Asset 14

Museum van de namaak

Frederik Willem Daem stuitte op een reproductie van Picasso’s Guernica in kinderverf, David Bowie vertelt hem dat zes verstandelijk gehandicapten er evenveel dagen onophoudelijk aan hadden gewerkt. Het was beter dan het origineel en hij pinkte een traan weg.

Waar zouden Samir en Mürsel nu mee bezig zijn? Zouden ze nog steeds op diezelfde hoek aan de kerk van Jette staan, wachtend tot er niets gebeurt? Zijn ze afgestudeerd? Werkende? Zouden we elkaar nog steeds met een knuffel begroeten of zou de tijd onze vriendschap gereduceerd hebben tot een knik of minder? Uit het oog is bij mij veelal uit het hart, besef ik wanneer ik in de Rue de la Faisanderie richting de Eiffeltoren wandel. Zij probeert het gevoel waarmee het Musée de la Contrefaçon ons achterliet te begrijpen. Ik denk terug aan dat samenraapsel dat wij 3WeWi noemden. Het lukt haar maar niet de vinger op de wonde te leggen. Ze blijft er rustig onder. Dit is mijn museum, niet het hare.

Ik koesterde hoge verwachtingen van iets dat zichzelf hét museum van de namaak gedoopt had. Op de weg naar daar verzon ik de geweldigste scenario’s. Etalagepoppen, uitgedost als museumwachters, die in elke hal met robotstem ‘no pictures’ fluisteren. Misschien kan je er de stem van je audiogids kiezen (twijfelen tussen Hulk Hogan en Oprah om uiteindelijk toch voor David Bowie te gaan), in de museumshop liggen ongeschreven boeken van gevestigde auteurs, ik blader door een iPad-handleiding van Paul van Ostaijen. De parketten vloeren zijn er eigenlijk trampolines en, u bent gewaarschuwd, de trampolines zijn van parket, maar ze lijken zo echt dat ik me bezeer. Ik stuiter door een draaideur en bevind me in een donkere hal: spotlights op een reproductie van Picasso’s Guernica in kinderverf, Bowie vertelt me dat zes verstandelijk gehandicapten er evenveel dagen onophoudelijk aan hebben gewerkt, het is beter dan het origineel, ik pink een traan weg. Op de muur een door Banksy geschilderde nooduitgang – ik wil hier wonen, tussen de Rodins en Giacometti’s geboetseerd in kleurrijke Play-Doh, de door Escher geïnspireerde speleobox, de Rubensiaanse naaktmodellen en de urinoirs van Duchamps. Waar mijn urine heen loopt weet ik niet, maar hij is weg. In de overvolle metro glunder ik nog meer dan de toeristen die mij omringen. Wat een geweldige dag ga ik tegemoet.

Beeld: Lisa-Marie van Barneveld

Wanneer ik voor nummer 16 sta, besluit ik dat ik, om verdere ontgoochelingen te voorkomen, vanaf nu minder van het leven moet gaan verwachten. Of dat ik dringend aangesteld moet worden als creatief directeur van een museum. Ik weet niet wat het haalbaarst is. We wachten voor de poort van het museum tot we zien dat er aangebeld moet worden. Een vrouw doet vriendelijk open en snelt dan terug haar hokje in. Wanneer we aan de balie komen, doet ze alsof ze ons voor het eerst ziet. We weten haar te overtuigen dat we journalisten zijn en hoeven niet te betalen. Ik stel me voor dat de Parijzenaren het ook zo doen. Hoewel we ons best doen Frans te spreken, krijgen we de brochures in het Engels. Ik kijk naar boven. Ik sta in een in een beschermd hôtel particulier, lees ik. Uit de eerste alinea van de brochure leid ik af dat dit een serieuze bedoening wordt. Ik word door de UNIFAB, de unie van fabrikanten in wier museum ik nu dwaal, gevraagd te begrijpen wat imitatie al dan niet betekent: BIJ NAMAAK MOET ER NIET NAAR DE VERSCHILLEN GEKEKEN WORDEN MAAR NAAR DE GELIJKENISSEN.

