Zwetend, shakend, piepend, rommelig, houterig. Geniaal." /> Zwetend, shakend, piepend, rommelig, houterig. Geniaal." />
Asset 14

Het fenomeen Daniel Johnston

Toen ik twee jaar geleden Daniel Johnston in de bovenzaal van Paradiso zag, was dat een ervaring waar ik een nogal dubbel gevoel aan overhield. Aan de ene kant had ik er lang naar uitgezien deze cult-held eens in levende lijve te aanschouwen. Hij is immers een van mijn favoriete songschrijvers. Maar daarnaast had ik het idee dat de aantrekkingskracht van de mentaal en fysiek instabiele Johnston, voor mij en de rest van het publiek, toch ergens ook wel vergelijkbaar was met die van de Siamese tweeling of de vrouw met de baard in de rondreizende freakshows van de negentiende eeuw. Nu is de vraag in hoeverre die aantrekkingskracht onvermijdelijk is en vervolgens in hoeverre ze verwerpelijk is.

Laat ik vooropstellen dat het onmogelijk is de persoon Johnston en zijn werk van elkaar te scheiden. Elke poging daartoe zou geforceerd zijn, aangezien z’n muziek op alle mogelijke manieren onconventioneel is en daarmee wel om een verklaring naar de persoon vraagt. Zo gauw je z’n piepende valse stem hoort, z’n rommelige gitaarspel of houterig geplonk op de toetsen, z’n teksten vol kinderlijke associaties en de amateuristische opnamekwaliteit van z’n vroegste (en meest invloedrijke) platen, weet je dat we hier te maken met een zogezegd ‘abnormaal’ figuur. Je hoort dat dit provocerende geluid voor hem geen esthetische keuze was, – zoals het voor zijn volgelingen overduidelijk wél zou zijn – maar bittere noodzaak.

Het zou onzinnig zijn om te pogen de muziek in haar oorspronkelijke vorm los van de maker te beoordelen. Toch zijn Johnston’s liedjes een eigen leven gaan leiden. Dat komt omdat honderden artiesten – waaronder Tom Waits, Yo La Tengo, Beck, Eels, Sparklehorse en Beach House - de behoefte hebben gevoeld deze liedjes te coveren en daarmee bekender te maken bij het grote publiek. Dankzij de interpretaties van anderen kan het argument ontzenuwd worden dat Johnston’s staat van dienst alleen aan zijn persoonlijkheid te danken zou zijn. Wanneer alle ‘abjecten’ weggenomen zijn (die rare stem, dat krakkemikkige geluid), houden we songs over met een melodieuze eeuwigheidswaarde en teksten die de particuliere emotie van de schrijver overstijgen. Sommige van deze nummers voelen dan haast als ‘traditionals’, waar elke uitvoerende artiest zijn of haar stempel op kan drukken. Omdraaien kan je dit echter niet: deze liedjes konden op geen enkele andere manier ontstaan dan ontsproten uit het brein van die ene unieke figuur uit Texas.

Daniel Johnston kan tegenwoordig het best omschreven worden als een klein kind gevangen in het constant trillende obesitas-lichaam van een tandeloze man. Het is onvermijdelijk om een pijnlijk gevoel van ramptoerisme te ervaren wanneer je hem zwetend en shakend op een podium door zijn eigen materiaal heen ziet zwoegen. Maar aan die fascinatie gaat de bewondering vooraf. Deze man is namelijk niet geliefd omdat hij zielig of onbedoeld grappig zou zijn. Deze man is geliefd omdat hij al dertig jaar lang songs schrijft die tot de verbeelding spreken en die hij bovendien alleen kon schrijven door wie hij is. Daarmee is tevens mijn tweede vraag beantwoord. De aantrekkingskracht van de persoon Johnston als een mismaakte op een kermis is niet alleen onvermijdelijk, maar ook gelegitimeerd. Wat niet betekent dat het niet pijnlijk mag zijn. Ik ervoer het concert van twee jaar geleden als bijzonder pijnlijk – wat zeker niet meehielp was dat ik zo vooraan stond dat ik de pisvlekken in Daniel’s broek aan kon raken - maar tegelijk was ik ontroerd en betoverd door de schoonheid en puurheid van het optreden. Authenticiteit wordt vaak misbruikt als argument voor kwaliteit, maar aangezien Johnston onmogelijk iets anders zou kunnen zijn dan wat hij is kan je hem alleen maar óf volledig afwijzen óf volledig in je armen sluiten. Een middenweg is onmogelijk.

Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want hoe iets in de armen te sluiten wat op zoveel manieren door ons als ‘vreemd’ wordt beschouwd? Het is een onderwerp waar in de twintigste eeuw veel filosofen over nagedacht hebben. Foucault liet zien hoe de mens geneigd is dat wat afwijkt door middel van regels en instituties te normaliseren. Zo worden mensen met afwijkend gedrag bijvoorbeeld in een gekkenhuis geplaatst en daarmee als ‘gek’ bestempeld. Maar het werkt twee kanten op. Want het instituut gekkenhuis kon alleen bedacht worden door de mensen die zichzelf als niet-gek, als ‘normaal’, beschouwden en daarmee de macht over deze tweedeling in handen hebben. Het gedrag van de zogenaamde normale mensen is de maat gaan vormen waarnaar wij moeten handelen, maar tegelijk kunnen we onszelf alleen definiëren naar wat van ons afwijkt. Horkheimer en Adorno beschreven hoe, in het verlichte denken, dat wat wij niet kunnen begrijpen nooit als onbegrijpelijk onderkend zal worden, omdat we de angst willen beteugelen dat het onbekende in ons veroorzaakt. Daarom nemen we het op in onze systematische drang naar rationaliteit, waarmee het anders-zijn van de dingen doorbroken wordt en daarmee door ons wordt toegeëigend.

Aan deze theorieën moest ik denken toen ik drie weken geleden Daniel Johnston voor een tweede keer in de Paradiso, maar ditmaal in de grote zaal, zag spelen. Het concert was op vele punten onvergelijkbaar met dat van twee jaar geleden. Johnston werd begeleid door een elfkoppig jazz-ensemble uit Brabant, The Beam Orchestra, met wie hij dit jaar door Europa tourt. Na een aantal liedjes waar Daniel zichzelf begeleidde op een zelfgebouwd gitaartje, verliet hij het podium om plaats te maken voor twee gitaristen, twee toetsenisten, een bassist, een drummer, een trompettist, een saxofonist, een klarinettist, een violist en een cellist. Die speelden als ouverture een instrumentale medley van Johnston-liedjes. Daarna kwam Daniel terug en zong zich een weg door veelal geherarrangeerde versies van zijn bekendste nummers en enkele nieuwe songs. Zijn stem verdween bijna in dit filmische, grootser-dan-groots, geluid. Een van de muzikanten telde steeds voor hem af, zodat hij wist wanneer hij moest invallen. Dat liep enkele keren hilarisch fout, maar de muzikanten waren flexibel genoeg om hun tempo op hem aan te passen, waardoor het elke keer uiteindelijk steeds weer goed kwam. Het was een bevreemdende vertoning. De eenvoud en intimiteit van Johnston’s liedjes en zijn charmante rommeligheid enerzijds en de symfonische gelikte sound van de geschoolde musici anderzijds; het contrast kon niet groter zijn. En toch werkte het op een bizarre manier.

Daniel Johnston was onderdeel geworden van een theaterspektakel waar hij zelf geen controle over had, maar dat wel volledig om hem draaide. Tussen de liedjes door werden avant-gardistische geluidsexperimenten gespeeld. Toen in het laatste nummer een der toetsenisten – net als de rest van de muzikanten een keurig uitziende conservatoriumstudent – midden op het podium met spastische gebaren ging doen alsof hij de blazers dirigeerde, was het inmiddels wel duidelijk dat men van het fenomeen Daniel Johnston krampachtig een personage uit een Wim T. Schippers-voorstelling had willen maken. Er mocht geen twijfel over bestaan dat we dit allemaal vooral als absurdistische chaos moest worden opgevat, zodat het op die manier toch weer begrijpelijk voor ons zou zijn.

Maar het meest opvallende aan de avond was toch wel dat het optreden voorafgegaan werd door de vertoning van ‘The Devil & Daniel Johnston’. Deze documentaire uit 2005 vertelt het hele levensverhaal van Daniel – hoe hij van jongs af aan in zijn eigen manisch-depressieve fantasiewereld leefde, hoe hij jarenlang bij de McDonalds werkte en zijn cassettebandjes weggaf aan meisjes waar hij verliefd op was, hoe hij geobsedeerd raakte door het vriendelijke spookje Casper, hoe iemand LSD in zijn cola stopte en hij vervolgens jarenlang dacht dat zijn familie bezeten was door Satan, dat zijn waanzinnige tekeningen in de meest prestigieuze galeries worden tentoongesteld en dat we hem vooral moeten plaatsen in de traditie van gestoorde popgenieën zoals Syd Barrett en Brian Wilson – en deze documentaire is dus verplichte kost voor elke Johnston-fan. Iedereen die geld voor dit concert had neergeteld had deze film dus allang gezien. Maar het leek wel alsof het idee was dat we dit allemaal vooral nog eens goed moesten bekijken, als een noodzakelijke herintroductie, zodat we de artiest van vanavond tenminste volledig zouden kunnen plaatsen. Ook de expositie van Johnston’s beeldende kunst in de kelder van Paradiso zou aan het ‘totaalbeeld’ bij moeten dragen.

