Asset 14

Flarden van mensen en dingen

Mark Cohen fotografeert mensen en dingen, maar hij zit zijn onderwerpen zo dicht op de huid dat ze aan alle kanten van de beelden af vallen. Zijn home town Wilkes-Barre is vrijwel onzichtbaar, maar als reden voor zijn surrealisme overal aanwezig.

Drie mannen, zichtbaar comfortabel aan gene zijde van de pensioengerechtigde leeftijd, staan op een woensdagmiddag voor een van de roodgeverfde muren in het Nederlands Foto­museum. Aan de muur hangt een foto van een hek, al roept dat enkele woord al een uitgesprokener beeld op dan wat de mannen voor zich zien. Het hek op de foto bestaat uit niet veel meer dan vier in een gammele rechthoek getimmerde planken, het gat in het midden is bespannen met gaas. Omdat zowel het hek en het gaas als de herfstbladeren op de modderige grond daarachter grotendeels donker van kleur zijn, en de foto uit louter grijstinten bestaat, wordt de indruk dat er eigenlijk niet zo heel veel te zien valt nog eens versterkt.

"Het lijkt wel alsof de bladeren in het hek vastzitten", oppert een van de mannen. "Maar dat is niet zo."

Een van de andere twee zegt: "Ik had hem niet gemaakt."

Hij krijgt bijval van nummer drie: "Ik ook niet."

De man in het midden probeert zijn woorden te nuanceren: "Of… ik had hem wel gemaakt. Maar niet afgedrukt."

Dat "ik had hem niet gemaakt" zou natuurlijk kunnen klinken als het bekende "dat kan mijn neefje van zeven ook". Maar de stem van de man mist dat schrille, hooghartige wat je meestal hoort wanneer iemand zichzelf probeert te overtuigen van zijn gave de leugen, die de moderne kunst uiteindelijk is, genadeloos te doorzien. Er zit simpelweg te veel twijfel in: wat vooral doorklinkt is een oprecht soort onbegrip, in de letterlijke zin van ‘niet-begrijpen’, zonder dat dit direct ook een verkapte veroordeling meetorst.

De foto die verantwoordelijk is voor deze kleine scène draagt de droge titel Wire Gate. Hij komt uit 2005 en werd gemaakt door de Amerikaanse fotograaf Mark Cohen (1943) ergens in of niet ver van zijn geboorteplaats Wilkes-Barre (spreek uit: ‘Wilksberre’) in Pennsylvania; ooit, in een ver en delfstofgrijs verleden, een bedrijvig stadje, maar inmiddels zal niemand zich het begin van de neergang meer herinneren. Het Fotomuseum toont een ruime selectie van vooral vroeg werk: 131 foto’s. De meeste beelden komen uit de jaren zeventig, het leeuwendeel is zwart-wit, en allemaal, op twee na, op wat tegenwoordig voor het gemak "landschapsformaat" wordt genoemd. Die term voelt hier een beetje misplaatst, want als er iets is waar Cohen niet in geïnteresseerd lijkt, is het wel het landschap. Iedere vorm van uitgestrektheid, van weidsheid, ontbreekt. Cohen fotografeert mensen en dingen, maar zit zijn onderwerpen zo dicht op de huid dat ze aan alle kanten van de beelden af vallen. Wilkes-Barre is vrijwel onzichtbaar.

De foto’s zijn benauwd: als ze al een soort ruimtelijkheid bezitten lijkt het eerder een negatieve vorm daarvan. Het zorgt enerzijds voor beklemming – je bevindt je als kijker in de ‘persoonlijke sfeer’ van iemand die zelfs op A3-formaat bijna levensgroot is afgebeeld – maar vaak genoeg wordt die spanning gebroken door de mogelijkheid te glimlachen. Laughing Man’s Teeth (1976) doet dat wel erg expliciet, door uit te nodigen mee te lachen met de man die wordt afgebeeld, al zie je niet veel meer dan een slecht gebit en de onderste helft van een gezicht dat in een grijns is getrokken, uit de duisternis gesneden door hard flitslicht. Je ziet niet veel, maar wat je ziet, zie je scherper dan je voor mogelijk hield. Alsof je jezelf na jaren waarin je ogen langzaam achteruit sukkelden eindelijk een bril laat aanmeten, en plots beseft hoe gedetailleerd de werkelijkheid eigenlijk is.