De eerste ruimte is gevuld met antieke vitrinekasten. De objecten worden er per thema uitgestald. Het zou een spelletje op internet kunnen zijn: onderscheid het origineel van de imitatie. Een heel gemakkelijk spelletje in dit geval en waar, gezien de hoeveelheid bezoekers, maar weinig mensen interesse in zouden hebben. Wanneer ik naar de exemplaren kijk die tentoongesteld worden, kan ik ze dat niet kwalijk nemen. Twee handtassen van Gucci met een roze leren bloem erop gestikt springen in het oog. De vorige eigenares lijkt één van beide tassen, vermoedelijk de nagemaakte, te hebben laten vallen in de Nieuwstraat op de eerste dag van de solden. Haar roos hangt er wat verwelkt bij. Naast haar een rood bordje Faux. Bij het origineel geen bordje. Hetzelfde scenario iets verderop met twee horloges van Hermès. Ik ben heel goed in dit spel. Of ze maken het mij hier heel makkelijk. Zo gemakkelijk dat ik halverwege de eerste zaal, bij de nagemaakte ontbijtgranen, een licht vermoeden krijgen dat ze het er om doen. Zoals de boodschap van filmdiefstal.nl die vroeger bij het begin van elke film onvermijdelijk begon te spelen en tot mijn ergernis niet viel door te spoelen. ‘Piraterij is een misdrijf,’ besloot de voice-over na een epileptische 44 seconden van auto’s en televisies stelen. “Waarom zegt ge dit tegen mij? Ik heb de film toch al gekocht...”
“Downloaden is diefstal!” herhaalt hij.

Namaak zal dat dan ook wel zijn. Maar lijden de fabrikanten dan zo hard onder de gevolgen dat ze er een onpopulair museum aan willen wijden in één van de hoofdsteden van de mode? Zijn de producenten dan zo bang om inkomsten te verliezen? Misschien voor de bedrijven die waspoeder, Frosties of Tabasco ontwikkelen, als je al weet waar je die buiten het supermarktcircuit kan vinden. Maar is de toerist die een DKNY-tas uit een doek koopt in Tunesië aan 45 euro een potentiele klant van het authentieke model dat tien keer die prijs kost? Zo’n aankoop lijkt me eerder deel uitmaken van de reiservaring, net als het rijden op gebulte dieren. Het marktbezoek, het afpingelen en het gevoel dat je waar voor je geld gekregen hebt. “Hij vroeg tachtig euro maar ons Rita heeft hem voor 55 gekregen,” wordt er thuis nonchalant bij de diavoorstelling gepronkt. Zijn het die mensen waarvoor ik hier gewaarschuwd word? Maken zij de mode-industrie kapot?

Of zijn de fabrikanten achter dit museum gewoon bezorgd? Willen zij de consument waarschuwen voor de gevolgen van ontploffende namaakgsm’s en andere desastreuze gevolgen van nepperij? Zij die zich de Dafalgans in de apotheek niet kunnen veroorloven aanmanen dieper in hun buidel te tasten en deze niet meer op de zwarte markt te zoeken? Zouden die Burberryslippers, die u natuurlijk niet in de officiële verkooppunten vindt, u dan niet behoeden van uit te glijden in de badkamer of vrezen zij dat wij binnenkort allemaal blind worden van de per toeval aangekochte zelfgestookte rum in Bacardiflessen?

