Asset 14

Naar de kerk (III)

Nikki is niet gelovig. Toch gaat ze sinds kort iedere week naar de kerk, steeds naar een andere. Op hard//hoofd doet ze verslag van haar zondagen.

Het mooiste aan een kerkdienst is de gang ernaartoe. De klokken die luiden, en wij die luisteren, geroepen worden en gaan – een vorm van overgave die in deze tijd nauwelijks nog lijkt te bestaan. Het is als de schoolbel, vroeger: zodra het geklingel begint, komen we allemaal aangefietst en –gelopen, vanuit verschillende hoeken en stegen, en gaan dan, schoorvoetend, een beetje nerveus, naar binnen.

Deze week heb ik een protestantse kerk uitgezocht, bij mij om de hoek. Van buiten is ze het prototype kerk (statig, middeleeuws), maar de binnenkant oogt moderner. De witte verf en licht houten meubels en de zachte rieten stoelen in een klein kringetje maken de kerk meer een zaaltje. Iedereen gaat rustig zitten, kletst wat. Een oude man haalt een pepermuntje uit zijn jaszak. Als het orgel plots begint te spelen, een ‘moderne’ improvisatie van de psalm, schrikken een paar vrouwtjes schuin achter mij zich kapot. Ze giechelen. Dit is de eerste dienst waar ik mensen hoor giechelen.

Vandaag wordt de dienst geleid, zo kondigt het boekje aan, door een stagiair. De jonge man (begin dertig, vrolijk Utrechts bierbuikje), lijkt ervoor te zijn geboren. Zijn bulderende stem roept een instinctieve achting op, ook bij de kinderen, die aandrentelen wanneer hij ze naar voren roept.
"Hebben jullie wel eens een koning gezien?" De stagiair zakt door zijn knieeën.
Een meisje knikt. "En wanneer was dat?"
"Toen ik nog heel klein was", zegt het meisje, dat hooguit vier jaar oud is.
"En Jezus", zegt de stagiair, "Is Hij ook een koning?"
"Nee", zegt een jongetje. ‘Willem-Alexander is koning."
De voorganger knikt: "Je hebt natuurlijk gelijk: Jezus is geen echte koning. Hij is niet gekroond. Maar hij is wél onze koning."
En ondanks zijn vriendelijke toon, ondanks de ontroerende kneuterigheid, draait mijn maag zich een beetje om. Dit gaat over de grens. Als het jochie vindt dat Jezus geen koning is, is dat prima. Waarom moet hem direct iets anders ingeprent worden?

Illustratie: Liesbeth de Feyter.

Als de kinderen naar de Nevendienst zijn gegaan, begint het echte werk. Psalm 110: God zal mijn vijanden tot een voetenbankje maken. Nee echt. Lees maar:

De Heer spreekt tot mijn heer:
‘Neem plaats aan mijn rechterhand,
ik maak van je vijanden
een bank voor je voeten.’

En het gaat verder:

De Heer aan uw rechterhand
verplettert koningen op de dag van zijn toorn.
Hij berecht de volken,
verplettert hoofden, overal op aarde,
lijken stapelen zich op.

Was het maar een grap. Dit is wat we letterlijk zingen. "Lijken stapelen zich op": het deel van het geloof waar ik niets mee te maken wil hebben dringt zich op. Hoe valt dit te rijmen met die lieve, gezellige mensen die om me heen staan? De sfeer en de toon zijn zo goed hier, en dan ineens een Bijbellezing waarin God zich tot gewelddadige krijgsheer ontpopt. Probeer dat maar eens recht te praten. De stagiair probeert het, met een lange, belezen preek, die van de uitspraken van Wilders tot een citaat van Kierkegaard reikt, en een vreemdsoortig raadsel waarin Jezus zegt niet de broer maar ook niet de vader van de zoon van David te zijn, of iets dergelijks. Ik ben de draad een beetje kwijt.

En toch, wanneer de dienst voorbij is, en we uitgenodigd worden voor koffie, blijf ik hangen. Er is iets met het licht, met de mensen, wat me benieuwd maakt naar wat er staat te gebeuren. Juist de spanning tussen dat vreemde Bijbelcitaat en die oude meneer met zijn pepermunt maakt me nieuwsgierig. Van ontroerend naar buitengewoon ongemakkelijk: deze kerkdienst heeft me geraakt, en ik wil er meer van weten.

Ik pak een kopje koffie en sluit aan bij drie vrouwen van middelbare leeftijd aan een ronde statafel.
"Wat vond je van de preek?" vraagt een van de vrouwen. Ik stamel iets over de vijanden die voetenbankjes worden, en dat ik daar toch wel van schrok.
"Oh ja", zegt ze direct, "dat lijkt me ook verschrikkelijk moeilijk voor die jongen. Moet je je eerste preek geven, krijg je er zo’n psalm bij! Ik zou er niet willen staan hoor. Ik las die tekst en dacht: Ooooh nee, wat moet je dáár nu mee aan?" Ze lacht. "Nee, er zijn leukere teksten om de dag mee te beginnen. En jij bent nieuw hier, of niet? Ben je hier net naartoe verhuisd?"
"Nee", zeg ik, "ik woon hier al een tijdje. Maar ik dacht, ik kom eens kijken."
Een andere, jongere, vrouw breekt in: "Een beetje shoppen?" vraagt ze. Ik moet ontzettend blozen, probeer een antwoord te formuleren, maar kom er zo snel niet op.
"Goed idee", zegt ze, "dat deed ik ook in het begin."
Er valt een last van me af. Voor het eerst heb ik het idee dat het niet raar is wat ik hier doe, dat ik geen toerist ben die profiteert van een bestaande gemeenschap. Het is oké, blijkbaar, om het allemaal niet precies te weten en vooralsnog alleen nieuwsgierig te zijn.

Tegen haar zeg ik ook dat ik eigenlijk niet echt in God geloof. Denk ik. Dat ik natuurlijk wel graag wil geloven dat er ‘iets’ is, maar wat, en hoe je daar mee om moet gaan, dat weet ik allemaal niet. Ik bloos weer. Zij glimlacht, zegt: "Ik zie mezelf vooral als een ongelovige gelovige. Het zingen vind ik mooi, en het is fijn om er even uit te zijn, de kans te hebben alles los te laten, een uur niet op je mobiel te kijken, en even op de afgelopen week te reflecteren." Ik blijf maar knikken. Wat verschrikt bedenk ik me dat het dus zo ver zou kunnen komen: dat dit niet slechts een zelfonderzoek, maar een gewoonte van een ongelovige gelovige blijkt. Bij de uitgang stop ik een stapeltje foldertjes in mijn tas.

Nikki Dekker is dichter en redacteur bij vpro.nl en vpro.nl/boeken.

Mail

Liesbeth de Feyter studeerde schilderkunst en beeldverhalen aan Sint Lucas in Brussel. Ze werkt als freelance illustrator en striptekenaar en maakt poëtische beelden met een luguber kantje.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer