Asset 14

Muziek in het museum

Steeds vaker glipt muziek de musea binnen, vermomd als sound art, verstopt in een installatie of geïsoleerd gebracht in de zeldzame concertzaal van een museum. Kunnen we ons een museum voorstellen waarin muziek een volwaardige partner wordt van de beeldende kunst, maar ook van film, dans en andere disciplines?

Ik gebruik nooit audiotours. Ik wil gewoon tekst. Audiotours gaan te langzaam, ze kunnen minder goed complexe informatie overbrengen en ze dringen je vaak ook nog een bepaald parcours op. Het enige voordeel is dat je tegelijk de toelichting kunt horen en het object bekijken, maar verder is het mij een raadsel waarom die dingen ooit zo’n opmars hebben gemaakt in het museumwezen. Tenzij je in een muziekmuseum bent natuurlijk. Dan is het plotseling een heel ander verhaal.

Muziek op een sokkel

Nu zijn er niet zoveel muziekmusea. In Nederland kom je niet verder dan het Pianola Museum en Museum Speelklok. In Brussel staat het MIM, een museum dat gezegend is met een naam die in verschillende talen een afkorting voor muziekinstrumentenmuseum is. Die musea vallen allemaal onder de noemer ‘sympathiek’. Het Pianola Museum is een klein liefdeswerk aan de Jordaan dat alleen op zondagmiddag open is, maar een bont programma aan concerten brengt, van pianolajazz tot onspeelbare avant-gardepartituren toe. Museum Speelklok is een oude kerk in Utrecht, tot de nok gevuld met muziekautomaten van alle tijden. Het MIM bezet vier verdiepingen van een artnouveaupaleis op de Kunstberg met een labyrint aan historische instrumenten. Fijne plekken, maar het zijn geen Rijksmusea van de Muziek, zoals die er wel zijn van volkenkunde, oudheden, biologie, wetenschap en techniek, geneeskunde en luchtvaart.

In Frankrijk is dat anders. In het 19e arrondissement van Parijs, tegen de rondweg aan, bevindt zich de Cité de la Musique. Die maakt deel uit van een complex op het Parc de la Vilette, samen met het nationaal conservatorium, een aantal zalen en theaters, en de nieuwe Philharmonique in aanbouw. De Cité zelf is vijf verdiepingen hoog, heeft een concertzaal en biedt onderdak aan het Ensemble Intercontemporain, het belangrijkste Franse ensemble voor hedendaagse muziek. En er is zelfs een museumshop – eigenlijk muziekwinkel/boekhandel. Het is, kortom, een typisch Frans cultureel prestigeproject.

Dat is geen garantie voor succes. Muziek heeft de vervelende eigenschap dat je het niet op een sokkel kunt zetten – een van de redenen dat er zo weinig muziekmusea zijn. Wat betreft collectie verschilt de Cité de la Musique niet veel van het MIM: oude instrumenten. De Cité heeft wel nog een bovenverdieping 20e eeuw en een zijzaal etno-muziek. Maar vooral de presentatie verschilt immens. En dat heeft bijna alles te maken met de audiotour. Dat de régale een 17e-eeuwse blaasbalgpiano is, neem ik voor kennisgeving aan, maar dat het ding klinkt als de opa van een psychedelische synthesizer uit de jaren 1970, zal ik niet snel vergeten. Dat op de verdieping voor de 18e eeuw een altist laat horen wat ‘col legno’ nu eigenlijk inhoudt (met de stok op de snaren slaan) of wat een Bartók-pizzicato is (de snaar tegen het hout laten knallen) is ook een stuk educatiever dan een toelichtende tekst. Dat tegen het einde van het parcours het hele gebouw galmt van een stel artrockers die een soundcheck doen, is eerder prikkelend dan storend. Het is natuurlijk wel Frankrijk, dus de muziekgeschiedenis van de 20e eeuw is vooral de avant-garde volgens Boulez, de jazz komt er bekaaid van af en de popmuziek heeft slechts een tussenvloertje. Maar wat de Cité wel brengt, is niet alleen een museumopstelling, het is ook een nieuwe muzikale ervaring.

Illustratie: Aart-Jan Venema

Muziek als installatie en projectie

Een paar dagen later ben ik in het Palais de Tokyo en zie daar de reconstructie van Oskar Fischingers Raumlichtkunst, een driedelige video-installatie waarvan je nauwelijks kunt voorstellen dat hij uit 1926 stamt. Ik had de installatie een jaar eerder gezien in Tate Modern, en toen kwam ik daar pas naderhand achter. De beeldtaal is een combinatie van geometrische abstractie, abstract expressionisme en jaren-zestig-psychedelica en de presentatie met drie simultane schermen is zo eigentijds als maar kan. Welke muziek Fischinger erbij gedacht had is onbekend, dus hebben de conservatoren (het werk is pas in 2012 gereconstrueerd door het Center for Visual Music in Los Angeles) het gepaard aan ‘Ionisation’ van Edgard Varèse en aan ‘Double Music’ van John Cage en Lou Harrison, werk dat eigenlijk uit de jaren 50 en 60 stamt.