Hoe meer ik erover nadenk, hoe onverschilliger ik word. Op de zijkant van mijn Wayfarer zonnebril staat ‘Rojo Bom’ in de font die Ray-Ban uitvond. Er bestaat geen twijfel over dat hij namaak is. Toch draag ik hem graag. En zijn het niet wij, mijn generatiegenoten en ik, die het model zijn gaan dragen, die bijgedragen hebben tot de verkoop van veel van de echte Ray-Ban’s? Als mensen het origineel willen, dan zullen ze daarvoor sparen en de bril met trots laten rondgaan zodat mensen het gewicht ervan kunnen voelen als bewijs van zijn authenticiteit. Maar als modegoeroe Paul Smith al schaamteloos het model van de Ray-Ban Clubmaster – om een even herkenbaarder voorbeeld te schetsen – imiteert, behoort dit model naar mijn mening tot het collectief erfgoed en moet niets mij weerhouden van een soortgelijk, goedkoper, model te dragen.

Maar die redenering blijkt hier niet aan de orde. Uit de foto’s leid ik af dat ze liever alle namaak zonnebrillen op een hoopje gooien om er vervolgens met een wals over te rijden onder het toeziend oog van een twintigtal liefhebbers van krakend plastiek. Hoe langer hoe liever meen ik te denken dat dit de bestaansreden is van le Musée de la Contrefaçon. Niet omdat 300.000 Europeanen jaarlijks hun baan verliezen, zoals een sip kijkend trio mij op een poster probeert duidelijk te maken, maar omdat de fabrikanten die geld pompen in dit spektakel liever gewoon niet willen dat sommigen erbij horen. Dat een deel van de mensen maar beter geen reistas koopt van Louis Vuitton opdat het merk exclusief blijft. Het beeld van tennissende jeugd dat Lacoste wil uitsturen mag zeker niet stroken met de realiteit zoals wij die kennen.

Illustratie: Frederik Willem Daem

En dat is de reden van mijn plotse afkeer jegens het museum van de namaak. De reden waarom ik richting de uitgang van deze ontgoocheling wil wandelen. Want ik ben diegene die twee valse polo’s bezit van Lacoste, maar toch zou ik door uiterlijke kenmerken, waar ik verder geen aandeel in heb, eerder bij de linker afbeelding horen dan bij de rechter. Net zoals het merk Lonsdale zich ooit wilde ontdoen van zijn neonazistische aanhangers – skinheads eigenden het merk zich toe omdat met opengeritste jas enkel de letters NSDA op hun trui zichtbaar waren en hier de link gelegd kon worden met de arbeiderspartij van Hitler – wil Lacoste de associatie met die jongens uit de voorsteden, waar de Parijzenaar zoals wij hem denken te kennen weinig tot niet komt, de wereld uit helpen.

Wat zouden Mürsel en Samir nu aan het doen zijn? Twee van de zoveel jongens uit de probleemwijken van Brussel die met mij de schoolbanken deelden in de hoop dat zij het niveau in het derde jaar Wiskunde-Wetenschappen aankonden. De jongens die het wél belangrijk vonden een echte Lacoste polo te bezitten. Dat zag ik uitgebreid op de dag na het Suikerfeest, de dag waarop mijn klasgenoten na een maand vasten betaald werden voor bewezen diensten. De ontgoocheling was groot die ochtend toen bleek dat J-P en Mürsel hetzelfde paar Air Max 90’s hadden gekocht. In de speeltijd bespraken ze elkaars heuptasjes en voelden ze aan de peau de pêche van hun nog ongewassen Adidastraining.

