Asset 14

De sleutels

Al in de middeleeuwen verliep de liefde niet altijd als gepland. Zo ook in dit korte verhaal met een koene ridder, verveelde jonkvrouwe en enigszins schmutzige entourage.

illustratie: Friso Blankevoort

Eduard zet zijn helm af. De pluim bovenop is grotendeels verschroeid. Door de verzengende hitte plakken zijn haren aan zijn voorhoofd en het zweet druipt over zijn gezicht. Zijn baard voelt aan als een hete deken. De ijzeren neusbescherming had zijn neus bekneld. Eigenlijk zou hij het ding eens moeten laten ombuigen, het is te nauw voor zijn vooruitstekende tussenschotje. Een neus als de snavel van een adelaar, hoort hij de mensen wel eens zeggen.

Aan de sleutels van de loodzware bos in zijn trillende handen lijkt geen einde te komen. Het is ook altijd pas de laatste die je probeert, denkt hij. Zat er maar een touwtje aan de juiste of gaf God hem maar een teken. Terwijl hij de volgende sleutel probeert, kijkt hij op naar Heleen. Ze hangt achterover op het bed dat midden in de stenen torenkamer staat. Eduard zit geknield voor haar. Heleens zware rokken zijn opgetrokken tot over haar buik. Ze kijkt verveeld uit het venster. Buiten zijn in de verte de galgen te zien, aan de middelste hangt nog een lichaam. De horizon trilt. Een zacht briesje dat door de kamer gaat, draagt de geur van verrotting met zich mee en beroert Heleens sluier lichtjes. Er staan rode vlekken op haar bleke wangen en borstpartij. Wat zou hij daar graag zijn lippen op willen drukken. Zelfs haar verveelde uitdrukking maakt haar niet minder aantrekkelijk. Op haar strenge lipjes parelen zweetdruppels. Haar linnen ondergoed is verkreukt en klam.

Ook de volgende sleutel blijkt het niet de juiste te zijn; hij gaat er wel in, maar doet het slot enkel knarsen. Heleen wuift zich koelte toe met het ganzenbord dat ze voor zijn komst uit haar kist had gepakt. Het maliënkolder drukt zwaar op zijn schouders. Vanonder zijn oksels stroomt een smalle straal zweet over zijn ribben naar beneden. De klap op zijn romp van zojuist is nog steeds voelbaar. Zijn ijzeren kniebeschermers drukken zwaar op de vloer en snijden in zijn bezwete knieholtes. Hij zou haar mee naar buiten kunnen vragen, haar het voorstel doen dat ze gewoon verder proberen bij het meertje waar het riet de twee toekomstige minnaars koelte toewuift. Maar dat zou ze vast gênant vinden. Het voorstel zou de rode vlekjes op haar wangen nog roder maken.

Hilde komt binnen en zet een glas bier voor Heleen neer. Dan bukt ze en neemt de klotsende po van onder het bed. Haar adem is zwaar. De vrouwen wisselen een korte blik, waarna Hilde de kamer weer verlaat. Eduard zou ook wel een slok lusten. Terwijl hij de volgende sleutel probeert, neemt Heleen het glas en drinkt het in één teug leeg. Door haar gulzigheid gutst een deel van het bier via haar mondhoek langs haar kaak en hals naar beneden. Alleen dat kleine beetje bier vermengd met het zilte vocht van haar huid zou al genoeg voor hem zijn. Ook het kleine sleuteltje, de volgende in rij, blijkt het niet te zijn. Aan de bos lijkt geen einde te komen.

Heleen heeft hem nog altijd geen blik gegund. Ze wil hem vast straffen, denkt hij. Ze lijkt alle interesse in hem verloren te hebben. Haar blik van nieuwsgierige blijdschap op het moment dat hij binnenkwam, had, toen hij niet meteen de juiste sleutel paraat bleek te hebben, plaatsgemaakt voor een uitdrukking van verbazing om langzaam over te gaan in lome ergernis. Hij is een klungel met een veel te grote sleutelbos die het momentum uit zijn vingers laat glippen. Wie zou nou zo’n grote sleutelbos toevertrouwen aan zo’n onkundige idioot? Als hij het slot niet eens kan openen, hoe kan hij dan ooit heerser zijn over alles wat die sloten te beschermen hebben, laat staan man en meester kunnen zijn van een teerbeminde als vrouwe Hélène?

