijks mooie vrouwen te vinden, en als ze er al waren, verborgen ze zich onder vele lage winterkleding. Van '5-0' was geen sprake. Elke keer als ik een boekwinkeltje betrad, vroeg ik in mijn beste Duits of ze een bundel van Paul Celan hadden. Maar omdat ik nog niet goed durfde, mompelde ik het zinnetje binnensmonds. ‘Was sagen Sie?’ vroeg de boekverkoper. ‘Paul Celan.’ ‘Ah, ich habe noch etwas, glaube ich.’ Verheugd volgde ik hem door zijn zaak. Helemaal achterin haalde hij een boekje over porselein tevoorschijn.

Dit is een voorpublicatie uit Rutgers essaybundel, die in februari 2015 zal verschijnen bij De Bezige Bij.
Dit is het tweede van vier delen. Wordt dus vervolgd. Eerste deel gemist? Het is hier te lezen. Snak je naar meer? Kijk dan hier voor deel 3.

Mail

Rutger Lemm is schrijver, grappenmaker en scenarist. In 2015 verscheen zijn debuut, 'Een grootse mislukking'. Hij is een van de oprichters van Hard//hoofd.

Lisa-Marie van Barneveld is editorial illustrator. Ze houdt van korte deadlines en moeilijke onderwerpen. Haar geheime superkracht is meer verf op haar handen/kleren/tafel/kat krijgen dan op het papier.

Hard//hoofd is gratis en
heeft geen advertenties

Steun Hard//hoofd

Ontvang persoonlijke brieven
van redacteuren

Inschrijven
test
het laatste
:Terugblik op de lancering van 'Harnas' in Museum Arnhem 13

Terugblik op de lancering van ‘Harnas’ magazine in Museum Arnhem

Afgelopen maand werd ons nieuwste nummer feestelijk gelanceerd in Museum Arnhem, want Hard//hoofd en Museum Arnhem bundelden de krachten! De tentoonstelling Naakt dat raakt vindt literaire en poëtische verdieping in een speciaal katern in Hard//hoofd magazine Harnas. We blikken terug op het evenement. Lees meer

Winnaar Hooray for the Essay 2026 - Wat zo is

over samen niet weten

Anne Louïse van den Dool won met het essay 'Een middenwereld: over samen niet weten' de derde plaats van Hooray for the Essay 2026. Lees meer

Het sanatorium

Het sanatorium

Elin ligt roerloos op de ligstoel van een sanatorium, hoog in de bergen. Stil en uitgespreid op het terras wordt ze geconfronteerd met een doordringende geur, die ze niet kan identificeren. In dit surreële, filosofische verhaal zoekt Stefanie Gordin naar de betekenis en de verstikkende werking van rust. Lees meer

Introverte mensen zijn awesome

Introverte mensen zijn awesome

In een wereld van schreeuwende extraversie, eert Marthe van Bronkhorst de introverten. 'Doe mij maar ‘raven’-energy. ' Lees meer

Winnaar Hooray for the Essay 2026 - Wat zo is

Tweede plaats Hooray for the Essay 2026 - Dat is dan jouw waarheid

Saar Lermytte won de tweede plek van Hooray for the Essay 2026 met het essay Dat is dan jouw waarheid Lees meer

Dogs that cannot touch each other

Dogs that cannot touch each other

Een theatrale vertelling van Louky van Eijkelenburg over warmte, wrangheid en het controversiële kunstwerk 'Dogs That Cannot Touch Each Other'. Lees meer

:De strijd om vorm: looksmaxxen met volume of bevrijding uit de vorige eeuw?

De strijd om vorm

Dior en Chanel grijpen terug op historische silhouetten, en dat wordt breed gevierd. In haar column onderzoekt Loïs Blank of we ons voldoende bewust zijn van de oude idealen die daarin meekomen, en wat het over onze tijd zegt dat we daar zo enthousiast applaus voor geven. Lees meer

Steen 1

Steen

Stel je eens voor hoe een relatie met een steen kan beginnen, hoe die eruitziet en waarin jullie elkaar zullen vinden. Sjoukje Kamphorst neemt je mee op een literaire reis langs verloren zwerfkeien, gebarsten geliefdes en zinloos geploeter. ‘Wat een steen te zeggen heeft, kan alleen maar van groot gewicht zijn.’ Lees meer

Oproep: De Stoute Stift

De Stoute Stift

Doe mee aan De Stoute Stift, een zoektocht naar vier Nederlandse en vier Vlaamse illustratoren die een beeld willen maken bij de beste verhalen van de erotische schrijfwedstrijd Het Rode Oor. Deadline: 1 mei 2026. Lees meer

Kwetsuur

KWETSUUR

Het prinsessenbed en de koffiepauze in een hospice vormen het decor van dit gedicht van Kim Liesa Wolgast. Koffie, lametta en aquarelpapier zijn de rekwisieten van het sterftheater, waar de tijd stilstaat en zich tegelijkertijd steeds herhaalt. Lees meer