Ik beslis toch de derde zaal aan te doen. Al is het maar omdat ik wil weten wat er achter die quote van Jean-Jacques Rousseau schuilgaat. "Le faux est susceptible d’une infinité de combinaisons, mais la vérité n’a qu’une manière d’être." Vermoedelijk voor interpretatie vatbaar. De kamer is ingericht als een oude bibliotheek. Misschien is het dat ook ooit geweest. Toen hier nog Fransen woonden, rookten ze hier hun sigaren en dronken ze cognac. Overal hangt of staat kunst. Om financiële redenen ditmaal niet in het bijzijn van zijn originelen. Ik weet niet hoe de originele “Les Poissons Rouges” van Matisse er uitziet maar dit hadden die eerder vermelde verstandelijk gehandicapten beter gedaan. De rest van de beeldhouwwerken en schilderijen leken alsof ze gekocht konden worden in een museumshop. Ze doen mij lachen. De rijken met hun bekommernissen. Hebben ze te veel tijd? Te veel geld? Te weinig gevoel voor humor? Ik ben niet arm, maar ik lach tranen als ik die Nike schoenen met Gucciprint of de ronde basketbalzak van Louis Vuitton zie. Ze hebben toch wat ze willen. Wij willen wat zij maken. Willen erbij horen. Weten soms niet meer wat we eerst moeten kopen. Staan in de rij voor hun nieuwe collecties in onze winkelstraten. Matisse en consoorten mogen blij zijn. Blij dat ze zo groot geworden zijn, zo alomtegenwoordig dat ze moeten nagemaakt worden. Dat is meer dan zoveel andere kunstenaars kunnen zeggen. Veel meer dan ik kan zeggen.

Bij het buitengaan beslis ik een nieuw citaat aan te reiken in het gastenboek. Naast de ‘Excelente!’ die Maria uit Venezuela neerpende en de ‘Very interesting!’ van Daniele, die vervolgens een lachende kat tekende, citeer ik de Amerikaanse journalist Sydney J. Harris: “Mensen maken namaakgeld, maar geld maakt mensen namaak.”

Dit artikel is geschreven door Frederik Willem Daem, en ontstond op basis van een residentieproject van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren in samenwerking met de Stichting Biermans-Lapôtre.

Mail

Lisa-Marie van Barneveld is editorial illustrator. Ze houdt van korte deadlines en moeilijke onderwerpen. Haar geheime superkracht is meer verf op haar handen/kleren/tafel/kat krijgen dan op het papier.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer

Het weefsel van geheugen

Het weefsel van geheugen

Vanaf de jaren zestig strijdden avant-garde kunstenaars Ana Lupas en Magdalena Abakanowicz tegen het vooroordeel dat textiel alleen decoratief kan zijn. Sander Bortier laat zien dat hun verwantschap verder gaat dan het innovatieve gebruik van het materiaal dat mede door hen van betekenis verschoof, van traditioneel naar subversief. Vezels werden drager van een stille taal: een vertaling van menselijke kwetsbaarheid binnen een collectieve orde. Lees meer

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Westerse schoonheidsidealen onder een hoofddoek

Tessy Ouwens kreeg op jonge leeftijd te maken met onrealistische schoonheidsidealen en dit leidde tot een strijd met haar eigen lichaam en zelfbeeld. Onverwachts was het de islam en het bedekken van haar lichaam, dat haar uit deze strijd hielp. ‘Met mijn hoofddoek op, voelde mijn lichaam voor het eerst weer als de mijne.’ Lees meer

 1

Zinkstukken

Dealen met fysieke ongemakken, de dood, en afgelegen, kale landschappen spelen vaak een centrale rol in de boeken van Jilt Jorritsma - zelfs zijn proefschrift ging over zinkende steden. Het is daarom niet verrassend dat Jilt Jorritsma gegrepen werd door de Biesbosch en haar spookachtige arbeidshistorie toen literair productiehuis Tilt en Cultuurfonds Noord-Brabant hem vroegen het achtste Brabants Boek Present te schrijven. De verhalen die hij ontdekte en opschreef zijn des te grilliger - vandaag lichten we alvast een tipje van de sluier. Lees meer

:De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

De DSM is science fiction, iedereen is gek: psychiater Jim van Os in de laatste Zomergasten

Hij wil de DSM weggooien, spreekt controversieel over euthanasie, drank, de ggz... wat niet? Wie ís de allerlaatste Zomergast? Psychiater Jim van Os, dus. ‘Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.’ Lees meer