Had zijn broertje dan toch gelijk? Godschalk had hem met zijn betweterige priemoogjes vanonder dat malle monnikenkapsel aangekeken, zoals altijd. Bij hun afscheid in de abdij nam hij nog net de moeite om vanachter zijn katheder vandaan te komen. Een ‘sta-bureau’, hoe bedenk je het. In een zweem van plechtigheid had hij hem naar het licht van het gekleurde raam geleid. Eduard had zich onwel voelen worden door al die kleurtjes. En toen kwam de gebruikelijke zedenpreek. Zijn broertje liet nooit één enkele gelegenheid voorbij gaan om zijn minachting voor hem te tonen. Dan trok hij zijn mond tot een zuinig pruimpje. Eduard kon hem op die momenten wel op zijn gezicht slaan, zo driftig werd hij van dat aarsachtige mondje.

Als zijn broertje eerder was geboren, dan waren de rollen omgedraaid. Dan was hij het zelf geweest met minachting voor de expedities van zijn broer. En minachting voor zijn liefde voor snelle paarden en avontuur. En jaloezie om de verantwoordelijkheid voor het landgoed van hun vader. Maar de rollen zijn zoals ze zijn. God heeft het kennelijk zo gewild. Dus nu is hij het die langs moet gaan bij zijn aan het klooster gekluisterde broertje en het gewauwel moet aanhoren over hoe materialistisch zijn levensstijl wel niet is. Louter zweverige kletspraatjes zijn het. Lekker makkelijk heeft die perverseling het. Voor hem is alles betaald en geregeld. Hij kan lekker dag en nacht zorgeloos piemelen met dure woorden achter zijn ‘sta bureau’. En zich trots onder zijn slappe kin krabben en de wijn drinken die het klerkje hem ieder uur komt inschenken, terwijl zijn oudere broer zich het godganse jaar van hot naar her moet draven om de een na de ander te dienen in de meest absurde campagnes.

Al in de wieg werden hem zijn ketens omgedaan. Tel daar de vloek van het altijd goed willen doen bij op, en het resultaat is een beklemde borst waar geen knellend harnas aan te pas hoeft te komen. En nu hij eindelijk eens iets voor zichzelf mag doen en de kans heeft om zijn broertje af te troeven met deze ontmoeting met zulk vrouwelijk schoon, kan hij de juiste sleutel niet vinden. Wat een draak van een verhaal! Godschalk had zijn complete erfenis gegeven, als die niet al in de wijn en de boeken zat, om hier bij te mogen zijn. En was hij er bij geweest, dan had hij zich op zijn papperige dijen gekletst van het lachen.

Hilde komt binnen met een tweede glas bier. Haar zware rokken slepen over de vloer en sleuren het met bloed besmeurde zwaard dat hij bij binnenkomst op de vloer had laten zakken bij haar voorbij schrijden een halve meter door de kamer. Het lompe wijf. Zou ze dit keer wel aan hem gedacht hebben? Aan zijn zweterige dorst? Aan zijn inspanningen? Maar neen, het tweede glas is ook voor Heleen, die zich loom opricht om het glas met haar zalige zwakke handje aan te nemen. Ook de inhoud van dit glas verdwijnt in één keer. Hij ziet het door haar strottenhoofd naar binnen glijden. Oh, hoe ze zich met golvende borst overgeeft aan de verkoeling van het sprankelende vocht.