Wat je echter ook probeert, Daniel Johnston is niet te plaatsen. Hij is het pertinent vreemde, dat het vreemde in onszelf aanspreekt en fascineert. Dat boezemt angst in en we zijn geneigd die angst op alle mogelijke manieren te beteugelen. Maar overwin die angst nou eens en beluister Johnston’s liedjes in al hun van ironie gespeende kaalheid. Heb de moed om samen te vallen met de gestoordheid in jezelf en er gaat een wonderlijke wereld voor je open!

Mail

Kasper van Royen is Hard//hoofd-redactielid, is naast vader ook filosoof, ex-docent, ex-dichter, ex-echtgenoot, popfetisjist en postbode.

Verzamel kunst en steun ons
of word magazine abonnee

Sluit je aan

Wil je meer Hard//hoofd?
Meld je aan voor een nieuwsbrief!

Schrijf je in
test
het laatste
:Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Zomergast Tommy Wieringa ziet ruimte: 'Er is nog heel veel te redden'

Tommy Wieringa verleidt je op fantastische wijze om samen met hem een doodlopende steeg in te lopen. Met een lach en een handig gebaar wijst hij de kijker op de fonkelende scherven onder ieders voeten. 'Er is nog heel veel te redden.' Lees meer

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

Zolang je me maar niet in pumps begraaft

'Een uitvaart is toch meer voor de nabestaanden.' Steef probeert zichzelf een houding te geven wanneer ze hoort dat haar vervreemde zus is overleden. Nadine Ronde neemt je mee in de eerste stadia van het rouwproces dat begint met een ongemakkelijk potje airhockey, een Super Mario PEZ-dispenser en gesprekken over de prijsstijging van komijnekaas. Lees meer

Auto Draft 22

Merel Pauw/Elmer zoekt naar vorm in Zomergasten: ‘Mag ik hier eeuwig over twijfelen?’

Astrid Goossens ziet hoe Zomergast Merel Pauw (/Elmer) zich comfortabel voelt als buitenstaander, terwijl ze praat over haar idolen, ingewikkelde mannen, blinde vlekken, het loslaten van controle, nationalisme en de schoonheid van harige kostuums. Maar krijgen we ook de mens ‘Merel’ te zien, of genieten we vooral van een performance? Lees meer

Meisjes

Meisjes

Op een dag krijgt een jonge vrouw de vraag om voor een standbeeld te zorgen. Samen met haar botte schaar vertrekt ze naar het bos. In dit verhaal onderzoekt Mei-yun Boswinkel de spanning tussen het strakke keurslijf van de middelbare school en het verlangen naar een ongedwongen ruimte. Lees meer

Auto Draft 21

Zomergast Nasrah Habiballah houdt koppig de handrem erop: 'Het gaat niet om mij'

Lies Defever ziet hoe Nasrah Habiballah in het laatste seizoen van Zomergasten drie uur lang strategisch de handrem aangetrokken houdt. Via fragmenten van anderen zien we haar liefde voor de wereld om haar heen, maar zelf blijft ze vooral ongrijpbaar. Koppig lijkt ze vast te houden aan dat wat goede journalistiek in principe zo belangrijk maakt: jezelf telkens opnieuw proberen aan de kant te zetten. Lees meer

De uitgevers geven het stokje door

De uitgevers geven het stokje door

Lisanne Brouwer vertrekt naar theatergezelschap PS Vertelt en geeft na jaren toewijding het stokje als uitgever door aan Josje Kerkhoven: lees hier het gesprek waarin ze terugblikken op Lisannes tijd en vooruitkijken naar Josjes plannen. Lees meer

Vruchtvlees

Ontuig

Een ik verkent nieuwsgierig diens pulserende vleeslichaam, trekt zich terug in de kieren van hun zijn en vergroeit tot een thuis. Moni Zwitserloot onderzoekt met behulp van bodyhorror-ervaringen en relaties die buiten het menselijke liggen. Lees meer

:Meta x Kylie Jenner: hoe vrouwen het verdienmodel zijn van mannen ten koste van vrouwen

Meta x Kylie Jenner: hoe vrouwen het verdienmodel zijn van mannen ten koste van vrouwen

In haar column onderzoekt Loïs Blank hoe smart glasses, AI-assistenten en marketingcampagnes laten zien dat technologische vooruitgang vaak leunt op de lichamen, stemmen en veiligheid van vrouwen. Waarom blijven juist mannen het meeste verdienen aan een systeem dat zo afhankelijk is van vrouwen? Lees meer

:Archieven van West-Papua: Over narratieven, liederen en wat als kennis telt

Archieven van West-Papua: Over narratieven, liederen en wat als kennis telt

Wanneer haar opa na vijftig jaar terugkeert naar zijn geboorteland, realiseert Julia Jouwe zich pas hoezeer het ontbreken van West-Papua in het collectieve geheugen van Nederland invloed op haar heeft. Lees meer