Ik hoorde eens iemand bij hoog en bij laag volhouden dat Cohens beelden uitsneden van grotere foto’s moesten zijn: niemand zou bewust zo fotograferen. De persoon in kwestie speurde beeld na beeld in een monografie af, op zoek naar een vorm van scherptediepte die technisch gezien onmogelijk te bereiken zou zijn zonder knipwerk. Vergeefs natuurlijk, maar heel gek was zijn gedachte nu ook weer niet.

Veel van Cohens beelden zijn van het soort dat je, als je er niet op bent voorbereid, als mislukt zou willen beschouwen. Alsof iemand met een kapotte zoeker fotografeerde, of soms zelfs alsof iemand per ongeluk, nietsvermoedend, op het knopje op zijn camera drukte. Foto’s die je vroeger, nadat je een rolletje had laten ontwikkelen, uit het stapeltje haalde voordat je ze aan anderen liet zien; foto’s die nu niet eens de eerste schifting op de harde schijf in de camera overleven. Maar wanneer je ze naast elkaar ziet, is direct duidelijk dat ze het gevolg van zeer bewuste keuzes zijn.

Op YouTube staan verschillende filmpjes met mooie, oude beelden van Cohen. Bijvoorbeeld een stukje uit een Duitse documentaire over Zeitgenössische Fotografie in Amerika, uit 1982. (Cohen verdient de kost als huwelijks- en portretfotograaf, maar al vanaf het begin van zijn carrière geniet hij brede erkenning voor zijn eigenzinnigere straatfotografie.) Hij vertelt de documentairemaker over zijn werk en wordt gevolgd terwijl hij de straat op gaat om foto’s te maken. Zijn harde kaaklijn en zachte oog­opslag, zijn grijze haar, rechthoekige bril en zwarte wenkbrauwen als bezems maken dat hij eruitziet als de Britse acteur Jeremy Irons in zijn jonge jaren (denk: Brideshead Revisited), die met hulp van een goede grimeur weet te overtuigen in de rol van Martin Scorsese-op-leeftijd.

Je hoeft Cohen maar een halve minuut aan het werk te zien om te begrijpen dat van afsnijaden geen sprake is: hij zit gewoon zo dicht op zijn onderwerpen. Hij zoomt in met zijn hele lichaam, in plaats van met zijn lens. Het is een wonderlijk schouwspel: de fotograaf loopt schijnbaar gejaagd over straat, maar zijn bewegingen zijn tegelijkertijd volledig vloeiend – Rimsky-Korsakovs De vlucht van de hommel zou een goede soundtrack vormen – wanneer hij ver van tevoren een mogelijk onderwerp ontwaart, versnelt hij wat; in zijn rechterhand draagt hij zijn camera, zijn linker houdt een kleine flitser vast – een krullende varkensstaartdraad, als tussen een ouderwetse telefoon en de hoorn, verbindt de twee – als hij zijn slacht­offer is genaderd, buigt hij plots voorover om een paar schoenen te fotograferen, of duwt hij de camera en flitser bijna in het gezicht van een niets­vermoedende voorbijganger. Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat hij niet met de regelmaat van de klok in elkaar is geslagen. Het is een vorm van brutaliteit die sommige straatfotografen – van Magnum-fotograaf Bruce Gilden circuleren bijvoorbeeld bijna identieke beelden – tot kunst hebben verheven. Voor het netjes aanspreken van mensen en toestemming vragen voor een foto is niet altijd tijd, al lijkt Cohen er geen been in te zien om af en toe een praatje te maken of achteraf toe te lichten waar hij in vredesnaam mee bezig is. Zijn werkwijze zorgt ervoor dat zijn foto’s een lading krijgen die hij zelf "seksueel, of zelfs psychologisch" noemt.