Hilde is dit keer bij Heleen blijven staan. Ze houdt haar plompe witte wievenhand paraat om het geleegde glas weer terug te nemen. Ze bekijkt de jonge vrouw. Hoeveel lentes zouden ze schelen? En zou Heleen haar eerste zoog zijn geweest? Of waren er vele gerimpelde gedrochtjes voor haar, die zich door de jaren heen gulzig op Hildes lillende tiet hebben gestort? De eeuwige zuigende en krijsende zuigelingenmondjes. Hij voelt een gevoel van jaloezie opkomen in zijn borst. Onwillekeurig recht hij zijn rug. De ijzeren plaat drukt op zijn borstbeen. De deuk die in de plaat is geslagen priemt in zijn linker sleutelbeen. De twee vrouwen gaan al zó lang terug. Zou hij de kans krijgen Heleen zo lang mee te mogen maken? Zou zij zich ooit net zo blootgeven aan hem?

Als hij de juiste sleutel maar op tijd vindt. Hoeveel zou hij er nu al geprobeerd hebben? Twee-derde? De volgende sleutel is overduidelijk te groot, die hoeft hij niet eens te proberen. De sleutel erna is kromgebogen. Daar is een immense krachtstoot voor nodig geweest. Gelukkig is het niet de sleutel die hij zoekt. Heleen is weer achterover op het bed gaan liggen. Ze zucht vermoeid. Eduard kijkt hoe ze met haar vingers door haar haren kamt en ze over de kussens drapeert als een aureool van haren om haar hoofd. Hilde, die met een boek op de vensterbank in de dikke muur is gaan zitten ziet het ook, met haar devote varkensogen. De uitsloofster: een boek lezen. Ze houdt ‘m vast ondersteboven, in haar ijdele, ja al te ijdele poging hem te imponeren met haar geveinsde geletterdheid.

De volgende sleutel glijdt soepeltjes in het slot en de gordel schiet open. Een vuur ontvlamt vanaf zijn pelvis en vult zijn gekneusde borst met triomf. Ja, zelfs zijn borsthaartjes trillen van verrukking. Heleen richt zich op. Ze trekt haar knieën op en wurmt zich uit haar kettingbroekje. Dan schikt ze haar rokken en laat zich weer achterover vallen. Hilde is opgestaan van haar waakbankje. Met gespreide armen loopt ze op hem af. Als een schapenhoedster dirigeert ze hem om op te staan en richting de deur te gaan. Eduard neemt zijn zwaard van de vloer en verlaat de kamer van Heleen, van zíjn Hélène. Hilde sluit de deur achter hem en hij staat weer in de lange donkere gang waar hij een uur geleden met hoopvolle borst na lang zoeken haar kamerdeur vond.

Aan het eind van de gang leidt de stenen trap hem naar beneden. Halverwege de trap stapt hij op de grote kop van het duivelse beest, dat zo-even nog briesend de achtervolging had ingezet. De doffe ogen puilen uit. Hij klautert met pijn in al zijn gewrichten over de geschubde rug en zoekt steun bij de muren waartegen de vleugels als een poort omhoog geknakt staan. Het helse wezen had hier niet genoeg ruimte. Bij de verwrongen staart aangekomen, springt hij van het levenloze dier, vindt de toegangspoort en loopt met de laatste energie die hij nog in zijn benen voelt de krakende ophaalbrug af.

--
Dit is een gastbijdrage van Kiki Varekamp. Kiki is historica en filosoof.

Mail

Friso Blankevoort (a.k.a. Freshco) is een illustrator/designer die woont en werkt in Amsterdam. De skateboardcultuur heeft een grote invloed op zijn werk, dat ook beïnvloed wordt door de traditie van grafisch ontwerp in Nederland.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
Verwijzing naar de tijd dat heksen smolten in water uit meisjeshanden

Verwijzing naar de tijd dat heksen smolten in water uit meisjeshanden

Geïnspireerd door de blikken man uit The Wizard of Oz leidt Elise Vos je over het pad van gele klinkers. Ondanks de bescherming die ons harnas biedt, bevat het kieren die toelaten wat we niet zouden willen voelen. Bovendien: wie wil nu afgestompt raken? Lees meer