CLICKBAIT

CLICKBAIT

Een vrouw filmt zichzelf 24/7 en laat haar acties bepalen door wat anonieme usernames vertellen. In de fysieke wereld heeft ze bijna niets, online heeft ze duizenden fans die haar aanbidden. Hoe kun je macht vinden in kwetsbaarheid? Ankie Klut onderzoekt de grens tussen het verlangen om gezien te worden en de behoefte om jezelf te verbergen achter een digitaal masker. Lees meer

Zien is beminnen 1

Een pluchen harnas

Aan de hand van een berenjas, het COC, een appelgroene broek, non-binair zijn en een rode cabrio neemt Tom Kniesmeijer je mee in de kronieken van zijn eigen genderbeleving. Lees meer

:Met stiekem ‘gay’-gedrag heeft de manosphere niets te maken

Met stiekem ‘gay’-gedrag heeft de manosphere niets te maken

'De manosphere zal niet worden ontmaskerd als we haar van een soort stiekeme homoseksualiteit betichten, maar wel door nauwkeurig te kijken hoe ze werkt en deze manieren van competitie en erkenning te ontmantelen.' Lars Meijer deelt zijn reactie op de column van Marthe Bronkhorst over de manosphere. Lees meer

Als ik Nederland in één woord kon opsommen, zou het dit zijn 1

Als ik Nederland in één woord kon opsommen, zou het dit zijn

Marthe van Bronkhorst sonjabakkert langs de geest van Nederland. 'De drie-eenheid bedrog, bedrijven, en een schijnheilige geest lijkt een patroon in de Nederlandse volksaard.' Lees meer

Zien is beminnen

de bank en de schoot

In deze twee gedichten neemt Sophia Blyden je mee terug naar de jaren negentig en naar de warmte van de schoot van je geliefde. Ze liet zich voor deze gedichten inspireren door twee werken in Museum Arnhem. Lees meer

Zien is beminnen 2

Zien is beminnen

Olave Nduwanje besteedt uren met haar lichaam, kijkt beminnend, en deelt haar ‘poreuze plooien, tastbare rondingen, vochtige openingen, en ademsnakkende lediging’ met anderen. Dit lukt haar nu, na dertig jaar, door haar realiteit te analyseren, in de spiegel te kijken en door porno te maken. Lees meer

Oproepbeeld voor ons jubileumnummer BUBBELS, het tiende nummer van Hard//hoofd Magazine!

Oproep voor inzendingen voor ons jubileumnummer BUBBELS – het tiende nummer van Hard//hoofd Magazine!

Hoe bubbelig voel jij je? Stuur vóór 1 september je pitch in en draag met een (beeld)verhaal, essay, poëzie of kunstkritiek bij aan het magazine BUBBELS! Lees meer

Kunnen we even kappen met al dat normactivisme? 1

Kunnen we even kappen met al dat normactivisme?

Loïs Blank ziet een verschuiving in wat er wordt geroepen in columns, aan talkshowtafels en op sociale media. In haar column onderzoekt ze de opvallende drang om het huwelijk, heteroseksualiteit en zelfs het willen hebben kinderen te verdedigen. Wordt de norm daadwerkelijk bedreigd, of is ze gewoon snel geïntimideerd? Lees meer

Auto Draft 17

Gemarginaliseerde Heiligdommen

Hoe bouw je een heiligdom voor mensen die in de fysieke wereld zelden een monument krijgen? Ida Hondelink bespreekt de indie videogame Plum Road Tea Dream die iets heel bijzonders biedt; een plek van herinnering, herdenking en vruchtbare grond voor intieme gesprekken over queer en van kleur zijn. Lees meer

Shirin Abedi maakt een kunstwerk voor onze kunstverzamelaars: ‘Ik wil de poëzie laten zien die naast de politieke werkelijkheid bestaat’

Shirin Abedi maakte het kunstwerk voor onze kunstverzamelaars: ‘Ik wil de poëzie laten zien die naast de politieke werkelijkheid bestaat’

Als dank voor je investering in de toekomst van onafhankelijke kunst en cultuur ontvang je één of twee keer per jaar een kunstwerk van een veelbelovende maker. Binnenkort valt een kunstwerk van fotograaf Shirin Abedi op de mat bij onze kunstverzamelaars. Welke dat precies is, blijft nog even geheim, maar in gesprek met kunstcurator Sander Bortier vertelt Abedi over haar blik op solidariteit, diaspora en de kracht van beelden die ruimte maken voor nuance. Lees meer

Out-of-office-reply

Waarom iedere Nederlander een ton moet krijgen

Marthe van Bronkhorst is momenteel afwezig en kan haar mail niet beantwoorden. Dit wil ze nog doorgeven: Lees meer