:Podcast: Maandagavond – De uitnodiging

Podcast: Maandagavond – Het cadeau

Voor de één is het 't allerbelangrijkste onderdeel van een feest, voor de ander een leeg ritueel vol onnodige spulletjes. In de derde aflevering van dit Maandagavond-seizoen draait alles om ‘Het Cadeau’. Met Rebekka de Wit, die het publiek uithoort over pijnlijke ‘kutcadeaus’, Suzanne Grotenhuis, die getuige was van de perfecte aankoop, en Freek Vielen die trakteert op een tekst uit hun gloednieuwe jubileumboek. Lees meer

Materiaal van een lichaam 1

Materiaal van een lichaam

In dit verhaal van Merel Nijhuis en beeld van Jasmijn Vermeeren exposeert een disabled kunstenaar haar werk tussen de zoemende TL-verlichting, kunstkijkers en hun opmerkingen. Ze probeert een balans te zoeken tussen genoeg informatie geven over haar werk en het ontwijken van de daaropvolgende validistische vragen. Lees meer

We willen het ook voor jou veilig houden

We willen het ook voor jou veilig houden

Claire heeft het voor elkaar: luxe kleding, een indrukwekkend cv en een leidinggevende functie. Tot ze op het matje wordt geroepen vanwege grensoverschrijdend gedrag. Claire snapt het niet. Wat is er gebeurd? Wanneer zijn de regels veranderd? Wie heeft de nieuwe normen bedacht? Emma Stomp duikt in dit verhaal in Claires hoofd en laat het... Lees meer

Hard//hoofd zoekt een nieuwe uitgever/zakelijk leider

Hard//hoofd zoekt een nieuwe uitgever (zakelijk leider) [deadline verstreken]

Maak jij een vrije ruimte voor experiment voor nieuwe schrijvers, makers en denkers mogelijk? Word de nieuwe uitgever van Hard//hoofd! Lees meer

Winnaar Hooray for the Essay 2026 - Wat zo is

Winnaar Hooray for the Essay 2026 - Wat zo is

Melissa Dhondt won de eerste prijs van Hooray for the Essay 2026, met haar essay ‘Wat zo is’ waarin ze haar moeders relatie tot alcohol op een invoelende manier beschrijft. De wedstrijd is een samenwerking tussen DeBuren, Rekto:Verso en Hard//hoofd. Lees meer

Demystificeren en normaliseren: 'Naakt dat raakt' in Museum Arnhem

Demystificeren en normaliseren: 'Naakt dat raakt' in Museum Arnhem

Kijk, voel, denk opnieuw. In Naakt dat raakt tonen kunstenaars dat naakt meer is dan bloot: het is een middel voor autonomie, identiteit en verzet. Sanne de Rooij gidst je met een kunsthistorische blik door de tentoonstelling van Museum Arnhem en gaat in gesprek met conservator Manon Braat: ‘Ik wil blijven geloven dat kunst een verandering teweeg kan brengen.’ Lees meer

De onderste sport

De onderste sport

Walde groeit op onder de kassa in de supermarkt. Daar hoort hij de verhalen van alle klanten die bij zijn moeder afrekenen. In dit verhaal van Jelt Roos wordt onze drang ambitieuze levens te leiden bekeken door de lens van klassenongelijkheid. Is het beter om te streven of in je eigen vak te blijven? Lees meer

Als Jetten I je rechten afpakt, antwoord je dan met nóg een petitie?

Als Jetten I je rechten afpakt, antwoord je dan met nóg een petitie?

Na de zoveelste genegeerde petitie constateren Marthe van Bronkhorst en Savriël Dillingh dat het anders moet: een nieuwe vorm van verzet. 'Wat zijn we in de afgelopen dertig jaar in die klassestrijd nou eigenlijk opgeschoten? Moeten we niet eens escaleren?' Lees meer

Hard//hoofd lanceert 'Harnas' in Museum Arnhem!

Kom naar de lancering van ‘Harnas’ magazine in Museum Arnhem!

Kom naar de feestelijke lancering van Hard//Hoofd magazine Museum Arnhem! We gaan in gesprek met Museum Arnhem over naakt in tekst en beeld, en schrijvers uit ‘Harnas’ magazine geven literaire rondleidingen door de tentoonstelling Naakt dat raakt. Vier de lancering van dit magazine en deze bijzondere samenwerking met ons tijdens een speciale Hard//hoofd-rondleiding door de... Lees meer

Nieuwe Mina’s, oude lessen

Nieuwe Mina’s, oude lessen

Rocher Koendjbiharie en Tamara Hartman schreven een essay over de Nederlandse geschiedenis van het feminisme en kritiek op de Dolle Mina’s binnen een kader van intersectionaliteit voor een boekpublicatie van de Dolle Mina’s. Er kwam feedback dat het stuk ‘te moeilijk’ en niet ‘speels’ genoeg was – een vanoudse kritiek wanneer over racisme of witheid geschreven wordt. Ze besloten zich terug te trekken en plaatsten dit incident binnen de context van systematische witheid van de Dolle Mina’s. Nu lees je het essay hier, op Hard//hoofd. Lees meer

Lees Hard//hoofd op papier!

Hard//hoofd verschijnt vanaf nu twee keer per jaar op papier! Dankzij de hulp van onze lezers kunnen we nog vaker een podium bieden aan aanstormend talent. Schrijf je nu in voor slechts €3 per maand en ontvang in september je eerste papieren tijdschrift. Veel leesplezier!

Word trouwe lezer!