Er valt wel wat voor te zeggen. Niet alleen hoef je geen doorgewinterde freudiaan te zijn om op het woord ‘penetreren’ te komen wanneer je de relatie tussen Cohens camera en de ‘personal space’ van zijn onderwerpen wil beschrijven, de resultaten zijn ook zo rijk aan texturen – van kleding, van huid – dat ze gemaakt lijken om aan te raken. Ze zijn in die zin zinnelijk; ze tonen benen, buiken, borsten, bakstenen, bontjassen, bubble gum en baardstoppels; pantalons, peuken, peren, portable radio’s en de pitjes in een granaatappel. Samen genomen laten ze veel zien, maar iedere losse foto toont zo min mogelijk. Een foto van een jas is een foto van een jas, hooguit is er nog sprake van een aanzet van een onderkin of het vermoeden van een vrolijk bloemetjesoverhemd. Of misschien zweeft ergens in de achtergrond nog een uithangbord met de woorden ‘Casablanca’ en ‘bar-grill’; maar als je iets zeker weet, is het dat het hoofd dat door Cohens kader wordt afgesneden niet dat van Humphrey Bogart kan zijn. Niet alleen was die al lang dood toen Cohen begon te fotograferen, dit is Wilkes-Barre en verder van Rick’s café in Casablanca (uit de gelijknamige film) dan dit onooglijke mijnstadje kom je niet.

In de publicatie bij de tentoonstelling is een citaat van Cohen opgenomen: "When I was trapped in Wilkes-Barre for the next fifty years, I couldn’t but became a surrealist." Volgens mij klopt dat grammaticaal niet helemaal, maar met enige welwillendheid zou je kunnen zeggen dat dat in de geest is van de gedachte die wordt verwoord. In een essay in dezelfde publicatie is een iets langere versie van het citaat terug te vinden, eentje die coherenter klinkt. Cohen zei: "Ik zou graag als Dorothea Lange (chroniqueur van de Grote Depressie – jp) zijn geweest – sociaal betrokken. Maar toen ik de komende vijftig jaar vast bleek te zitten in Wilkes-Barre werd ik een surrealist, omdat ik dezelfde rondjes bleef lopen en foto’s van iemands schoenen begon te maken."

De nietszeggendheid van de omgeving doet Cohen speuren naar kleinigheden die de monotonie kunnen breken. Of impliceert dat "speuren naar" al te zeer een rationele benadering? Is hij inderdaad eerst surrealist en dan pas straat­fotograaf? Iedere straatfotograaf ontwikkelt een instinct, maar Cohen lijkt te bestaan uit louter instinct. Het gaat allemaal op gevoel, hij beweegt zelfs op een manier die je associatief zou kunnen noemen. Hij zoomt zo ver in totdat dingen beginnen weg te vallen, bijvoorbeeld aan de randen van het beeld. In het begin is dat gek, maar als je langer kijkt, begint het heel normaal te worden. Zoals het groteske en het absurde in dromen ook normaal kunnen zijn. Al kijkend val je ongemerkt in een diepe slaap en zie je beelden, flarden van verhalen, die zich niet in je eigen hoofd maar in dat van de fotograaf Mark Cohen hebben gevormd.

-

Mark Cohens tentoonstelling Dark Knees is tot en met 11 januari te zien in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Dit artikel verscheen ook in weekblad De Groene Amsterdammer.

Mail

Jan Postma Jan Postma (Delft, 1985) is politicoloog, fotograaf, journalist, parttime einzelgänger en meer. Maar, voordat u zich een beeld denkt te kunnen vormen, toch vooral dat laatste.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
CLICKBAIT

CLICKBAIT

Een vrouw filmt zichzelf 24/7 en laat haar acties bepalen door wat anonieme usernames vertellen. In de fysieke wereld heeft ze bijna niets, online heeft ze duizenden fans die haar aanbidden. Hoe kun je macht vinden in kwetsbaarheid? Ankie Klut onderzoekt de grens tussen het verlangen om gezien te worden en de behoefte om jezelf te verbergen achter een digitaal masker. Lees meer

Zien is beminnen 1

Een pluchen harnas

Aan de hand van een berenjas, het COC, een appelgroene broek, non-binair zijn en een rode cabrio neemt Tom Kniesmeijer je mee in de kronieken van zijn eigen genderbeleving. Lees meer