De reconstructie van Raumlichtkunst doet iets wat de Cité niet doet: actualiseren. De Cité blijft toch een museum voor muziekgeschiedenis; de installatie van Fischinger geeft ook bij weerzien the shock of the new. Elders in de tentoondtelling Nouvelles Vagues, middenin het labyrint van trappen, zalen en gestripte muren van Palais de Tokyo, staat ook een grote grillig gevormde houten hut vol automatisch aangedreven instrumenten die samen een popsong spelen. Het ding heet Concert Hall en is het product van een collectief van geluidskunstenaars, die elk hun eigen instrumentatie, soundscape of caleidoscopische projectie bijdragen. Het is de museale jukeboxversie van Stifters Dinge, Heiner Goebbels’ concert zonder muzikanten.

Raumlichtkunst en Concert Hall zijn symptomatisch voor een ontwikkeling in de hedendaagse muziekpraktijk, die zich uitstrekt van projecties en installaties tot klanklandschappen en sound art. Muziek verplaatst zich van de concertzaal naar buiten, deels naar projectruimtes en lege panden, deels naar internet, maar in toenemende mate ook naar de museumzaal. William Kentridge maakte voor dOCUMENTA (13) The Refusal of Time (2012), een installatie met vijf video’s, infernale blaasbalg, blazers en percussie, die ondertussen al doorreisde naar MAXXI in Rome en het Van Abbemuseum in Eindhoven. Je bevindt je als toeschouwer in een draaikolk van overlappende beelden, overtekende found footage en een schaduwprocessie, voortgestuwd door een duistere fanfare. Het Stedelijk Museum in Amsterdam presenteerde de immense video-installatie Nummer Veertien: Home (2012), waarin Guido van Werve als triatleet Chopin en Alexander de Grote achterna jaagt, begeleid door een hedendaags koor vanuit een Hollandse buitenwijk. De muziek speelt in deze werken een cruciale, maar niet een centrale rol: het gaat om een ‘beleving’, een ‘gebeurtenis’, nooit om een concert.

De ontwikkeling vindt ook in omgekeerde richting plaats: het museum sluipt de concertzaal binnen. Het kwintet Hexnut maakte in 2011 met Wrench een cyclus van stukken gebaseerd op de panoramische foto’s van Edward Burtynsky. Bij foto’s van olieraffinaderijen werd een speciaal vijfpersoons blaasinstrument uit PVC-pijpen gebouwd; in een ander stuk schoot de videoprojectie over de details van hoekige steengroeven, die oplichtten op de aanslag van de piano. De vervlechting van muziek en beeld werd een audiovisueel totaaltheater dat je de verwoestte landschappen in zoog. Christian Marclay, die in 2011 de gouden leeuw op de Biënnale van Venetië won met de videocollage The Clock, is ook turntablist en vinyl artist en maakte arrangementen waarbij zijn video’s als ‘visuele partituren’ moeten worden geïnterpreteerd. En het Vlaamse collectief BL!NDMAN maakt totaalconcerten waarin scenografie een belangrijke rol speelt, o.a. in de vorm van een gigantische metalen kubus of een stellage waar je omheen kunt lopen. Daarmee doet BL!NDMAN hetzelfde als wat de verplaatsing van muziek naar de museumzaal bewerkstelligt: het concertformat doorbreken.

Sound art neemt in deze ontwikkelingen een bijzondere rol in. Ontstaan binnen de conceptuele kunst in de jaren 1960 en 1970, stond het altijd al buiten de concertpraktijk en vond het hoofdzakelijk plaats in galeries en projectruimtes. Kenmerkend voor geluidskunst is dat het geluid niet behandelt als muziek, maar als rauw materiaal. Als deel van de conceptuele kunst is het in de afgelopen decennia in toenemende mate gemusealiseerd: Bill Fontana kon Harmonic Bridge installeren in Tate Modern, Forty-Part Motet van Jane Cardiff reist sinds 2005 langs musea wereldwijd, en het MoMA opende in augustus de tentoonstelling Soundings: A contemporary score, met de uitdrukkelijke bedoeling de toeschouwer met meer zintuigen bij het museum te betrekken. De verhouding van sound art en muziek in het museum is complex. Deels creëert geluidskunst een opening voor muziek om vermomd als geluid het museum binnen te komen, deels kan het componisten en muzikanten inspireren om voorbij de muziek te denken, deels blijft sound art zelf ook een Fremdkörper in het museum.