Rouw en haar contouren

Rouw en haar contouren

Wat gebeurt er als je grootste angst werkelijkheid wordt? Vorig jaar verloor Ivana Kalaš haar vader. In dit essay onderzoekt ze rouw en angst. Wat als juist het verlies je dichter bij het leven brengt? ‘Zoals je vroeger naar een eclips zou kijken via een cd, kom ik in contact met rouw: via haar contouren.’ Lees meer

Lucifers

Lucifers

‘Het begon met een gat, een gat in de zon.’ Terwijl de opa van Jung-hoo blind wordt, verdwijnt de zon langzaamaan uit de lucht. Met deze alternatieve geschiedenis duikt Siep Hendriks in de commercialisatie van het leven, de mens en diens karakter. Lees meer

Auto Draft 24

Een caleidoscoop van verlangen

‘De zoektocht naar een gemeenschap gaat door. Een gemeenschap die mijn caleidoscopische zijn kan accepteren, waarin ik niet hoef te kiezen tussen delen van mezelf, waarin ik niet exotisch, verdund of onverenigbaar ben.’ In dit essay beschrijft Rocher Koendjbiharie welke moeilijkheden hij ondervindt in zijn levenslange zoektocht naar een gemeenschap waarvan hij zich volwaardig onderdeel kan voelen. Lees meer

Eat the rich! Or get eaten?

Eat the rich! Or get eaten?

‘Munch Musk’, ‘bite Bezos’ of ‘suck Zuck’? Stijn Voogt onderzoekt hoe ook aan kapitaalkritiek flink geld verdiend kan worden. ‘Eat-the-rich-films wakkeren geen honger naar verandering aan, maar lijken deze vooral te stillen.’ Lees meer

Bubbel

Bubbel

‘Ik probeer te begrijpen waarom ik de hele tijd overal onderdoor glip, ook onder de term lesbie, het is een woord waarvan ik de ingang niet vind.’ Tijdens een schrijfresidentie in Parijs verkent Leonore Spee de spanning tussen identiteit, verlangen en lichamelijkheid. Het wordt een zoektocht naar het overbruggen van afstand – tussen mensen en steden, liefdes en labels, gedachten en ervaringen, en hoofd en lijf. Lees meer

Vlindereffect

Vlindereffect

Een wapenfabriek is van nature een harde, troosteloze plek, maar zo kleurrijk als in dit verhaal, heb je het nog nooit gezien. Drie dystopische levens komen samen rondom een fabriek, waardoor de donkerte van de oorlogsindustrie feilloos bloot komt te liggen. Fester Vogels geeft ons drie perspectieven op een vlijmscherpe ontwikkeling, kritisch en tegelijkertijd zó beeldend dat het aan je scherm wil ontsnappen. Lees meer

De stilte (is niet het antwoord)

De stilte (is niet het antwoord)

Stilte. Sinds Marthe van Bronkhorst die zelf niet meer kan horen, luistert ze er heel anders naar. Echte stilte is zeldzaam in ons leven, of lijkt dat maar zo? In delen van mijn oor is het stil. Na een ongelukje deze zomer zijn de trilhaartjes beschadigd. Dat hoor ik niet, want het lichaam overcompenseert daarvoor... Lees meer

Meehuilen met ijskruid

Meehuilen met ijskruid

‘We zijn zo ver verwijderd van ons eigen eten dat we kunst nodig hebben om die verbinding zichtbaar te maken.’ Lisanne Brouwer laaft zich aan (theater)kunst met voedsel in de hoofdrol en neemt je mee in de manieren waarop kunstenaars ecologisch bewustzijn aan de eettafel creëren. Het blijkt een ontdekking van zowel verlangen als walging. Lees meer

De gisting

De gisting

Mara van Herpen vertelt het poëtische en surrealistische verhaal van Toni. Hen werkt in een broodfabriek en begint daardoor te gisten en te schimmelen en verandert in… Ja, in wat eigenlijk? Lees meer

We moeten vaker synchroon dansen

We moeten vaker synchroon dansen

‘Ik betrap mezelf erop dat het moeilijk is hoopvol te zijn in deze tijden, soms voelt het zelfs verkeerd.’ Toch vindt Loïs in haar column ruimte voor hoop. Niet door ons terug te trekken, maar door ons uit te spreken én elkaar te vinden. Minder polarisatie, meer synchronisatie. Lees meer