:Met stiekem ‘gay’-gedrag heeft de manosphere niets te maken

Met stiekem ‘gay’-gedrag heeft de manosphere niets te maken

'De manosphere zal niet worden ontmaskerd als we haar van een soort stiekeme homoseksualiteit betichten, maar wel door nauwkeurig te kijken hoe ze werkt en deze manieren van competitie en erkenning te ontmantelen.' Lars Meijer deelt zijn reactie op de column van Marthe Bronkhorst over de manosphere. Lees meer

Als ik Nederland in één woord kon opsommen, zou het dit zijn 1

Als ik Nederland in één woord kon opsommen, zou het dit zijn

Marthe van Bronkhorst sonjabakkert langs de geest van Nederland. 'De drie-eenheid bedrog, bedrijven, en een schijnheilige geest lijkt een patroon in de Nederlandse volksaard.' Lees meer

Zien is beminnen

de bank en de schoot

In deze twee gedichten neemt Sophia Blyden je mee terug naar de jaren negentig en naar de warmte van de schoot van je geliefde. Ze liet zich voor deze gedichten inspireren door twee werken in Museum Arnhem. Lees meer

Zien is beminnen 2

Zien is beminnen

Olave Nduwanje besteedt uren met haar lichaam, kijkt beminnend, en deelt haar ‘poreuze plooien, tastbare rondingen, vochtige openingen, en ademsnakkende lediging’ met anderen. Dit lukt haar nu, na dertig jaar, door haar realiteit te analyseren, in de spiegel te kijken en door porno te maken. Lees meer

Oproepbeeld voor ons jubileumnummer BUBBELS, het tiende nummer van Hard//hoofd Magazine!

Oproep voor inzendingen voor ons jubileumnummer BUBBELS – het tiende nummer van Hard//hoofd Magazine!

Hoe bubbelig voel jij je? Stuur vóór 1 september je pitch in en draag met een (beeld)verhaal, essay, poëzie of kunstkritiek bij aan het magazine BUBBELS! Lees meer

Kunnen we even kappen met al dat normactivisme? 1

Kunnen we even kappen met al dat normactivisme?

Loïs Blank ziet een verschuiving in wat er wordt geroepen in columns, aan talkshowtafels en op sociale media. In haar column onderzoekt ze de opvallende drang om het huwelijk, heteroseksualiteit en zelfs het willen hebben kinderen te verdedigen. Wordt de norm daadwerkelijk bedreigd, of is ze gewoon snel geïntimideerd? Lees meer

Auto Draft 17

Gemarginaliseerde Heiligdommen

Hoe bouw je een heiligdom voor mensen die in de fysieke wereld zelden een monument krijgen? Ida Hondelink bespreekt de indie videogame Plum Road Tea Dream die iets heel bijzonders biedt; een plek van herinnering, herdenking en vruchtbare grond voor intieme gesprekken over queer en van kleur zijn. Lees meer

Shirin Abedi maakt een kunstwerk voor onze kunstverzamelaars: ‘Ik wil de poëzie laten zien die naast de politieke werkelijkheid bestaat’

Shirin Abedi maakte het kunstwerk voor onze kunstverzamelaars: ‘Ik wil de poëzie laten zien die naast de politieke werkelijkheid bestaat’

Als dank voor je investering in de toekomst van onafhankelijke kunst en cultuur ontvang je één of twee keer per jaar een kunstwerk van een veelbelovende maker. Binnenkort valt een kunstwerk van fotograaf Shirin Abedi op de mat bij onze kunstverzamelaars. Welke dat precies is, blijft nog even geheim, maar in gesprek met kunstcurator Sander Bortier vertelt Abedi over haar blik op solidariteit, diaspora en de kracht van beelden die ruimte maken voor nuance. Lees meer

Out-of-office-reply

Waarom iedere Nederlander een ton moet krijgen

Marthe van Bronkhorst is momenteel afwezig en kan haar mail niet beantwoorden. Dit wil ze nog doorgeven: Lees meer

Dit maakten onze 1.700 kunstverzamelaars mogelijk in 2025 1

Dit maakten onze 1.700 kunstverzamelaars mogelijk in 2025

Kunstverzamelaars dragen bij aan onze missie om nieuw talent te ondersteunen en een vrije ruimte te bieden. We leggen graag uit hoe we de donaties in 2025 hebben besteed. Lees meer