Een museum voor hedendaagse kunsten

Het probleem is dat muziek niet meer dan een incidentele en vaak marginale plek in musea voor hedendaagse kunst kan krijgen, zolang ‘hedendaagse kunst’ wordt opgevat als ‘hedendaagse beeldende kunst’. Die Fine Art bias heeft er toe bijgedragen dat geluidskunst en mediakunst een subcultuurtje binnen de kunstwereld zijn geworden, met eigen festivals (Ars Electronica, Sonic Acts, Today’s Art), in galeries en projectruimtes, en in een zéér beperkt aantal eigen instituten (ZKM in Karlsruhe, Eyebeam in New York, wijlen het NIMk/Montevideo in Amsterdam, en opnieuw Ars Electronica). Sommige musea hebben een eigen concertzaal, maar er zijn géén musea voor moderne of hedendaagse kunst die daadwerkelijk uit het beeldende-kunst-wereldje weten te stappen: geluid wordt er niet zozeer toegelaten als wel geannexeerd. De sluiting van de New Art Space Amsterdam, een van de weinige grotere tentoonstellingsruimten waar beeldende kunst, mediakunst, avant-gardemuziek en film daadwerkelijk naast elkaar bestonden, is dan ook een ramp.

Een nieuw soort museum is nodig: een museum voor de hedendaagse kunsten, meervoud. Nu geluid, performance en ‘time-based media’ een legitiem deel zijn geworden van museale kunst, is er feitelijk geen reden meer om vast te houden aan de status aparte van beeldende kunst. Het volstaat namelijk niet om zo nu en dan een muzikale installatie op te nemen. Een museum voor hedendaagse kunsten is geen reservaat voor multimediale utopische uitvindingen, maar een gemeenschappelijke ruimte waarin onverwachte en fantastische dingen kunnen staan, gebeuren, klinken en bewegen. Interdisciplinariteit is geen verplichting. De winst zit in verplaatsing en kruisbestuiving. Een museum voor hedendaagse kunsten zou filmpjes moeten projecteren op de sculpturen van Richard Serra, Morton Feldman opvoeren tussen de Rothko’s, de dansfilms van Anne Teresa de Keersmaeker vertonen, en inderdaad ook minstens een paar geluidskunstwerken en muzikale installaties moeten hebben. Het klinkt als een musée imaginaire, maar de gebouwen staan er al, en ten dele doen musea dit al. Hoe die gemeenschappelijke ruimtes daadwerkelijk moeten worden ingericht is aan intelligente museumdirecteuren en tentoonstellingsbouwers, maar als eerste stap volstaat een simpele suffix –en of –s achter ‘Kunst’ of ‘Art’.

Dit artikel ontstond naar aanleiding van een residentieproject van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in samenwerking met de Stichting Biermans-Lapôtre, en verscheen eerder in Rekto:Verso nr 59. De still op de voorpagina is afkomstig uit Oskar Fischingers Raumlichtkunst.

Mail

Floris Solleveld is Hard//hoofd-redactielid en overdag historicus en filosoof. Tussendoor tekent hij met inkt en penseel en schrijft over interdisciplinaire podiumkunsten. Of over politiek. Soms ook poëzie.

Aart-Jan Venema is freelance illustrator en verhalenverteller. Hij werkt onder andere voor NRC.next, de Groene Amsterdammer en hard/hoofd.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Oh Sultan, pахмат, maar ik voel niet hetzelfde

Na een paardentocht in Kirgizië wordt voor Jip van Steenis duidelijk dat haar connectie met gids Sultan een andere wending nam dan ze had verwacht. Wat gaat er allemaal verloren in de interculturele vertaling wanneer je als toerist een band opbouwt met iemand in het buitenland? En hoe begeef je je in deze heteronormatieve dynamiek als biseksueel, in een land waar je niet queer mag of durft te zijn? Lees meer

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Sigrid Kaag blijft diplomatisch bij Zomergasten, heel even komt ze los

Janine Abbring begint het gesprek met de woorden: “Je bent de afgelopen paar jaren veelvuldig bekeken door andermans ogen, maar vanavond kies jij de beelden.” Dat zet meteen de toon, maar roept ook de vraag op: zal doorgewinterde diplomaat Sigrid Kaag, met haar altijd politiek correcte antwoorden, het achterste van haar tong laten zien, of... Lees meer

Dingen die ik nooit gedaan heb

Dingen die ik nooit gedaan heb

Op een warme avond in een koele loods loopt een jonge vrouw een bekende professor tegen het lijf. Met de geur van opgedroogd zweet en de aanblik van een duur kapsel neemt Faye Schumacher ons mee in een ontmoeting tussen Vanessa en Meneer de Professor. Lees meer

:Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Tommy Wieringa verleidt je op fantastische wijze om samen met hem een doodlopende steeg in te lopen. Met een lach en een handig gebaar wijst hij de kijker op de fonkelende scherven onder ieders voeten. 'Er is nog heel veel te redden.' Lees meer

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

'Een uitvaart is toch meer voor de nabestaanden.' Steef probeert zichzelf een houding te geven wanneer ze hoort dat haar vervreemde zus is overleden. Nadine Ronde neemt je mee in de eerste stadia van het rouwproces dat begint met een ongemakkelijk potje airhockey, een Super Mario PEZ-dispenser en gesprekken over de prijsstijging van komijnekaas. Lees meer