Soms mis ik mijn handen

Soms mis ik mijn handen

‘Soms mis ik de magnetron / soep uit blik / ingevroren aardappels in partjes.’ Middels essay en poëzie illustreert Martijn van Bruggen met stekende precisie het verband tussen voedsel en klasse en wat het betekent je aan te moeten passen naar hiërarchisch geladen verwachtingen. Lees meer

Moeder van een mislukt idee

Moeder van een mislukt idee

‘Breek ik een idee echt af zoals een zwangerschap beëindigd wordt?’ Roosje van der Kamp voelt een grote noodzaak om iets blijvends te creëren, maar komt niet verder dan vluchtig neergepende fragmenten in haar notities. In dit essay onderzoekt ze – naast de vraag of ouderschap eventueel een valide, tweede optie is – haar worsteling met het professionele schrijverschap. Lees meer

Auto Draft 23

we verbleven in ledikanten / in het huis met zeventig kinderen

'Dat ik gil in een vreemde taal / elke moedertaal breekt zonder bekenden.' Wat voor sporen laat het na als je je moedertaal verliest? Waar blijft de taal en hoe verhoudt je je tot je eigen identiteit na gedwongen migratie? In dit gedicht vangt Bożena Kacica de rouw en de vervreemding die volgden. Lees meer

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

Als taal de werkelijkheid schept, wat doet oorlogstaal dan?

In de media wemelt het van oorlogstaal. Marthe van Bronkhorst laat zien hoe je de frames kan herkennen: 'Sterf je liever terwijl je je verdedigt of passief?' Lees meer

Denkbeeldige ruimte

Denkbeeldige ruimte

In dit essay onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe schrijven een ruimte opent waarin kwetsbaarheid, verbinding en saamhorigheid zichtbaar worden. ‘Sinds ik ziek ben, voel ik bij vlagen een afgesneden gevoel van de medemens die geen kanker van binnenuit kent.’ Lees meer

Meneer Ouka en de streep

Meneer Ouka en de streep

'‘Het gaat over uw kabouter,’ zegt meneer Ouka.' En dat doet het: in dit verhaal verheft Makki Aimar een niet-lachende tuinkabouter tot het glinsterende middelpunt van zijn verhaal. Waar ieder ander een tuinkabouter niet eens zou zien staan, lijkt het voor de hoofdpersoon in dit verhaal een metafoor voor zingeving te worden. Met dit verhaal won Makki Aimar de schrijfwedstrijd 'Door de ogen van Palomar', georganiseerd door uitgeverij Cossee en Hard//hoofd. Lees meer

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

No Spend September, maar zou het leven niet meer moeten zijn dan vaste lasten?

Brengt tijdelijke onthouding van kleding, koffie en verjaardagscadeaus ons dichter bij een koopwoning? Of is het enkel in onze dromen dat een financiële detox grote, blijvende veranderingen weet te bewerkstelligen? Loïs Blank vraagt zich af wat er buiten beeld raakt wanneer we ons verliezen in de survival van No Spend September. Lees meer

:Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen 2

Verdreven naar de zee: Een zoektocht naar de onvertelde verhalen van Vietnamese bootvluchtelingen

Lam Ngo was vierentwintig toen hij vluchtte uit een ideologisch verscheurd Vietnam. In dit essay vertelt hij hoe hij weer leerde luisteren naar de pijnlijke en lang verzwegen herinneringen, hoe het was om in Nederland opnieuw te moeten beginnen en over de blijvende band met zijn geboortestad Saigon. ‘Want pas als we zien wat er verzwegen is, kunnen we echt luisteren.’ Lees meer

 1

pantser / piertotum locomotor

In deze twee gedichten van Roan Kasanmonadi kijken we naar een aflevering van Kamp Van Koningsbrugge, leren we onszelf op te rollen als pissebedden, en vliegen de zwaarden, harnassen en kikkers je om de oren. Lees meer