Over hoe je echtheid kan dragen

Over hoe je echtheid kan dragen

Leren riempjes die uitdagend uitsteken, of juist veilig verstopt tussen sokken in een mandje. In dit essay reflecteert Imme van Zuilekom op de strapon: die zowel zachtheid, hardheid en samenzijn bevat. Lees meer

Auto Draft 16

Weer thuis voelen in een wegwerpwereld

Onderzoeksprogramma Reparatie Remise vroeg schrijvers, kunstenaars en denkers te reflecteren op reparatie als culturele, sociale en politieke praktijk. In dit essay onderzoekt Lieke Knijnenburg wat het betekent om zorg te dragen voor spullen in een wereld die draait op snelheid, vervanging en voortdurende vernieuwing. Lees meer

 1

Schrijfwedstrijd: door de ogen van Palomar

Stuur vóór 19 juli in voor de schrijfwedstrijd van Hard//hoofd en uitgeverij Cossee. Neem de lezers van jouw kortverhaal bij de hand en laat hen opnieuw kijken en luisteren naar (voelen en denken over) situaties, mensen, objecten, beelden die we allemaal kennen. Of toch niet? Lees meer

Zijn de manosphere-mannen niet stiekem een beetje gay?

Zijn de manosphere-mannen niet stiekem een beetje gay?

Marthe van Bronkhorst ziet het licht na een bezoek aan de MediaMarkt en de sportschool: is er wel zoveel verschil tussen mannenliefde en de manosphere? 'Ik ben maar op één plek in mijn leven nóg vuiler aangekeken dan in de MediaMarkt: de squat corner van de sportschool.' Lees meer

Verwachtingen

Verwachtingen

In dit openhartige en genuanceerde essay deelt Sharon van Oost haar twijfels bij het grootbrengen van een jongen in deze vrouwonvriendelijke wereld. Hoeveel ruimte zal ze hem geven? Heeft ze zijn gender niet al te veel bepaald? Hoe kan ze hem helpen om zelf uit te vinden wat mannelijkheid voor hem betekent? Lees meer

Weten we nog wat kunst(matige intelligentie) is?

Weten we nog wat kunst(matige intelligentie) is?

Het Met Gala vroeg dit jaar om mode als belichaamde kunst, maar wat betekent dat eigenlijk? In haar column gebruikt Loïs Blank de rode loper als uitgangspunt voor een kritische blik op hoe mode, lichamelijkheid en creativiteit zich nog tot elkaar verhouden. Lees meer

:Metamorfosen in het Rijksmuseum: verkrachtingscultuur tentoongesteld, maar niet gecontextualiseerd

Metamorfosen in het Rijksmuseum: verkrachtingscultuur tentoongesteld, maar niet gecontextualiseerd

Tussen marmeren goden en mythologische meesterwerken in de tentoonstelling 'Metamorfosen' ziet Nina Läuger vooral een pijnlijk gebrek aan context. Ze vraagt zich af waarom het Rijksmuseum geweld, misogynie en verkrachting in klassieke kunst toont zonder die beelden echt vanuit het heden te bevragen. Lees meer

Baka bana

Baka bana

‘Papa haatte ik omdat hij meer tijd met mama had gekregen dan ik. Mama haatte ik omdat ze me in de steek had gelaten én zwart had gemaakt.’ In dit verhaal van Sophia Blyden komt de hoofdpersoon na een lange tijd zonder contact voor het eerst haar vader weer tegen. Ze besluiten om op een vader-dochterweekend te gaan, op zoek naar verzoening, herinneringen, wie ze geworden zijn zonder elkaar, en de juiste bereidingswijze van baka bana. Lees meer

Hard//hoofd zoekt vóór 31 juli 150 nieuwe lezers!

Hard//hoofd verschijnt weer op papier! In ‘Sporen’ verkennen we waar we vandaan komen en wat we achterlaten: digitaal, ecologisch en sociaal. Ben jij ons al op het spoor? Word vóór 31 juli trouwe lezer voor slechts €3 per maand en ontvang in september 120 pagina’s literatuur op de mat. Veel leesplezier!

Word abonnee!